Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BI7160

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
20-05-2009
Datum publicatie
09-06-2009
Zaaknummer
160003
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot vergoeding van geleden schade a.g.v. onzorgvuldig handelen / nalaten van de gemeente bij ontwikkeling van nieuw woon-, werk- en leefgebied op oud kazernecomplex.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 160003 / HA ZA 07-1423

Vonnis van 20 mei 2009

in de zaak van

1. de naamloze vennootschap

ALLIANDER N.V. (voorheen genaamd Nuon Netwerk Services N.V.).,

gevestigd te Arnhem,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

UPC NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

3. de naamloze vennootschap

KONINKLIJKE KPN N.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

4. de naamloze vennootschap

VITENS N.V.,

gevestigd te Utrecht,

eiseressen,

advocaat mr. A.T. Bolt,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE GEMEENTE NIJMEGEN,

zetelend te Nijmegen,

gedaagde,

advocaat mr. J.P. Hoegee.

Eisers zullen hierna gezamenlijk de combipartners worden genoemd en gedaagde de gemeente.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 20 februari 2008

- het proces-verbaal van comparitie van 16 mei 2008

- de conclusie van repliek tevens houdende wijziging (vermindering van) eis

- de conclusie van dupliek

- de brief van de combipartners van 9 maart 2009 met de producties 26 tot en met 28

- de akte houdende wijziging (vermeerdering) eis van de combipartners

- de op 24 maart 2009 gehouden pleidooien en de ter gelegenheid daarvan overgelegde pleitnotities.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Medio 2002 is de gemeente gestart met de ontwikkeling van een nieuw woon-, werk- en leefgebied op een honderd jaar oud kazernecomplex. Het project werd genaamd ‘Limos’. De projectontwikkelaar was de vennootschap onder firma Limos.

2.2. Het aanleggen van het kabel- en leidingnetwerk werd uitgevoerd door de combipartners. Zij zijn daartoe op grond van diverse wettelijke bepalingen gehouden.

Aannemer [betrokken bedrijf] heeft in opdracht van de combipartners de daartoe benodigde werkzaamheden verricht.

2.3. Eind 2002 zijn de besprekingen tussen de gemeente en de combipartners gestart met betrekking tot de verwezenlijking van het kabel- en leidingennetwerk. Namens de combipartners traden op [betrokkene 1] (Vitens) en later [betrokkene 2] (Nuon). Als toezichthouder voor de gemeente werden aangesteld [betrokkene 3] en [voorletter] [betrokkene 4].

[voorletter] [betrokkene 5] was projectleider namens de gemeente.

2.4. In de notulen van 9 januari 2003 van een vergadering waarbij de combipartners en de gemeente vertegenwoordigd waren staat onder meer:

4. Planning uitvoeringswerkzaamheden

De combi-coördinator geeft aan dat zodra het tracé definitief is en er schriftelijk opdracht is verstrekt er 13 weken nodig is t.b.v. levering van materialen en dat er na deze periode tot uitvoering kan worden overgegaan. Wel moet het tracé dan vrij zijn. (…)’.

2.5. In de notulen van een voortgangsbespreking van de gemeente van 26 mei 2003 staat onder meer:

‘[voorletter] [rechtbank: [betrokkene 4]] wordt Toezichthouder/Contactpersoon namens de gemeente voor al de activiteiten die zich voordoen in het kader van het bouwrijp maken van het terrein. (…)’.

2.6. In een voorstel van de combipartners van 22 januari 2004 staat onder meer:

’Naar aanleiding van alle gesprekken over bovengenoemd werk en diverse planningen komen wij als gezamenlijke nutsbedrijven met het volgende voorstel.

Wij beginnen met de werkzaamheden twee weken nadat er opdracht is gegeven. En voor meerwerk is getekend. De uitvoering moet de instemming en goedkeuring hebben van alle nutsbedrijven.

Voorstel:

Er wordt gestart vanaf de Dunklerstraat (fase 3) tot en met de knik van fase 2 met het hoofdtracé voor de volgende disciplines stadsverwarming (SV) hogedrukgas (HD) en water (W). Dit moet compleet in één arbeidsgang aangelegd worden. Daarna wordt de sleuf weer aangevuld tot aan het maaiveld. Totaal 3 werkbare weken.

Week 9 heeft onze combi aannemer vakantie.

Aansluitend zonder onderbreking vanaf de knik fase 3 tot aan de Gelderselaan met de disciplines die nodig zijn SV en W. De sleuf wordt weer aangevuld tot aan het maaiveld. Totaal 3 werkbare weken. Er wordt weer gestart met het kabelwerk laagspanning (LS), UPC (TV) en VWnb(telefoon) vanaf de Gelderselaan het plan op met het complete net zonder onderbreking en stagnatie. De volgende werkzaamheden sleuf graven en verdichten en het juiste profiel opzoeken omdat er al leidingen liggen (SV-HD-SW) is meerwerk. Deze kosten moeten voor 100% vergoed worden door opdrachtgever. (…)’

2.7. In de notulen van een overleg met onder meer de gemeente en de combipartners op 22 januari 2004 staat:

‘5. Fasering/logistiek;

Maandag 19 januari is er overleg geweest tussen [betrokkene 6], [betrokkene 7], Combi en Gemeente. Combi heeft in die bespreking meegedacht aan oplossingen om toch in week 6 te kunnen starten en zou in week 6 starten aan de dunklerstraat en het tracé leggen tot aan de hoek van de snijderskazerne in week 6, 7 en 8. In week 10, 11 en 12 zou dan het tracé achter de snijderskazerne en tussen de kazernes gelegd worden. (…) [betrokkene 4] doet namens de gemeente de toezegging dat de gemeente zal zorgen voor voorzieningen zodat sleuven gedurende het werk open kunnen blijven zodat [betrokken bedrijf] zo effectief mogelijk kan werken, zoals ook gevraagd is door dhr. [betrokkene 2]. [betrokkene 6] dient te zorgen dat Saricion en later [betrokken bedrijf] een vrij werkterrein hebben achter de snijderskazerne. Dhr. [betrokkene 2] denkt toch dat het UPC/KPN tracé problemen gaat geven. [betrokkene 4] zegt dat indien hij alle tekeningen heeft hij zal zorgen voor een draaiboek waardoor hij kan garanderen dat sleuven gegraven kunnen worden en gewoon open kunnen blijven zolang dit nodig is. Natuurlijk is er wel overleg met [betrokken bedrijf] nodig zodat [betrokkene 4] weet op welke momenten ze in de sleuf moeten werken zodat hier rekening mee gehouden kan worden t.a.v. de voorzieningen die nodig zijn t.b.v. de logistiek. Dhr. [betrokkene 2] verwijst naar zijn brief die hij 22 januari heeft gestuurd waarin hij uitgaat van meerwerk en zegt niet bereid te zijn om in week 6 te starten omdat er volgens hem onvoldoende duidelijkheid is. [betrokkene 4] benadrukt dat de gemeente blijft staan achter de toezegging betreffende vrij werkterrein en het openhouden van sleuven.’

2.8. Bij e-mailbericht van 10 februari 2004 schrijft [betrokkene 2] aan [betrokkene 3] en [betrokkene 5]:

‘Naar aanleiding van de besprekingen die er zijn geweest over het plan Limos Nijmegen. Is er besloten om te starten met de combiaanleg in week 8. Het tracé is niet vrij van kabels en leidingen dus geen combi nieuwbouw. Over het bouwplan en dus ook over ons kabeltracé liggen aansluitingen van bouwwater en bouwstroom. Opgave door dhr. [betrokkene 4]. Dit houdt voor de combi aanleg het volgende in: Wij kunnen geen aaneengesloten combigeul graven. Wij kunnen onze kabels niet uitrijden naast de combisleuf maar zullen dit moeten uitlieren op die plekken waar andere leidingen ons tracé kruisen. Dit heeft gevolgen voor de combiaanleg oa stagnatie in extra uren, extra inzet van materiaal. Hoeveel dit zal zijn is op voorhand niet te overzien omdat wij niet weten hoeveel stagnatie dit met zich meebrengt. Al deze kosten op basis van nacalculatie zullen zoals al in een eerder stadium met de desbetreffende nutsbedrijven en u als gemeente cq. opdrachtgever worden verrekend.

In reactie daarop schrijft [betrokkene 5] op 25 februari 2004:

‘(…) Mijn reactie op uw e-mail luidt echter niet anders dan al eerder telefonisch doorgegeven. We zijn als gemeente niet de opdrachtgever naar de nutsbedrijven. Wij coördineren een aantal werkzaamheden op het terrein en zorgen dat zij in openbaar gebied hun kabels en leidingen kunnen aanleggen. Zij hebben zélf een leveringsplicht naar de nieuwe woningen toe en moeten daarom ondergrondse infrastructuur aanleggen. Zij geven opdracht aan hun (combi-)aannemer om werken uit te voeren en als er door welke oorzaak dan ook, meerkosten daarvoor gemaakt moeten worden is dat hún risico. De gemeente is dan ook niet bereid de meerkosten voor haar rekening te nemen.’

2.9. In de notulen van een overleg van 19 februari 2004 waarbij ook [betrokkene 4] en [betrokkene 2] aanwezig waren staat onder meer:

’[betrokkene 4] geeft aan dat VOF Limos aangeeft dat Wachter SB de eerste week van mei worden opgeleverd en de Snijderskazerne 15 april. WG [rechtbank: [betrokkene 2]] geeft aan dat dit niet mogelijk zal zijn omdat de combi nooit eerder dan week 21 gereed is. CHB [ rechtbank: [betrokkene 4]] geeft aan dat [betrokken bedrijf] al eerder aan fase 2 kan beginnen omdat de tracés vrij zijn. As zegt dat [betrokken bedrijf] hier evt. toe bereid is echter WG zegt dat het niet kan i.v.m. de bereikbaarheid van het terrein. [betrokkene 4] geeft nogmaals aan dat hij al eerder de bereikbaarheid op het terrein gegarandeerd heeft en dat dit een zaak is voor de gemeente en niet voor de nutsbedrijven.’

2.10. In een brief aan wethouder Depla van de gemeente Nijmegen van 6 mei 2004 schrijven de combipartners:

‘(…) Zoals te doen gebruikelijk is ons namens de gemeente Nijmegen de toezegging gedaan dat wij voor onze werkzaamheden in Combi een vrij tracé krijgen aangezien we de kabels en leidingen dan in één arbeidsgang kunnen aanleggen zodat er zo effectief en efficiënt mogelijk gewerkt kan worden. (…) Ondanks de toezegging aan ons om een vrij tracé ter beschikking te krijgen, zullen door verder te gaan op de huidige werkwijze de extra kosten tot ca. € 100.000,-- oplopen. Er is dus geen sprake van een vrij tracé (…).’

2.11. In reactie daarop schrijft wethouder Depla in zijn brief van 19 mei 2004 aan de Combipartners:

‘(…) Een van de afspraken die de heer [betrokkene 10] en ik hebben gemaakt betreft de gemeentelijke bereidheid om garant te staan voor de betaling van meerkosten voorzover deze aantoonbaar door gemeentelijk handelen zijn dan wel nalaten zijn ontstaan. Deze toezegging wil ik hierbij herhalen.’

2.12. Bij emailbericht van 26 mei 2004 heeft [betrokkene 2] aan [betrokkene 4] een tweetal overzichten gestuurd betreffende de extra coördinatie en bijkomende werkzaamheden die de combipartners extra hebben gemaakt. Blijkens een overzicht van 26 augustus 2004 dat [betrokkene 2] aan [betrokkene 9] (vervanger [betrokkene 5]) heeft gezonden gaat het om de volgende kosten:

’1. Aanleg in de woonrijpfase i.p.v. de bouwrijpfase

verschil per m1 voor de combigeul € 26,03

lengte geul 1415 m1

Extra kosten: € 36.832,45

2. Extra, in uw opdracht uitgevoerde werkzaamheden

(bijgevoegd overzicht) € 67.660,40

3. Extra, op uw verzoek uitgevoerde coördinatietaken € 33.454,87

€ 137.947,72

2.13. In een brief van 25 januari 2005 hebben de combipartners bovengenoemde kostenposten nader onderbouwd. Over post I staat in die brief:

’(…) Namens de Combi merken wij allereerst op dat als door de Combi of een bij de Combi betrokken partij jaar-afspraken met derde uitvoerende bedrijven gemaakt worden dit nog niet betekent dat anderen zich daarop kunnen beroepen. Voor dit project Limos heeft de Combi er op mogen vertrouwen dat zij de bestaande kostenafspraken met de uitvoerende onderaannemer inzake m1 sleuf tot basis van haar calculatie mocht nemen kon omdat dhr. [betrokkene 4] als directievoerder namens de gemeente toegezegd, (…) dat de Combi over een vrij werkterrein zou kunnen beschikken. Vrij is een gangbare en gebruikelijke uitdrukking in dit soort overleg en betekent, vrij van obstakels, zowel onder als bovengronds, ook wel ‘woonrijp’, in tegenstelling tot niet vrij terrein, ofwel ‘bouwrijp’. De combi mocht er dus op vertrouwen dat er in dit geval inderdaad van kon worden uitgegaan dat er in het terrein, waarin de aanlegwerkzaamheden moeten plaatsvinden, geen obstakels bevonden, en noch de Combi noch de betrokken aannemer hoefden er zich, gezien de mededeling van gezaghebbende en ter zake kundige geachte zijde, vooraf niet nog eens van te vergewissen hoe de situatie op het Limos-terrein was. Nu er zich ter plaatse toch obstakels bleken te bevinden (zoals gaandeweg de uitvoering bleek), komt dit voor rekening van de opdrachtgever, namens wie de directievoerder voorafgaandelijk de toezegging van vrij terrein heeft gedaan. (…) Wat betreft het argument van de Gemeente: het is of meerwerk óf een onderbouwde hogere eenheidsprijs. Volgens de Combi kan dat net zo goed sprake zijn van én meerwerk én een onderbouwde hogere eenheidsprijs, indien en voor zover er terzake van hetzelfde onderwerp maar geen dubbeltellingen plaatsvinden. (…)

Ten aanzien van post 3 is in dat schrijven toegelicht:

’Wat betreft de hogere kosten van coördinatie van de uitvoering (…) Het standpunt van de Combi is echter dat het steeds de taak van de gemeente is en blijft, en destijds dus ook was, om werkzaamheden, en dus ook die inzake Limos, te coördineren. Indien Nuon, als door de Combi aangestelde coördinator de uitvoering van deze coördinatietaak overneemt omdat de Gemeente niet of onvoldoende in staat blijkt aan deze op haar rustende verplichting te voldoen, zijn de kosten daarvan voor de partij die in gebreke bleef, in casu de gemeente. (…) De verstoringen die tot een dwingend behoefte aan meer coördinatie geleid hebben waren ook het gevolg van het feit dat de Combipartners de werkzaamheden niet in één arbeidsgang konden uitvoeren. Het herhaalde oponthoud werd vooral veroorzaakt door andere partijen, o.a. aannemers/bouwers die tezelfdertijd terplekke aan het werk waren, in en/of op de openbare grond, dus onder toezicht en verantwoording van de gemeente, die dit oponthoud door coördinatie had moeten voorkomen. Dat dit niet gebeurde heeft kostenverhogend gewerkt.

2.14. In een schriftelijke verklaring van [directeur van betrokken bedrijf], directeur van [betrokken bedrijf] van 17 februari 2009 staat onder meer:

’Onder een tracé wordt verstaan de samenstelling van:

* de sleufbreedte

* de breedte naast de geul voor de opslag van de uitkomende grond (aan de achterzijde)

* de mogelijkheid om langs de sleuf te rijden om de nutsinfra aan te kunnen voeren en aan te kunnen leggen (aan de voorzijde)

Een vrij tracé in de vooraanleg houdt in:

* het gehele tracé moet vrij zijn van bovengrondse obstakels

* de tracégeul moet vrij zijn van ondergrondse obstakels

* tracégedeeltes tot 500 m l, afhankelijk van het sturende type infra, moeten in één keer open kunnen zijn en in zijn geheel vrij zijn (…)

* tracé moet op hoogte worden aangeleverd

* tijdens de aanlegwerkzaamheden moet het tracé niet gekruist worden door derden. Dat betekent dat er ook niet overheen moet worden gelopen. Dit om schade aan de nutsinfra te voorkomen.

Wij hebben op het project ‘Limos’ geconstateerd dat: “een vrij tracé in de vooraanleg” een utopie was. Zoals wij er toentertijd tegen aan keken had dit voornamelijk te maken met het volgende:

* bij aanvang van het project in de voorbereidingsfase is er een duidelijke globale planning opgesteld over het totale verloop van het project mbt de aanleg van alle structuur

* in een later stadium is munitie ontdekt: deze moest eerst worden verwijderd voordat infrastructuur kon worden aangelegd

* dit had planningstechnische gevolgen voor de aanleg van de infrastructuur, zowel de wegen als riolering en de ondergrondse infrastructuur (kabels en leidingen). Deze werkzaamheden moesten in een later stadium worden uitgevoerd

* eindoplevering gebouwen bleef staan

In de praktijk betekende dit dat de aan te leggen infrastructuur van de wegenbouwer (riolering, bouwwegen en definitieve bestrating) tegelijkertijd met die van de kabel- en leidingenaannemer (ondergrondse kabels en leidingen) moesten worden uitgevoerd en dat deze ook weer tegelijkertijd met de bouwwerkzaamheden van de bouwaannemers moesten worden uitgevoerd. Betrokkenen kwamen daardoor in een onmogelijke positie te zitten.

Het werkelijke probleem ligt in de aanvang van het project. Op het moment dat bekend was dat de munitie eerst moest worden opgeruimd had besloten moeten worden om:

* de planning van alle werkzaamheden op te schorten óf

* accepteren dat werkzaamheden tegelijkertijd uitvoeren consequenties (onder andere kosten) met zich meebrengt. (…)’

2.15. In een verklaring van [betrokkene 2] van 6 maart 2009 staat onder meer:

’(…) Limos was een voormalig kazernecomplex in Nijmegen. De combi moest daar starten voor de gemeente i.v.m. de door gemeente geplande oplevering van daar geplande woningen. Voor de start van de werkzaamheden was ons een vrij terrein en een vrij tracé toegezegd door de gemeente Nijmegen. Ik woonde de coördinatiebesprekingen bij, die plaatsvonden tussen de Gemeente en de verschillende combipartners. De gemeente werd daarbij vertegenwoordigd door de door haar aangestelde heer [voorletter] [betrokkene 4] (…)

De eerste week nadat de combi haar werkzaamheden gestart was, was e.e.a. nog wel werkbaar. Tijdens de voortgang van onze werkzaamheden kwamen echter de toezeggingen van Dhr. [betrokkene 4] steeds meer onder druk te staan. Die toezeggingen hielden niet alleen een vrij tracé, maar ook dat de uitvoering van de combiwerkzaamheden voor het leggen van kabels en leidingen in één aaneengesloten arbeidsgang zou kunnen plaatsvinden. Dat vrij tracé hield niet alleen in: vrij van obstakels boven de grond, maar steeds en uitdrukkelijk ook, vrij van obstakels onder de grond, wat meerdere malen indringend aan de orde is gekomen omdat het project werd gerealiseerd op een voormalig kazerne terrein en de grond ter plaats vol munitie zat. Al snel bleek immers dat het terrein niet steeds voor de combi-werkzaamheden beschikbaar was omdat de gemeente iedere keer weer munitieonderzoek moest laten doen. Daarom moest het werk telkens worden stilgelegd: om de munitie opruimingsdienst gelegenheid te geven ter plaatste opruimingswerkzaamheden te verrichten, waarna al de verschillende werkzaamheden weer opnieuw moesten worden opgestart. (…)

Vooral bij deze hierboven genoemde, maar ook bij andere voorkomende problemen zoals die nu eenmaal altijd tijdens een project voorkomen, is een goede coördinatie vereist, maar niet alleen tussen de combi partners onderling, waarvoor ik verantwoordelijk was. Maar ook tussen de combi-aannemer [betrokken bedrijf] en de civiele aannemer [betrokkene 6]: die coördinatie lag, zoals gebruikelijk, bij de gemeente Nijmegen. (…) Omdat de gemeente vanaf het begin af aan deze overall coördinerende rol in het Limosproject in het geheel niet of nauwelijks heeft opgepakt, zijn veel afstemmingsproblemen en daardoor onnodige kosten voor alle betrokkenen ontstaan. Stadsverwarming (SV) die buiten de combi werkt was ter plaatse op hetzelfde moment als de combi aan het werk en had daarbij dezelfde problemen. Dit is ook de reden dat er voor de combi geen ruimte was voor het wegzetten van grond naast de sleuf. Daarom moest deze tijdelijk worden afgevoerd naar een depot. (…) Een deel van die extra kosten betrof het moeten opvangen van het ontbreken van die coördinatie: ikzelf heb veel extra werk moeten verzetten om alles nog goed te krijgen, werk dat ik normaal niet zou hebben hoeven doen: doordat de beschikbare ruimte en tijd voor de combi activiteiten beperkt was, was het coördineren van tijdelijke opslag van materialen, het opslaan van vrijkomende grond en het voortdurend aanpassen van de volgorde waarin de werken werden uitgevoerd noodzakelijk. Het ging daarbij niet alleen om het elkaar in de weg zitten met grond, maar ook met materialen, bouwketen, voertuigen, etc. etc.

Door gebrek aan coördinatie ontstond voor de combi en SV dus veel hinder van bouwactiviteiten van de civiele aannemer, tot combi-sleuven aan toe die door hen zonder overleg vooraf voortijdig werden dichtgegooid omdat hij ook verder wilde. (…)’.

3. Het geschil

3.1. De combipartners hebben gevorderd dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

1. de gemeente zal veroordelen tot betaling van € 164.157,78 inclusief BTW te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 augustus 2004 tot de dag der algehele voldoening, alsmede tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ad € 2.842,--;

2. de gemeente zal veroordelen in de kosten van de procedure.

Bij conclusie van repliek hebben de combipartners kenbaar gemaakt dat UPC de procedure niet wenst voort te zetten, hetgeen ertoe leidt dat de totale vordering (onder 1) zal worden verminderd met 13,14%, waarna nog een hoofdsom resteert van € 119.821,39 (€ 142.587,45 inclusief BTW).

3.2. De gemeente voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De combipartners stellen zich op het standpunt dat zij voorafgaand aan de uitvoering van hun werkzaamheden met de gemeente hebben afgesproken dat bij aanvang van hun werkzaamheden het tracé vrij zou zijn. Dat hield in dat het terrein vrij was van boven- en ondergrondse obstakels. Bij de start van de werkzaamheden bleek het tracé echter niet vrij te zijn. Daardoor hebben de combipartners schade geleden die uiteen valt in drie kostenposten te weten de verhoogde eenheidsprijs per extra meter sleuf (I), de kosten in verband met extra verrichte werkzaamheden (II) en coördinatiekosten (III). Ter zitting hebben de combipartners verduidelijkt dat er in feite twee oorzaken zijn voor het ontstaan van die schade: Doordat het tracé niet vrij was konden de kabels en leidingen niet over één lang tracé worden ‘uitgerold’ maar moest er in kleine stukjes worden gewerkt hetgeen duurder is omdat er minder efficiënt kan worden gewerkt. Dat heeft geleid tot een verhoogde eenheidsprijs per meter (I) en coördinatiekosten (III). Doordat er op de kleine stukjes waarop kon worden gewerkt allerlei blokkades waren, zijn er door de combipartners kosten gemaakt in verband met extra werkzaamheden om die blokkades te verhelpen (II), aldus de combipartners.

4.2. Aan hun vordering tot voldoening door de gemeente van de door combipartners geleden schade hebben de combipartners aanvankelijk, in de dagvaarding, primair ten grondslag gelegd dat tussen partijen een overeenkomst van aanneming van werk is gesloten en dat de gemeente als opdrachtgever gehouden is om op die grond het meerwerk te vergoeden. Die grondslag hebben de combipartners, zo begrijpt de rechtbank uit de stellingen van de combipartners in de nadien gevolgde processtukken, niet langer gehandhaafd.

4.3. Subsidiair baseren de combipartners hun vordering erop dat zij gerechtvaardigd mochten vertrouwen op de toezegging van de gemeente dat sprake zou zijn van een vrij tracé. Nu dat niet het geval is gebleken, is sprake van onzorgvuldig handelen dan wel nalaten van de gemeente en is zij, zoals ook door wethouder Depla is erkend, aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende kosten. Meer subsidiair hebben de combipartners hun vordering – in het bijzonder post III – erop gebaseerd dat op de gemeente op grond van artikel 5 lid 2 van de Telecommunicatiewet een coördinatietaak rust die zij heeft verzaakt. Ten slotte hebben de combipartners tijdens het pleidooi nog een beroep gedaan op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur als grondslag voor hun vordering.

4.4. Voor de beoordeling van met name post II is mogelijk relevant of de gemeente vennoot was in de vennootschap onder firma Limos. Ter zitting kon daarover van de zijde van de gemeente geen duidelijkheid worden gegeven. De rechtbank laat de gemeente toe om, zo nodig onderbouwd met bescheiden, zich bij akte erover uit te laten of zij vennoot was in de voornoemde vennootschap, alsmede wie de andere vennoten waren. Voorts acht de rechtbank het van belang tot welk moment de gemeente eigenaar is geweest van de grond, op welke datum zij die heeft overgedragen en aan wie. Ook hierover zal de gemeente zich bij akte mogen uitlaten. De combipartners krijgen de gelegenheid daarop bij antwoordakte te reageren.

4.5. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. verwijst de zaak naar de rol van 17 juni 2009 voor akte als bedoeld in rov. 4.4.;

5.2. iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. de Vries, mr. C.M.E. Lagarde en mr. S.C.P. Giesen en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2009.

cc:SG