Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BI2486

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
22-04-2009
Datum publicatie
28-04-2009
Zaaknummer
158722
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Waardering van getuigenverklaringen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 158722 / HA ZA 07-1218

Vonnis van 22 april 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VIBB B.V.,

gevestigd te Lisserbroek, gem. Haarlemmermeer,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TALENT INVEST B.V.,

gevestigd te Ermelo,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COMPANY BROKERS B.V.,

gevestigd te Meteren, gemeente Geldermalsen,

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. J.M.W. Werker te Arnhem.

Partijen zullen hierna Vibb, Talent Invest en Company Brokers genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 6 augustus 2008

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 17 december 2008, waar in enquête gehoord zijn [getuige 1] en [getuige 2],

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 25 maart 2009, waar in contra-enquête zijn gehoord [getuige 3] en [getuige 4],

- de conclusie na getuigenverhoor

- de antwoordconclusie na getuigenverhoor.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

in conventie

2.1. De rechtbank verwijst naar de vonnissen van 19 maart 2008 en 6 augustus 2008, waarin overwogen is dat de vordering in conventie voor afwijzing gereed ligt (vonnis 19 maart 2008, r.o. 4.12).

2.2. Vibb zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Talent Invest en Company Brokers worden begroot op:

- vast recht € 1.860,00

- salaris advocaat 1.788,00 (2,0 punten × tarief € 894,00)

Totaal € 3.648,00

in reconventie

2.3. In het vonnis van 19 maart 2008 is overwogen dat de vordering van Company Brokers moet worden afgewezen.

2.4. Company Brokers zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden veroordeeld van de procedure in reconventie voor zover door haar gevoerd. De kosten aan de zijde van Vibb worden begroot op € 447,00 (2,0 punten × factor 0,25 × tarief € 894,00) voor salaris van de advocaat.

2.5. In het vonnis van 6 augustus 2008 is Talent Invest toegelaten te bewijzen dat Vibb wist dat in de aan Vibb vóór het sluiten van de koopovereenkomst gepresenteerde prognose resultaat 2006 de van het resultaat afhankelijke directiebonussen niet waren opgenomen, terwijl met de uitkering ervan wel rekening gehouden moest worden. In dit kader zijn de onder 1.1 hierboven genoemde getuigen gehoord.

2.6. De getuige [getuige 1], adjunct-directeur van Company Brokers, heeft onder meer het volgende verklaard.

Ik ben destijds persoonlijk betrokken geweest bij de onderhandelingen als makelaar. Als getuige kan ik zeggen dat er een bespreking is geweest op 20 december 2006. Dat was feitelijk de eerste bespreking waarbij de koper, dat wil zeggen de heer [getuige 3], rechtstreeks contact kreeg met de verkoper, dat wil zeggen de heren [verkoper 1] en [verkoper 2] (…). Bij dit gesprek is door de heren van Talent Invest de conceptresultatenrekening, productie 3 bij dagvaarding, overhandigd aan de heer [getuige 3]. Op dat stuk stonden op dat moment geen handgeschreven aantekeningen (…). In dit stuk kwam de prognose voor 2006 uit op € 724.400,00 na belastingen. Daarbij is toen gezegd door ofwel de heer [verkoper 1], ofwel de heer [verkoper 2] dat er nog een bonus was toegezegd aan de directie en dat daarmee nog geen rekening was gehouden en dat dus dit resultaat, hetwelk sowieso een prognose was, met die bonus zou verminderen. Ik weet niet of daarbij toen een percentage of andere details zijn genoemd. Wel is een bedrag genoemd en dat was omstreeks € 75.000,00 (…). Ik kan me niet herinneren dat in latere gesprekken voorafgaand aan de ondertekening van de koopovereenkomst nog nader is gesproken over deze bonussen.

2.7. De getuige [getuige 2], directeur van Company Brokers, heeft verklaard over een ‘verkennend gesprek’ in december 2006 waarbij [getuige 3], [verkoper 1], [verkoper 2], [getuige 1] en [getuige 2] aanwezig waren. Hij heeft onder meer het volgende verklaard.

Er is toen uitgebreid gesproken over de te verkopen onderneming. [getuige 3] had eigenlijk de bedoeling om een onderneming te kopen waarvan hij zelf directeur kon worden. Bij Bergslot zat echter al een directeur , de heer [betrokkene] (…). Ik weet nu niet meer precies hoeveel [betrokkene] verdiende, maar dat zal in de orde van € 100.000,00 hebben gelegen. Daarnaast was hem een bonus toegekend. Voor zover ik me herinner was dat nieuw en zou dat voor het eerst voor 2006 geschieden. Die bonus was afhankelijk van het te behalen resultaat en er was ook een drempel, voor zover ik me herinner. Dat resultaat over 2006 stond ten tijde van deze bespreking nog niet definitief vast en de omvang van die bonus stond dus ook nog niet vast. Vanwege het karakter van deze bonus was deze ook niet opgenomen in de budgettering voor 2006, noch in de prognose voor 2007. Ik weet niet precies hoeveel die bonus zou zijn, maar ik meen mij te herinneren dat een bedrag in de orde van € 70.000,00 is genoemd als budget voor beide directeuren. [getuige 3] reageerde positief op deze mededeling dat een bonus was toegekend aan de directie.

2.8. Vibbs directeur [getuige 3] heeft als getuige onder meer verklaard:

Pas helemaal aan het eind is duidelijk geworden hoe het zat met de resultaatafhankelijke directiebonussen. Dit kwam (…) naar voren in het ddo. Er was wel gesproken over de bonus voor de Duitse verkoopleider.

Helemaal in het begin kregen wij cijfers; dat was het A4tje waar boven stond 2006/2007 en waar 4 kolomen op stonden. [verkoper 2] vertelde dat in het resultaat een bonus zat ter grootte van € 100.000,00. Dat resultaat zou dus gelijk blijven als ik zou instappen.

Ons is nooit gemeld dat bonussen voor anderen niet in die maatgevende resultaten zaten (…). Ons was niet gemeld dat er sprake was van bonussen voor anderen. In de loop van het traject is wel de naam van [betrokkene] gevallen, één van de directieleden. Er was sprake van een bonusregeling, maar de inrichting daarvan was jaarlijks zelf te bepalen; die was variabel.

Dit heeft [verkoper 1] gezegd (…). Tegen het eind stelde [verkoper 1] dit verhaal bij en bleek dat er toch sprake was van een structurele regeling. In diezelfde periode kwam bij ddo naar voren dat ook de cijfers anders lagen.

U vraagt mij of wij gevraagd hebben naar het bestaan van bonusregelingen (…). De vraag was of er directieleden bleven zitten. Company Brokers heeft mondeling aangeboden om de kosten van de afvloeiing van directieleden ten laste van Talent Invest te laten komen. Wij hebben per e-mail bevestigd dat dat aanbod gedaan is. De vraag naar een bonusregeling was niet aan de orde, omdat wij spraken over de vraag wie bleef zitten. Ten aanzien van [betrokkene 2] is er een oplossing gevonden, maar uiteindelijk werd die niet gevonden voor [betrokkene], omdat [betrokkene] al 20 jaar bij het bedrijf zat.

2.9. Ten slotte heeft de getuige [getuige 4], accountant van [getuige 3] en genoemd in het vonnis van 19 maart 2008 in het kader van de onderhandelingen waaraan Vibb deelnam, onder meer het volgende verklaard.

Bij de onderhandelingen waar het in deze zaak over gaat ben ik betrokken geraakt in januari 2007. De besprekingen liepen toen al, ik dacht van december 2006. Ik adviseerde de heer [getuige 3] en voerde deels voor hem onderhandelingen; de onderhandelingen voerde hij grotendeels zelf.

Tijdens de onderhandelingen zijn directiebonussen aan de orde gekomen. Er was een aantal directieleden bij Bergslot en er lagen afspraken hoe zij variabel beloond zouden worden naar rato van het rendement van het bedrijf. Dit werd mij tijdens het ddo duidelijk. De bonussen zijn genoemd tijdens de onderhandelingen maar hoe het concreet zat en hoe de bonussen berekend werden werd pas duidelijk tijdens het due diligence-onderzoek, dat ik samen met een collega uitvoerde. Ik weet niet of en in hoeverre er in een eerder stadium over bonussen gesproken is.

Het bedrijf kenmerkte zich door een scheiding tussen eigendom en bestuur. Ik wist dat er afspraken lagen om de directieleden variabel te belonen. Ik weet niet wanneer dit voor het eerst aan de orde is geweest. U vraagt mij of het onderwerp al aan de orde geweest was toen ik voor het eerst met de heer [getuige 3] over deze zaak sprak en die vraag beantwoord ik bevestigend.

2.10. Alle getuigenverklaringen wijzen erop dat al in de eerste, oriënterende bespreking van Vibb over de mogelijke overname van Bergslot, waarbij het stuk op tafel kwam dat als productie 3 bij de dagvaarding is overgelegd – al dan niet met de wellicht door [verkoper 2] voor [getuige 3] gemaakte aantekeningen erop –, een bonus aan de orde is geweest.

2.11. De getuigenverklaringen zijn niet eenduidig waar het gaat om de vragen om welke bonus of bonussen dit ging en of er bedragen of berekeningswijzen bij genoemd waren.

2.12. [getuige 1] verklaart dat gezegd is ‘dat er nog een bonus was toegezegd aan de directie en dat daarmee nog geen rekening was gehouden en dat dus dit resultaat, hetwelk sowieso een prognose was, met die bonus zou verminderen’, maar geeft aan niet te weten of daarbij toen een percentage of andere details zijn genoemd. [getuige 3] verklaart dat er is gesproken over de bonus voor de Duitse verkoopleider en dat [verkoper 2] ‘helemaal in het begin’ heeft verteld dat in het resultaat dat was geprognosticeerd (prod. 3 bij dagv.), een bonus zat ter grootte van € 100.000,00. ‘Dat resultaat zou dus gelijk blijven als ik zou instappen’, verklaart [getuige 3] en op dit onderdeel stemt zijn verklaring met die van [getuige 2] overeen. Deze wijst op dit zelfde belang van [getuige 3]. [getuige 3] verklaart echter ook dat Vibb nooit is ‘gemeld dat bonussen voor anderen niet in die maatgevende resultaten zaten (…). Ons was niet gemeld’, verklaart hij, ‘dat er sprake was van bonussen voor anderen. In de loop van het traject is wel de naam van [betrokkene] gevallen, één van de directieleden. Er was sprake van een bonusregeling, maar de inrichting daarvan was jaarlijks zelf te bepalen; die was variabel.’ Ook [getuige 4] verklaart niet dat er bepaalde bonussen met hun berekeningswijze aan de orde zijn geweest in de onderhandelingen voordat het due diligence-onderzoek uitgevoerd werd (‘De bonussen zijn genoemd tijdens de onderhandelingen maar hoe het concreet zat en hoe de bonussen berekend werden werd pas duidelijk tijdens het due diligence-onderzoek (…). Ik weet niet of en in hoeverre er in een eerder stadium over bonussen gesproken is’). [getuige 2] verklaart als enige over de bonus van [betrokkene] alsof daarover tijdens de onderhandelingen in detail is gesproken, maar is uiteindelijk betrekkelijk vaag als hij verklaart: ‘[getuige 3] reageerde positief op deze mededeling dat een bonus was toegekend aan de directie.’

2.13. Als de rechtbank het resultaat van de bewijslevering naast de bewijsopdracht legt, dan komt zij alles overziend tot de conclusie dat gebleken is dat Vibb tijdens de onderhandelingen wist dat er een bonus werd uitgekeerd, maar dat niet gebleken is dat haar duidelijk was dat er sprake was van meer dan één bonus, welke persoon of personen dit betrof en hoe de bonus berekend werd. Dat Vibb uit enige, vóór het sluiten van de koopovereenkomst gepresenteerde, prognose heeft kunnen opmaken dat bepaalde van het resultaat afhankelijke directiebonussen niet waren opgenomen, terwijl met de uitkering ervan wel rekening gehouden moest worden, is dus niet komen vast te staan. Talent Invest is derhalve niet in haar bewijsopdracht geslaagd.

2.14. In het tussenvonnis van 6 augustus 2008 is reeds – onder 2.16 – overwogen dat de reconventionele vordering moet worden afgewezen als Talent Invest niet in haar bewijs slaagt.

2.15. Talent Invest zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden veroordeeld van de procedure in reconventie voor zover door haar gevoerd. Wat de advocaatkosten van Vibb betreft komt dan voor vergoeding in aanmerking € 1.341,00 (2,0 punten × factor 0,25 × tarief € 894,00) + (2,0 punten × factor 0,5 × tarief € 894,00). De kosten aan de zijde van Vibb worden dan in het totaal begroot op:

- getuigenkosten € 750,00

- salaris advocaat 1.341,00

Totaal € 2.091,00

3. De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1. wijst de vorderingen af,

3.2. veroordeelt Vibb in de proceskosten, aan de zijde van Talent Invest en Company Brokers tot op heden begroot op € 3.648,00,

3.3. verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

3.4. wijst de vorderingen af,

3.5. veroordeelt Company Brokers in de proceskosten, aan de zijde van Vibb tot op heden begroot op € 447,00,

3.6. veroordeelt Talent Invest in de proceskosten, aan de zijde van Vibb tot op heden begroot op € 2.091,00,

3.7. verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J.D.A. den Tonkelaar, M.J. Blaisse en R.A. Boon en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2009.