Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BI6981

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
27-05-2009
Datum publicatie
09-06-2009
Zaaknummer
178033
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Non-conformiteit tweedehands caravan. Mededelingsplicht verkoper; onderzoeksplicht koper. Koper moet binnen bekwame tijd klagen (art. 7:23 lid 1 BW).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 178033 / HA ZA 08-2028

Vonnis van 27 mei 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GARAGEBEDRIJF [eiseres] B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. J.M.E. Hamming te Drachten,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. W.A.J. Hagen te Arnhem.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 11 februari 2009 en het proces-verbaal van comparitie van 3 april 2009. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [statutair directeur van eiseres] (hierna [statutair directeur van eiseres]) is middellijk statutair directeur van [eiseres] [gedaagde] heeft een caravan op internet te koop aangeboden, met de tekst ‘1x gebruikt/wegens omstandigheden’. [statutair directeur van eiseres] heeft de caravan op 14 oktober 2007 te [woonplaats] bij [gedaagde] bezichtigd. [eiseres] heeft vervolgens de caravan gekocht en geleverd gekregen op 15 oktober 2007. De aankoopsom was € 12.250,00. Het betrof een caravan van vijf maanden oud. Afgifte van het kentekenbewijs vond plaats op 3 mei 2007.

2.2. [eiseres] heeft de caravan na de aanschaf in een loods gestald voor de winter. Begin 2008 is de caravan weer buiten geplaatst. [eiseres] heeft eind maart 2008 na een regenbui geconstateerd dat het achterraam lekte. Zij heeft de caravan toen laten onderzoeken door een LMC-dealer, waarbij bleek dat deze ernstig beschadigd was geweest bij een botsing aan de achterzijde. Het is [eiseres] daarna duidelijk geworden dat [gedaagde] niet de eerste eigenaar van de caravan was en dat de eerste eigenaar de caravan na een aanrijding aan een sloopbedrijf had verkocht. [gedaagde] heeft de caravan van het sloopbedrijf gekocht en zelf hersteld.

2.3. Bij brief van 22 april 2008 heeft de rechtsbijstandverzekeraar van [eiseres] aan [gedaagde] geschreven dat de caravan aan de achterzijde lekkage vertoont, dat deze non-conform is, dat cliënte de overeenkomst wenst te ontbinden en dat [gedaagde] de aankoopsom dient terug te betalen. Bij brief van 14 mei 2008 heeft de rechtsbijstandverzekeraar van [eiseres] onder verwijzing naar de brief van 22 april 2008 [gedaagde] gesommeerd het bedrag van € 12.250,00 uiterlijk op 28 mei 2008 te betalen. Bij brief van 17 juni 2008 heeft de rechtsbijstandverzekeraar van [eiseres] aan [gedaagde] nogmaals geschreven dat de caravan lekkage vertoont, daaraan toegevoegd dat deze ook total loss is geweest, gesteld dat [eiseres] de overeenkomst wenst te ontbinden en gesommeerd het aankoopbedrag binnen veertien dagen terug te betalen, waarna de caravan zal worden teruggegeven. [gedaagde] heeft op deze brieven niet gereageerd, noch de koopsom terugbetaald.

2.4. Bij brief van 26 augustus 2008 heeft de advocaat van [eiseres], mr. Hamming, [gedaagde] onder meer geschreven:

‘Bij verkoop is door de u niet gemeld dat de caravan een aanzienlijke schade heeft gehad. Van mijn cliënte begrijp ik dat de caravan na de verkoop juist bij het achterraam aanzienlijk is gaan lekken. Na enig onderzoek door cliënt is gebleken dat de caravan ooit total loss, althans in zwaar beschadigde staat (aan de achterzijde) bij het autobedrijf Broekhuis is aangeboden, welke u op 12 september 2007 de caravan in deze (beschadigde) staat weer heeft doorverkocht.

Kennelijk heeft u de caravan zelf gerepareerd of laten repareren, maar u heeft van dit feit voorafgaande de verkoop geen melding gemaakt bij cliënte, terwijl u hiertoe wel ongevraagd verplicht was. (...)’

Bij deze brief heeft mr. Hamming [gedaagde] voorts uitgenodigd om op 1 september 2008 aanwezig te zijn bij een inspectie door een expert van CED Bergweg. [gedaagde] heeft aan die uitnodiging geen gevolg gegeven en verder op de brief van mr. Hamming niet gereageerd.

2.5. Op verzoek van [eiseres] heeft CED Bergweg de caravan op 1 september 2008 onderzocht. In haar rapport van 18 september 2008 concludeert CED Bergweg, voor zover van belang:

‘Conditie

Onderstel : goed

Vering: goed

Banden: goed

Reminstallatie: goed

Dissel: goed

Koppeling: stukje uit geslepen

Handrem: goed

Beplating: rechterzijde zie opmerking’

Lijsten: goed

Bekleding: goed

Vloerbedekking: goed

Ramen: goed

Deur: goed

Wij controleerden met behulp van een vocht indicatiemeter de caravan op de navolgende plaatsen:

Rondom de ramen: vocht aanwezig achterraam

(...)

Waardevaststelling

Eerste cataloguswaarde in jaar van fabricage EUR 16.365,00

Met het vaststellen van de dagwaarde is rekening gehouden met de aanwezige schade, zie opmerking.

Dagwaarde van bovengenoemde caravan hebben wij vastgesteld op EUR 10.000,00

Waarden besproken met de eigenaar : ja

Akkoord : JA

Alle bedragen zijn incl. BTW.

Wij stelden de waarde van het hierboven omschreven object vast op basis van de markt c.q. de vervangingswaarde. (…)

Opmerking

De bovengenoemde caravan heeft rondom schade welke het gevolg was van een aanrijding in juli 2007 waarbij de caravan op basis van totaalverlies is afgevoerd.

De caravan is gedeeltelijk hersteld op een niet professionele wijze, de caravan heeft een lekkage aan het achterraam, dakplaat niet vernieuwd, kleurverschil in de interieurplaten, bankkasten aan de achterzijde niet goed gemonteerd, de hout constructie van de rechterzijwand niet hersteld en zijonderplaat niet vernieuwd.’

3. Het geschil en de beoordeling daarvan

3.1. [eiseres] heeft bij dagvaarding samengevat - gevorderd dat de rechtbank voor recht verklaart dat [eiseres] terecht de koopovereenkomst met betrekking tot de caravan buitengerechtelijk heeft ontbonden op grond van toerekenbaar tekortschieten door [gedaagde], althans dat de rechtbank deze overeenkomst alsnog ontbindt, dan wel vernietigt op grond van bedrog en/of dwaling. Verder heeft zij gevorderd dat de rechtbank [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 12.250,00 vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 23 april 2008, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening, en tot betaling van € 160,50, zijnde de kosten voor het opmaken van het expertiserapport. Dit alles vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten ad

€ 904,00 en de kosten van de procedure, de beslagkosten daaronder begrepen.

3.2. [eiseres] heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat de caravan een lekkage had en schade die op onprofessionele wijze was gerepareerd. Dat behoefde zij niet te verwachten, aangezien [gedaagde] haar een goede, deugdelijke tweedehands caravan had verkocht, daarbij de indruk wekkend dat deze slechts één maal gebruikt was. Verder heeft [gedaagde] niet medegedeeld dat hij de caravan, die na een aanrijding total loss was verklaard, bij een sloperij had gekocht en zelf had opgeknapt. Deze feiten had hij [statutair directeur van eiseres] wel mede moeten delen. De caravan beantwoordt daarom niet aan de overeenkomst in de zin van artikel 7:17 BW.

3.3. [gedaagde] heeft daartegen aangevoerd dat [eiseres] zelf niet voldaan heeft aan haar onderzoeksplicht, die des te zwaarder op haar rust omdat zij een deskundige koper is. [statutair directeur van eiseres] heeft bij de bezichtiging van de caravan de zichtbare deuken en krassen daarop gezien, maar zelf verzuimd daarnaar door te vragen. [statutair directeur van eiseres] heeft bij de bezichtiging niet meer gedaan dan een rondje om de caravan lopen. [gedaagde]’ mededelingsplicht strekte volgens hem niet zover dat hij spontaan allerlei mededelingen over de geschiedenis van de caravan moest doen.

[gedaagde] betwist verder dat de caravan voor normaal gebruik ongeschikt zou zijn. De caravan functioneert uitstekend, hetgeen ook blijkt uit de rapportage van CED Bergweg. De dagwaarde is vastgesteld op € 10.000,- en de caravan is inmiddels een jaar ouder dan op het moment van aanschaf. De caravan is ook veilig.

Ten slotte heeft [gedaagde] aangevoerd dat de tekortkoming de ontbinding niet rechtvaardigt en dat [statutair directeur van eiseres] niet binnen bekwame tijd heeft geklaagd in de zin van artikel 7:23 BW en 6:89 BW.

3.4. Artikel 7:17 lid 1 BW bepaalt dat een verkochte zaak moet beantwoorden aan de overeenkomst. Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst, indien de zaak niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan de koper de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Daarbij dient rekening te worden gehouden met alle omstandigheden van het geval waaronder de aard van de zaak, (serieus bedoelde) mededelingen van de verkoper, de prijs en de overige omstandigheden waaronder de koop plaatsvond.

3.5. Over de totstandkoming van de koopovereenkomst staat op grond van hetgeen de partijen daarover hebben verklaard het volgende vast. [gedaagde] heeft de caravan op internet aangeboden met de tekst ‘1x gebruikt/wegens omstandigheden’. De caravan was op het moment van verkoop vijf maanden oud. [statutair directeur van eiseres] is de caravan op zondag 14 oktober 2007 gaan bezichtigen met zijn echtgenote en heeft daarbij de caravan van buiten en van binnen bekeken. Hij heeft daarbij enkele deuken en krassen op de caravan waargenomen. Volgens [gedaagde] heeft hij bij de bezichtiging slechts gezegd dat er één keer mee op vakantie is gegaan, niet dat hij zelf er één keer mee op vakantie is gegaan. [gedaagde] heeft tijdens de bezichtiging niet meegedeeld dat het een schadecaravan was die hij bij een sloopbedrijf had gekocht en die hij zelf had gerepareerd. Partijen verschillen nog van mening over de vraag of [statutair directeur van eiseres] heeft geïnformeerd naar de oorzaak van de deuken en krassen ([statutair directeur van eiseres] stelt van wel, [gedaagde] stelt van niet) en of [gedaagde] daarop heeft geantwoord dat hij dat niet wist ([statutair directeur van eiseres] stelt van wel, [gedaagde] stelt van niet).

3.6. Over de feitelijke toestand van de caravan staat voorts het volgende vast. Het betrof een caravan met schade die [gedaagde] van een sloopbedrijf heeft gekocht. Uit het door [eiseres] in het geding gebrachte rapport van CED Bergweg van 27 juli 2007 blijkt over de beschadiging die de caravan na de aanrijding had het volgende:

‘Plaats en omschrijving van de schade:

Wij constateerden dat de tourcaravan ernstig beschadigd was aan de achterzijde. Het volgende werd beschadigd: De achterbumper, rechter- en linkerachterlicht, achterwand, achterraam, rechter- en linker onderzijplaat, hoek- en tentlijst en aan de binnenzijde de interieurplaat van de achter- en rechter zijwand gebroken, de rechter- en linkerbankkast gebroken, het keukenblok en hangkast losgeraakt en/of beschadigd.

orzaak en conclusie

De schade is veroorzaakt door een aanrijding

Schadevaststelling

Globale herstelkosten incl. BTW EUR 13.000,00

De herstelkosten bedragen meer dan het verschil tussen de waarde van de caravan voor en na het evenement.

Gezien het bovenstaande is schaderegeling op basis van totaal verlies van toepassing.’

[gedaagde] heeft niet gemotiveerd betwist dat deze rapportage de schade aan de caravan correct weergeeft. Verder staat vast dat [gedaagde] de caravan zelf heeft gerepareerd, doch – in de woorden van het rapport van CED Bergweg van 18 september 2008 – gedeeltelijk en op een niet professionele wijze. Uit dit laatste rapport – dat door [gedaagde] evenmin gemotiveerd is betwist - blijkt dat sprake is van een lekkage aan het achterraam, dat de dakplaat is niet vernieuwd, dat er kleurverschil is in de interieurplaten, dat de bankkasten aan de achterzijde niet goed zijn gemonteerd, dat de hout constructie van de rechterzijwand niet is hersteld en dat de zijonderplaat niet is vernieuwd.

3.7. Een koper die een tweedehandscaravan koopt van vijf maanden oud, ‘wegens omstandigheden’ en ‘één keer gebruikt’ en behept met enkele deuken en krassen aan de zijkant, behoeft niet te verwachten dat sprake is van een caravan die bij een aanrijding betrokken is geweest, total loss is geweest en gedeeltelijk op niet-professionele wijze is gerepareerd, waardoor onder meer het achterraam niet goed sluit en dus lekt. Nu de caravan wel aan deze euvels lijdt, beantwoordt deze niet aan de overeenkomst in de zin van artikel 7:17 BW. [gedaagde] had op grond van de verkeersopvattingen ten aanzien van de voorgeschiedenis van de caravan een mededelingsplicht jegens [eiseres] nu evident is dat deze informatie voor de aanschafbeslissing en de prijsonderhandelingen van belang is. Dat [gedaagde], naar hij stelt, niet wist dat de caravan total loss is geweest, maakt dat niet anders, aangezien hij in ieder geval wel bekend was met de ernstige beschadigingen die de caravan na de aanrijding had. In het algemeen zal aan een koper, ook een onvoorzichtige koper, niet kunnen worden tegengeworpen dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de eigenschappen van het gekochte, wanneer de verkoper dienaangaande naar de in het verkeer geldende opvattingen een mededelingsplicht had maar heeft nagelaten de koper op de hoogte te stellen van bij de verkoper bekende feitelijke gegevens die relevant zijn voor de beantwoording van de vraag welke eigenschappen de koper met het oog op de beoogde bestemming van het gekochte mocht verwachten (zie HR 14 november 2008, NJ 2008, 588). Het betoog van [gedaagde] dat [eiseres] zelf haar onderzoeksplicht heeft verzaakt omdat [statutair directeur van eiseres] in feite heeft volstaan met een kort rondje om de caravan, zonder door te vragen naar de krassen en zonder nadere inspectie van het achterraam, hetgeen mogelijk was geweest omdat de fietsendrager op eenvoudige wijze was los te schroeven, gaat dus niet op, omdat het eerst en vooral op de weg van [gedaagde] lag [statutair directeur van eiseres] eigener beweging over de achtergrond van de caravan te vertellen. Van bijzondere omstandigheden die dit anders maken is niet gebleken. Het enkele feit dat [eiseres] een garagebedrijf is en dus – naar kan worden aangenomen – meer deskundig is dan een gemiddelde koper, is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. Ook aan een deskundige koper diende [gedaagde] de voorgeschiedenis van de caravan mede te delen.

3.8. [gedaagde] heeft nog gesteld dat de caravan in het rapport van 18 september 2008 als goed wordt beoordeeld, dat hij nog € 10.000 waard is en dat hij niet non-conform is omdat hij normaal gebruikt kan worden, er gewoon mee op vakantie kan worden gegaan en hij niet onveilig is. Veronderstellenderwijs aangenomen dat men met de caravan gewoon op vakantie kan gaan en dat deze niet onveilig is, betekent dat echter niet dat de caravan dús aan de overeenkomst beantwoordt. Die stelling doet er immers niet aan af dat [eiseres] niet behoefde te verwachten dat zij een ondeugdelijk gerepareerde schadecaravan zou krijgen in plaats van een vijf maanden oude deugdelijke tweedehandscaravan met een paar krassen.

3.9. [gedaagde] heeft zich verder verweerd met een beroep op artikel 7:23 en 6:89 BW, stellende dat [eiseres] niet binnen bekwame tijd heeft geprotesteerd nu de gebreken aan de caravan redelijkerwijs snel na de aankoop ontdekt hadden kunnen worden.

3.10. Artikel 7:23 BW lid 1 bepaalt dat de koper er geen beroep meer op kan doen dat hetgeen is afgeleverd niet aan de overeenkomst beantwoordt, indien hij de verkoper daarvan niet binnen bekwame tijd nadat hij dit heeft ontdekt of redelijkerwijs had behoren te ontdekken, kennis heeft gegeven. Blijkt echter aan de zaak een eigenschap te ontbreken die deze volgens de verkoper bezat, of heeft de afwijking betrekking op feiten die hij kende of behoorde te kennen doch die hij niet heeft meegedeeld, dan moet de kennisgeving binnen bekwame tijd na de ontdekking geschieden.

3.11. Nu uit het voorgaande volgt dat [gedaagde] de afwijkende eigenschappen van de caravan kende, maar verzuimd heeft deze mede te delen, moet op grond van artikel 7:23 lid 1 tweede volzin BW worden beoordeeld of [statutair directeur van eiseres] binnen bekwame tijd na de feitelijke ontdekking heeft geklaagd. De vraag of [statutair directeur van eiseres] die afwijking eerder had behoren te ontdekken is dus niet van belang. Dat er geruime tijd is verstreken tussen de levering van de caravan en de ontdekking van de gebreken maakt dit niet anders. Het beroep dat namens [gedaagde] ter comparitie nog is gedaan op artikel 6:89 BW in aanvulling op artikel 7:23 BW, leidt evenmin tot een ander oordeel, hoewel artikel 6:89 BW niet een met de tweede volzin van artikel 7:23 lid 1 BW corresponderende bepaling kent. Aangenomen moet echter worden dat artikel 7:23 BW voor vorderingen op grond van koopovereenkomsten als lex specialis geldt ten opzichte van artikel 6:89 BW en dat de regeling van artikel 7:23 BW, waar deze afwijkt van artikel 6:89 BW, de rechtsverhouding tussen de partijen bij een koopovereenkomst beheerst.

3.12. Als onvoldoende gemotiveerd betwist staat vast dat [eiseres] op 15 oktober 2007 de caravan geleverd heeft gekregen, dat deze vervolgens in de winterstalling is geplaatst, dat deze begin 2008 weer buiten is geplaatst en dat er eind maart 2008 lekkages zijn geconstateerd nabij het achterraam. Eind maart 2008 moet dan als het moment van ontdekking worden beschouwd. [eiseres] heeft [gedaagde] brieven geschreven op 22 april 2008, 14 mei 2008 en 17 juni 2008. Tussen de brief van 22 april 2008 en de ontdekking eind maart 2008 ligt een periode van ongeveer een maand. Dat is binnen bekwame tijd. Het beroep op artikel 7:23 BW wordt daarom verworpen.

3.13. Nu de caravan niet aan de overeenkomst beantwoordt in de zin van artikel 7:17 BW, is sprake van een toerekenbare tekortkoming van [gedaagde]. [gedaagde] heeft de brieven van 22 april 2008 en 17 juni 2008 redelijkerwijs moeten opvatten als een buitengerechtelijke ontbinding op grond van toerekenbare tekortkoming. [gedaagde] heeft nog aangevoerd dat de tekortkoming de ontbinding niet rechtvaardigt omdat de caravan nog steeds € 10.000 waard is en er slechts sprake is van geringe gebreken. Hierin wordt [gedaagde] niet gevolgd. Niet alleen blijkt uit de rapporten van CED Bergweg dat sprake is van meer dan ondergeschikte gebreken, bovendien is, nog afgezien van de waarde van de caravan, niet van ondergeschikte betekenis dat het een schadecaravan is geweest. Er is dus geen sprake van een tekortkoming van een zodanig geringe betekenis dat deze geen algehele ontbinding van de overeenkomst zou rechtvaardigen. [eiseres] heeft dus op goede gronden de koopovereenkomst ontbonden. Daardoor komt op de partijen een ongedaanmakingsverbintenis te rusten, die voor [gedaagde] inhoudt dat hij gehouden is de koopsom terug te betalen.

3.14. De stelling van [eiseres] dat sprake was van dwaling dan wel bedrog, behoeft gezien het voorgaande geen behandeling.

3.15. [gedaagde] heeft de buitengerechtelijke incassokosten noch de expertisekosten betwist. Deze zullen daarom worden toegewezen als gevorderd.

3.16. Op grond van het voorgaande is toewijsbaar de hoofdsom van € 12.250,00, de buitengerechtelijke kosten ad € 904,00, en de expertisekosten ad € 160,50. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf het moment dat [gedaagde] in verzuim is met de nakoming van zijn ongedaanmakingsverbintenis. Dat verzuim is ingetreden op 28 mei 2008, nu de brief van 14 mei 2008 als een ingebrekestelling kan worden beschouwd waarbij een redelijke termijn voor nakoming is gesteld. De wettelijke rente zal dus worden toegewezen vanaf 28 mei 2008.

3.17. [eiseres] vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. [eiseres] heeft echter onvoldoende stukken in het geding gebracht om de rechtbank in staat te stellen te beoordelen of het beslag nietig was. De rechtbank gaat er echter vanuit dat dat niet het geval was, nu [gedaagde] dat niet heeft aangevoerd en nu het beslag blijkens de verklaring van de partijen ter comparitie is opgeheven tegen het stellen van een bankgarantie door [gedaagde]. De vordering tot vergoeding van beslagkosten is daarom gelet op het bepaalde in art. 706 Rv toewijsbaar. Omdat [statutair directeur van eiseres] de beslagexploiten niet heeft overgelegd kunnen de kosten daarvoor niet worden begroot. Wel kan het salaris advocaat worden vastgesteld op een bedrag van € 452,00 (1 rekest x € 452,00). In zoverre is de vordering toewijsbaar.

3.18. [gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [statutair directeur van eiseres] worden begroot op:

- dagvaarding € 75,30

- vast recht € 306,00

- salaris advocaat € 904,00 (2,0 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 1.285,30

3.19. Het meer of anders gevorderde zal worden afgewezen.

4. De beslissing

De rechtbank

4.1. verklaart voor recht dat [eiseres] terecht de koopovereenkomst met betrekking tot de caravan buitengerechtelijk heeft ontbonden op grond van toerekenbaar tekortschieten door [gedaagde],

4.2. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 12.250,00 (twaalfduizendtweehonderdenvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6: 119 BW over dit bedrag vanaf 28 mei 2008 tot de dag van volledige betaling,

4.3. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen het bedrag van € 1.064,50 wegens expertisekosten en buitengerechtelijke kosten,

4.4. veroordeelt [gedaagde] in de beslagkosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 452,00,

4.5. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 1.285,30,

4.6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4.7. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E.B. ter Heide en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2009.

Coll: AMZ