Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BJ4887

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
03-08-2009
Datum publicatie
10-08-2009
Zaaknummer
05/800070-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De militaire kamer acht een 22-jarige militair schuldig aan overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht. Hij wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 120 uur en de ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden, geheel voorwaardelijk, waarbij hij de eerste 12 maanden van de proeftijd alleen militaire motorvoertuigen in opdracht van zijn commandant mag besturen (de z.g.n. militaire clausule).

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 5
Wegenverkeerswet 1994 6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2009/79
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Militaire kamer

Promis II

Parketnummer : 05/800070-09

Datum zitting : 20 juli 2009

Datum uitspraak : 3 augustus 2009

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats]

rang/rnr : Korporaal, [nummer],

ingedeeld bij : [naam].

raadsman : mr. K. Meijer, advocaat te Alkmaar.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 26 augustus 2007, te Middenmeer, gemeente Wieringermeer,,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

(personenauto) daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande

weg, De Alkmaarseweg zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te

wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer,

althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en of onoplettend,

* zijn aandacht niet/onvoldoende bij het besturen te houden

en/of

* een mobiel telefoontoestel uit een dashboardkastje/dashboardvakje te pakken

en/of

* het/een mobiel telefoontoestel te ontsluiten

en/of

* (te veel) naar links te sturen

en/of

* een dubbele doorgetrokken middenstreep te overschrijden,

waardoor hij met het door hem bestuurde voertuig in (frontale) botsing of

aanrijding is gekomen met een hem, verdachte, tegemoet rijdende personenauto,

waardoor een ander (genaamd S.A.J. [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, te weten

- een/of meer aangezichtsfracturen

en/of

- een heupkomfractuur

en/of

een of meer teenfractu(u)r(en),

werd toegebracht en/of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat

daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale

bezigheden is ontstaan;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 26 augustus 2007, te Middenmeer, gemeente Wieringermeer,,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

(personenauto) daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande

weg, De Alkmaarseweg,

* zijn aandacht niet/onvoldoende bij het besturen te houden

en/of

* een mobiel telefoontoestel uit een dashboardkastje/dashboardvakje te pakken

en/of

* het/een mobiel telefoontoestel te ontsluiten

en/of

* (te veel) naar links te sturen

en/of

* een dubbele doorgetrokken middenstreep te overschrijden,

waardoor hij met het door hem bestuurde voertuig in (frontale) botsing of

aanrijding is gekomen met een hem, verdachte, tegemoet rijdende personenauto,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 20 juli 2009 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. K. Meijer, advocaat te Alkmaar.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot militaire detentie voor de duur van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Voorts heeft de officier van justitie geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 180 uren subsidiair te vervangen door 90 dagen hechtenis en voorts tot een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met de bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde gedurende de eerste 12 maanden van de proeftijd uitsluitend in opdracht van zijn commandant militaire motorvoertuigen zal besturen.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Ten aanzien van het primair tenlastegelegde:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

- Een proces-verbaal van verhoor inhoudende de verklaring van verdachte, d.d. 29 augustus 2007, p. 7.1.

- Een proces-verbaal van verhoor inhoudende de verklaring van getuige [slachtoffer], d.d. 27 augustus 2007, p. 9.

- Een proces-verbaal van verkeersongevalsanalyse, d.d. 22 oktober 2007, p. 3, § 1 en p. 6, § 2.2.9 t/m § 2.2.12 en p. 8, § 5.

- Een schriftelijk bescheid te weten een letselverklaring, d.d. 29 augustus 2007, opgemaakt door L. Daniels (geneeskundige), betreffende [slachtoffer].

De militaire kamer acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 26 augustus 2007, te Middenmeer, gemeente Wieringermeer,,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

(personenauto) daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande

weg, de Alkmaarseweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te

wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend,

* zijn aandacht niet/onvoldoende bij het besturen te houden en

* een mobiel telefoontoestel uit een dashboardvakje te pakken

en

* een mobiel telefoontoestel te ontsluiten

* een dubbele doorgetrokken middenstreep te overschrijden,

waardoor hij met het door hem bestuurde voertuig in (frontale) botsing of

aanrijding is gekomen met een hem, verdachte, tegemoet rijdende personenauto,

waardoor een ander (genaamd S.A.J. [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, te weten

- aangezichtsfracturen

en

- een heupkomfractuur

en teenfracturen werden toegebracht en zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat

daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale

bezigheden is ontstaan.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4a. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van primair:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

4b. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot militaire detentie voor de duur van 2 (twee) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Voorts heeft de officier van justitie geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 180 uren subsidiair te vervangen door 90 dagen hechtenis en voorts tot een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met de bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde gedurende de eerste 12 maanden van de proeftijd uitsluitend in opdracht van zijn commandant militaire motorvoertuigen zal besturen.

Standpunt van de verdediging

De verdediging zal zich voor wat betreft de eis van de officier van justitie ten aanzien van de voorwaardelijke militaire detentie en de werkstraf refereren aan het oordeel van de militaire kamer. De verdediging heeft de militaire kamer echter verzocht bij de voorwaardelijke ontzegging tot het besturen van motorrijtuigen geen militaire clausule op te leggen. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte zijn burgerrijbewijs nodig heeft voor zijn woon- en werkverkeer en dat hij in verband met “Oplan 10” ten alle tijde binnen 6 uur op de kazerne moet kunnen zijn en hiervoor eveneens zijn rijbewijs nodig heeft. Daarnaast heeft verdachte zijn rijbewijs nodig omdat hij de chauffeur van zijn compagniescommandant is en hij op dit moment bezig is met diverse rij-opleidingen in het kader van zijn werk bij de Landmacht.

Beoordeling van de standpunten

Bij de beslissing over de straf heeft de militaire kamer rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 29 mei 2009.

De militaire kamer overweegt in het bijzonder het navolgende. Artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 beschermt in het bijzonder het belang van de lichamelijke gezondheid en integriteit van verkeersdeelnemers. Dit beschermde belang weegt zwaar. Verder beschermt voormeld artikel - in meer algemene zin - de verkeersveiligheid. Het maatschappelijk belang van de verkeersveiligheid is zeer groot. Een ieder moet er in het verkeer op kunnen vertrouwen dat medeweggebruikers de veiligheid voor alle verkeersdeelnemers in acht zullen nemen. Verdachte heeft deze veiligheid niet in acht genomen door rijdend met een snelheid van circa 80 kilometer per uur over een enkelbaans weg met tegemoetkomend verkeer en waarvan de rijbanen tussen beiden richtingen zijn gescheiden met dubbele, ondoorbroken lijnen, zijn telefoontoestel te pakken en te ontgrendelen om een sms-bericht te lezen. Hierdoor heeft verdachte een frontale aanrijding veroorzaakt waarbij een inzittende van de andere bij de aanrijding betrokken auto ernstig gewond is geraakt. Het desbetreffende slachtoffer is daardoor lange tijd uit de running geweest en ondervindt daarvan thans nog dagelijks de ongemakken. Behalve zijn verkeersverdrag verwijt de militaire kamer verdachte zijn nalatige en gemakzuchtige houding ten aanzien van de afhandeling van het ongeval, Verdachte heeft immers zelf niet de moeite genomen contact te zoeken met het slachtoffer, terwijl dit voor de verwerking van het aangedane leed voor het slachtoffer van essentieel belang moet worden geacht.

Bij dergelijke misdrijven is in beginsel een zeer langdurige ontzegging van de rijbevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen aan de orde. De raadsman heeft namens verdachte aangevoerd dat het landsbelang in het geding is als verdachte niet de beschikking heeft over zijn rijbewijs aangezien hij binnen 6 uur op de kazerne moet kunnen zijn. De militaire kamer overweegt hiertoe dat zij in voornoemde omstandigheden geen aanleiding ziet om verdachte slechts een geheel voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorvoertuigen op te leggen. Verdachte kan immers desnoods, gedurende de ook volgens verdachte nog beperkte periode dat deze verplichting in verband met “Oplan 10” nog duurt, op de kazerne overnachten of de hulp van anderen inschakelen. Ook ten aanzien van het door verdachte genoemde woon-werkverkeer buiten die Oplan 10-periode zijn voornoemde of andere alternatieve voorhanden.

De militaire kamer is echter wel van oordeel dat verdachte gedurende de ontzegging van de rijbevoegdheid in staat moet zijn om zijn beroep te kunnen blijven uitoefenen en de daarvoor benodigde opleidingen te volgen zoals de raadsman heeft betoogd.

Gelet op het voorgaande zal de militaire kamer aan verdachte een straf opleggen die in overeenstemming is met de afdoening in vergelijkbare zaken zoals vastgelegd in de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg van Strafsectorvoorzitters (LOVS), met dien verstanden dat een straf wordt opgelegd waarbij, in afwijking met die oriëntatiepunten, het besturen van militaire voertuigen mogelijk blijft. De militaire kamer zal naast een (voorwaardelijke) rijontzegging een werkstraf van na te noemen duur opleggen. Eén en ander brengt met zich mee dat de militaire kamer een lagere straf zal opleggen dan door de officier van justitie is geëist.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht en voorts de artikelen 6, 175, 176, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

8. De beslissing

De militaire kamer, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

het verrichten van een werkstraf gedurende 120 (honderdtwintig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen één (1) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 60 (zestig) dagen.

En voorts

Ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorvoertuigen, bromfietsen daaronder begrepen, voor de duur van 18 (achttien) maanden,

Bepaalt dat van deze ontzegging 18 (achttien) maanden niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit dan wel navolgende bijzondere voorwaarde niet is nagekomen:

Veroordeelde zal gedurende de eerste 12 (twaalf) maanden van de proeftijd geen burgermotorvoertuigen, brom- en snorfietsen daaronder begrepen, besturen en veroordeelde zal in genoemde periode van 12 (twaalf) maanden militaire motorvoertuigen uitsluitend besturen indien en voor zover dit gebeurd in opdracht van zijn commandant.

Aldus gewezen door:

mr. T.P.E.E. van Groeningen, rechter als voorzitter,

mr. A.G. Broek- de Stigter rechter,

kol. mr. B.F.M. Klappe, militair lid,

in tegenwoordigheid van mr. A.F. Hof, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 augustus 2009.