Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BJ2407

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
10-07-2009
Datum publicatie
13-07-2009
Zaaknummer
586534 CV Expl. 08-9376
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzet tegen dwangbevel. Dwangsommen wegens overtreding na 1 januari 2008 niet verbeurd omdat Besluit horeca is vervallen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2009, 375
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Nijmegen

zaakgegevens 586534 \ CV EXPL 08-9376 \ 303 \ aep

uitspraak van 10 juli 2009

vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Cafe-Restaurant De Linde B.V.

gevestigd te Groesbeek

eisende partij in verzet

gemachtigde mr. T.E.P.A. Lam

tegen

de rechtspersoon naar publiek recht

Gemeente Groesbeek

zetelend te Groesbeek

gedaagde partij in verzet

gemachtigde Groenendaal & Van Krijl Gerechtsdeurwaarders

Partijen worden hierna De Linde en de gemeente genoemd.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 8 december 2008, met producties;

- de conclusie van antwoord, met producties;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

2. De feiten

De volgende feiten zijn als niet of niet voldoende weersproken komen vast te staan.

2.1 De Linde is een horeca-inrichting bestaande uit een zalengedeelte en een uitgangscentrum/discotheek.

2.2 Bij besluit van 22 juli 2005, verzonden op 25 juli 2005, (hierna ook te noemen: het dwangsombesluit) heeft de gemeente De Linde gelast om een einde te maken aan geluidsoverlast voor omwonenden. In genoemd besluit staat onder meer vermeld:

“(…) Gelet op artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht en het bovenstaande, besluiten wij de inrichtinghouder de volgende last onder dwangsom op te leggen voor het opheffen van de onder punt 3 vermelde overtredingen.

Melding en akoestisch onderzoeksrapport

(…)

Tuinzaal en uitgaanscentrum/discotheek

De inrichtinghouder moet de overtreding van voorschrift 1.1.1 van bijlage B bij het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer binnen 3 maanden na verzenddatum van deze brief ongedaan maken door:

- het treffen van geluidsisolerende voorzieningen aan de tuinzaal en het uitgaanscentrum/discotheek; of

- het treffen van geluidsbegrenzende maatregelen aan de in de tuinzaal en het uitgaanscentrum/discotheek te gebruiken muziekinstallaties, onder verbeurte van een dwangsom van € 2.500,- per keer dat wordt geconstateerd dat voorschrift 1.1.1. van bijlage B van het Besluit wordt overtreden, met een maximum van

€ 50.000,-. Geen dwangsom zal meer worden verbeurd boven het bedrag van

€ 50.000,-.

Laden en lossen van (vracht)wagens

(…).”

2.3 De Linde heeft bezwaar gemaakt tegen het dwangsombesluit van 25 juli 2005. Bij beslissing op bezwaar van 16 maart 2006 is de begunstigingstermijn gewijzigd.

2.4 Het door De Linde vervolgens tegen het besluit van 16 maart 2006 ingestelde beroep is op 8 november 2006 ongegrond verklaard door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

2.5 Bij brief van de gemeente aan De Linde van 26 februari 2008, verzonden op 14 maart 2008, wordt onder meer gemeld:

“Wegens klachten uit de omgeving is een regeling met het Regionaal Milieubedrijf (RMB) opgezet waarbij bij klachten op de zaterdagavond/nacht geluidmetingen kunnen worden uitgevoerd. In de nacht van 10 en 11 februari 2008 zijn metingen uitgevoerd. Daarbij is een overschrijding van de geluidsnorm geconstateerd van 7 dB (…)

U heeft niet voldaan aan de last om overtreding van voorschrift 1.1.1 besluit horeca-, sport en recreatie-inrichtingen (nu artikel 2.17 Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer) op te heffen binnen de daarvoor gestelde termijn. Dit betekent dan ook dat voor de geconstateerde overtreding in de nacht van 10 op 11 februari 2008 een dwangsom is verbeurd van € 2500,00. Wij verzoeken u om het verschuldigde bedrag van € 2500,00 binnen 30 dagen na verzenddatum van deze brief over te maken (…). Indien u niet tijdig betaalt zal de invordering van het verschuldigde bedrag in handen van de deurwaarder worden gesteld. Ook alle (gerechtelijke en buitengerechtelijke) kosten betreffende de invordering en de wettelijke rente zullen dan bij u in rekening worden gebracht. (…)”

2.6 Bij dwangbevel van 23 oktober 2008, aan de Linde betekend op 29 oktober 2008, is de verbeurde dwangsom van € 2.500,- ingevorderd.

3. Het geschil

3.1 De Linde vordert voor recht te verklaren dat haar verzet tegen het dwangbevel van 23 oktober 2008, betekend op 29 oktober 2008, gegrond is. Zij vordert verder dit dwangbevel buiten werking te stellen en de gemeente te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2 Zij voert daartoe aan dat het Besluit horeca-, sport en recreatie-inrichtingen (hierna ook: het Besluit horeca) waarop het dwangsombesluit gebaseerd is, per 1 januari 2008 is ingetrokken en dat per die datum het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit) in werking is getreden. Vanaf 1 januari 2008 kan in het Besluit horeca geen grondslag meer worden gevonden voor handhavend optreden, zodat na die datum geen dwangsommen verbeurd kunnen worden op grond van het ingetrokken Besluit horeca. Zij verwijst naar een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 november 2008 (LJN BG4707).

Voor zover nog wel dwangsommen verbeurd zouden kunnen worden voert De Linde aan dat de gestelde overtreding van voorschrift 1.1.1 van het Besluit horeca in de nacht van 10 op 11 februari 2008 niet heeft plaatsgevonden, omdat de inrichting toen gesloten was. Voor zover de gemeente bij brief van 4 april 2008 vermeldt dat in het meetrapport van het RMB een verkeerde datum van meting is vermeld, laat dat onverlet dat in het besluit van 26 februari 2008 waar de dwangsom wordt verbeurd, een datum staat vermeld waarop geen overtreding heeft plaatsgevonden.

3.3 De gemeente doet een beroep op de formele rechtskracht van het dwangsombesluit. Zij voert verder aan dat de toepasselijke normen uit het Besluit horeca nu in het Activiteitenbesluit zijn opgenomen en inhoudelijk niet zijn gewijzigd. Daarnaast stelt de gemeente dat met betrekking tot de in het besluit van 26 februari 2008 vermelde datum van 10 op 11 februari 2008 sprake is van een verschrijving, die door haar is hersteld in de juiste datum zijnde de nacht van 9 op 10 februari 2008.

4. De beoordeling

4.1 Op zichzelf is juist de stelling van de gemeente dat de rechtmatigheid van het dwangsombesluit van 25 juli 2005 niet meer ter discussie kan staan, omdat dit besluit onherroepelijk is geworden. Het beginsel van formele rechtskracht staat echter niet in de weg aan beoordeling van de bevoegdheid tot het innen van dwangsommen en beantwoording van de vraag of dwangsommen zijn verbeurd.

4.2 De dwangsombeschikking van 25 juli 2005 legt een last onder dwangsom op voor overtreding van voorschriften uit het Besluit horeca. Het Besluit horeca is per 1 januari 2008 vervallen. Handhaving van deze dwangsombeschikking onder het nieuwe recht van ná de invoering van het nieuwe recht begane overtredingen, is in het onderhavige geval niet mogelijk. De voorschriften die volgens de gemeente zijn overtreden zijn immers met de intrekking van het Besluit horeca komen te vervallen. Dat deze voorschriften volgens de gemeente inhoudelijk ongewijzigd zijn overgenomen in het Activiteitenbesluit, doet daaraan niet af. Het strekt te ver om het Activiteitenbesluit eenvoudig gelijk te stellen met het Besluit horeca op dit punt, nu er geen overgangsrecht is dat in een regeling op dit punt voorziet.

4.3 Uit het voorgaande volgt dat na 1 januari 2008 geen dwangsommen meer konden worden verbeurd op basis van het besluit van 25 juli 2005 voor overtredingen die na 1 januari 2008 plaats hadden. Het verzet is dus gegrond.

De vorderingen worden als na te melden toegewezen.

4.4 De gemeente wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de kosten dragen.

De beslissing

De kantonrechter

verklaart het verzet tegen het dwangbevel van de gemeente van 23 oktober 2008, betekend op 29 oktober 2008, gegrond;

stelt dit dwangbevel buiten werking;

veroordeelt de gemeente in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van De Linde begroot op € 71,80 aan dagvaardingskosten, € 288,- aan vastrecht en € 300,- aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart de buitenwerkingstelling van het dwangbevel en de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. J.W.M. Tromp en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2009.