Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BI6548

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
17-04-2009
Datum publicatie
05-06-2009
Zaaknummer
520755 CV Expl. 07/6394
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

“Art. 7:661 BW; artt. 13, 14 EEG-verordening 3821/85 betreffende de tachograaf in vrachtwagens. De verordening legt de verplichting tot toezicht op de goede werking en het juiste gebruik van de tachograaf op de chauffeur én de werkgever. Verkeersboete in het buitenland: werkgever draagplichtig.”

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 170
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 611
Burgerlijk Wetboek Boek 7 658
Burgerlijk Wetboek Boek 7 661
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2009/424
JA 2009/141 met annotatie van mr. A. Kolder en mr. H. Vorsselman
AR-Updates.nl 2009-0433
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Nijmegen

zaakgegevens 520755 CV EXPL 07.6394 \ 282fh

uitspraak van 17 april 2009

Vonnis

in de zaak van

[eiser in conventie]

wonende te [woonplaats], Duitsland

eisende partij in conventie

verwerende partij in reconventie

gemachtigde mr. A. Dregmans

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Europe Flyer Logistics International B.V.

gevestigd te Huissen, gemeente Lingewaard

gedaagde partij in conventie

eisende partij in reconventie

gemachtigde mr. H.I. van den Heuvel-Boonstra

Partijen worden ook hierna weer [eiser in conventie] en Europe Flyer genoemd.

De procedure in conventie en in reconventie

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het griffie-exemplaar van het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter van 5 december 2008 en de daarin genoemde gedingstukken;

- de akte van Europe Flyer met producties.

De verdere beoordeling in conventie en in reconventie

1. De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis van 5 december 2008 is overwogen en beslist.

2. In dat vonnis is de zaak naar de rol verwezen teneinde van [eiser in conventie] te vernemen hoe hij het hem opgedragen bewijs wil leveren.

3. [eiser in conventie] heeft niet meer gereageerd. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat hij afziet van bewijslevering. Dat partijen zijn overeengekomen dat [eiser in conventie] voor zijn werkzaamheden een nettoloon van € 3.600,- per maand zou ontvangen, is dan ook niet komen vast te staan. De vordering in conventie zal daarom worden afgewezen.

4. Europe Flyer stelt dat zij een bedrag van € 8.842,75 netto aan voorschotten heeft betaald en dat [eiser in conventie] recht had op € 7.192,69 netto, zodat € 1.650,06 te veel betaald is. Nu niet is komen vast te staan dat, zoals [eiser in conventie] stelt, een loon van € 3.600,- netto per maand is overeengekomen en [eiser in conventie] overigens niet betwist dat hij € 8.842,75 netto aan loon heeft ontvangen, is de vordering in reconventie op dit punt toewijsbaar.

5. In het vonnis van 5 december 2008 is Europe Flyer in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de tenaamstelling en de betaling van een drietal boetes die [eiser in conventie] in 2007 in Frankrijk en Spanje zijn opgelegd voor overtreding van de rijtijdenwet en voor overtreding van de regels voor de tachograaf.

6. Europe Flyer heeft stukken overgelegd, waaruit het volgende blijkt. Intergesaco, met vestigingen onder meer te Culemborg, is een organisatie ten dienste van het beroepsgoederenvervoer over de weg, die teneinde efficiënt transport van lading te bevorderen en tijdrovende administratieve rompslomp te voorkomen, verkeersboetes die in het buitenland op naam van de kentekenhouder worden uitgeschreven en ter plaatse door de chauffeur moeten worden betaald, voorschiet en vervolgens factureert aan de vervoerder. Intergesaco heeft op 28 juni 2007 aan Europe Flyer een factuur gezonden voor voorgeschoten boetes ad € 1.501,- en € 4.601,-, totaal € 6.102,-.

7. Aan de orde is de vraag wie van partijen draagplichtig is voor de boetes. In artikel 7:661 lid 1 Burgerlijk wetboek (BW) is bepaald, voor zover hier van belang, dat de werknemer die bij de uitvoering van de overeenkomst schade toebrengt aan de werkgever, te dier zake niet jegens de werkgever aansprakelijk is, tenzij de schade een gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid. Uit de omstandigheden van het geval kan, mede gelet op de aard van de overeenkomst, anders voortvloeien dan in de vorige zin is bepaald, zo vervolgt genoemd artikellid. Anders dan [eiser in conventie] stelt is de reikwijdte van de bepaling niet beperkt tot zaakschade. In het tweede lid is bepaald dat afwijking van lid 1 van deze regel ten nadele van de werknemer slechts mogelijk is bij schriftelijke overeenkomst en slechts voor zover de werknemer te dier zake verzekerd is.

8. Ook indien moet worden aangenomen dat de arbeidsovereenkomst een beding bevat als bedoeld in de Algemene chauffeursinfo 2007 van Europe Flyer onder de kop “Rijtijden wetten”, staat vast dat het voor de werknemer/chauffeur niet mogelijk is zich te verzekeren tegen schade in de vorm van verkeersboetes.

9. Naar de kantonrechter begrijpt, betreft de boete van € 4.601,- de onbruikbaarheid van de tachograaf van de door [eiser in conventie] bestuurde vrachtwagen door het ontbreken van een papierrol, kennelijk bestemd voor het afdrukken van registratiebladen als bedoeld in EEG-Verordening nr. 3821/85 van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer (Publicatieblad L 370). In die Verordening is bepaald dat de werkgever en de bestuurders toezien op de juiste werking en het juiste gebruik van het apparaat (artikel 13) en dat de werkgever de bestuurders voldoende registratiebladen verstrekt (artikel 14). Europe Flyer stelt zich dan ook ten onrechte op het standpunt dat de verantwoordelijkheid voor de aanwezigheid van een papierrol en een reserverol bij de chauffeur ligt en niet bij haar. Waar zij akte vraagt van het feit dat [eiser in conventie] niet heeft weersproken dat de tachograaf goed werkte, komt de kantonrechter op grond van het ontbreken van de papierrol tot het oordeel dat, indien dit al zou moeten worden aangenomen, Europe Flyer niet heeft toegezien op het juiste gebruik van de tachograaf.

10. Mede in het licht van het bepaalde in de artikelen 6:170 lid 3 BW en 7:658 lid 2 BW volgt uit meergenoemd artikel 7:661 lid 1 BW dat [eiser in conventie] niet in de door Europe Flyer geleden schade hoeft bij te dragen. Dit onderdeel van de vordering in reconventie zal dan ook worden afgewezen.

11. De boete van € 1.501,- betreft overtreding van rij- en rusttijdenregelingen. Bijzonderheden over de feitelijke gebeurtenissen die tot oplegging van deze boete hebben geleid, zijn niet gesteld. Europe Flyer heeft een kopie van de door de Spaanse politie afgegeven - in het Spaans gestelde - beschikking overgelegd, maar geen vertaling bijgevoegd (productie 15 bij de conclusie van antwoord in conventie/eis in reconventie is kennelijk geen vertaling, maar een parafrase), zodat ook hieraan geen gegevens kunnen worden ontleend over de aard en ernst van de overtreding en de omstandigheden waaronder die is begaan.

12. Onder deze omstandigheden leidt het in artikel 7:661 lid 1 BW bepaalde tot het oordeel, dat de aard van de arbeidsovereenkomst meebrengt dat de werkgever de gevolgen moet dragen van geringe fouten die de werknemer in de uitvoering van zijn werkzaamheden maakt, juist in een functie als die van chauffeur. Deze werkzaamheden stellen de werknemer immers vrijwel onafgebroken voor de taak zelfstandig beslissingen te nemen en handelend op te treden, waarbij kleine fouten grote gevolgen kunnen hebben, en zulks te meer waar het hier gaat om koeltransporten. De boetes die door de Spaanse autoriteiten voor overtredingen van rijtijdenwetgeving worden opgelegd, zijn klaarblijkelijk zó hoog dat het risico daarvan niet geacht kan worden verdisconteerd te zijn in het tussen partijen overeengekomen loon. Reeds hierom is dit geval onvergelijkbaar met een boete op grond van de hier te lande geldende Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.

13. De derde boete, een bedrag van € 135,-, betreft naar tussen partijen vast staat ook een rij- en rusttijdenovertreding. Het bedrag komt niet voor op facturen van Intergesaco. Europe Flyer heeft geen betalingsbewijs overgelegd. Indien zij de boete heeft betaald, rijst de vraag waarom zij niet eerder geageerd heeft - [eiser in conventie] merkt dit terecht op. Uit haar eigen stellingen volgt dat [eiser in conventie] de boete contant heeft betaald en dat zij het bedrag later aan hem heeft vergoed. Europe Flyer heeft dit verder niet toegelicht; kennelijk heeft zij destijds termen aanwezig geacht om dit bedrag voor haar rekening te nemen. Feiten of omstandigheden waaruit valt af te leiden dat zij dit bedrag heeft voorgeschoten en thans van [eiser in conventie] te vorderen heeft, zijn ook anderszins niet gebleken. Ook wat deze boete betreft is niets gesteld over de feiten waarvoor zij is opgelegd en de omstandigheden waaronder die feiten plaatsvonden.

14. Nu uit niets blijkt dat [eiser in conventie] zodanig in strijd met zijn arbeidsovereenkomst heeft gehandeld dat de schade geacht moet worden het gevolg te zijn van zijn opzet of bewuste roekeloosheid, kan deze niet op hem worden verhaald. Ook dit deel van de vordering in reconventie komt dus niet voor toewijzing in aanmerking.

15. Al het voorgaande leidt tot de hierna te vermelden beslissing.

16. In conventie zal [eiser in conventie] als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De kosten worden begroot op nihil voor verschotten en drieëneenhalf punt à € 250,- voor salaris gemachtigde, totaal € 875,-.

17. In reconventie zal Europe Flyer als de in overwegende mate als de ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. De kosten worden begroot op nihil voor verschotten en drie punten à € 125,- voor salaris gemachtigde, totaal € 375,-.

BESLISSING

De kantonrechter

in conventie

- wijst de vordering af;

- veroordeelt [eiser in conventie] in de kosten van het geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Europe Flyer begroot op € 875,-;

- verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

- veroordeelt [eiser in conventie] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Europe Flyer te betalen € 1.650,06 netto;

- veroordeelt Europe Flyer in de kosten van het geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser in conventie] begroot op € 375,-;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.P.C.J. van Bavel en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2009.