Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BI6868

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
20-05-2009
Datum publicatie
08-06-2009
Zaaknummer
177303
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Hennepzaak.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft Liander voldoende aannemelijk gemaakt dat zij bevoegd is de schade te vorderen als netverlies. Geen btw verschuldigd over schade zoals hier gevorderd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 177303 / HA ZA 08-1924

Vonnis van 20 mei 2009

in de zaak van

de naamloze vennootschap

LIANDER N.V.,

gevestigd te Arnhem,

eiseres,

advocaat mr. I.M.M. Verhaak te Huissen,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. J.W. Schouten te Arnhem.

Partijen zullen hierna Liander en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 21 januari 2009

- de brief met bijlagen van mr. T.M. Maters namens Liander d.d. 23 februari 2009

- het proces-verbaal van comparitie van 9 maart 2009

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [gedaagde] was huurder en bewoner van de woning aan de [adres] te [woonplaats]. Op 17 december 2007 heeft de politie te [woonplaats] in samenwerking met Liander een inval gedaan in deze huurwoning en daarbij een illegale hennepkwekerij aangetroffen. Met de elektriciteitsmeter was gefraudeerd: de zegels van de meter waren verbroken en buiten de meter om waren elektriciteitskabels aangelegd. De elektrische installatie was verzwaard door plaatsing van zwaardere hoofdzekeringen.

2.2. Van de bevindingen ter plaats heeft de fraudespecialist van Liander een rapport opgesteld en de politie heeft proces-verbaal opgemaakt. Scarioni is door de politierechter veroordeeld tot een werkstraf en aan hem is een ontnemingsmaatregel opgelegd. Uit het frauderapport blijkt dat Liander heeft geconstateerd dat zich 20 assimilatielampen, een dompelpomp en een kachel in de kweekruimte bevonden. Op grond van de door Liander aangetroffen zaken, waaronder afval, apparatuur, pompen, irrigatiesysteem, waterton en koolstoffilters, heeft Liander vastgesteld dat tenminste negen kweken hebben plaatsgevonden. Op grond van die kweken en de aangetroffen apparatuur heeft Liander de verbruikte, niet gemeten, elektriciteit vastgesteld op 137.742 kWh.

2.3. Liander is door Nuon gemachtigd om de kosten van de geleverde, niet gemeten, elektriciteit bij [gedaagde] in rekening te brengen. Liander heeft de elektriciteit, het transport en de door haar gemaakte kosten bij [gedaagde] in rekening gebracht tot een bedrag van € 23.814,90 incl. BTW. [gedaagde] heeft deze factuur niet voldaan.

3. Het geschil

3.1. Liander vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 25.958,75, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 23.814,86 vanaf 24 oktober 2008 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure.

3.2. Liander legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] toerekenbaar is tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst met Liander. Liander stelt dat de algemene voorwaarden bepalen dat het [gedaagde] onder meer niet is toegestaan door Liander aangebrachte verzegelingen te verbreken dan wel handelingen te verrichten waardoor de hoeveelheid getransporteerde elektriciteit niet of niet juist kan worden vastgesteld. Zij vordert vergoeding van de door haar geleden schade.

3.3. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [gedaagde] voert allereerst aan dat hij geen overeenkomst heeft gesloten met (de rechtsvoorgangster van) Liander. Liander heeft evenwel ter zitting onbetwist gesteld dat [gedaagde] energie via haar afnam en daarvoor ook (jaar)facturen heeft ontvangen en voldaan. Gelet hierop had [gedaagde] zijn verweer nader dienen te onderbouwen. Nu hij dat heeft nagelaten, gaat de rechtbank uit van de juistheid van het standpunt van Liander dat partijen wel degelijk een overeenkomst met elkaar hadden, op grond waarvan Liander electriciteit transporteerde aan de woning van [gedaagde] en dat [gedaagde] daarvoor betaalde.

4.2. [gedaagde] voert verder, subsidiair, aan dat de algemene voorwaarden niet van toepassing zijn op deze overeenkomst met Liander en dat de vordering om die reden afgewezen dient te worden, nu Liander de tekortkoming op de algemene voorwaarden baseert. Liander stelt dat de algemene voorwaarden wel degelijk van toepassing zijn. Zij stelt dat zij deze altijd van toepassing verklaart op overeenkomsten met haar contractspartijen en dat de toepasselijkheid daarvan ook vermeld staat op de jaarnota’s die Liander aan [gedaagde] heeft verzonden. Liander heeft ter zitting medegedeeld dat zij niet beschikt over het contract met [gedaagde] waarin de algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard.

4.3. [gedaagde] heeft bij monde van zijn advocaat ter comparitie erkend dat er in de woning een hennepkwekerij aanwezig was. [gedaagde] heeft niet betwist dat de elektriciteitsinstallatie was aangepast en dat leidingen waren omgelegd. De constatering van de fraudespecialist dat de via de illegale aftakking gebruikte elektriciteit niet werd geregistreerd is door [gedaagde] evenmin betwist. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] door gebruik te maken van een ‘illegale’ aansluiting, waardoor het verbruik niet gemeten kon worden, toerekenbaar tekort is geschoten in de overeenkomst tussen hem en Liander. De vraag of er algemene voorwaarden van toepassing zijn op de rechtsverhouding tussen Liander en [gedaagde] kan in het midden blijven omdat dit voor de verdere beoordeling van het geschil zonder belang is.

4.4. Nu vast staat dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst met Liander, dient [gedaagde] de kosten van het niet gemeten verbruik aan Liander te vergoeden. De rechtbank stelt voorop dat ten aanzien van de door Liander gevorderde schade geldt dat deze ingevolge art. 6:97 BW dient te worden begroot op de wijze die het meest met de aard daarvan in overeenstemming is. Omdat de hoogte van de schade in dit geval samenhangt met de hoeveelheid elektriciteit die door [gedaagde] illegaal is afgenomen en deze niet is geregistreerd kan de exacte omvang van de schade niet nauwkeurig worden vastgesteld. De omvang van de schade zal om die reden worden geschat. De rechtbank overweegt daarbij dat, nu [gedaagde] frauduleuze handelingen heeft verricht, een eventuele onzekerheid omtrent het geschatte verbruik in zijn risicosfeer ligt.

4.5. [gedaagde] betwist de bevoegdheid van Liander om de schade als netverlies te vorderen, de berekening van het transportdeel, de energiebelasting en de overige aan hem in rekening gebrachte kosten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Liander voldoende aannemelijk gemaakt dat zij bevoegd is de schade te vorderen als netverlies. Zij heeft dit ter comparitie uiteen gezet en deze uiteenzetting is door [gedaagde] niet betwist. [gedaagde] heeft in reactie daarop aangevoerd dat de verschillende vennootschappen, die zich met het transport en de levering van elektriciteit en de facturering daarvoor bezighouden, een verwarrend beeld scheppen. De rechtbank is van oordeel dat dat niet afdoet aan de bevoegdheid van Liander om de schade als netverlies van [gedaagde] te vorderen.

4.6. Liander heeft het verbruik geschat op 137.742 kWh. [gedaagde] heeft die schatting betwist, onder verwijzing naar het rapport van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (hierna: ‘BOOM-rapport’). [gedaagde] stelt dat dit rapport uitgaat van 798 branduren per lamp per kweekcyclus, terwijl Liander uitgaat van 900 branduren per lamp per kweekcyclus. Liander heeft daar tegenin gebracht dat dit wellicht zo is, maar dat dit rapport ook uitgaat van een verbruik per lamp van 700 Watt, terwijl Liander uitgaat van 645 Watt per lamp. [gedaagde] heeft dit laatste niet bewist. Per saldo is de berekening zoals Liander die heeft gemaakt van het verbruik derhalve lager dan die uit de toepassing van het BOOM-rapport zou volgen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat, nu [gedaagde] niet heeft betwist dat sprake was van negen kweken en dat de door Liander aangetroffen apparatuur daarbij is gebruikt, Liander het verbruik voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Het door [gedaagde] daartegen gevoerde verweer is, gelet op het voorgaande, onvoldoende onderbouwd en wordt om die reden gepasseerd. Met betrekking tot de door Liander over het geschat verbruik gevorderde btw overweegt de rechtbank dat geen btw verschuldigd is over schade, zoals deze hier gevorderd wordt. De btw over het geschat verbruik zal dan ook worden afgewezen

4.7. Met betrekking tot de kosten die zien op het transport van de elektriciteit voert [gedaagde] aan dat hem niet duidelijk is waar deze kosten op zien. Liander heeft ter zitting gesteld dat de transportkosten zien op de verbruikte stroom en dat deze per kWh op de gebruikelijke wijze zijn berekend. Daarbij heeft Liander gewezen op de reguliere jaarafrekening die zij [gedaagde] op 21 oktober 2006 heeft gezonden. De rechtbank stelt vast dat de berekening van de transportkosten op de jaarafrekening inderdaad overeenkomt met de berekening van de transportkosten zoals die thans door Liander worden gevorderd. Dit verweer wordt dan ook als onvoldoende gemotiveerd betwist gepasseerd. Omdat ook deze vordering schade betreft, zal de btw over het hiermee gemoeide bedrag worden afgewezen.

4.8. Met betrekking tot de door Liander in rekening gebrachte energiebelasting geldt hetzelfde als met betrekking tot de transportkosten. Ook deze zijn door Liander op dezelfde wijze als in de jaarafrekening in rekening gebracht. Het verweer van [gedaagde] dat hem niet duidelijk is hoe deze belasting wordt berekend, gaat dan ook evenmin op. [gedaagde] heeft ter zitting bij monde van zijn advocaat nog aangevoerd dat hij dan ook recht heeft op een teruggave van energiebelasting en dat deze in mindering dient te strekken op de vordering van Liander. Liander heeft gesteld dat een teruggave alleen plaatsvindt bij legaal afgenomen stroom. De Wet belastingen op milieugrondslag en de daarop gebaseerde regelingen bevatten evenwel geen bepalingen die uitsluiten dat teruggaaf wordt verstrekt van energiebelasting in het geval deze energie buiten de meter om is verkregen. Nu ook energiebelasting is verschuldigd en de rechtbank niet is gebleken van een wettelijke grondslag geen teruggaaf te verstrekken, zal de rechtbank de teruggaaf in mindering brengen op de in rekening gebrachte belasting. Het betreft een vast bedrag van € 197,00, zoals dat in 2007 gold.

4.9. Tenslotte heeft [gedaagde] erkend de in rekening gebrachte posten voorrijkosten en kosten onderzoek meetinrichting verschuldigd te zijn. [gedaagde] betwist evenwel de overige onderzoeks- en herstelkosten die Liander in rekening heeft gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Liander de posten ‘af- en aansluiten’, ‘verwijderingsbijdrage’, ‘terugbrengen verzwaarde aansluiting’ en ‘zwaardere aansluiting meerkosten/transportkosten’ ter zitting voldoende onderbouwd. [gedaagde] heeft zijn betwisting daarvan slechts in die zin gehandhaafd dat hij stelt dat het arbeidsloon dubbel is gerekend, maar heeft nagelaten dat te concretiseren. De rechtbank gaat dan ook aan dit verweer voorbij. Met betrekking tot de in rekening gebrachte administratiekosten ligt dat anders. Ter zitting is gebleken dat deze kosten zien op het onderzoek naar de fraude, de aangifte, de administratie ten behoeve van de aansluiting na afronding van het onderzoek, de fraudefactuur en het dossier van de fraudespecialist. Voor deze werkzaamheden wordt een tarief van € 80,00 per uur aangehouden en wordt 5 uur in rekening gebracht. De rechtbank acht dat bedrag, met [gedaagde], aan de hoge kant. De rechtbank stelt dit bedrag in billijkheid vast op € 200,00.

Met betrekking tot de door Liander over deze kosten gevorderde btw overweegt de rechtbank dat geen btw verschuldigd is over schade, zoals deze hier gevorderd wordt. De btw over de onderzoeks- en herstelkosten zal dan ook worden afgewezen.

4.10. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zijn niet betwist. Voldaan dient te worden aan het vereiste dat alleen redelijke kosten die in redelijkheid zijn gemaakt kunnen worden toegewezen. In dit geval is niet gebleken dat niet aan dit vereiste is voldaan, zodat de rechtbank de gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke kosten ad € 1.000,00 zal toewijzen. De wettelijke rente over het toe te wijzen bedrag zal eveneens worden toegewezen vanaf 24 oktober 2008 tot de dag der algehele voldoening.

4.11. Uit het voorgaande volgt dat aan Liander de volgende bedragen zullen worden toegewezen: transportkosten, incl. energiebelasting minus teruggaaf, ad € 7.742,66, levering energie ad € 10.978,06, overige kosten ad € 1.041,80, de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten ad € 1.000,00. Een en ander komt op een totaal bedrag van € 20.762,52 plus wettelijke rente.

4.12. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van Liander worden begroot op:

- dagvaarding € 71,80

- vast recht 575,00

- salaris advocaat 1.158,00 (2 punten × tarief € 579,00)

Totaal € 1.804,80

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Liander te betalen een bedrag van € 20.762,52 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 oktober 2008 tot de dag der algehele voldoening,

5.2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Liander tot op heden begroot op € 1.804,80,

5.3. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Bokx-Boom en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2009.