Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BJ1050

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
12-05-2009
Datum publicatie
01-07-2009
Zaaknummer
AWB 08/1922 en AWB 08/2084
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vraag of op rechtsgeldige wijze namens stichting beroep is ingesteld.

In artikel 11 van de statuten van de stichting is bepaald dat de stichting in en buiten rechte wordt vertegenwoordigd door de voorzitter met de secretaris of de penningmeester. Beroepschrift is enkel ondertekend door de penningmeester, zodat niet wordt voldaan aan de eis die in artikel 11 van de statuten wordt gesteld. Geen herstel van het aan het beroepschrift klevende gebrek met de vertegenwoordiging ter zitting door het voltallige bestuur, aangezien het bestuur geen voorzitter meer heeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht

registratienummer: AWB 08/1922 en AWB 08/2084

uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

van 12 mei 2009

inzake

Stichting [naam], eiseres,

gevestigd te [vestigingsplaats],

tegen

de burgemeester van de gemeente Zevenaar, verweerder.

1. Aanduiding bestreden besluiten

I. Het niet tijdig beslissen op de bezwaren van eiseres tegen de besluiten van 16 oktober 2007 en 27 november 2007;

II. Het besluit van verweerder van 25 april 2008.

2. Procesverloop

Op 28 maart 2007 heeft eiseres het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zevenaar (hierna: het college) verzocht om haar een vergunning te verlenen voor het organiseren van Koninginnedagfestiviteiten in het centrum van Zevenaar op 30 april 2008.

Bij besluit van 16 oktober 2007, bekendgemaakt op 23 november 2007, heeft het college de gevraagde vergunning geweigerd.

Bij besluit van 27 november 2007 heeft het college aan de Stichting Feeststad een vergunning onder voorschriften verleend voor het organiseren van Oranjefestiviteiten op locaties in het centrum van Zevenaar gedurende bepaalde uren in de periode 29 april 2008 tot en met 1 mei 2008.

Bij brief van 27 december 2007, aangevuld bij schrijven van 31 januari 2008, heeft eiseres tegen deze besluiten bezwaar bij het college gemaakt.

Tegen het uitblijven van een besluit op de bezwaren (bestreden besluit I) heeft eiseres bij brief van 18 april 2008 beroep bij de rechtbank ingesteld.

Bij besluit van 25 april 2008 (bestreden besluit II) heeft verweerder (onder meer), conform het advies van de bezwaarschriftencommissie, de bezwaren gegrond verklaard, doch de weigering van de gevraagde vergunning -onder wijziging van de motivering- gehandhaafd.

De rechtbank heeft het ingestelde beroep mede gericht geacht tegen besluit II. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Naar deze en de overige door partijen ingebrachte stukken wordt hier kortheidshalve verwezen.

De beroepen zijn gevoegd behandeld ter zitting van de rechtbank van 29 januari 2009. Eiseres is aldaar vertegenwoordigd door [A], [B] en [C]. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door L.J.E. Leatomu, werkzaam bij verweerders gemeente.

3. Overwegingen

Bestreden besluit I

De rechtbank stelt vast dat verweerder, gelet op het bepaalde in artikel 7:10 van de Awb, niet binnen de daartoe gestelde termijn een beslissing op het bezwaarschrift van eiseres heeft genomen.

Voorts stelt de rechtbank vast dat verweerder hangende het beroep, bij besluit van 25 april 2008, alsnog op de bezwaren van eiseres een besluit heeft genomen. Gesteld noch gebleken is dat eiseres belang heeft bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het uitblijven van een tijdige beslissing op de bezwaren. Het beroep, voor zover gericht tegen bestreden besluit I, zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.

Bestreden besluit II

De rechtbank ziet zich voor de vraag geplaatst of op rechtsgeldige wijze namens eiseres beroep is ingesteld.

In artikel 11 van de statuten van eiseres is bepaald dat eiseres in en buiten rechte wordt vertegenwoordigd door de voorzitter met de secretaris of de penningmeester.

Vaststaat dat het beroepschrift van 26 april 2008 enkel is ondertekend door de heer [A] voornoemd, in de hoedanigheid van penningmeester van eiseres. Het namens eiseres ter zitting ingenomen standpunt, dat de heer [A] niet alleen penningmeester, maar ook plaatsvervangend voorzitter van eiseres is, treft naar het oordeel van de rechtbank geen doel. De functie van plaatsvervangend voorzitter is in de statuten namelijk niet opgenomen. Bovendien is in artikel 9 van de statuten bepaald, dat de functies van voorzitter, secretaris en penningmeester niet met elkaar verenigbaar zijn.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel, dat niet is voldaan aan de eis die in artikel 11 van de statuten wordt gesteld aan de vertegenwoordiging van eiseres in en buiten rechte. De vertegenwoordiging van eiseres ter zitting door het voltallige bestuur van eiseres, bestaande uit de penningmeester, de secretaris en een bestuurslid, leidt de rechtbank niet tot een andersluidend oordeel. Het aan het beroepschrift klevende gebrek kan hiermee namelijk niet worden hersteld. De gezamenlijke bevoegdheid van het bestuur van eiseres laat immers onverlet dat de vertegenwoordiging van eiseres in en buiten rechte ingevolge artikel 11 van de statuten dient plaats te vinden door de voorzitter met de secretaris of de penningmeester. Blijkens het verhandelde ter zitting heeft het bestuur van eiseres geen voorzitter meer, hetgeen in ieder geval ten tijde van het instellen van het onderhavige beroep het geval was. Zonder benoeming van een nieuwe voorzitter dan wel wijziging van de statuten is het voor eiseres onmogelijk om aan het bepaalde in artikel 11 van de statuten te voldoen.

Het vorenstaande leidt de rechtbank tot de conclusie, dat het beroep tegen bestreden besluit II niet op rechtsgeldige wijze namens eiseres is ingesteld. Dit beroep zal om die reden dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.

De rechtbank acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb en verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten, nu aan de zijde van eiseres geen sprake is geweest van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, onder b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Het hiervoor overwogene leidt de rechtbank tot de volgende beslissing.

4. Beslissing

De rechtbank,

verklaart het beroep tegen bestreden besluit I niet-ontvankelijk;

verklaart het beroep tegen bestreden besluit II niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven door mr. G.H.W. Bodt, rechter, in tegenwoordigheid van J.M.A. Koster, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2009.

De griffier, De rechter,

Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto 6:13 van de Awb, binnen 6 weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep pen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage.

Verzonden op: 12 mei 2009