Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BJ4432

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
08-07-2009
Datum publicatie
03-08-2009
Zaaknummer
185948
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

In dit kort geding gaat het om de vraag of het door Deltatechniek ten laste van Cobotec gelegde conservatoir derdenbeslag dient te worden opgeheven.

Onder de hiervoor geschetste feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang

bezien, bestaat er aanleiding om bij de beoordeling van de vraag of het gelegde beslag dient te worden opgeheven aansluiting te zoeken bij de criteria die worden gehanteerd bij het beoordelen van de vraag of de executie van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard veroordelend vonnis dient te worden geschorst. De voorzieningenrechter sluit op dit punt aan bij hetgeen de voorzieningenrechter te Zwolle daaromtrent heeft overwogen (Voorzieningenrechter Zwolle 24 mei 2006, NJF 2006, 588).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2009, 412
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 185948 / KG ZA 09-381

Vonnis in kort geding van 8 juli 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COBETEC VEENENDAAL - ROTTERDAM B.V.,

gevestigd te Veenendaal,

eiseres,

advocaat mr. J.J.H. Post te Barneveld,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DELTATECHNIEK VEENENDAAL B.V.,

gevestigd te Veenendaal,

gedaagde,

advocaat mr. R.A. van Huussen te Veenendaal.

Partijen zullen hierna Cobetec en Deltatechniek worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties

- de producties van Deltatechniek

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Cobetec

- de pleitnota van Deltatechniek.

1.2. Vanwege de spoedeisendheid van de zaak is daarin op 8 juli 2009 vonnis gewezen. Hierna zullen de overwegingen van dat vonnis worden gegeven.

2. De feiten

2.1. Cobetec is een detacheringsbureau voor elektromonteurs. Zij stelt deze elektromonteurs (in vaste of tijdelijke dienst) aan derden ter beschikking.

2.2. Cobetec en Deltatechniek hebben op 3 april 2008 een overeenkomst gesloten voor de levering van elektromonteurs door Cobetec aan Deltatechniek ten behoeve van 12 in de overeenkomst genoemde projecten van Stichting Idealis te Wageningen voor het binnen haar complexen, te weten circa 3500 studentenwoningen in Wageningen, vernieuwen van de verouderde elektrotechnische installaties en aanpassing daarvan aan de huidge NEN1010 wetgeving.

2.3. In april 2008 is Cobetec met de werkzaamheden gestart.

2.4. Bij brief van 19 februari 2009 heeft Deltatechniek de overeenkomst met Cobetec opgezegd tegen 20 maart 2009 in verband met klachten over de door Cobetec verrichte werkzaamheden.

2.5. Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van de voorzieningenrechter te Utrecht van 27 mei 2009 is Deltatechniek veroordeeld om aan Cobetec te betalen - kort gezegd - een bedrag van € 145.626,00, vermeerderd met wettelijke handelsrente, ter zake van achterstallige facturen in verband met de tussen partijen gesloten overeenkomst. Voorts is in dit vonnis voor zover van belang het volgende overwogen:

4.3 Deltatechniek stelt evenwel dat zij vooralsnog niet tot betaling gehouden is. Zij

stelt zich op het standpunt dat Cobetec ernstig is tekort geschoten in de nakoming van de

overeenkomst en dat Deltatechniek daardoor schade lijdt. (…) De schade begroot zij hiervoor op EUR 103.860,--. (…) Deltatechniek meent dat zij gerechtigd is om de betaling van de facturen op te schorten totdat Cobetec alsnog heeft zorg gedragen voor het herstel. (…)

4.5 De vordering van Deltatechniek is door Cobetec gemotiveerd betwist. Cobetec is pas ter zitting de mogelijkheid geboden, en zelfs gesommeerd, om eventuele mankementen te verhelpen. De monteurs zijn eerder niet toegelaten door Deltatechniek. Bovendien heeft Deltatechniek, tegen het licht van de betwisting, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er daadwerkelijk ernstige fouten zijn gemaakt en dat het de monteurs van Deltatechniek zijn geweest die onzorgvuldig met de datakabels zijn omgegaan. Aldus is de voorzieningenrechter van oordeel dat vooralsnog geen sprake is van een vordering waarvan de verschuldigdheid en de omvang in overwegende mate vaststaan. Hiertoe is nader onderzoek nodig, waarvoor in kort geding geen ruimte is. Deltatechniek mag zich daarom niet beroepen op opschorting.

2.6. Nadat Cobetec het vonnis via de deurwaarder heeft laten betekenen aan Deltatechniek, is Deltatechniek op 11 juni 2009 overgegaan tot betaling van een bedrag van € 154.359,51 (bestaande uit hoofdsom, rente en kosten) op de derdenrekening van Stichting Beheer Derdengelden Post Advocaten te Barneveld.

2.7. Eveneens op 11 juni 2009 heeft Deltatechniek na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 8 juni 2009 ten laste van Cobetec voor een bedrag van € 175.000,00 conservatoir derdenbeslag doen leggen onder voornoemde stichting.

2.8. Op 23 juni 2009 heeft Deltatechniek hoger beroep ingesteld tegen het kort gedingvonnis van 27 mei 2009. Dit hoger beroep dient voor het eerst op 29 september 2009.

2.9. Op 29 juni 2009 heeft Cobetec Deltatechniek in een bodemprocedure voor de rechtbank te Utrecht gedagvaard. In deze bodemprocedure - de eerst dienende dag is 8 juli 2009 - vordert Cobetec - kort gezegd - betaling van een bedrag van € 125.077,92 voor het restant van de facturen die niet op 27 mei 2009 door de voorzieningenrechter zijn toegewezen en een bedrag van € 608.177,65 voor schade in verband met de tussentijdse opzegging van de overeenkomst door Deltatechniek.

3. Het geschil

3.1. Cobetec vordert:

1. primair: opheffing van het op 11 juni 2009 ten laste van Cobetec namens Deltatechniek gelegde conservatoir derdenbeslag,

subsidiair: dat Deltatechniek wordt veroordeeld tot schriftelijke opheffing van dat beslag, binnen 24 uur na afgiftedatum van dit vonnis, met bepaling dat bij niet-voldoening aan deze veroordeling dit vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte verklaring van Deltatechniek strekkende tot opheffing van het beslag,

2. dat Deltatechniek op straffe van een dwangsom wordt verboden opnieuw ter zake van een schadevordering als vermeld in het verleende verlof van 8 juni 2009 jegens Cobetec conservatoir beslag te leggen,

3. dat Deltatechniek wordt veroordeeld in de kosten van dit geding, vermeerderd met wettelijke rente en nakosten.

3.2. Cobetec legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. Het kort gedingvonnis van 27 mei 2009 was bekend op het moment van indiening van het beslagrekest door Deltatechniek. Op grond van artikel 21 Rv had Deltatechniek dan ook in het beslagrekest melding moeten maken van dat vonnis, waarin onder meer het beroep van Deltatechniek op opschorting en verrekening met haar schade niet is gehonoreerd. Door dit vonnis niet in het beslagrekest te vermelden, is het onderhavige beslag aan te merken als een verkapt eigenbeslag met het doel de executie van het vonnis van 27 mei 2009 te frustreren. Daarmee is het derdenbeslag volgens Cobetec vexatoir. Voorts heeft Deltatechniek tot op heden niet geconcretiseerd waaruit haar vermeende schade bestaat. Aldus is volgens Cobetec summierlijk gebleken van de ondeugdelijkheid van het door Deltatechniek ingeroepen recht. Ten slotte dient ook een belangenafweging in het voordeel van Cobetec uit te vallen.

3.3. Deltatechniek voert gemotiveerd verweer waarop, voor zover van belang, hierna zal worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het spoedeisend belang vloeit voort uit de stellingen van Cobetec.

4.2. In dit kort geding gaat het om de vraag of het door Deltatechniek ten laste van Cobetec gelegde conservatoir derdenbeslag dient te worden opgeheven. Daarbij is het volgende van belang.

4.3. Uit het vonnis van de voorzieningenrechter te Utrecht van 27 mei 2009 blijkt onder

meer dat Deltatechniek geen eis in reconventie heeft ingesteld. Zij heeft slechts verweer gevoerd tegen de door Cobetec ingestelde vordering, inhoudende (onder meer) betaling van een bedrag van € 249.247,74 ter zake van achterstallige facturen. Volgens Deltatechniek was zij niet gehouden te betalen, omdat Cobetec ernstig tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst, waardoor zij, Deltatechniek, schade heeft geleden. De voorzieningenrechter heeft het beroep van Deltatechniek op een opschortingsrecht gewogen en verworpen, een en ander zoals hiervoor onder 2.5 is weergegeven. De vordering van Cobetec is vervolgens deels toegewezen. Nadat het vonnis door de deurwaarder aan Deltatechniek is betekend, heeft Deltatechniek het toegewezen bedrag (hoofdsom, rente en kosten) op de derdenrekening van de advocaat van Cobetec voldaan, onmiddellijk gevolgd door beslaglegging op die rekening. Vaststaat verder dat Deltatechniek in het beslagrekest geen melding heeft gemaakt van het vonnis van 27 mei 2009. Voorts blijkt uit het beslagrekest dat Deltatechniek haar vordering (vooralsnog) heeft begroot op € 150.000,00 á € 200.000,00, terwijl zij korte tijd daarvoor - zo blijkt uit rechtsoverweging 4.3 van het vonnis van 27 mei 2009 - haar schade nog begrootte op ruim

€ 103.000,00. Uiteindelijk is voor een bedrag van € 175.000,00 beslag gelegd. Hiertegenover staat dat Deltatechniek tot op heden een deel van de door Cobetec verzonden facturen (ruim € 122.000,00) onbetaald heeft gelaten. Verder is het verzoek tot verlof tot het leggen van beslag toegestaan met de bepaling dat de eis in de hoofdzaak dient te worden ingesteld binnen 28 dagen na beslaglegging. Gelet op de datum van beslaglegging (11 juni 2009) verloopt deze termijn op 9 juli 2009. Vaststaat dat Deltatechniek tot op heden, 3 juli 2009, geen procedure tegen Cobetec aanhangig heeft gemaakt. Ter zitting heeft de advocaat van Deltatechniek aangegeven dat er ook nog geen conceptdagvaarding is opgesteld.

4.4. Onder de hiervoor geschetste feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang

bezien, bestaat er aanleiding om bij de beoordeling van de vraag of het gelegde beslag dient te worden opgeheven aansluiting te zoeken bij de criteria die worden gehanteerd bij het beoordelen van de vraag of de executie van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard veroordelend vonnis dient te worden geschorst. De voorzieningenrechter sluit op dit punt aan bij hetgeen de voorzieningenrechter te Zwolle daaromtrent heeft overwogen (Voorzieningenrechter Zwolle 24 mei 2006, NJF 2006, 588). Het komt derhalve neer op de vraag of het vonnis van 27 mei 2009 klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust, dan wel of op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten de tenuitvoerlegging daarvan klaarblijkelijk aan de zijde van Deltatechniek een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard. Indien deze vraag ontkennend wordt beantwoord, heeft Deltatechniek door het beslag te leggen in beginsel misbruik gemaakt van haar bevoegdheid om beslag te leggen. Het gevolg van het namens Deltatechniek gelegde conservatoir derdenbeslag is immers dat Cobetec niet kan beschikken over het bedrag dat door Deltatechniek ingevolge het vonnis van 27 mei 2009 is betaald. Door beslag te leggen direct nadat het door Deltatechniek te betalen bedrag was overgemaakt op de derdenrekening van de advocaat van Cobetec, kon Deltatechniek bewerkstelligen dat dit bedrag door het beslag zou worden getroffen. Aldus was het effect van het derdenbeslag dat het voldoen aan het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis van de voorzieningenrechter te Utrecht werd geblokkeerd, terwijl, naar moet worden aangenomen, de voorzieningenrechter te Utrecht ervan is uitgegaan dat het bestaan en de omvang van de vordering van Cobetec in hoge mate aannemelijk is, dat Cobetec zwaarwegend spoedeisend belang heeft bij een executoriale titel te dien aanzien en dat het restitutierisico is meegewogen.

4.5. Dat er in het onderhavige geval sprake is van na het gewezen vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten die klaarblijkelijk aan de zijde van Deltatechniek een noodtoestand doen ontstaan, is gesteld noch gebleken. Evenmin is gesteld of gebleken dat het vonnis van de voorzieningenrechter van 27 mei 2009 op een juridische misslag berust.

4.6. Resteert de vraag of het vonnis op een feitelijke misslag berust. Volgens Deltatechniek bestaat de feitelijke misslag hierin dat, anders dan waarvan de voorzieningenrechter te Utrecht ‘vooralsnog’ is uitgegaan, uit de thans voorhanden zijnde en in het geding gebrachte adviesrapportage van Elektroraad Ontwerp BV, d.d. 30 juni 2009, blijkt dat Cobetec wel degelijk fouten heeft gemaakt tijdens de uitvoering van de werkzaamheden en dat derhalve haar betwistingen ter zake feitelijk onjuist waren en dat Deltatechniek wel voor hoge kosten staat om de gemaakte fouten in orde te maken, die Cobetec ondanks daartoe strekkende sommatie niet wenst te herstellen.

4.7. Voorshands geoordeeld is dit niet een feitelijke misslag waar het volgens vaste jurisprudentie om dient te gaan. Genoemd adviesrapport van Elektroraad dient slechts ter ondersteuning van reeds bekende feiten. In de procedure die heeft geleid tot het vonnis van 27 mei 2009 stelde Deltatechniek immers ook al dat Cobetec fouten heeft gemaakt tijdens de uitvoering van de werkzaamheden en dat Deltatechniek als gevolg daarvan schade heeft geleden. De gestelde misslag is dan ook niet gebaseerd op argumenten die nog niet bekend waren ten tijde van het wijzen van het vonnis. Ter zitting heeft Deltatechniek ook aangegeven dat de voorzieningenrechter te Utrecht op basis van de toen bekende feiten op juiste gronden tot zijn oordeel heeft kunnen komen. Bovendien is in dit kader nog van belang dat Cobetec het adviesrapport van Elektroraad ter zitting gemotiveerd heeft betwist.

4.8. Een en ander leidt tot de conclusie dat, nu er vooralsnog geen sprake is van een feitelijke misslag, Deltatechniek met het gelegde conservatoir derdenbeslag in beginsel misbruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid beslag te leggen. Het primair gevorderde onder 3.1 sub 1 ligt daarmee voor toewijzing gereed.

4.9. Het onder 3.1 sub 2 gevorderde verbod om ter zake van dezelfde pretense vordering opnieuw ten laste van Cobetec beslag te leggen, is volgens vaste jurisprudentie slechts in uitzonderlijke gevallen op zijn plaats. Het staat immers in beginsel een ieder vrij om van de door de wet geboden middelen tot bewaring van zijn recht gebruik te maken. Wel is er aanleiding om Deltatechniek op straffe van een dwangsom zoals hierna aan te geven te gebieden, telkens wanneer zij zich ter zake van de door haar gepretendeerde vordering ten aanzien van het tekortschieten door Cobetec in de nakoming van haar verplichtingen voortvloeiend uit de tussen partijen gesloten overeenkomst tot een voorzieningenrechter wendt met een verzoek tot beslaglegging ten aanzien van enig vermogensbestanddeel van Cobetec, deze voorzieningenrechter in het desbetreffende verzoekschrift op de hoogte te stellen van de onderhavige beslissing en de beslissing van de voorzieningenrechter te Utrecht van 27 mei 2009, door een kopie daarvan bij het verzoekschrift over te leggen.

4.10. Deltatechniek zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Cobetec worden begroot op:

- dagvaarding € 72,25

- vast recht € 262,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal € 1.150,25

De gevorderde nakosten zullen voor wat betreft het procureurssalaris worden toegewezen nu zij zijn begroot volgens het liquidatietarief rechtbanken en hoven en niet zijn bestreden. De gevorderde deurwaarderskosten van betekening zullen worden toegewezen onder de voorwaarde dat zij inderdaad gemaakt zullen zijn.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. heft op het op 11 juni 2009 ten laste van Cobetec namens Deltatechniek gelegde conservatoir derdenbeslag, zoals nader omschreven in het exploit van deurwaarder Renkema & Partners B.V., d.d. 11 juni 2009, krachtens verlof van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 8 juni 2009,

5.2. gebiedt Deltatechniek om, telkens wanneer zij zich ter zake van de door haar gepretendeerde vordering ten aanzien van het tekortschieten door Cobetec in de nakoming van haar verplichtingen voortvloeiend uit de tussen partijen gesloten overeenkomst tot een voorzieningenrechter wendt met een verzoek tot beslaglegging ten aanzien van enig vermogensbestanddeel van Cobetec, deze voorzieningenrechter in het desbetreffende verzoekschrift op de hoogte te stellen van de onderhavige beslissing en de beslissing van de voorzieningenrechter te Utrecht van 27 mei 2009, door een kopie daarvan bij het verzoekschrift over te leggen,

5.3. veroordeelt Deltatechniek om, ingeval zij niet aan de veroordeling onder 5.2 voldoet, aan Cobetec een dwangsom te betalen van € 25.000,00 per keer, met een maximum van € 200.000,00,

5.4. veroordeelt Deltatechniek in de proceskosten, aan de zijde van Cobetec tot op heden begroot op € 1.150,25, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de veertiende (14e) dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.5. veroordeelt Deltatechniek om aan Cobetec te betalen een bedrag van € 131,00 ter zake van nakosten voor het procureurssalaris en een bedrag van € 68,00 ter zake van nakosten van betekening, voor zover die laatste kosten daadwerkelijk zullen zijn gemaakt,

5.6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2009 in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. van Gameren, terwijl de overwegingen waarop de beslissing stoelt afzonderlijk zijn vastgelegd op 17 juli 2009.