Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BJ1802

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
19-06-2009
Datum publicatie
07-07-2009
Zaaknummer
184605
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Arrowflex stelt zich op het standpunt dat de g-rekening een overtollig saldo heeft waarover zij moet kunnen beschikken, omdat volgens haar het saldo op de g-rekening uitsluitend bedoeld is voor de loon- en omzetbelasting die zij zelf als uitlener verschuldigd is. De belastingdienst betwist dat het saldo op de g-rekening een surplus bevat, allereerst omdat volgens de belastingdienst het saldo op de g-rekening ook dient tot zekerheid van (met name) loonbelastingschulden van de Engelse uitzendorganisaties van wie Arrowflex Engelse arbeidskrachten inleent en vervolgens doorleent aan bedrijven in Nederland.

De belastingdienst beroept zich in dat verband op de Uitvoeringsregeling inleners-,

keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004 - hierna: de uitvoeringsregeling.

Dat beroep gaat niet op. Evenwel is onvoldoende aannemelijk dat de g-rekening een overschot heeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2009-1511
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 184605 / KG ZA 09-297

Vonnis in kort geding van 19 juni 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ARROWFLEX B.V.,

gevestigd te Heumen,

eiseres,

advocaat mr. F.H.H. Sijbers te ‘s-Gravenhage,

tegen

1. DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/RIVIERENLAND/KANTOOR NIJMEGEN,

kantoorhoudende te Nijmegen,

2. DE STAAT DER NEDERLANDEN (het Ministerie van Financiën/de inspecteur van de Belastingdienst/Rivierenland/kantoor Nijmegen),

zetelend te 's-Gravenhage,

gedaagden,

advocaat mr. J.C.G. Vestjens te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Arrowflex, de ontvanger en de staat worden genoemd. Gedaagden zullen hierna gezamenlijk, in enkelvoud ook de belastingdienst genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Arrowflex

- de pleitnota van de belastingdienst.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Arrowflex is een uitzendorganisatie die eigen uitzendkrachten en werknemers uitleent, en die ook uitzendkrachten inleent van andere, te weten Engelse, uitzend-organisaties om die vervolgens door te lenen.

2.2. Arrowflex heeft op 7 januari 2003 met de ontvanger en met Coöperatieve Rabobank U.A. te Malden - hierna: de Rabobank - een ‘G-rekeningovereenkomst inlenersaansprakelijkheid’ gesloten, met volgnummer 512124, - hierna:

de g-rekeningovereenkomst. Op basis daarvan houdt Arrowflex bij de Rabobank een rekening met nummer 99.12.97.636 - hierna: de g-rekening.

2.3. In de g-rekeningovereenkomst is onder meer het navolgende bepaald.

‘Overwegende

- dat de rekeninghouder inhoudingsplichtig is in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 en als zodanig bij de ontvanger bekend staat onder nummer (…)

- (…)

- dat de rekeninghouder bij de kredietinstelling een rekening wenst te openen, waarvan de saldi, behoudens de in punt 5 van deze overeenkomst voorziene uitzonderingen, uitsluitend bestemd zijn voor betalingen als bedoeld in artikel 34, derde lid van de Invorderingswet 1990 (…)

- dat het, teneinde te bewerkstelligen dat de saldi van die rekening daadwerkelijk zullen dienen tot vorenbedoelde betalingen, noodzakelijk is dat die saldi noch door middel van verrekening, noch door middel van beslag, noch anderszins, zullen kunnen worden gebruikt voor andere betalingen dan vorenbedoeld;

- dat het in verband met het vorenstaande noodzakelijk is dat de saldi van die rekening worden verpand aan de ontvanger (…)

Zijn overeengekomen als volgt:

(…)

2. De rekeninghouder verklaart dat de saldi van de g-rekening hierbij in eerste onderpand worden gegeven aan de ontvanger en (…) voor hetgeen zij nu of te enigertijd van hem te vorderen hebben of zullen krijgen ter zake van verschuldigde belasting, bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de Invorderingsweg 1990 (…)

5. Betalingen ten laste van de g-rekening, andere dan die, bedoeld in de beweegredenen van deze overeenkomst (…) zullen slechts geschieden na daartoe ontvangen schriftelijke machtiging van de

ontvanger (…)’

2.4. Naar aanleiding van verzoeken tot deblokkering van de g-rekening heeft de heer [ ] [betrokkene] namens de inspecteur van de belastingdienst bij brief van 20 maart 2009 aan Arrowflex onder meer geschreven:

‘Betreft: De verzoeken tot deblokkering van uw G-rekening 991297636 ontvangen op 14-11-2008 (€ 350.000), 30-12-2008 (€ 150.000) en 23-02-2009 (€ 100.000)

(…)

Naar aanleiding van bovengenoemde verzoeken delen wij u tot onze spijt mede, dat wij, gelet op de onderzoeksbevindingen, niet tot de gevraagde deblokkeringen kunnen overgaan. Bijgaand zenden wij u zoals afgesproken de openbare rapportage van het onderzoek.’

2.5. In de voornoemde rapportage van onderzoek wordt aan de ontvanger geadviseerd om deblokkering van de g-rekening niet toe te staan omdat de administratie van Arrowflex en de gegeven toelichting daarop na twee dagen van onderzoek geen te deblokkeren bedrag opleverde.

2.6. In verband met het door Arrowflex geuite voornemen om de belastingdienst in kort geding te dagvaarden over deblokkering van de g-rekening, heeft genoemde heer [betrokkene] per e-mail op 20 mei 2009 aan Arrowflex onder andere bericht:

‘Bijgaand de afgesproken conceptberekening, waarop het u volkomen vrij staat commentaar te leveren.

Nieuwe of ontbrekende feiten en omstandigheden verneem ik gaarne zo concreet en snel mogelijk (…)

Ik zal vanmiddag afspraak maken met uw accountant over het inzien van het jaarrekeningscontroledossiers en contact leggen met de administrateur van de uitlener in 2009.

Tevens check ik vanmiddag nog even in welke mate de belangrijkste uitleners t/m 2009 aan hun fiscale verplichtingen hebben voldaan.

Graag verneem ik uw reactie en met name tot welke reactie dat bij uw voornemen leidt ’

2.7. Als bijlage was bij het voormelde e-mailbericht een berekening gevoegd, met in de kop: ‘BEREKENING mogelijke G-REKENING-deblokkering’. Op de berekening staat onder meer dat het saldo van de g-rekening € 805.715,77 bedraagt. Onderaan de berekening staat vermeld: ‘BEDRAG TE DEBLOKKEREN 200,000.00’.

2.8. De g-rekening is nog steeds geblokkeerd.

3. Het geschil

3.1. Arrowflex vordert - samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, met hoofdelijke veroordeling van gedaagden in de proceskosten,

primair

gedaagden hoofdelijk, althans de ontvanger, althans de staat te veroordelen om binnen één week na betekening van het vonnis aan Arrowflex te doen toekomen een schriftelijke machtiging tot het vrijgeven van een bedrag van € 350.000,00 (verzoek d.d. 14 november 2008), althans € 150.000,00 (verzoek d.d. 30 december 2008), althans € 100.000,00 (verzoek d.d. 23 februari 2009), althans een bedrag dat de voorzieningenrechter in goede justitie bepaalt, van de g-rekening van Arrowflex, alles op straffe van een dwangsom,

subsidiair

gedaagden hoofdelijk, althans de ontvanger, althans de staat te veroordelen om binnen vier weken, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen termijn, na betekening van het vonnis aan Arrowflex te doen toekomen (naheffings)aanslagen loonbelasting en/of omzetbelasting en/of aansprakelijkheidstellingen betreffende aanslagen loonbelasting en/of omzetbelasting waarvoor Arrowflex aansprakelijk kan worden gesteld op grond van artikel 34 Invorderingswet,

alsmede een machtiging te verlenen voor deblokkering van saldi op de g-rekening van Arrowflex, voorzover het saldo op deze rekening het saldo van de opgelegde (naheffings)aanslagen loonbelasting en/of omzetbelasting en/of aansprakelijkheidstellingen betreffende aanslagen loonbelasting en/of omzetbelasting overtreft, alles op straffe van een dwangsom,

3.2. Arrowflex legt aan de vorderingen ten grondslag dat het saldo op de g-rekening ruim voldoende is voor het vrijgeven van een gedeelte daarvan en dat de ontvanger voldoende tijd heeft gehad om aanslagen op te leggen en/of Arrowflex aansprakelijk te stellen voor belastingschulden van derden. Daarbij wijst Arrowflex erop dat de inspecteur niet bevoegd was om afwijzend te beslissen op de verzoeken tot deblokkering van de

g-rekening. Als spoedeisend belang bij de vorderingen voert Arrowflex aan dat de continuïteit van haar bedrijfsvoering in het gedrang komt door het niet geven van machtiging voor deblokkering van de g-rekening.

3.3. De belastingdienst voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het spoedeisend belang bij de vorderingen volgt voldoende uit de stellingen van Arrowflex.

4.2. Arrowflex stelt zich op het standpunt dat de g-rekening een overtollig saldo heeft waarover zij moet kunnen beschikken, omdat volgens haar het saldo op de g-rekening uitsluitend bedoeld is voor de loon- en omzetbelasting die zij zelf als uitlener verschuldigd is. De belastingdienst betwist dat het saldo op de g-rekening een surplus bevat, allereerst omdat volgens de belastingdienst het saldo op de g-rekening ook dient tot zekerheid van (met name) loonbelastingschulden van de Engelse uitzendorganisaties van wie Arrowflex Engelse arbeidskrachten inleent en vervolgens doorleent aan bedrijven in Nederland.

De belastingdienst beroept zich in dat verband op de Uitvoeringsregeling inleners-,

keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004 - hierna: de uitvoeringsregeling.

Dat beroep gaat niet op.

4.3. Blijkens de g-rekeningsovereenkomst, is het saldo op de g-rekening door Arrowflex aan de ontvanger verpand voor hetgeen de ontvanger nu of te enigertijd van Arrowflex te vorderen heeft of zal krijgen ter zake van verschuldigde belasting, bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de Invorderingsweg 1990 (IW 1990). Dat is voor belasting die Arrowflex zelf als inlener is verschuldigd. Weliswaar kan de ontvanger op basis van de uitvoeringsregeling behalve voor de eigen loon- en omzetbelastingschuld van de uitlener ook in verband met de hoofdelijke aansprakelijkheid ingeval van doorlening een

g-rekeningsovereenkomst sluiten met de uitlener als die tevens doorlener is van arbeidskrachten, maar de uitvoeringsregeling is in werking getreden op 1 januari 2004,

dus nadat de ontvanger met Arrowflex de g-rekeningsovereenkomst heeft gesloten.

In de onderhavige g-rekeningsovereenkomst staat, anders dan in het voorbeeld van

de g-rekeningsovereenkomst die als bijlage is gevoegd bij de uitvoeringsregeling, onder ‘Overwegende’ achter het eerste gedachtestreepje niet tevens en ook niet elders in de overeenkomst, dat ‘op de rekeninghouder artikel 2, eerste lid, onderdelen (…) d (…) van de Uitvoeringsregeling inleners-, keten- en opdrachtgeversaansprakelijkheid 2004 van toepassing is’. Daarmee wordt in de g-rekeningsovereenkomst die als bijlage bij de uitvoeringsregeling is gevoegd, aangegeven dat de rekeninghouder behalve als uitlener ook als doorlener de overeenkomst aangaat, omdat in artikel 2 lid 1 sub d van de uitvoeringsregeling staat dat de ontvanger zijn medewerking verleent aan de totstandkoming van een g-rekeningsovereenkomst op schriftelijk verzoek van de doorlener als bedoeld in artikel 34, lid 2 IW 1990. Het moet er daarom voor worden gehouden dat de onderhavige

g-rekeningsovereenkomst met Arrowflex slechts is afgesloten in haar hoedanigheid van uitlener en niet mede als doorlener. Dit geldt te meer omdat de belastingdienst ter zitting zelf heeft verklaard dat het hem pas recent duidelijk is geworden dat Arrowflex behalve uitlener ook doorlener is.

4.4. Nu het er voor moet worden gehouden dat de g-rekeningsovereenkomst van Arrowflex niet mede is afgesloten in verband met Arrowflex’ hoofdelijke aansprakelijkheid voor loon- en omzetbelastingschulden van de buitenlandse (Engelse) uitzendorganisaties van wie zij arbeidkrachten inleent en vervolgens doorleent, en dus dat het saldo op

de g-rekening niet mede is verpand voor loon- en omzetbelastingschulden waarvoor Arrowflex als doorlener hoofdelijk aansprakelijk is, maar slechts voor de eigen loon- en omzetbelastingschulden van Arrowflex als uitlener, ligt vervolgens de vraag voor of op

de g-rekening van Arrowflex méér staat bijgeschreven dan nodig is ter voldoening van de eigen loon- en omzetbelastingschulden van Arrowflex. Als dat het geval is, kan het overtollig saldo op grond van artikel 5 van de g-rekeningsovereenkomst worden vrijgegeven aan Arrowflex. Niet in geschil is dat de maatstaf die daarbij gehanteerd moet worden in artikel 10 van de uitvoeringsregeling staat. In lid 1 van dat artikel is opgenomen dat de ontvanger op aanvraag van de rekeninghouder, onder door hem te stellen voorwaarden, toestemming verleent het saldo van de g-rekening geheel of gedeeltelijk voor andere doeleinden aan te wenden dan voor de voldoening van de loon- en omzetbelasting,

voor zover aannemelijk is dat het saldo van de g-rekening uitgaat boven hetgeen door de rekeninghouder aan loon- en omzetbelasting vermoedelijk nog verschuldigd is.

Krachtens lid 3 van artikel 10 dient de rekeninghouder daarbij op de door de ontvanger aangegeven wijze alle gegevens en inlichtingen te verstrekken die van belang zijn voor een juiste beoordeling van het verzoek en zal het verzoek worden afgewezen indien hieraan niet of onvoldoende wordt voldaan. Blijkens de toelichting zal de ontvanger een verzoek niet honoreren indien niet aannemelijk is dat het saldo min of meer duurzaam overtollig is.

4.5. Ter onderbouwing van haar stelling dat het saldo op de g-rekening een surplus bevat, doet Arrowflex een beroep op de berekening van 20 mei 2009 van de heer [betrokkene]. Volgens Arrowflex volgt daaruit dat aan haar is toegezegd om in ieder geval € 200.000,00 als overtollig saldo vrij te geven. Dat beroep faalt. Weliswaar staat onderaan de berekening dat een bedrag van € 200.000,00 gedeblokkeerd kan worden, maar bovenaan de berekening staat dat het een berekening is van de mogelijke g-rekeningdeblokkering en in het begeleidend schrijven wordt gemeld dat het gaat om een conceptberekening. Daarbij volgt ook uit het begeleidend schrijven waarmee de berekening per mail verzonden is aan Arrowflex, dat de heer [betrokkene] nog voorbehouden maakt. Die voorbehouden houden verband met de door Arrowflex niet, althans onvoldoende weersproken stelling van de belastingdienst dat Arrowflex een complexe internationale doorleenconstructie heeft opgezet waar haar administratie nog onvoldoende op is ingericht en dat als gevolg daarvan thans uit de administratie van Arroflex niet kan worden opgemaakt wat eigen belastingschulden van Arrowflex zijn en wat de omvang is van de schulden waarvoor zij hoofdelijk aansprakelijk is als doorlener, en als gevolg daarvan wat het overtollig saldo op de g-rekening is. Nu Arrowflex hiertegenover op geen enkele manier inzichtelijk heeft gemaakt dat de g-rekening een surplus bevat, is het in dit kort geding onvoldoende aannemelijk geworden dat zich de situatie voordoet waarin de ontvanger het verzoek van Arrowflex tot deblokkering van de g-rekening moet honoreren.

4.6. Dat het de inspecteur was, namens wie de heer [betrokkene] eerst op 20 maart 2009 afwijzend heeft beslist op de verzoeken tot deblokkering en vervolgens op 20 mei 2009 voorbehouden heeft gemaakt, en niet de ontvanger - de belastingdienst erkent dat het de ontvanger moet zijn die dergelijke beslissingen neemt - doet aan het vorenstaande niet af. Nu Arrowflex niet, althans onvoldoende heeft weersproken dat haar administratie nog onvoldoende inzichtelijk maakt wat haar eigen loon- en omzetbelastingschulden zijn en voor welk bedrag zij hoofdelijk aansprakelijk is als doorlener, moet het er immers voor worden gehouden dat de ontvanger nu nog geen beslissing kan nemen tot deblokkeren en dat hij dat in een eerder stadium dus ook niet had gekund. Arrowflex’ stellling dat de ontvanger voldoende tijd heeft gehad om die beslissing te nemen, gaat daarom niet op.

Om diezelfde reden kunnen thans door de inspecteur van de belastingdienst (dus door de staat) nog geen (naheffings-)aanslagen loon- en/of omzetbelasting worden opgelegd en/of aansprakelijkheidsstellingen betreffende aanslagen loon- en/of omzetbelasting. Daarbij komt dat gelet op artikel 11 lid 3 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), de inspecteur een termijn van 3 jaar heeft voor het opleggen van aanslagen terzake de door Arrowflex te betalen eigen loon- en omzetbelasting, zijnde de belastingschulden waarover het gelet op het hiervoor overwogene in dit kort geding gaat, en op grond van artikel 20 lid 3 AWR een termijn van vijf jaar heeft voor het opleggen van naheffingsaanslagen terzake. Gesteld noch gebleken is dat die termijnen inmiddels zijn verstreken. Dit alles leidt er tevens toe dat ook Arrowflex’ beroep op analoge toepassing van artikel 51 IW 1990, in die zin dat handhaving van de blokkering van de g-rekening als een conservatoir beslag moet worden aangemerkt dat van rechtswege vervalt omdat niet tijdig een aanslag is opgelegd, niet kan slagen.

4.7. De conclusie uit al het vorenstaande is dan ook dat zowel de primaire als de subsidiaire vorderingen van Arrowflex zullen worden afgewezen.

4.8. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Arrowflex worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten aan de zijde van de belastingdienst worden begroot op:

- vast recht € 262,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.078,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Arrowflex in de proceskosten, aan de zijde van de belastingdienst tot op heden begroot op € 1.078,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.J. Daggenvoorde op 19 juni 2009.