Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BJ6202

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
24-06-2009
Datum publicatie
27-08-2009
Zaaknummer
185856
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

In een executiegeschil als waarvan hier sprake is kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een vonnis slechts schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad - geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 185856 / KG ZA 09-370

Vonnis in kort geding van 24 juni 2009

in de zaak van

1. [eis.1 conv./ged.1reconv.],

wonende te [woonplaats],

2. [eis.2conv./ged.2reconv.],

wonende te [woonplaats],

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. B.H.M. Karens te Ede,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GEJO VASTGOED B.V.,

tevens h.o.d.n. Stal de Mariahoeve,

statutair gevestigd te Dieren, en kantoorhoudende te Heteren,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J.A. Achterberg te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eis.conv./gedn.reconventie] en Gejo genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eis.conv./gedn.reconventie]

- de wijziging van eis

- de pleitnota van Gejo

- de eis in reconventie.

1.2. Ten slotte is in verband met de spoedeisendheid van de zaak op 24 juni 2009 vonnis gewezen. De feiten en de motivering waarop de beslissing in het vonnis steunt, worden hieronder vastgelegd.

2. De feiten

2.1. Gejo exploiteert op het adres [adres] een pensionstal voor het trainen en opfokken van dressuurpaarden en het verzorgen en stallen van pensionpaarden voor haar cliënten.

2.2. [eis.1conv./ged.1reconv.] is zelfstandig ondernemer in de paardenbusiness. Zij heeft werkzaamheden verricht op basis van overeenkomsten van opdracht voor verschillende opdrachtgevers.

2.3. [eis.1conv./ged.1reconv.] heeft vanaf eind 2005 op grond van een overeenkomst van opdracht als stalmanager werkzaamheden uitgevoerd voor Gejo.

2.4. [eis.1conv./ged.1reconv.] bewoont sinds 1 september 2006 ([eis.2conv./ged.2reconv.] is later bij [eis.1conv./ged.1reconv.] ingetrokken) op grond van een overeenkomst met Gejo een woning die gesitueerd is in het bedrijfspand van Gejo (hierna: de woning).

2.5. Op 5 september 2008 heeft [eis.1conv./ged.1reconv.] een overeenkomst gesloten met [betrokkene], strekkende tot huur van pensionstal De Vink te Elst, voor het drijven van haar onderneming. Gejo heeft per 1 oktober 2008 de overeenkomst van opdracht met [eis.1conv./ged.1reconv.] beëindigd.

2.6. Bij vonnis van 29 mei 2009 van deze rechtbank, sector kanton, locatie Nijmegen (zaakgegevens: 589060 \ CV EXPL 09-259) heeft de kantonrechter, voor zover van belang, als volgt beslist:

“ - verklaart de overeenkomst tussen De Mariahoeve [Gejo, vzr] en [eis.conv./gedn.reconventie] betreffende de woning voor ontbonden;

- veroordeelt [eis.conv./gedn.reconventie] om binnen vier weken na betekening van dit vonnis de dienstwoning leeg en ontruimd onder afgifte van de sleutels aan De Mariahoeve [Gejo, vzr] op te leveren, met machtiging aan haar om deze ontruiming zo nodig met behulp van de sterke arm van politie en justitie te bewerkstelligen, zo [eis.conv./gedn.reconventie] nalatig mochten blijven aan deze veroordeling te voldoen;

- veroordeelt [eis.conv./gedn.reconventie] (…) in de proceskosten (…);

- verklaart de hiervoor onder het tweede en derde opsommingsstreepje gegeven veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;”

2.7. Dit vonnis is op 30 mei 2009 aan [eis.conv./gedn.reconventie] betekend. Daarbij is gedwongen ontruiming aangezegd tegen 8 juli 2009.

2.8. [eis.conv./gedn.reconventie] hebben aangekondigd op zeer korte termijn bij het gerechtshof te Arnhem (spoed)appel in te stellen tegen het vonnis van 29 mei 2009.

2.9. [eis.conv./gedn.reconventie] hebben Gejo verzocht de executie van het vonnis van

29 mei 2009 op te schorten totdat door het gerechtshof te Arnhem een eindarrest zal zijn gewezen. Gejo is niet bereid om de tenuitvoerlegging van het vonnis op te schorten totdat in hoger beroep zal zijn beslist.

2.10. Bij kort geding vonnis van 8 mei 2009 van deze rechtbank, sector kanton, locatie Nijmegen (zaakgegevens: 609152 \ VV EXPL 09-10064) heeft de kantonrechter, voor zover van belang, als volgt beslist:

“ - veroordeelt [voornamen] [[eis.conv./gedn.reconventie], vzr] om uiterlijk vier weken na betekening van dit vonnis de zolder ontruimd te hebben en ontruimd te houden ten minste tot aan de datum van de einduitspraak in de bodemprocedure;

- bepaalt dat [voornamen] [[eis.conv./gedn.reconventie], vzr] aan De Mariahoeve [Gejo, vzr] een dwangsom van € 20.000,- verbeuren indien de zolder op de bedoelde datum niet is ontruimd, vermeerderd met € 2.000,- voor iedere dag dat de zolder nadien niet zal zijn ontruimd;

- bepaalt dat boven een bedrag van € 40.000,- geen dwangsommen meer worden verbeurd;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;”

2.11. Dit vonnis is op 11 mei 2009 aan [eis.conv./gedn.reconventie] betekend, zodat de zolder uiterlijk 8 juni 2009 ontruimd moest zijn.

2.12. Een deurwaarder heeft volgens een proces-verbaal op 9 juni 2009 geconstateerd dat op de zolderruimte de volgende zaken aanwezig waren:

“- vijf volle vuilniszakken

- een grote kartonnen doos met afval

- emmers met restanten latex

- gebruikte verfbakjes

- een afvoerbuis voor een wastafel

- restanten laminaat

- drie kratten met lege flessen van het merk Paderborner”

Voorts heeft hij geconstateerd dat “vijf aansluitpunten voor elektriciteit, zich bevindende in de buitenzijde van wanden van twee slaapkamers, geen schakelaars bevatten”.

3. Het geschil in conventie

3.1. [eis.conv./gedn.reconventie] vorderen na vermeerdering van eis samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I Primair:

a. de uitvoerbaarheid bij voorraad van de in het vonnis van 29 mei 2009 opgenomen veroordelingen te schorsen totdat in hoger beroep onherroepelijk zal zijn beslist;

b. Gejo te verbieden gedurende deze schorsing executiemaatregelen ter zake van dat vonnis te treffen;

Subsidiair:

a. Gejo te verbieden het vonnis van 29 mei 2009 ten uitvoer te leggen en te verbieden enige (verdere) maatregelen te treffen gericht op de tenuitvoerlegging van dat vonnis;

b. Gejo te verbieden alle genomen maatregelen ter tenuitvoerlegging van dat vonnis ongedaan te maken, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

Meer subsidiair:

de in het vonnis van 29 mei 2009 bepaalde ontruimingstermijn van vier weken na betekening van dat vonnis te verlengen tot 1 oktober 2009, althans een zodanige termijn voor ontruiming te geven als de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren;

II a. Gejo te verbieden het vonnis van 8 mei 2009 ten uitvoer te leggen en te verbieden enige (verdere) maatregelen te treffen gericht op de tenuitvoerlegging van dat vonnis;

b. Gejo te verbieden alle genomen maatregelen ter tenuitvoerlegging van dat vonnis ongedaan te maken, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

III Gejo te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2. [eis.conv./gedn.reconventie] stellen dat het vonnis van 29 mei 2009 juridische en feitelijke kennelijke misslagen bevat en dat de executie van dat vonnis voor hen een noodtoestand zal doen ontstaan. Voorts stellen zij dat zij op 7 juni 2009 de zolder al hebben ontruimd, dan wel dat hen niet verweten kan worden dat zij de zolder niet tijdig hebben ontruimd, waardoor zij geen dwangsommen verbeurd kunnen hebben wegens overtreding van het vonnis van 8 mei 2009. [eis.conv./gedn.reconventie] menen een spoedeisend belang te hebben omdat Gejo ontruiming van de woning heeft aangezegd tegen 8 juli 2009.

3.3. Gejo voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Het geschil in reconventie

4.1. Gejo vordert samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eis.conv./gedn.reconventie] te veroordelen:

1. uiterlijk 25 juni 2009 de elektrische inrichting van de zolder door een professioneel installateur (elektricien) te laten herstellen;

2. alle medewerking te verlenen bij het vooromschreven herstel van de elektrische inrichting, onder meer door toegang tot de gemeenschappelijke schakelkast in de dienstwoning te verlenen;

3. zich te onthouden van alle gedragingen welke een ongehinderde voortgang van de weekend-clinic “Academische Rijkunst” met [XXX] op 27 en 28 juni 2009 aanstaande zullen, dan wel zouden kunnen belemmeren;

alles op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van [eis.conv./gedn.reconventie] in de proceskosten.

4.2. Gejo stelt dat [eis.conv./gedn.reconventie] onrechtmatig hebben gehandeld doordat zij zonder toestemming de elektrische inrichting van de zolder, bestaande uit wandcontact¬dozen, wandschakelaars en een dubbele TL-bak hebben verwijderd. Gejo stelt een spoedeisend belang te hebben omdat zij de zolder wil gebruiken als leslokaal voor de weekend-clinic op 27 en 28 juni 2009.

4.3. [eis.conv./gedn.reconventie] voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in conventie

5.1. Het gestelde spoedeisend belang ligt besloten in de aard van de zaak en is ook niet door Gejo weersproken.

5.2. Voorop dient te worden gesteld dat het niet aan de voorzieningenrechter is om aan een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis zijn kracht tot tenuitvoerlegging bij voorraad te ontnemen. In een executiegeschil als waarvan hier sprake is kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een vonnis slechts schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad - geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

5.3. [eis.conv./gedn.reconventie] hebben allereerst gesteld dat er sprake is van een aantal juridische misslagen in het vonnis van 29 mei 2009. Daartoe hebben zij aangevoerd dat de kantonrechter in haar vonnis de tussen partijen gesloten overeenkomst met betrekking tot de woning ten onrechte niet heeft gekwalificeerd als een huurovereenkomst, maar er van is uitgegaan dat er sprake is van een dienstwoning waarop de bepalingen van huurbescherming niet van toepassing zijn.

5.4. De kantonrechter heeft in haar vonnis van 29 mei 2009 de vraag of de woning al dan niet een dienstwoning is uitvoerig aan de orde gesteld in r.o. 4.3 t/m 4.7 en daarbij heeft zij onder meer betrokken de aard van het bedrijf dat door Gejo in het bedrijfspand wordt uitgeoefend en de werkzaamheden die [eis.1conv./ged.1reconv.] uitoefende voor het bedrijf van Gejo, waarna zij in r.o. 4.8 tot de conclusie komt dat “al het voorgaande leidt tot het oordeel, dat de woning een dienstwoning is, waarvan de bewoning onlosmakelijk verbonden is met de bedrijfsuitoefening van De Mariahoeve [Gejo, vzr]. Dat dit in het verleden wellicht anders geweest is, kan in de gegeven situatie van nu hieraan niet afdoen.”

5.5. Voor beantwoording van de vraag of sprake is van een (eigenlijke) dienstwoning is in het licht van de jurisprudentie van de Hoge Raad (vgl. HR 17 maart 1962, NJ 1961/237, HR 4 juni 1976, NJ 1977/40 en HR 29 juni 1979, NJ 1979/612) van belang of de woning ter beschikking is gesteld met het oog op de aard van de te verrichten werkzaamheden en het bewonen van de woning dus behoort tot de uit de werkzaamheden voortvloeiende verplichtingen en de bewoning in belangrijke mate bijdraagt, althans kan bijdragen aan een goede taakvervulling. Daaraan doet niet af dat al vóór het ter beschikking stellen van de woning werkzaamheden van dezelfde aard door betrokkene werden verricht. Uit deze jurisprudentie volgt ook niet dat slechts sprake kan zijn van een dienstwoning wanneer er tevens sprake is van een arbeidsovereenkomst. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de kantonrechter in haar vonnis van 29 mei 2009 binnen het hiervoor omschreven toetsingskader is gebleven, zodat er geen sprake kan zijn van een juridische misslag. De inhoudelijke bezwaren van [eis.conv./gedn.reconventie] tegen de conclusie van de kantonrechter dat er sprake is van een dienstwoning doen niet ter zake, nu er hier sprake is van een executiegeschil dat niet kan dienen als een verkapt appel. Die bezwaren kunnen in een eventueel hoger beroep tegen het vonnis van 29 mei 2009 aan de orde komen.

5.6. [eis.conv./gedn.reconventie] hebben verder gesteld dat er sprake is van een juridische misslag omdat de kantonrechter in het vonnis van 29 mei 2009 de overeenkomst betreffende de woning heeft ontbonden zonder een tekortkoming in de nakoming van enige verplichting aan de zijde van [eis.conv./gedn.reconventie] aan te nemen. Tussen partijen staat vast dat de overeenkomst van opdracht, op basis waarvan [eis.1conv./ged.1reconv.] voor Gejo heeft gewerkt, reeds is beëindigd. Daarmee is ook het recht van [eis.conv./gedn.reconventie] tot bewoning van de woning tot een einde gekomen, nu de kantonrechter de woning heeft aangemerkt als dienstwoning. Gelet hierop hoefde de kantonrechter geen andere grond voor ontbinding van de overeenkomst ten aanzien van de woning aan te nemen, zodat er geen sprake is van een juridische misslag.

5.7. Voorts zijn [eis.conv./gedn.reconventie] van mening dat er een juridische misslag is omdat de kantonrechter zich onbevoegd had moeten verklaren. Nu de kantonrechter in het vonnis van 29 mei 2009 heeft geconcludeerd dat er geen sprake is van een huur¬overeenkomst, was zij niet bevoegd om zich over de vordering van Gejo uit te laten, aldus [eis.conv./gedn.reconventie]. De voorzieningenrechter verwerpt dat standpunt. De inleidende dagvaarding in de procedure die heeft geleid tot het vonnis van 29 mei 2009 heeft tot grondslag dat tussen partijen een huurovereenkomst is gesloten die vanwege wanprestatie van [eis.conv./gedn.reconventie] ontbonden moet worden en is op die grond aan te merken als een rechtsvordering betrekkelijk tot huur in de zin van artikel 93 Rv, zodat de kantonrechter bevoegd was kennis te nemen van de vordering en daarin vonnis te wijzen (vgl. HR 16 november 1990, NJ 1991/66). Daaraan doet niet af dat de kantonrechter in haar beslissing tot de conclusie komt dat de overeenkomst niet kan worden gekwalificeerd als huurovereenkomst.

5.8. De stelling van [eis.conv./gedn.reconventie] dat het vonnis van 29 mei 2009 een juridische misslag bevat, omdat aan [eis.conv./gedn.reconventie] ondanks de toezegging van de kantonrechter de mogelijkheid is ontnomen om een antwoordakte te nemen na de comparitie van partijen in de procedure bij de kantonrechter, waardoor het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden, volgt de voorzieningenrechter niet. De beslissing om een antwoordakte te weigeren maakt immers geen onderdeel uit van het bestreden vonnis. Bovendien is de door [eis.conv./gedn.reconventie] geschetste gang van zaken met betrekking tot de geweigerde antwoordakte betwist door Gejo en levert het enkel niet mogen reageren bij antwoordakte geen strijd op met het beginsel van hoor en wederhoor. Voorts hebben [eis.conv./gedn.reconventie] niet gesteld dat de beslissing van de kantonrechter in het vonnis van 29 mei 2009 gebaseerd is op een stelling van Gejo waarop zij niet hebben mogen reageren.

5.9. Tevens hebben [eis.conv./gedn.reconventie] gesteld dat er sprake is van een feitelijke misslag in het vonnis van 29 mei 2009, omdat de kantonrechter ten onrechte heeft aangenomen dat er een gemeenschappelijke schakelkast is die zich bevindt in de woning en die niet bereikbaar is voor Gejo. De schakelkast bevindt zich in een voorportaaltje waarvan alleen Gejo de sleutel heeft, aldus [eis.conv./gedn.reconventie]. Onduidelijk is hoe de feiten met betrekking tot de schakelkast aan de kantonrechter destijds zijn gepresenteerd. Er kan alleen sprake zijn van een feitelijke misslag als de kantonrechter de feitelijke stellingen verkeerd heeft geïnterpreteerd. Dat is gesteld noch gebleken.

5.10. Dat de tenuitvoerlegging van het vonnis van 29 mei 2009 aan de zijde van [eis.conv./gedn.reconventie] een noodtoestand zal doen ontstaan op grond van eerst na het wijzen van dat vonnis opgetreden of aan het licht gekomen feiten, acht de voorzieningenrechter evenmin aannemelijk geworden. Dat [eis.conv./gedn.reconventie] niet op korte termijn passende woonruimte kunnen vinden is geen nieuw feit. Zij wisten al geruime tijd, in ieder geval vanaf de aanvang van de procedure bij de kantonrechter, dat zij mogelijk de woning zouden moeten verlaten en derhalve ergens anders hun intrek zouden moeten nemen. Bovendien heeft Gejo in de bodemprocedure bij de kantonrechter alsmede in de onderhavige procedure een overzicht van per direct beschikbare vergelijkbare woningen overgelegd in de directe omgeving, waaruit blijkt dat het voor [eis.conv./gedn.reconventie] mogelijk is om op korte termijn andere woonruimte te betrekken. De situatie van de schoolgaande dochter van [eis.1conv./ged.1reconv.] was reeds ten tijde van de bodemprocedure bij de kantonrechter bekend, zodat het reeds om die reden geen nieuw feit kan zijn. Ook de omstandigheid dat [eis.2conv./ged.2reconv.] begin juni 2009 zijn enkel heeft gebroken en daardoor fysiek niet in staat zou zijn om te verhuizen en te ontruimen, levert naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen noodtoestand op aan de zijde van [eis.conv./gedn.reconventie], waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis niet kan worden aanvaard. Immers, gesteld noch gebleken is dat [eis.1conv./ged.1reconv.], al dan niet met hulp van familie en vrienden, [eis.2conv./ged.2reconv.] kan helpen bij de verhuizing en ontruiming.

5.11. Ook overigens hebben [eis.conv./gedn.reconventie], mede gelet op hun belangen die door de executie zullen worden geschaad, niet aannemelijk gemaakt dat Gejo geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van haar bevoegdheid tot executie over te gaan. De voorzieningenrechter ziet tot slot ook geen aanleiding om de in het vonnis van 29 mei 2009 bepaalde ontruimingstermijn te verlengen. Dit betekent dat de vorderingen van [eis.conv./gedn.reconventie] onder I zullen worden afgewezen.

5.12. Ten aanzien van het kort geding vonnis van 8 mei 2009 hebben [eis.conv./gedn.reconventie] onder II een algemeen verbod gevraagd om dat vonnis ten uitvoer te leggen. Een dergelijk verbod acht de voorzieningenrechter in een kort geding te vergaand, terwijl daarvoor ook geen grond aanwezig is. Voor zover [eis.conv./gedn.reconventie] schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 8 mei 2009 hebben bedoeld, is van belang dat gesteld noch gebleken is dat Gejo geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij executie van het vonnis, dan wel dat er sprake is van een juridische of kennelijke misslag in het vonnis of dat de executie van het vonnis een noodtoestand zal doen ontstaan. Dit betekent dat de vorderingen van [eis.conv./gedn.reconventie] onder II eveneens zullen worden afgewezen. De voorzieningenrechter merkt op dat afwijzing van deze vorderingen op zich zelf niets zegt over het al dan niet verbeurd hebben van dwangsommen door [eis.conv./gedn.reconventie], omdat zij niet tijdig, uiterlijk op 8 juni 2009, de zolder zouden hebben ontruimd. In het proces-verbaal van de deurwaarder is enkel geconstateerd dat zich op 9 juni 2009 een aantal zaken bevonden op de zolder, maar niet dat die zaken van [eis.conv./gedn.reconventie] waren. In het kader van dit kort geding is niet te beoordelen of en in hoeverre de zolder tijdig is ontruimd. Daarvoor is nadere bewijslevering noodzakelijk, waarvoor een kort gedingprocedure zich naar haar aard niet leent. Partijen zullen, indien zij dat wensen, een en ander aan de bodemrechter dienen voor te leggen.

6. De beoordeling in reconventie

6.1. Het spoedeisend belang van Gejo vloeit in voldoende mate voort uit haar stellingen en standpunten en is ook door [eis.conv./gedn.reconventie] niet betwist.

6.2. [eis.conv./gedn.reconventie] hebben ter uitvoering van het kort geding vonnis van

8 mei 2009 de zolder ontruimd door het weghalen van hun eigendommen aldaar. Zij hebben daarbij ook de door hen zelf aangebrachte voorzieningen, zoals een TL-bak, stopcontacten en schakelaars verwijderd. Nu [eis.conv./gedn.reconventie] die zaken zelf hadden aangebracht en die zaken konden worden afgescheiden zonder een beschadiging van betekenis aan de zolder, waren zij ook gerechtigd, en misschien zelfs gehouden gelet op het hiervoor genoemde vonnis, om ze weg te halen. Gelet hierop is er geen aanleiding om [eis.conv./gedn.reconventie] te veroordelen tot herstel van de elektrische inrichting van de zolder, zodat de vorderingen onder 1 en 2 zullen worden afgewezen. Ten aanzien van de gevorderde toegang tot de gemeenschappelijke schakelkast is voorts van belang dat [eis.conv./gedn.reconventie] onweersproken hebben gesteld dat zij geen sleutel meer hebben van de voorportaal waarin de schakelkast zich bevindt en dat Gejo ter zitting heeft erkend dat zij toegang heeft tot de schakelkast zonder daarbij medewerking van [eis.conv./gedn.reconventie] nodig te hebben.

6.3. Nu [eis.conv./gedn.reconventie] ter zitting hebben aangegeven niet van plan te zijn de door Gejo georganiseerde aanstaande weekend-clinic op welke wijze dan ook te belemmeren, hebben [eis.conv./gedn.reconventie] er geen belang bij zich te verzetten tegen toewijzing van het door Gejo daaromtrent gevorderde. De vordering onder 3 komt dan ook voor toewijzing in aanmerking. Wel bestaat er aanleiding om de daaraan gekoppelde dwangsom te beperken.

7. De (verdere) beoordeling in conventie en in reconventie

7.1. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

8. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

8.1. wijst de vorderingen af,

in reconventie

8.2. veroordeelt [eis.conv./gedn.reconventie] zich te onthouden van alle gedragingen welke een ongehinderde voortgang van de weekend-clinic “Academische Rijkunst” met [XXX] op 27 en 28 juni 2009 aanstaande zullen, dan wel zouden kunnen belemmeren,

8.3. bepaalt dat voor iedere dag dat [eis.conv./gedn.reconventie] in strijd handelen met het onder 8.2 bepaalde, aan Gejo een dwangsom verbeuren van € 2.000,00, tot een maximum van € 10.000,00,

8.4. verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

8.5. wijst het meer of anders gevorderde af,

in conventie en in reconventie

8.6. compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. H. Siragedik op 24 juni 2009. De feiten en de motivering zijn afzonderlijk vastgelegd op 8 juli 2009.