Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BI8705

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
17-06-2009
Datum publicatie
18-06-2009
Zaaknummer
05/900079-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voormalig wethouder vrijgesproken van stalking en veroordeeld voor smaad, bedreiging en vernieling.

Een voormalig wethouder is door de meervoudige kamer van de rechtbank Arnhem veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en de maximale werkstraf van 240 uur. Deze straf kreeg verdachte opgelegd omdat hij zich aan een bedreiging en meermalen aan smaadschrift en vernieling had schuldig gemaakt. De veroordeelde wilde met zijn strafbare gedrag met name een gemeentesecretaris, met wie hij een relatie had gehad, treffen maar heeft daarbij ook anderen tot slachtoffer gemaakt. Van de gemeente waar de gemeentesecretaris werkzaam was werden ook de burgemeester en diens vrouw slachtoffer van de smaadschriften. De bedreiging was gericht tegen een vriend van de gemeentesecretaris. De rechtbank heeft bij de hoogte van de straf meegewogen dat verdachte zelf een openbare funtie heeft vervuld en juist via het verspreiden van (anonieme) smaadschriften personen met een publieke functie heeft getroffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer : 05/900079-09

Datum zitting : 3 juni 2009

Datum uitspraak : 17 juni 2009

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats]

Raadsvrouw : mr. N. van den Berg, advocaat te Ede.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 16 augustus

2008 t/m 04 februari 2009 te Nijkerk en/of Doorn en/of elders in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de

persoonlijke levenssfeer van M.D. [slachtoffer1], in elk geval van een ander, met

het oogmerk die M.D. [slachtoffer1], in elk geval die ander te dwingen iets te doen,

niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft verdachte in

genoemde periode - zakelijk weergegeven -:

- die [slachtoffer1] meermalen gebeld en/of SMS-berichten en/of email-berichten

gestuurd en/of

- een of meer brief/brieven met beledigende en/of suggestieve en/of

smadelijke en/of lasterlijke inhoud verstuurd aan die [slachtoffer1] en/of aan

(een) perso(o)n(en) en/of instanties/organisaties in de directe leef- en/of

werkomgeving van die [slachtoffer1], waaronder (de echtgenote van) de Burgemeester

van de gemeente Nijkerk en/of de Commissaris van de Koningin in Gelderland

en/of de Gemeenteraad en/of het College en/of de Ondernemingsraad van de

gemeente Nijkerk en/of

- een of meer pamfletten met beledigende en/of suggestieve en/of smadelijke

en/of lasterlijke inhoud verspreid op een of meer plaatsen in Nijkerk,

zijnde de directe werkomgeving van die [slachtoffer1] en/of

- een of meer vernieling(en) gepleegd aan de woning en/of de auto van

die [slachtoffer1];

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks van 08 januari 2009 t/m

04 februari 2009 te Nijkerk en/of Arnhem en/of Driebergen en/of Vriezenveen,

opzettelijk, door middel van verspreiding van (een) geschrift(en), de eer

en/of de goede naam van M.D. [slachtoffer1] en/of G.D. [slachtoffer2] en/of diens

echtgenote en/of van de Gemeente Nijkerk, zijnde het openbaar gezag, een

openbaar lichaam of een openbare instelling,

heeft aangerand door telastlegging van een of meer bepaalde feiten, met het

kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte met

voormeld doel een of meer brief/brieven, zijnde geschrift(en) - zoals aan deze

telastelegging gehecht en daarvan deel uitmakende - verspreid, door deze toe

te sturen aan:

- de Burgemeester van de gemeente Nijkerk en/of diens echtgenote

(mevr. [slachtoffer2]) en/of

- het College van B&W van de gemeente Nijkerk en/of

- een of meer fractievoorzitter(s) van de Gemeenteraad van de gemeente

Nijkerk en/of

- de Ondernemingsraad van de gemeente Nijkerk en/of

- de plaatselijke krant "Stad Nijkerk" en/of

- Omroep Gelderland en/of

- de Commissaris van de Koningin Gelderland en/of

- M.D. [slachtoffer1] en/of

- A. [slachtoffer3] (de echtgenoot van M.D. [slachtoffer1]);

art 267 ahf en onder 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 t/m 22

januari 2009 te Nijkerk opzettelijk, door middel van het openlijk

tentoonstellen en/of aanslaan van (een) geschrift(en), de eer en/of de goede

naam van M.D. [slachtoffer1] en/of G.D. [slachtoffer2] en/of diens echtgenote en/of van de

Gemeente Nijkerk, zijnde het openbaar gezag, een openbaar lichaam of een

openbare instelling, heeft aangerand door telastlegging van een of meer

bepaalde feiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven,

immers heeft verdachte met voormeld doel op verschillende plaatsen in Nijkerk

een of meer pamfletten/geschriften opgehangen en/of geplakt met de navolgende

tekst(en):

"Burger van de Gemeente Nijkerk.

Wij hebben een vraag aan u.

Help Ons!!

Gemeentesecretaris

[slachtoffer1]

Weg er mee

En neem je vrijer

Burgemeester [slachtoffer2]

maar mee"

en/of

"Geachte College en Raad van de Gemeente Nijkerk,

Wij hebben helaas geen goed bericht voor u maar wel een dringende oproep.

Omdat we de directeur mevrouw [slachtoffer1] meer dan zat zijn en daardoor haar

nauwkeuriger zijn gaan volgen, hebben wij een vervelende zaak ontdekt.

Voor ons is aan de orde dat ze moet vertrekken uit onze organisatie en daar

zullen we ons best voor doen, er zijn genoeg mensen die door haar geen plezier

meer in hun werk hebben en er ook persoonlijk door in problemen komen.

Haar intimiderende manier van optreden en haar steeds terugkerende manier

van laten blijken dat er niemand zo goed is dan zij, heeft ons plezier in het

werk volledig weggenomen. Mensen die bepaalde zaken niet snel genoeg naar

haar idee of helemaal niet onder de knie krijgen, want je moet alles precies

doen zoals zij het wil, worden door haar onder handen genomen. En in

verschillende gevallen heeft dat er toe geleid dat collega's moesten

vertrekken.

Ze heeft een mooi verhaal naar het college en zij eten uit haar hand.

Dit zouden wij vertrouwelijk met de burgemeester willen bespreken, maar door

haar te volgen, meer dan een half jaar, is ons gebleken dat de directeur en de

burgemeester een relatie hebben.

Voor ons heel lastig omdat de objectiviteit in het college weg is en wij niet

meer met een collegelid vertrouwelijk durven te praten. Wij willen niet het

risico nemen om als klokkenluider door haar weggepest te worden, gesteund

door de burgemeester, wat al in de praktijk gebeurd is!

Wij wilden u, op deze onsympatieke manier, hiervan op de hoogte brengen

omdat ons geen andere weg voor ogen staat en deze onverkwikkelijke zaken

toch zullen stoppen en wij spoedig van deze directeur verlost mogen zijn.

Een grote groep teleurgestelde mensen.

Wij wensen u wijsheid.";

art 267 ahf en onder 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 22 februari 2008 te Nieuwegein en/of Overberg

B. [slachtoffer4] en/of diens echtgenote en kinderen heeft bedreigd met enig misdrijf

tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, door opzettelijk

dreigend (een) zgn. poederbrief/-ven, te weten (een) enveloppe(n) inhoudende

wit poeder en/of (een) brief/-ven met onder meer de tekst "Verdwijn uit mijn

leven, (ook geen vriendschap) of de gevolgen zullen voor jou zijn", althans

woorden van gelijke aard en/of strekking, anoniem en onder vermelding van het

opschrift "Persoonlijk/Vertrouwelijk" te verzenden naar het werkadres van

voornoemde B. [slachtoffer4] te Nieuwegein en/of het privé-adres van voornoemde [slachtoffer4]

te Overberg;

5.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 november

2008 t/m 21 januari 2009 te Nijkerk en/of Doorn (telkens) opzettelijk en

wederrechtelijk een of meer band(en) heeft lekgestoken van de auto van M.D.

[slachtoffer1] en/of met zwarte verf een kruisteken heeft gespoten op de achterruit

van die auto, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan M.D.

[slachtoffer1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft

vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar heeft gemaakt;

6.

hij op of omstreeks 18 december 2008 te Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug,

opzettelijk en wederrechtelijk een of meer slot(en) van de woning [adres] aldaar heeft dichtgesmeerd met (zgn. 2-componenten) plamuur

en/of een elektriciteitskabel van een buitenlamp heeft doorgeknipt, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan M.D. [slachtoffer1], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en aldus dat/die slot(en)

en/of die kabel heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar heeft

gemaakt;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 3 juni 2009 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. N. van den Berg, advocaat te Ede.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

• M.D. [slachtoffer1]

• B. [slachtoffer4]

• Gemeente Nijkerk

De benadeelde partij B. [slachtoffer4] en de vertegenwoordiger van de benadeelde partij

M.D. [slachtoffer1], mr. C.A. Doets, zijn tevens ter terechtzitting verschenen.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van 240 uren werkstraf subsidiair 120 dagen hechtenis met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht en voorts zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarden:

• reclasseringstoezicht, ook als dit inhoudt het volgen van relatietherapie;

• een verbod om met M.D. [slachtoffer1], B. [slachtoffer4] of hun beider gezinsleden contact op te nemen;

• een verbod om zich te begeven in de gemeente Utrechtse Heuvelrug met uitzondering van de rijksweg A12, subsidiair een verbod om zich te begeven in de bebouwde kom van Driebergen, Doorn en Amerongen, meer subsidiair een verbod om zich te begeven enkele door de officier van justitie aangeduide adressen .

Voorts heeft de officier van justitie verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer1] wat betreft de materiële schade volledig toe te wijzen, voor een bedrag van € 5.844,92. Ook heeft de officier van justitie gevorderd dat er een schade¬vergoe¬dings¬maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 64 dagen hechtenis. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de officier van justitie zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij gemeente Nijkerk voor een bedrag van € 2.409,93 toe te wijzen en heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 24 dagen hechtenis. De officier van justitie verzocht heeft verzocht de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij B. [slachtoffer4] bij wijze van voorschot tot een bedrag van € 2500,- toe te wijzen en heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 dagen hechtenis. De officier van justitie heeft verzocht de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.

Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

3.1 Ten aanzien van het onder 1. tenlastegelegde.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1 is tenlastegelegd en zal verdachte daarvan vrijspreken.

De rechtbank overweegt daartoe als volgt:

Verdachte zou de in de tenlastelegging omschreven handelingen hebben gepleegd met het oogmerk om aangeefster te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat verdachte een dergelijk oogmerk heeft gehad. Veeleer blijkt dat verdachte de goede naam van aangeefster heeft willen beschadigen en haar schade heeft willen berokkenen. Ter zitting heeft verdachte op de vraag wat zijn bedoeling was met het sturen van brieven en het verspreiden van pamfletten verklaard dat hij handelde uit boosheid en dat hij [slachtoffer1] een vervelend gevoel wilde bezorgen. Niet vast is komen te staan dat verdachte met zijn gedragingen ook een ander doel voor ogen had. Met betrekking tot de door verdachte gepleegde vernielingen aan de woning en de auto van aangeefster is evenmin komen vast te staan dat verdachte hierbij het oogmerk had om haar te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.

Ten aanzien van de door verdachte verstuurde e-mails en smsjes en het telefonisch contact overweegt de rechtbank als volgt. Op 16 augustus 2008 is de relatie tussen aangeefster en verdachte verbroken. Onduidelijk is of het reeds op dat moment duidelijk was voor verdachte dat [slachtoffer1] geen contact meer met hem wilde. Hierbij speelt ook een rol dat aangeefster in deze periode zelf ook nog contact heeft opgenomen met verdachte. Op 8 december 2008 heeft aangeefster verdachte eenduidig te kennen gegeven dat zij geen contact meer met hem wilde hebben. Verdachte heeft daarna nog een aantal smsjes en twee e-mails gestuurd naar aangeefster en tevens diverse malen geprobeerd haar telefonisch te bereiken waarbij hij ook haar voicemail heeft ingesproken. Verdachte lijkt hiermee het contact met aangeefster te hebben willen herstellen. De handelingen van verdachte in die resterende, relatief korte, periode, te weten van medio december 2008 tot begin februari 2009, zijn echter niet aan te merken als stelselmatig wederrechtelijk handelen. Hiervoor is immers vereist dat er sprake is van een bepaalde frequentie en/of bepaalde intensiteit van de gedragingen, waaraan naar het oordeel van de rechtbank in dit geval niet is voldaan.

3.2. Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde

De raadsvrouw heeft betoogd dat feit 4 niet bewezen kan worden en verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. De raadsvrouw heeft hiertoe het volgende aangevoerd. Zij stelt voorop dat de brief die verdachte naar B. [slachtoffer4] zou hebben verzonden, zich niet in het dossier bevindt. Daarbij komt dat het poeder dat in de brief zou hebben gezeten, nooit is onderzocht. Ook verklaren de aangever en cliënt tegenstrijdig over de aard van het poeder. Uit het dossier blijkt niet naar welk adres de brief zou zijn verstuurd. De raadsvrouw betoogt dat om deze redenen niet bewezen kan worden dat verdachte B. [slachtoffer4] heeft bedreigd door middel van het sturen van een brief waarin zich poeder zou hebben bevonden. Volgens de raadsvrouw is niet komen vast te staan wat de exacte bewoordingen zijn geweest van de brief en kan derhalve niet worden vastgesteld dat het hier een bedreiging betrof. Daarnaast stelt de raadsvrouw dat de dreiging die van poederbrieven uitgaat in 2008 niet langer actueel is. Het is immers al een aantal jaren geleden dat er poederbrieven werden verstuurd die de anthraxbacterie zouden bevatten. Verdachte verklaart dat hij de aangever niet bang wilde maken. Verdachte verklaart dat hij slechts rommel wilde veroorzaken door een brief met daarin poeder te sturen. De raadsvrouw heeft geconcludeerd dat de aangever de poederbrief niet als bedreigend heeft ervaren en deze ook niet als bedreigend kon ervaren.

De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aan B. [slachtoffer4] een brief met daarin poeder heeft verstuurd. De rechtbank baseert zich hierbij op de aangifte van B. [slachtoffer4] en de verklaringen van verdachte die hij bij de politie heeft afgelegd. Op basis hiervan staat vast dat verdachte één brief heeft gestuurd naar het werkadres van B. [slachtoffer4] in Nieuwegein. Feitelijk onjuist is de stelling van de raadsvrouwe dat de aard van het poeder niet is vast komen te staan. De aard van het poeder is onderzocht en bleek een mix van zetmeel en vitaminen te zijn, zoals blijkt uit het proces verbaal van bevindingen van

26 februari 2008.

Ten aanzien van het verweer dat aangever de brief niet als bedreigend heeft kunnen ervaren, overweegt de rechtbank als volgt. B. [slachtoffer4] heeft in zijn aangifte en ter terechtzitting verklaard zich bedreigd te hebben gevoeld. Daarnaast geldt dat sinds de aanvallen met poederbrieven met de anthrax bacterie het in het algemeen als zeer dreigend wordt ervaren om een poederbrief te ontvangen. In dit geval is ook van belang dat de poederbrieven anoniem zijn verstuurd. De letterlijke tekst van de brief is niet vast komen te staan, wel is in ieder geval duidelijk dat het niet ging om een vrijblijvende tekst. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat in de brief heeft gestaan “verdwijn uit mijn leven”. Voorts heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij enkel beoogde de relatie tussen B. [slachtoffer4] en M.D. [slachtoffer1] te beëindigen. De rechtbank hecht wat betreft de inhoud van de tekst en de bedoeling van verdachte meer waarde aan de aangifte van B. [slachtoffer4] in combinatie met de verklaring die verdachte op 5 februari 2009 bij de politie heeft afgelegd, inhoudende dat hij de brief schreef uit frustratie naar B. [slachtoffer4]. Op basis hiervan stelt de rechtbank vast dat de brief een dreigende tekst bevatte met de strekking “verdwijn uit mijn leven of de gevolgen zullen voor jou zijn”. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de brief met daarin het poeder door [slachtoffer4] als bedreigend kon worden ervaren.

Overigens acht de rechtbank evenmin aannemelijk dat verdachte met het poeder enkel beoogde om rommel te veroorzaken. Wanneer verdachte het enkele oogmerk had om rommel te veroorzaken, is het niet voor de hand liggend dat verdachte dit dacht te kunnen bereiken door wat poeder in een envelop.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

2.

hij op tijdstippen in de periode van 08 januari 2009 t/m 04 februari 2009 te Nijkerk en Arnhem en Driebergen en Vriezenveen, opzettelijk, door middel van verspreiding van geschriften, de eer

en/of de goede naam van M.D. [slachtoffer1] en G.D. [slachtoffer2] en diens echtgenote

heeft aangerand door telastlegging van een of meer bepaalde feiten, met het

kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte met

voormeld doel brieven, zijnde geschriften - zoals aan deze telastelegging gehecht en daarvan deel uitmakende - verspreid, door deze toe

te sturen aan:

- mevr. [slachtoffer2] en

- het College van B&W van de gemeente Nijkerk en

- fractievoorzitters van de Gemeenteraad van de gemeente

Nijkerk en

- de Ondernemingsraad van de gemeente Nijkerk en

- Omroep Gelderland en

- de Commissaris van de Koningin Gelderland en

- M.D. [slachtoffer1] en

- A. [slachtoffer3] (de echtgenoot van M.D. [slachtoffer1]);

3.

hij op tijdstippen omstreeks de periode van 21 t/m 22

januari 2009 te Nijkerk opzettelijk, door middel van het openlijk

tentoonstellen van geschriften, de eer en/of de goede

naam van M.D. [slachtoffer1] en G.D. [slachtoffer2] en diens echtgenote heeft aangerand door telastlegging van een of meer bepaalde feiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte met voormeld doel op verschillende plaatsen in Nijkerk

een of meer pamfletten geplakt met de navolgende

teksten:

"Burger van de Gemeente Nijkerk.

Wij hebben een vraag aan u.

Help Ons!!

Gemeentesecretaris

[slachtoffer1]

Weg er mee

En neem je vrijer

Burgemeester [slachtoffer2]

maar mee"

en

"Geachte College en Raad van de Gemeente Nijkerk,

Wij hebben helaas geen goed bericht voor u maar wel een dringende oproep.

Omdat we de directeur mevrouw [slachtoffer1] meer dan zat zijn en daardoor haar

nauwkeuriger zijn gaan volgen, hebben wij een vervelende zaak ontdekt.

Voor ons is aan de orde dat ze moet vertrekken uit onze organisatie en daar

zullen we ons best voor doen, er zijn genoeg mensen die door haar geen plezier

meer in hun werk hebben en er ook persoonlijk door in problemen komen.

Haar intimiderende manier van optreden en haar steeds terugkerende manier

van laten blijken dat er niemand zo goed is dan zij, heeft ons plezier in het

werk volledig weggenomen. Mensen die bepaalde zaken niet snel genoeg naar

haar idee of helemaal niet onder de knie krijgen, want je moet alles precies

doen zoals zij het wil, worden door haar onder handen genomen. En in

verschillende gevallen heeft dat er toe geleid dat collega's moesten

vertrekken.

Ze heeft een mooi verhaal naar het college en zij eten uit haar hand.

Dit zouden wij vertrouwelijk met de burgemeester willen bespreken, maar door

haar te volgen, meer dan een half jaar, is ons gebleken dat de directeur en de

burgemeester een relatie hebben.

Voor ons heel lastig omdat de objectiviteit in het college weg is en wij niet

meer met een collegelid vertrouwelijk durven te praten. Wij willen niet het

risico nemen om als klokkenluider door haar weggepest te worden, gesteund

door de burgemeester, wat al in de praktijk gebeurd is!

Wij wilden u, op deze onsympatieke manier, hiervan op de hoogte brengen

omdat ons geen andere weg voor ogen staat en deze onverkwikkelijke zaken

toch zullen stoppen en wij spoedig van deze directeur verlost mogen zijn.

Een grote groep teleurgestelde mensen.

Wij wensen u wijsheid.";

4.

hij op 22 februari 2008 te Nieuwegein B. [slachtoffer4] heeft bedreigd met enig misdrijf

tegen het leven gericht, door opzettelijk dreigend een zgn. poederbrief te weten (een) enveloppe inhoudende wit poeder en een brief met de tekst "Verdwijn uit mijn

leven, (ook geen vriendschap) of de gevolgen zullen voor jou zijn", althans

woorden van gelijke aard en/of strekking, anoniem en onder vermelding van het

opschrift "Persoonlijk/Vertrouwelijk" te verzenden naar het werkadres van

voornoemde B. [slachtoffer4] te Nieuwegein;

5.

hij op tijdstip(pen) in de periode van 3 november 2008 t/m 21 januari 2009 te Nijkerk en/of Doorn (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk een of meer band(en) heeft lekgestoken van de auto van M.D. [slachtoffer1] en met zwarte verf een kruisteken heeft gespoten op de achterruit

van die auto, toebehorende aan M.D. [slachtoffer1], en aldus die auto heeft beschadigd;

6.

hij op 18 december 2008 te Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug,

opzettelijk en wederrechtelijk sloten van de woning Prins Hendrikweg 34A aldaar heeft dichtgesmeerd met (zgn. 2-componenten) plamuur en een elektriciteitskabel van een buitenlamp heeft doorgeknipt, geheel of ten dele toebehorende aan M.D. [slachtoffer1], en aldus die sloten

en die kabel heeft vernield;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4a. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 2:

Smaadschrift, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 3:

Smaadschrift, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 4:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Ten aanzien van feit 5:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 6:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen

4b. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

De raadsvrouw heeft aangaande alle ten laste gelegde feiten een beroep gedaan op psychische overmacht. Als onderbouwing van dit verweer wijst de raadsvrouw op het langdurige proces van aantrekken en afstoten tussen verdachte en aangeefster, waarbij verdachte niet in staat is geweest zich los te maken van deze relatie en aangeefster steeds een zekere mate van contact bleef onderhouden met verdachte.

De rechtbank verwerpt het beroep op psychische overmacht. Naar het oordeel van de rechtbank maken de omstandigheden die de raadsvrouw heeft genoemd onvoldoende aannemelijk dat er sprake was van een van buiten komende dwang waartegen verdachte redelijkerwijs geen weerstand kon bieden.

Hieruit volgt dat niet kan worden gezegd dat verdachte niet strafbaar is. Er is voorts ook geen andere omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluit, met name ook niet de hierna te noemen deskundigenrapportage.

Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 29 april 2009; en

• een vroeghulp interventierapport van Reclassering Nederland, gedateerd 11 februari 2009, betreffende verdachte; en

• een voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland, gedateerd 28 mei 2009, betreffende verdachte; en

• een pro justitia rapport opgemaakt door J.H.A.M. Kobussen, klinisch psycholoog-psychotherapeut, gedateerd 17 april 2009, betreffende verdachte.

• een pro justitia rapport opgemaakt door J.W. Hummelen, psychiater, gedateerd 23 april 2009, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft doelbewust en weloverwogen M.D. [slachtoffer1] pijn in de brede zin van het woord willen toebrengen. Hij heeft daarvoor als reden genoemd dat [slachtoffer1], met wie hij een buitenechtelijke relatie had gehad die door [slachtoffer1] was beëidigd, hem ook (emotioneel) pijn heeft gedaan.

Als middel om genoemde [slachtoffer1] pijn te bezorgen heeft verdachte ervoor gekozen om opzettelijk de eer en/of goede naam van die [slachtoffer1] aan te tasten door het verspreiden en tentoonstellen van anonieme smaadschriften en pamfletten. Daarbij heeft verdachte bewust gebruik gemaakt van het gegeven dat die [slachtoffer1] een publieke functie vervulde in een kleine, christelijke gemeente. Verdachte heeft voorts niet geaarzeld om, enkel vanuit de drang om [slachtoffer1] te beschadigen, ook de goede naam en/of de eer van de burgemeester van diezelfde gemeente en diens echtgenote aan te tasten. Hij heeft dit gedaan door geschriften te verspreiden met onder meer de boodschap dat [slachtoffer1] en de burgemeester een buitenechtelijke relatie met elkaar hadden. Verdachte heeft daarbij zijn brieven gericht en verzonden aan organen en personen op verschillende posities die voor het dagelijks functioneren van [slachtoffer1] maar ook van de burgemeester van groot belang waren. Ook de plaatselijke pers is door verdachte op dezelfde wijze geïnformeerd. De pamfletten heeft hij onder meer in de nabijheid van het gemeentehuis, de werkplek van [slachtoffer1] en de burgemeester, opgehangen.

Verdachte heeft dit alles gedaan zonder bekend te maken wie de opsteller van de brieven en geschriften was. Op die manier hebben de belasterde personen langere tijd in grote onzekerheid verkeerd over de vraag wie de afzender was van de brieven en de pamfletten, en was het voor hen niet mogelijk de situatie te laten stoppen.

Nu verdachte zelf een functie als wethouder heeft vervuld in een relatief kleine en gesloten gemeenschap, weet hij als geen ander hoe belangrijk in een dergelijke openbare functie een goede en betrouwbare reputatie is en ook hoe (makkelijk) een reputatie geschaad kan worden zonder dat de betrokkene zich daartegen kan verweren. De rechtbank rekent verdachte zijn gedrag dan ook zwaar aan.

Daarnaast heeft verdachte zich meermalen schuldig gemaakt aan vernieling van goederen van [slachtoffer1] en heeft hij een bevriende relatie van [slachtoffer1] anoniem met een poederbrief bedreigd.

De impact van al deze strafbare feiten op het leven en de directe omgeving van [slachtoffer1] is groot geweest. Het slachtoffer van de bedreiging heeft aangegeven dat hij zich ernstig bedreigd heeft gevoeld door het ontvangen van een anonieme poederbrief.

De rechtbank zal bij het opleggen van een straf rekening houden met de persoon van de verdachte zoals deze blijkt uit de hierboven aangehaalde pro justitia-rapporten. De ernst en aard van de bewezenverklaarde feiten vragen naar het oordeel van de rechtbank om een onvoorwaardelijke straf. Mede gelet op het blanco strafblad van verdachte zal de rechtbank, zoals de officier van justitie ook heeft gevorderd, geen gevangenisstraf opleggen maar een onvoorwaardelijke werkstraf van maximale duur.

Verdachte heeft ter zitting aangegeven spijt te hebben van zijn gedrag tegenover de vrouw van de burgemeester. Verdachte heeft uitdrukkelijk aangegeven alleen excuses aan te willen bieden indien hij dat meent. Hij heeft zijn excuses niet aan mevrouw [slachtoffer1] en de andere slachtoffers aangeboden. Ook op andere wijze heeft verdachte er geen blijk van gegeven dat hij de ernst van het verwijt dat hem wordt gemaakt inziet. De rechtbank ziet in de persoon van de verdachte, gelet op het belang van het voorkomen van herhaling, aanleiding ook een voorwaardelijk strafdeel op te leggen, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht.

Met de officier van justitie acht de rechtbank, gelet op de ernst en de aard van de feiten, een voorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Naar het oordeel van de rechtbank kan echter worden volstaan met een voorwaardelijke gevangenisstraf van een minder lange duur dan gevorderd om het beoogde resultaat, voorkomen van herhaling, voor zover mogelijk te bereiken.

6a. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering strekkende tot vergoeding van geleden schade.

De benadeelde partij M.D. [slachtoffer1] vordert een bedrag van € 5.844,92.

De benadeelde partij B. [slachtoffer4] vordert een bedrag van € 44.500,-.

De benadeelde partij gemeente Nijkerk vordert een bedrag van € 2.409,93.

De benadeelde partij [slachtoffer1] vordert ten aanzien van de materiële kosten een bedrag van € 1.291,14. De rechtbank acht dit deel van de vordering toewijsbaar, nu de feiten onder 2, 3, 5 en 6 bewezen zijn verklaard en de vordering van de benadeelde partij voldoende onderbouwd is. De rechtbank zal de vordering betreffende kosten van rechtsbijstand toewijzen conform het daarvoor geldende - in kantonzaken te hanteren- liquidatietarief, zijnde 1 punt voor het opmaken van het voegingsformulier en 1 punt voor het toelichten van de vordering ter terechtzitting. De rechtbank wijst deze kosten derhalve toe tot een bedrag van € 400,- . Ten aanzien van de immateriële schade verklaart de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering nu dit deel van de vordering onvoldoende onderbouwd is en daarmee niet van zo eenvoudige aard is dat dit zich leent voor behandeling in het strafgeding.

Ten aanzien van de door de benadeelde partij [slachtoffer4] gevorderde bedrijfsschade overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering nu dit deel van de vordering onvoldoende onderbouwd is en daarmee niet van zo eenvoudige aard is dat dit zich leent voor behandeling in het strafgeding. Wat betreft de immateriële schade overweegt de rechtbank dat zij in deze strafrechtelijke procedure niet exact kan vaststellen welk bedrag aan vergoeding voor de geleden immateriële schade juist is. Zij is echter van oordeel dat in ieder geval een bedrag van € 250,- op zijn plaats is. De vordering is voor zover zij strekt tot vergoeding van een hoger bedrag wegens immateriële schade en van andere schade niet van eenvoudige aard zodat de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk is en de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. De rechtbank zal de vordering betreffende kosten van rechtsbijstand toewijzen conform het daarvoor geldende - in kantonzaken te hanteren - liquidatietarief, zijnde 1 punt voor het opmaken van het voegingsformulier en 1 punt voor het toelichten van de vordering ter terechtzitting. De rechtbank wijst deze kosten derhalve tot een bedrag van € 800,- toe.

De rechtbank verklaart de benadeelde partij gemeente Nijkerk niet-ontvankelijk in haar vordering nu de rechtbank niet bewezen heeft geacht dat verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde feit ook heeft begaan tegen de gemeente Nijkerk. Om deze reden houdt de vordering van de gemeente Nijkerk niet rechtstreeks verband met een bewezenverklaard strafbaar feit.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27, 36f, 57, 261, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder 1 tenlastegelegde.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

I. Een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet tenuitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit dan wel navolgende bijzondere voorwaarde niet is nagekomen:

Veroordeelde dient zich gedurende de proeftijd te gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die hem door of namens de (stichting) Reclassering Nederland zullen worden gegeven, ook indien dit inhoudt dat verdachte relatietherapie dient te volgen.

Geeft opdracht aan de (stichting) Reclassering Nederland om aan veroordeelde bij de naleving van voornoemde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Alsmede tot:

II. Het verrichten van een werkstraf gedurende 240 ( tweehonderdenveertig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 120 (honderdtwintig) dagen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht geheel in mindering wordt gebracht, te weten 4 (vier) uren, zijnde 2 (twee) dagen hechtenis.

Heft op het inmiddels geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij M.D. [slachtoffer1] (feit 2, 3, 5, en 6).

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer1], M.D., wonende te [adres], te betalen € 1291,14 (zegge duizendtweehonderdéénennegentig Euro en veertien cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 februari 2009

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, begroot op € 400,-, en de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij wat betreft de immateriële schade niet-ontvankelijk in de vordering nu de vordering voor dat gedeelte niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. Verstaat dat de vordering voor wat dit betreft kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Maatregel van schadevergoeding ad € 1291,14, subsidiair 22 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer1], M.D., wonende te [adres], te betalen € 1291,14, (zegge duizendtweehonderdéénennegentig Euro en veertien cent), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 22 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij B.[slachtoffer4] (feit 4).

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan B.[slachtoffer4], wonende te [adres], te betalen € 250,- (zegge tweehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 februari 2008.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, begroot op € 800,-, en de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding ad € 250,-, subsidiair 5 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer B.[slachtoffer4], wonende te [adres], te betalen € 250,-, (zegge tweehonderdvijftig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 5 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij de gemeente Nijkerk, met het adres [adres] (feit 2 en 3).

Verklaart de benadeelde partij niet ontvankelijk in de vordering aangezien de vordering geen verband houdt met een strafbaar feit.

Aldus gewezen door:

mr. M.A.E. Somsen, als voorzitter,

mr. J.H.M. Westenbroek , rechter,

mr. V. van der Kuil, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. G.E.T. Lautenbach, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 juni 2009.