Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BJ6118

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
26-08-2009
Datum publicatie
26-08-2009
Zaaknummer
187437
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Contactverbod dat nabestaanden vorderen jegens ex-echtgenoot van slachtoffer dat in 2007 om het leven is gekomen/gebracht, wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 187437 / KG ZA 09-476

Vonnis in kort geding van 26 augustus 2009

in de zaak van

1. [eiseres 1],

wonende te Druten,

2. [eiser 2],

wonende te Druten,

3. [eiser 3],

wonende te Druten,

4. [eiser 4],

wonende te Druten,

5. [eiseres 5],

wonende te Haaksbergen,

6. [eiser 6],

wonende te Druten,

7. [eiseres 7],

wonende te Manhay (België),

8. [eiser 8],

wonende te Hengelo,

9. [eiser 8],

wonende te Hengelo,

10. [eiseres 10],

wonende te Haaksbergen,

11. [eiser 11],

wonende te Druten,

eisers,

advocaat mr. A.A. Voets te Druten,

tegen

[gedaagde],

thans verblijvende in het huis van bewaring te Arnhem-Zuid,

gedaagde,

advocaat mr. G. Oudshoorn te Arnhem.

Partijen zullen hierna de nabestaanden en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van de nabestaanden

- de pleitnota van [gedaagde].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [gedaagde] is gehuwd geweest met [naam vrouw] (hierna [naam vrouw]). Dat huwelijk is ontbonden door de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank op 14 november 2001. Uit dit huwelijk zijn twee zonen geboren, genaamd [zoon 1] en [zoon 2].

2.2. Eiseres sub 1 is de moeder [naam vrouw] en eiser sub 2 de stiefvader.

Eisers sub 3 en 4 zijn de zonen [naam vrouw] en [gedaagde]. Eiseressen sub 5 en sub 7 zijn de zussen van [naam vrouw] en eiser sub 6 is haar broer. Eisers sub 7 en 8 zijn de neven [naam vrouw] en eiseres sub 10 is haar nicht. Eiser sub 11 is de zwager [naam vrouw].

[naam vrouw] is op 19 november 2007 om het leven gebracht/gekomen.

2.4. [gedaagde] is bij vonnis van 9 september 2008 van deze rechtbank veroordeeld voor doodslag op [naam vrouw] en heeft een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren, met aftrek van voorarrest, en terbeschikkingstelling met dwangverpleging opgelegd gekregen.

2.5. Tegen dat vonnis heeft [gedaagde] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. De inhoudelijke behandeling van de zaak staat gepland op 12 oktober aanstaande.

[gedaagde] zal in het kader van het hoger beroep op korte termijn opnieuw worden onderzocht door een psycholoog en een psychiater.

2.6. [gedaagde] stuurt de nabestaanden vanuit detentie brieven en kaarten en zoekt ook telefonisch contact.

3. Het geschil

3.1. De nabestaanden vorderen dat de voorzieningenrechter [gedaagde] verbiedt om op straffe van verbeurte van een dwangsom op enigerlei wijze contact op te nemen met hen, dan wel één van hen, dan wel een combinatie van hen, derhalve noch in een persoonlijk contact, noch schriftelijk, noch telefonisch, noch per SMS, noch per e-mail of op enige andere wijze.

3.2. De nabestaanden leggen aan hun vordering ten grondslag dat [gedaagde] onrechtmatig handelt jegens hen door het veelvuldig sturen van brieven en kaarten alsook het telefoneren met hen. In de brieven, die een intimiderende inhoud hebben voor de nabestaanden, geeft [gedaagde] aan dat hij voornemens is openbare bekendheid te geven aan een video-opname van wijlen [naam vrouw], waarin zij te zien zou zijn in compromitterende situaties. Van het bestaan van een video-opname is tijdens de behandeling van de strafzaak bij de rechtbank evenwel niet gebleken. In telefoongesprekken geeft [gedaagde] de nabestaanden aan dat “er iets of iemand aan komt”. Tot slot claimt [gedaagde] in de diverse brieven geld en goederen die aan zijn zonen, de erfgenamen [naam vrouw], zouden toebehoren.

De nabestaanden stellen dat de brieven en telefonische contacten erg belastend en grievend voor hun zijn. Zij komen hierdoor niet toe aan het verwerken van hun verdriet om het verlies van de overledene. Daarnaast voelen zij zich, mede gelet op de omstandigheid dat de psycholoog en psychiater in het Pro Justitia rapport van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum, van 15 juli 2008, hebben geconcludeerd dat de kans op recidive met name met betrekking tot de schoonfamilie van [gedaagde] groot is, erg onveilig en bedreigd. De nabestaanden hebben in februari en juli 2009 aangifte gedaan tegen [gedaagde]. Zij hebben daarop verder niets gehoord. Zij stellen dat zij door het gedrag van [gedaagde] geestelijk en lichamelijk uitgeput zijn geraakt en dat zij dringend behoefte hebben aan rust. Zij hebben recht op bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Daarom vorderen de nabestaanden een contactverbod voor een ongelimiteerde duur.

3.3. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Met de aard van het gevorderde en het daaraan ten grondslag gelegde acht de voorzieningenrechter het spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening gegeven.

4.2. Thans ligt ter beantwoording voor de vraag of [gedaagde] onrechtmatig jegens de nabestaanden handelt en heeft gehandeld. De nabestaanden hebben in dat kader betoogd dat zij overlast van [gedaagde] ondervinden en dat zij dit als enorm belastend en bedreigend ervaren. [gedaagde] heeft zich op het standpunt gesteld dat de brieven die hij stuurt niet bedreigend zijn en dat hij daarmee onder meer probeert enkele zaken met betrekking tot de nalatenschap voor zijn twee zonen geregeld te krijgen. Volgens hem is er dan ook geen sprake van een onrechtmatige daad. Indien en voor zover de voorzieningenrechter van oordeel is dat er wel sprake is van een bedreigende inhoud van de brieven, stemt [gedaagde] in met een contactverbod ten aanzien van alle nabestaanden, met uitzondering van zijn twee zonen. Volgens [gedaagde] zou een contactverbod ten aanzien van zijn zonen [zoon 1] en [zoon 2] te diep ingrijpen in de vader-zoon relatie, welke relatie gelet op de huidige omstandigheden reeds ernstig onder druk staat. [gedaagde] wenst dat als zijn zonen contact met hem willen

opnemen, dit mogelijk moet zijn.

4.3. De stelling van [gedaagde] dat zijn brieven en telefoontjes niet bedreigend zouden zijn, wordt verworpen. De inhoud van de brieven moet in de context van de feiten en de verdere omstandigheden zoals deze zich hebben voorgedaan, worden gezien. [gedaagde] is bij vonnis van 9 september 2008 veroordeeld voor doodslag op zijn ex-echtgeote [naam vrouw] . [gedaagde] schrijft in zijn brieven voortdurend over wijlen [naam vrouw] en de video-opnames die van haar zouden bestaan, waarmee aan het licht zal komen dat zij in een drugs- en pornowereld zou hebben geleefd en dat haar familie deel uitmaakte van die wereld. Verder bericht [gedaagde] de nabestaanden bij herhaling dat hij voornemens is de opnames naar de media te sturen. Daarnaast geeft [gedaagde] in de brieven gericht aan zijn zonen aan dat de familie van hun moeder (mede) schuldig zou zijn aan haar dood. Uit het vonnis van deze rechtbank van 9 september 2008 blijkt bovendien dat door een psycholoog en psychiater, die [gedaagde] hebben onderzocht, het recidivegevaar ten aanzien van zijn schoonfamilie hoog wordt geacht.

De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat de brieven en telefoontjes door alle nabestaanden zeer wel als bedreigend alsook grievend ervaren (kunnen) worden. [gedaagde] heeft ook niet, althans onvoldoende weersproken dat de nabestaanden de brieven en de telefoontjes als belastend en verstorend ervaren. De broer en zus van [naam vrouw] hebben ter zitting in een emotioneel betoog bevestigd dat zij op een uiterst bedreigende wijze worden lastiggevallen, waardoor zij niet de rust krijgen om hun verdriet te verwerken.

4.4. Voorzover [gedaagde] heeft willen betogen dat het nodig is dat hij contact met de nabestaanden opneemt, omdat hij zaken met betrekking tot de nalatenschap van zijn zonen geregeld wil hebben, kan de voorzieningenrechter hem in dat betoog niet volgen, nu de nabestaanden hebben aangevoerd dat de vermogensrechtelijke positie van de zonen van [gedaagde] in de nalatenschapkwestie reeds geregeld is, hetgeen niet is weersproken. Er bestaat derhalve geen enkele grond om de nabestaanden hiervoor te benaderen.

4.5. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat [gedaagde] hoogst onzorgvuldig en dus onrechtmatig jegens de nabestaanden handelt door veelvuldig contact te zoeken, dit ondanks nadrukkelijke verzoeken dat niet te doen en wetend hoe de nabestaanden hierdoor worden getroffen.

4.6. [gedaagde] heeft subsidiair ingestemd met een contactverbod voor alle nabestaanden met uitzondering van zijn zonen.

[zoon 1], de oudste zoon van [gedaagde], heeft ter zitting evenwel uitdrukkelijk verklaard dat hij en zijn broer de brieven van [gedaagde] als zeer belastend ervaren, omdat hun vader daarin andere personen die dichtbij hen staan, meer in het bijzonder de familieleden [naam vrouw], beschuldigt van de dood van hun moeder. De zonen wensen geen enkel contact met hun vader te hebben. Om die reden zal het verbod ook ten aanzien van de beide zonen worden toegewezen. Dat de zonen van [gedaagde] op de hoogte zouden moeten worden gesteld van de inhoud van de nog op te maken psychiatrische onderzoeksrapporten, en daarmee van de geestestoestand van [gedaagde], zoals door [gedaagde] is aangevoerd, wordt onder de onderhavige omstandigheden niet wenselijk geacht. Indien de zonen van [gedaagde] behoefte hebben aan contact met hun vader, kunnen zij op eigen initiatief contact opnemen. Het is [gedaagde] in dat geval toegestaan te reageren hierop.

4.7. Het voorgaande betekent dat de vordering van de nabestaanden wordt toegewezen. De voorzieningenrechter ziet geen reden het contactverbod voor een bepaalde termijn op te leggen, nu de nabestaanden voldoende omstandigheden naar voren hebben gebracht die een onbeperkt verbod rechtvaardigen. Het verbod wordt voor onbepaalde tijd opgelegd, waarbij wordt overwogen dat indien de nabestaanden op enig moment zelf contact met [gedaagde] zouden willen opnemen, het [gedaagde] is toegestaan hierop te reageren.

4.8. Aan het contactverbod zal een dwangsom worden verbonden, die niet zal worden gematigd, nu de ernst en impact van de verboden gedragingen zo groot zijn dat ze de hoogte van de dwangsom rechtvaardigen. Wel zal een maximum aan de dwangsom worden verbonden, zoals hierna is weergegeven.

4.9. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de nabestaanden worden begroot op:

- dagvaarding € 85,98

- vast recht 262,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.163,98

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verbiedt [gedaagde] onmiddellijk na betekening van dit vonnis anders dan via zijn advocaat of op verzoek van de nabestaanden - op enigerlei wijze contact op te nemen met de nabestaanden, dan wel één van hen, dan wel een combinatie van hen, derhalve noch in een persoonlijk contact, noch schriftelijk, noch telefonisch, noch per SMS, noch per e-mail of op enige andere wijze,

5.2. bepaalt dat [gedaagde] voor iedere keer dat hij in strijd handelt met het onder 5.1. bepaalde, aan de nabestaanden een dwangsom verbeurt van € 500,-, tot een maximum van € 25.000,-,

5.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van de nabestaanden tot op heden begroot op € 1.163,98,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.J.C van Emden-Geenen en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. B.J.M. Vermulst op 26 augustus 2009.