Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BJ4435

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
17-07-2009
Datum publicatie
03-08-2009
Zaaknummer
186079
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aanbestedingsrecht.

Niet is voldaan aan het vereiste dat een besteksvoorwaarde op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze moet zijn geformuleerd, opdat alle behoorlijk geinformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze eis op dezelfde manier interpreteren.

Wetsverwijzingen
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2009/98

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 186079 / KG ZA 09-396

Vonnis in kort geding van 17 juli 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TWENCE B.V.,

gevestigd te Hengelo,

eiseres,

advocaat mr. E.E. Zeelenberg te Enschede,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

REGIO DE VALLEI,

zetelend te Ede,

gedaagde,

advocaten mrs. T.E.P.A. Lam en A.M. Serra te Nijmegen,

waarin heeft gevorderd als tussenkomende partij te worden toegelaten:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VELUWSE AFVAL RECYCLING B.V.,

gevestigd te Voorst,

eiseres in het incident tot tussenkomst,

advocaten mrs. C.H. van Hulsteijn en S. van Voorst te Utrecht.

Partijen zullen hierna respectievelijk Twence, De Vallei en VAR worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties

- de producties van De Vallei

- de incidentele conclusie tot tussenkomst van VAR

- de producties van VAR

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Twence

- de pleitnota van De Vallei

- de pleitnota van VAR

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 2 februari 2009 is De Vallei door verzending van een aankondiging van opdracht (2009/S 25-036323) aan het officiële publicatieorgaan voor Europese aanbestedingen, Tenders Electronic Daily, een Europese openbare aanbestedingsprocedure gestart voor het ‘verwerken huishoudelijk gft van de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen’. In deze aankondiging van opdracht is onder meer het volgende opgenomen:

II.1.5) Korte beschrijving van de opdracht of de aankoop/aankopen:

De verwerking van gft-afval afkomstig van huishoudens door middel van composteren of vergisten.

II.2.1) Totale hoeveelheid of omvang:

25000 ton gft-afval per jaar.

IV.2.1) Gunningscriteria:

Economisch meest voordelige aanbieding, gelet op de onderstaande criteria:

1. Prijs. Weging: 40.

2. Duurzaamheid. Weging: 60.

2.2. Op de onderhavige aanbesteding is het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (BAO) van toepassing verklaard.

2.3. In het bij de onderhavige aanbesteding behorende bestek ‘Verwerken huishoudelijk GFT van de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen’, projectnummer M08B0127, documentnaam M08B0024.r011 (hierna: het bestek), is onder meer het volgende opgenomen:

8 Gunning

8.2 Algemeen

2. De gunning zal plaatsvinden op basis van de economisch meest voordelige aanbieding

waarbij de prijs voor de te gunnen opdracht in combinatie met duurzaamheid op basis

van CO2, CH4 en NOx emissie(-rechten) beoordeeld wordt.

3. Inschrijvers geeft een verwerkingsprijs af voor:

a. Een prijs per ton te verwerken gft-afval voor het achtjarige contract met als

ingangsdatum 1 januari 2010 en/of,

b. Een prijs per ton te verwerken gft-afval voor het achtjarige contract met als

ingangsdatum 1 januari 2011.

5. Inschrijvers kunnen alleen inschrijven met de methode van composteren of met de

methode van vergisten + composteren. Een inschrijving waarbij bijvoorbeeld de helft

van het gft-afval gecomposteerd wordt en de andere helft vergist + gecomposteerd is niet

toegestaan.

6. Als naast het GFT van de Aanbestedende Dienst nog GFT van andere opdrachtgevers

wordt verwerkt, dan wordt ervan uitgegaan dat het GFT zo wordt bewerkt als gemiddeld

van toepassing is voor al het GFT dat wordt aangevoerd op de betreffende locatie.

8. Alle te verstrekken gegevens moeten op inzichtelijke wijze onderbouwd kunnen worden

met gegevens uit de bedrijfsadministratie en energieboekhouding van de inschrijver. (…)

9. Regio De Vallei behoudt zich het recht voor gedeeltelijk of in zijn geheel terug te vallen

op de standaardwaarden zoals bepaald in 8.4.1 als de gegevens onaannemelijk zijn.

8.3 Beoordelingssystematiek van de inschrijving

1. Regio De Vallei beoordeelt de inschrijvingen op vier punten:

a. Inschrijfprijs;

b. Transportafstand en daarmee samenhangende kosten;

c. Duurzaamheidsaspecten:

c1. Transport;

c2. Verwerking.

2. De inschrijfprijs (1) wordt per inschrijver gecorrigeerd tot een fictieve prijs, zoals opgenomen in de inschrijfstaat, bijlage drie. (…)

8.6 Verwerking

Onder verwerking wordt het klimaatrendement van de volgende mogelijkheden beoordeeld:

• composteren;

• vergisten + composteren.

Aan bovengenoemde methoden kan een klimaatrendement worden toegekend met behulp van gegevens over het energieverbruik van de inrichting en de kwaliteit van de productie die de inrichting oplevert. In deze aanbesteding kan de directie van de aanbesteding standaardwaarden hanteren, maar wordt inschrijvers ook de mogelijkheid geboden zelf gegevens aan te leveren. (…)

8.7 Mogelijkheden variabele waarden

Inschrijvers hebben de mogelijkheid zelf waarden aan te dragen waarmee de directie van aanbesteding kan berekenen wat het klimaatrendement is van hun verwerkingsmethode. Hierna worden de prestatie-indicatoren gedefinieerd.

(…)

8.8 Aanleveren variabele waarden

Indien een inschrijver kiest voor het aanleveren van eigen gegevens (§ 8.5) dan moeten de aan te leveren gegevens aannemelijk gemaakt worden. Daarom moeten deze gegevens vergezeld worden van rapporten waarmee de directie van aanbesteding deze gegevens kan verifiëren. Deze meetrapporten dienen waar van toepassing opgesteld te zijn conform de geldende normen.

Regio de Vallei behoudt zich het recht voor gedeeltelijk of in zijn geheel terug te vallen op de standaardwaarden zoals bepaald in 8.4.1 en in de rechterkolom in onderstaande tabel als de gegevens onaannemelijk zijn.

2.4. Op 17 maart 2009 is een Nota van Inlichtingen en een aanvulling op de Nota van Inlichtingen verschenen. In de Nota van Inlichtingen zijn ten aanzien van paragraaf 8.2.5 van het bestek de volgende twee vragen gesteld:

44 De zinsnede ‘Een inschrijving waarbij …. is niet toegestaan.’ is niet volkomen duidelijk. Deze lijkt ook tegenstrijdig met punt 6 van dit artikel. Indien een verwerker zowel gft composteert als vergist + composteert moet deze toch gewoon kunnen inschrijven? Punt 6 geeft toch ook aan dat de berekening van het gemiddelde moet uitgaan.

45 8.2.5 inschrijvers kunnen alleen inschrijven met de methode van composteren of met de methode vergisten + composteren. Een inschrijving waarbij bijvoorbeeld de helft van het gft-afval gecomposteerd wordt en de andere helft vergist + gecomposteerd is niet toegestaan.

Vraag: Wij zijn van mening dat 1 ton GFT niet 100% vergist kan worden en dat hierdoor altijd sprake zal zijn van een vorm van voorscheiding. T-fractie (en zand fractie) zal namelijk niet vergist kunnen worden en T-fractie zal in de praktijk gecomposteerd worden. Zijn soortgelijke verwerkingsstappen niet toegestaan? D.w.z. dat huidige vergistingssystemen niet voor de optie vergisten + composteren beschikbaar zijn.

welke in diezelfde Nota van Inlichtingen als volgt zijn beantwoord:

44 Artikel 8.2.5 is opgesteld om de manier waarop berekening van het klimaateffect van een verwerkingsmethodiek plaatsvindt te verduidelijken. Een verwerker die op zijn locatie zowel composteert als vergist mag inschrijven. Regio De Vallei stelt wel als eis dat al haar gft-afval ófwel gecomposteerd wordt, ófwel vergist + gecomposteerd wordt. De inschrijvingen worden vervolgens beoordeeld op ófwel composteren, ófwel vergisten + composteren op de manier zoals aangegeven in de paragrafen 8.6 t/m 8.7

45 Dergelijke bewerkingsstappen zijn toegestaan. In de standaardwaarden is uitgegaan van dergelijke bewerkingsstappen. Conform paragraaf 8.7 kunnen inschrijvers aangeven hoe de rendementen van hun installaties zijn en (dus) hoeveel gft-afval daadwerkelijk gecomposteerd en vergist + gecomposteerd wordt.

2.5. De aanbesteding is in opdracht van De Vallei begeleid door MWH B.V. te Arnhem (hierna: MWH).

2.6. Twence heeft, evenals VAR, tijdig haar inschrijving bij MWH ingediend.

2.7. Op 30 maart 2009 heeft de aanbesteding plaatsgevonden en is MWH overgegaan tot het openen van de inschrijvingsbiljetten. Twence heeft de laagste prijs geoffreerd. Van een en ander is een proces-verbaal van aanbesteding, d.d. 2 april 2009, opgemaakt.

2.8. Bij brief van 3 juni 2009 heeft de heer [betrokkene], projectleider van MWH, namens De Vallei onder meer het volgende aan de heer [betrokkene 2] van Twence bericht:

Hierbij deel ik u mee dat de opdracht die het onderwerp is van bovengenoemde aanbesteding niet aan uw organisatie zal worden gegund.

Uit de ontvangen offertes is die van VAR geselecteerd. Deze organisatie heeft voldoende aangetoond over de nodige ervaring en deskundigheid te beschikken en bood verder een goede prijs/duurzaamheidsverhouding. De aanbieding van deze organisatie is dan ook aangemerkt als de economisch meest voordelige aanbieding.

In vergelijking met de aanbieding van de VAR is uw aanbieding gepositioneerd zoals weergegeven in navolgende tabel. De scores zijn tot stand gekomen overeenkomstig hoofdstuk acht van het bestek.

Percelen Score van uw Score van de

inschrijving inschrijving van VAR

Prijs (verwerking 4,00 3,48

en transport)

Duurzaamheid 4,34 6,00

Totaal 8,34 9,48

2.9. In vervolg op voornoemde brief heeft MWH bij brief van 12 juni 2009 aan Twence een toelichting gegeven op de scores voor duurzaamheid. Deze brief luidt voor zover van belang als volgt:

CO2 productie (kg/jaar) Score Twence Score VAR

Transport 215.263 93.713

Verwerking gft-afval -6.860.900 -7.638.225

Totaal -6.645.638 -7.544.512

Prijs CO2 productie (€/jaar) -€ 199.369 -€ 226.335

In vergelijking met de aanbieding van de VAR is uw aanbieding gepositioneerd zoals weergegeven in voorgaande tabel. Op basis van de prijs van CO2 productie per jaar hebben wij de scores overeenkomstig hoofdstuk acht van het bestek berekend.

Deze scores zijn vervolgens opgenomen in onze brief van 3 juni.

3. Het geschil

3.1. Twence vordert na wijziging van eis, die door de voorzieningenrechter wordt toegestaan en waarover hieronder bij de beoordeling meer, dat De Vallei op straffe van een dwangsom:

primair

wordt verboden de opdracht onder de lopende aanbestedingsprocedure te gunnen aan een ander dan aan Twence,

subsidiair

wordt verboden de opdracht te gunnen anders dan na herbeoordeling van de inschrijvingen, welke herbeoordeling alsdan plaatsvindt overeenkomstig de inhoud van dit vonnis,

dan wel

wordt geboden de opdracht door middel van een voldoende kenbaar gemaakte aanbestedingsprocedure opnieuw aan te besteden.

Voorts vordert Twence dat De Vallei wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure.

3.2. Twence legt op grond van haar dagvaarding - kort gezegd - het volgende aan haar vordering ten grondslag. In de eerste plaats heeft VAR een niet-besteksconforme inschrijving gedaan. VAR heeft volgens Twence namelijk in haar inschrijving onjuiste informatie verschaft over de energetische waarde van haar verwerkingsinstallatie. Volgens Twence leidt dit ertoe dat de inschrijving van VAR als ongeldig terzijde dient te worden gelegd. Daarnaast is het voorzienbaar dat VAR tekort zal gaan schieten in de nakoming van de opdracht, omdat zij onvoldoende verwerkingscapaciteit heeft. Dit kan worden afgeleid uit het feit dat de installatie van VAR een verwerkingscapaciteit heeft van 60.000 ton GFT-afval per jaar, terwijl VAR naast de onderhavige opdracht reeds contracten heeft gesloten voor het verwerken van GFT-afval met de provincie Utrecht voor 100.000 ton per jaar en met de regio Stedenhoek voor 40.000 ton per jaar. Volgens Twence betekent dit dat VAR in het geheel geen verwerkingscapaciteit meer beschikbaar zal hebben voor het GFT-afval van De Vallei. Ook om deze reden is de inschrijving van VAR niet aanvaardbaar en dient zij als ongeldig terzijde te worden gelegd.

Subsidiair stelt Twence dat de opdrachtverlening aan VAR onrechtmatig is jegens Twence. Omdat de door VAR verstrekte gegevens op het onderdeel ‘verwerking GFT-afval’ onjuist zijn, had De Vallei bij de beoordeling van de inschrijving van VAR op dit onderdeel conform paragraaf 8.8 van het bestek moeten terugvallen op haar eigen standaardwaarden, hetgeen zou hebben geleid tot beduidend slechtere waarden dan de waarden van de inschrijving van Twence. Alsdan zou niet VAR, maar Twence als economisch meeste voordelige inschrijver uit de bus zijn gekomen.

3.3. VAR vordert dat:

a. zij als tussenkomende partij wordt toegelaten, dan wel dat zij als gevoegde partij aan de zijde van De Vallei wordt toegelaten, een en ander met veroordeling van Twence in de kosten van het incident,

b. Twence in de hoofdzaak niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vorderingen, dan wel dat die vorderingen worden afgewezen,

c. De Vallei in de hoofdzaak wordt geboden het gunningsvoornemen ongewijzigd te laten en over te gaan tot het sluiten van een overeenkomst met VAR,

d. Twence in de hoofdzaak wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen de nakosten, met bepaling dat deze kosten binnen twee weken na dagtekening van dit vonnis aan VAR moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan Twence zonder nadere aankondiging over die kosten wettelijke rente zal zijn verschuldigd.

3.4. In de kern voert VAR daarvoor aan dat zij juiste gegevens heeft verstrekt in haar inschrijving, zodat zij besteksconform en dus geldig heeft ingeschreven. Omdat de inschrijving van VAR de economisch meest voordelige is gebleken, heeft zij ook recht op gunning van de opdracht.

3.5. De Vallei voert gemotiveerd verweer waarop, voor zover van belang, hierna zal worden ingegaan.

4. De beoordeling

in het incident tot tussenkomst

4.1. Twence en De Vallei hebben geen verweer gevoerd tegen de tussenkomst van VAR en bovendien heeft VAR een rechtstreeks en in rechte te erkennen belang om als tussenkomende partij in het geding te komen, omdat VAR de inschrijver is aan wie de onderhavige opdracht voorlopig is gegund. Daarom zal VAR, overeenkomstig haar vordering sub a (eerste deel), worden toegelaten als tussenkomende partij.

4.2. De vordering van VAR om Twence in de kosten van het incident te veroordelen zal worden toegewezen. Deze kosten worden daarbij begroot op nihil.

in de hoofdzaak

4.3. Het spoedeisend belang van Twence en VAR bij hun vorderingen vloeit voort uit de stellingen van partijen.

4.4. Vaststaat dat zowel de inschrijving van Twence als die van VAR is gebaseerd op de verwerkingsmethodiek ‘vergisten + composteren’, zoals is opgenomen in paragraaf 8.2.5 van het bestek (zie 2.3). Ter zitting is gebleken dat in dit kader de inschrijving van VAR aldus moet worden opgevat dat zij van het aangeleverde GFT-afval parallel 30% vergist + composteert en 70% uitsluitend composteert. De Vallei heeft daarbij nog opgemerkt dat VAR met name om deze reden beter heeft gescoord dan Twence. Vervolgens is ter zitting de discussie ontstaan of deze wijze van inschrijven door VAR wel in overeenstemming is met de aanbestedingsdocumenten, met name het bestek, en of paragraaf 8.2.5 van het bestek in dit verband voor iedere potentiële inschrijver voldoende duidelijk was. Omdat deze discussie in feite de vraag doet opwerpen of er in de onderhavige aanbestedingsprocedure wel sprake is (geweest) van een eerlijke en daadwerkelijke mededinging - een van de wezenlijke kenmerken van het aanbestedingsrecht - zal de voorzieningenrechter eerst hierop ingaan alvorens (eventueel) in te gaan op de in de dagvaarding door Twence naar voren gebrachte punten.

4.5. Volgens de jurisprudentie van het HvJ EG moet een aanbestedende dienst, wat openbare inschrijvingen betreft, het beginsel van gelijke behandeling van de inschrijvers respecteren. Dat beginsel beoogt de ontwikkeling van een gezonde en daadwerkelijke mededinging tussen de aan een overheidsopdracht deelnemende ondernemingen te bevorderen en vereist dat alle inschrijvers bij het opstellen van het in hun offertes gedane voorstel dezelfde kansen krijgen. Het betekent dus dat voor alle mededingers dezelfde voorwaarden moeten gelden. Het transparantiebeginsel heeft in essentie ten doel te waarborgen dat elk risico van favoritisme en willekeur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen. Het impliceert dat alle voorwaarden en modaliteiten in het bestek worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze opdat, enerzijds, alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde manier interpreteren, en anderzijds, de aanbestedende dienst in staat is om metterdaad na te gaan of de offertes van de inschrijvers beantwoorden aan de criteria welke op de betrokken opdracht van toepassing zijn (vgl. HvJ EG 29 april 2004, zaak C-496/99 P (Succhi di Frutta)). De voorzieningenrechter overweegt het volgende.

4.6. Mede gelet op het verhandelde ter zitting is De Vallei kennelijk van mening dat het in het kader van de verwerkingsmethodiek ‘vergisten + composteren’ ook mogelijk is een inschrijving te doen waarbij slechts een deel van het aangeleverde GFT-afval wordt vergist en het andere deel parallel wordt gecomposteerd. Hiervoor is onder 4.4 reeds aangegeven dat VAR op deze wijze heeft ingeschreven. Voorshands geoordeeld lijkt het bepaalde in paragraaf 8.2.5 van het bestek evenwel iets anders aan te duiden. Op grond van die bepaling kunnen inschrijvers alleen inschrijven “met de methode van composteren of met de methode van vergisten + composteren. Een inschrijving waarbij bijvoorbeeld de helft van het gft-afval gecomposteerd wordt en de andere helft vergist + gecomposteerd is niet toegestaan.” Bovendien is in artikel II.I.5 van de aankondiging van opdracht als korte omschrijving van de opdracht opgenomen: “De verwerking van gft-afval afkomstig van huishoudens door middel van composteren of vergisten.” Hieruit kan, anders dan De Vallei kennelijk van mening is, worden afgeleid dat wanneer een inschrijver kiest voor de verwerkingsmethode ‘vergisten + composteren’, al het aangeleverde GFT-afval eerst moet worden vergist voordat het wordt gecomposteerd en dat deels composteren en deels vergisten + composteren niet is toegestaan. Daarbij komt dat het antwoord van De Vallei op de vragen 44 en 45 van de Nota van Inlichtingen geen duidelijk beeld geeft van hoe het bepaalde in paragraaf 8.2.5 van het bestek dient te worden verstaan. Dit zou betekenen dat de gekozen methode van VAR niet is toegestaan. Opgemerkt dient echter te worden dat genoemde bepalingen een dergelijke handelwijze ook niet volstrekt ondubbelzinnig uitsluiten, mede gelet op het standpunt van De Vallei. In ieder geval is ter zitting komen vast te staan dat alle inschrijvers hebben gekozen voor de verwerkingsmethodiek ‘vergisten + composteren’ en dat er naast VAR nog één andere inschrijver heeft ingeschreven met een combinatie van vergisten óf composteren van GFT-afval. Twence daarentegen heeft gekozen voor het vergisten van al het aangeleverde GFT-afval voordat het wordt gecomposteerd.

4.7. Op grond van deze feiten en omstandigheden is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet volstrekt duidelijk of in het kader van de verwerkingsmethodiek ‘vergisten + composteren’ een combinatie van vergisten óf composteren van GFT-afval is toegestaan. Gebleken is immers dat de inschrijvers de bestekseis van paragraaf 8.2.5 op verschillende wijzen hebben geïnterpreteerd, terwijl de aanbestedingsstukken op dit punt niet eenduidig en helder (lijken te) zijn. Daarmee is niet voldaan aan het vereiste dat een besteksvoorwaarde op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze moet zijn geformuleerd, opdat alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze eis op dezelfde manier interpreteren. Dat Twence op dit punt geen vragen heeft gesteld, kan haar niet worden tegengeworpen, omdat, zo heeft zij aangevoerd, het voor haar duidelijk was wat in het kader van de verwerkingsmethodiek ‘vergisten + composteren’ was toegestaan.

4.8. Reeds hierom moet voorshands worden geoordeeld dat in de onderhavige aanbestedingsprocedure de algemene beginselen van aanbestedingsrecht, met name die van objectiviteit en transparantie, niet in acht zijn genomen. Van een behoorlijke aanbestedingsprocedure is onder de geschetste omstandigheden geen sprake. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding de ter zitting door Twence ingestelde vordering tot heraanbesteding toe te wijzen, in voege zoals hierna is aangegeven. Dit betekent ook dat de overige door partijen naar voren gebrachte stellingen verder onbesproken kunnen blijven.

4.9. De Vallei en VAR hebben bezwaar gemaakt tegen de vordering tot heraanbesteding van Twence, omdat zij eerst ter zitting na re- en dupliek is ingesteld, hetgeen volgens hen in strijd is met de goede procesorde. Dit verweer wordt verworpen. In de eerste plaats noodzaakte het aanvankelijke debat tussen partijen niet het instellen van een vordering tot heraanbesteding. Dit werd pas anders, nadat ter zitting als verklaring voor de afwijkende score van VAR boven water kwam dat zij een mix van composteren en vergisten + composteren heeft aangeboden en vervolgens bij re- en dupliek discussie was ontstaan over de vraag of de wijze van inschrijven door VAR in overeenstemming is met de aanbestedingsdocumenten en of paragraaf 8.2.5 van het bestek in dit verband voor iedere potentiële inschrijver voldoende duidelijk was. Voorts zijn De Vallei en VAR in de gelegenheid gesteld om op de eiswijziging van Twence te reageren en hebben zij dit vervolgens ook gedaan. Ten slotte is niet gebleken dat De Vallei en VAR op enige (andere) wijze in hun belangen zijn geschaad.

4.10. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om aan de toe te wijzen vordering een dwangsom te koppelen. Er zijn geen aanwijzingen dat De Vallei dit rechterlijk oordeel niet zal naleven.

4.11. De Vallei zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van Twence worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Twence worden begroot op:

- dagvaarding € 72,25

- vast recht € 262,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal € 1.150,25

4.12. Nu De Vallei tot heraanbesteding van de opdracht dient over te gaan, moeten de vorderingen van VAR, zoals hiervoor onder 3.3. sub b, c en d weergegeven, worden afgewezen. VAR zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van Twence en De Vallei worden veroordeeld. Gezien de samenhang met de procedure tussen Twence en De Vallei zullen de proceskosten in de door VAR gevoerde procedure op nihil worden gesteld.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

in het incident tot tussenkomst

5.1. laat VAR toe als tussenkomende partij in het kort geding van Twence tegen De Vallei,

5.2. veroordeelt Twence in de proceskosten in het incident tot tussenkomst, aan de zijde van VAR tot op heden begroot op nihil,

in de hoofdzaak

5.3. verbiedt De Vallei de opdracht onder de lopende aanbesteding te gunnen en gebiedt De Vallei de opdracht voor het ‘verwerken van huishoudelijk GFT van de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen’ door middel van een voldoende kenbaar gemaakte aanbestedingsprocedure opnieuw aan te besteden, met inachtneming van de beginselen van het aanbestedingsrecht en de toepasselijke aanbestedingsregels, voor zover de gemeente de onderhavige opdracht alsnog wenst te gunnen,

5.4. veroordeelt De Vallei in de proceskosten van Twence, tot op heden begroot op € 1.150,25,

5.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6. weigert het meer of anders gevorderde,

5.7. wijst de vorderingen van VAR af,

5.8. veroordeelt VAR in de proceskosten van Twence en De Vallei, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. van Gameren op 17 juli 2009.