Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BI2389

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
15-04-2009
Datum publicatie
27-04-2009
Zaaknummer
581672\BH VERZ 08-9903
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verhouding tussen faillissementscurator en naderhand benoemde beschermingsbewindvoerder. Curator dient informatie betreffende de financiële huishouding van de failliet/rechthebbende aan de bewindvoerder te verstrekken, m.n. betreffende inkomsten die buiten het faillissement vallen. Facturen en contracten betreffende het huishouden dat onder beschermingsbewind staat dient de curator uit zich zelf aan de bewindvoerder te zenden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2009, 181
RFR 2009, 88
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BESCHIKKING RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton, Locatie Wageningen

zaakgegevens 581672 \ BH VERZ 08-9903 \ 163 PH

uitspraak van 15 [april] 2009

Beschikking

in de zaak van

mevrouw X,

beschermingsbewindvoerster over het vermogen van mevrouw A,

wonende te Alkmaar

klagende partij

procederend in persoon

en

mevrouw mr. Y,

curatrice in het faillissement van mevrouw C.W.A,

beklaagde partij

procederend in persoon

Partijen worden hierna bewindvoerder en curator genoemd.

De procedure

De gang van de procedure blijkt uit

- de klachtbrief van 24 augustus 2008

- de schriftelijke reactie van curator van 29 oktober 2008

- het schriftelijk commentaar van bewindvoerder van 17 december 2008

- de schriftelijke reactie van curator van 29 december 2008

- de e-mail van de kantonrechter van 6 januari 2009 aan de rechter-commissaris WSNP

- e-mail van de rechter-commissaris van 14 januari 2009 aan curator

- de reactie per e-mail van diezelfde datum van curator

- de reactie per e-mail van de rechter-commissaris van 16 januari 2009 aan de kantonrechter

De feiten

Op eigen verzoek is mevrouw A bij vonnis van 22 april 2008 failliet verklaard met benoeming van beklaagde, mevrouw mr. Y, tot curator.

Bij beschikking van 25 juni 2008 is het vermogen van A onder meerderjarigenbewind gesteld met benoeming van klaagster, mevrouw X, tot bewindvoerder.

De klacht en het verweer

1. De kantonrechter heeft bewindvoerder bij brief van 28 juni 2008 verzocht om een overzicht te geven van het vermogen bij aanvang van het bewind. Bij brief van 24 augustus 2008 heeft bewindvoerder onder meer geschreven:

Helaas kunnen wij u niet veel mededelen inzake het door ons gevoerde bewind. Het is tot op heden een lijdensweg geweest van pappen en nathouden van de schuldeisers. Inzake het financiële bewind hebben wij niets kunnen doen. Dit wordt veroorzaakt door de curator die door uw Rechtbank is aangesteld, mevrouw mr. Y, … Mevrouw Y werkt vanaf de eerste dag van het civiele bewind op geen enkele wijze mee om dit bewind normaal te laten verlopen.

2. Vervolgens heeft bewindvoerder geklaagd over de volgende punten.

a.) Ook na herhaaldelijk verzoek laat curator op geen enkele wijze weten hoe de stand van zaken is. Bankafschriften legt zij niet over, ook niet van de Postbankrekening, die zij heeft geblokkeerd en waarop naar beste weten van bewindvoerder nog steeds belastingtoeslagen, kinderalimentatie en kinderbijslag binnenkomen. Deze gelden komen A toe.

b.) Tot de datum van de klacht (24 augustus 2008) is niet één keer het vrij te laten bedrag overgemaakt op de door bewindvoerder geopende beheerrekening. Ook een berekening van het vrij te laten bedrag is niet toegezonden.

c.) Curator stuurt de post niet door. Zij geeft aan dat A die op haar kantoor kan ophalen, maar A is daartoe niet in staat daar haar werktijden samenvallen met de kantoortijden van curator. Ondanks enkele telefoontjes en e-mails reageert curator niet. E-mails van bewindvoerder worden evenmin beantwoord. In tegendeel, curator houdt vol dat A geen contact met haar opneemt en dat zij niet van zins is met A contact op te nemen als deze niet eerst met haar contact heeft opgenomen.

d.) De moeder van A betaalt de volledige huur, terwijl de huurtoeslag – als die tenminste nog wordt betaald – via de Postbankrekening in de faillissementsboedel verdwijnt.

e.) Ook de reiskosten die A dagelijks maakt om haar werk in Utrecht te bereiken van € 10,60 worden door haar moeder betaald.

f.) De bij A inwonende broer betaalt iedere maand € 300,- als kostenvergoeding. Moeder vult uit haar AOW tekorten aan en betaalt de rekeningen van telefoon, televisie en internet.

g.) Andere rekeningen worden niet betaald, omdat niets van het salaris van A binnenkomt. Daardoor zijn na de datum van het faillissement nieuwe schulden ontstaan bij diverse schuldeisers. De kosten van het meerderjarigenbewind worden evenmin betaald.

h.) Ondanks van het toesturen van arbeidscontracten, werkbriefjes, klokkaarten, loonstroken en betaalbewijzen, houdt curator vol dat A er niets aan doet om inkomen te verwerven en ontkent zij dat het salaris binnenkomt op de boedelrekening.

i.) Curator weigert omzetting van het faillissement naar WSNP te vragen wegens de veroordeling van A in 2003 voor verduistering. Curator ziet eraan voorbij dat de concurrente C.J.I.B.-vordering kan worden meegenomen in de WSNP-procedure en dat het restant van deze schuld na afloop van de WSNP alsnog kan worden afbetaald.

3. Curator heeft bij faxbrief van 29 oktober 2008 gereageerd als volgt (antwoord).

Bij het eerste gesprek, thuis bij A, heeft curator haar gezegd dat zij op eerste verzoek op haar kantoor moest komen. A is daar nimmer geweest, ondanks herhaald verzoek.

Bij brief van 9 september 2008 heeft de advocaat van A de arbeidsovereenkomst overgelegd, waaruit blijkt dat zij vanaf 9 juni 2008 betaald werk had. Daarbij werden de andere gegevens verstrekt, nodig voor het uitrekenen van het vrij te laten bedrag (vltb). Met ingang van 1 juli 2008 heeft A recht op een vltb van € 1.470,46 per maand. Uit twee bijgevoegde overeenkomsten kostgangerschap blijkt dat A maandelijks € 501,51 ontving, die in mindering op het vltb is gebracht.

Zowel A als de bewindvoerder hebben curator niet tijdig bericht om tot vaststelling van het vltb te komen. Vanaf 1 juli tot 1 oktober 2008 heeft de curator het vltb gestort op de door de bewindvoerder aangegeven bankrekening.

4. In haar reactie van 17 december 2008 (repliek) schrijft bewindvoerder zakelijk samengevat, voor zover van belang het volgende.

Door curator zijn tot 17 december 2008 de volgende bedragen op de bewindsrekening overgemaakt:

- 24 september 2008 € 2.000,- “vrij te laten bedrag juli en augustus minus huuropbrengsten”

- 25 september 2008 € 86,62 “restant vrij te laten bedrag juli en augustus “

- 2 oktober 2008 € 1.043,31 “leefgeld september”

- 31 oktober 2008 € 505,54 “leefgeld oktober”

Op 11 november 2008 heeft werkgever Randstad Callflex het vakantiegeld en de reserveringen ad € 503,46 uitbetaald op de boedelrekening. Van dit geld heeft A niets gezien.

Op 29 september 2008 is A geestelijk ingestort en in de Ziektewet beland. Bewindvoerder was niet in staat te controleren of de ziektewetuitkering en toeslag daadwerkelijk zijn uitbetaald, omdat zij van de curator hierover geen post ontving. Curator stelt zich op het standpunt dat bewindvoerder in dezen geen partij is.

A heeft voor haar ziekte meerdere malen haar post bij het kantoor van curator opgehaald. Op 13 november 2008 is bewindvoerder samen met A naar het kantoor van curator gegaan om post op te halen. Ondanks voorafgaande schriftelijke verzoeken van bewindvoerder, kreeg zij geen bankafschriften en faillissementsverslagen mee. Het afgeven van de post was slecht georganiseerd: soms werd de post doorgezonden en dan wisselend naar A zelf of naar bewindvoerder, soms werd niets doorgezonden. Soms werd de post bij ophalen afgegeven, soms niet. Zo is bijvoorbeeld de polis van de nieuw door bewindvoerder afgesloten zorgverzekering nooit door bewindvoerder ontvangen.

Bewindvoerder heeft curator de volgende stukken toegezonden:

- 5 mei 2008 eerste loonspecificaties Randstad Callflex

- 23 mei 2008 niet getekende concepten kamerhuurcontracten hospita moeder en hospita broer

- 23 mei 2008 schuldenlijst bijgewerkt met alle adressen van schuldeisers

- 8 juli 2008 uitzendovereenkomst Randstad Callflex

- 29 juli 2008 betalingsoverzicht Randstad Callflex en volgende loonspecificaties

- 1 augustus 2008 brief zorgverzekeraar inzake mislukte automatische incasso

- 25 augustus 2008 nieuwe schuld Agis Zorgverzekeraar, de zorgpolis 2008 en dwangbevelen Gemeente Nijkerk

- 8 september 2008 niet ondertekende concepten overeenkomsten kostgangerschap moeder en broer (reeds door A zelf aan curator overgelegd) , huurverhoging 2008 (reeds door A zelf overgelegd), kindertoeslag 2008, opzegging huurtoeslag 2008 (i.v.m. dreigement curator van aangifte van fraude) en de aanslag gemeentebelastingen 2008.

A heeft een advocaat in de arm moeten nemen om curator te dwingen de haar rechtens toekomende vtlb uit te betalen. Curator ging pas daartoe over nadat deze advocaat de reeds toegezonden stukken nogmaals had toegezonden.

De vltb is door de rechter-commissaris vastgesteld op basis van door de curator onjuist verstrekte gegevens, terwijl deze op dat moment alle benodigde, correcte gegevens in haar bezit had. Vervolgens betaalde curator het vtlb uit onder aftrek van de huuropbrengsten die reeds in de berekening waren meegenomen.

Volgens bewindvoerder zijn verschillende door haar bij instanties opgevraagde stukken – die zij zelf nooit heeft ontvangen – in de postblokkade van curator blijven steken. Deze moet dus in het bezit zijn van alle door bewindvoerder opgevraagde stukken.

Door het niet ontvangen van het vtlb zijn nieuwe schulden ontstaan, die moeten worden afbetaald. Daardoor is er geen geld voor het afbetalen van haar op het strafrecht gebaseerde schuld. Zij dreigt daardoor 270 dagen vervangende hechtenis te moeten ondergaan.

5. In haar reactie bij brief van 29 december 2008 (dupliek) heeft de curator een groot aantal producties overgelegd en nog het volgende aangevoerd.

Blijkens de loonstroken is A 25 uur per week werkzaam geweest gedurende een beperkte periode. Het kantoor van curator is dagelijks geopend geweest tijdens kantooruren. De verklaring dat A niet in staat was tijdens kantooruren bij de curator te komen is daarom opmerkelijk. In een mail van 25 juli 2008 is duidelijk aan bewindvoerder gecommuniceerd dat A geen contact opnam en dat curator niet van plan was dat harerzijds te doen.

Op 24 oktober 2008 is bewindvoerder op het kantoor van curator geweest, toen laatstgenoemde afwezig was. Bewindvoerder kwam stukken ophalen, die A blijkens de brief van de gemeente Nijkerk van 10 oktober 2008 nodig had voor een WWB-uitkering. Curator was niet van deze brief op de hoogte. Na terugkeer op kantoor en telefonisch overleg met de gemeente Nijkerk heeft zij diezelfde dag de gewenste gegevens aan de gemeente gefaxt.

Tenslotte heeft bewindvoerder de belastingdienst een zorgtoeslag 2008 voor A laten vaststellen. Omdat in de huurwoning van A tevens haar moeder, die AOW geniet, en een werkende broer inwoonde, heeft curator bewindvoerder bij mail van 29 augustus 2008 verzocht om onderzoek te doen naar de juistheid van de toeslag. Bij mail van 12 september 2008 heeft zij bewindvoerder op de hoogte gesteld van de onterecht ontvangen huurtoeslag.

6. De kantonrechter heeft de rechter-commissaris in het faillissement van A haar mening gevraagd over de volgende vragen. De rechter-commissaris heeft deze vragen eerst voorgelegd aan de curator. Deze vragen zijn:

1) het ziet er naar uit dat de failliet niet steeds het bij beschikking van 18 september 2008 vastgestelde vrij te laten bedrag heeft ontvangen. Het is overigens onduidelijk of dit bedrag gerekend diende te worden vanaf de datum faillissement of pas vanaf de datum beschikking. Had, in het laatste geval, dan vanaf de datum faillissement niet tenminste het bedrag van de beslagvrije voet door de curator afgedragen moeten worden?

2) evenmin is duidelijk of er door de curator alimentatie ten behoeve van de failliet is ontvangen en of die is doorbetaald aan failliet.

3) er lijkt geen verklaring voor het feit dat uit de financiële verslagen van de curator uiteindelijk een lager saldo op de boedelrekening aanwezig wordt gerapporteerd, terwijl niet blijkt van uitgaven. Op 11 september 2008 meldt zij een saldo van € 4.994,06. Op 1 oktober een saldo van € 2.829,66 (vergeet zij het saldo van de tweede rekening?) en op 19 december 2008 een saldo van € 4.493,26.

4) het is onduidelijk of er meer baten zijn geweest dan het bedrag waarop failliet op grond van het VLTB recht had.

5) tenslotte is het onduidelijk, waarom de curator naast de boedelrekening nog een aparte girorekening heeft laten bestaan.

7. Bij faxbrief van 16 januari 2009 heeft de curator gereageerd.

Mevrouw A is nooit op kantoor bij curator verschenen, zodat zij haar niet heeft kunnen bevragen over inkomsten en uitgaven. Pas op 9 september 2008 is curator in het bezit gekomen van de arbeidsovereenkomst waaruit blijkt dat maandelijks een inkomen werd gegenereerd. Er waren geen regelmatige inkomsten en er werden bedragen door middel van automatische incasso afgeschreven Dat heeft curator in stand gelaten. In het vtlb is een bedrag van € 50,- per maand opgenomen voor reiskosten.

Vraag 2. Voor de dochter van A is alimentatie ontvangen. Vanaf 1 juli 2008 is dit uitgekeerd in het vtlb, waarin het was opgenomen. Vóór 1 juli 2008 is dit bedrag niet uitgekeerd wegens de automatische afschrijvingen voor rekening van A. Er was geen overleg mogelijk met A zodat veiligheidshalve is gekozen voor reservering van het bedrag voor deze automatische afschrijvingen.

Vraag 3. Op 4 oktober 2008 is het saldo van € 2.978,63 van de Postbankrekening overgeboekt naar de boedelrekening, Verder wordt verwezen naar de geproduceerde bankafschriften.

Vraag 4. verwezen wordt naar de bankafschriften betreffende de ontvangen bedragen.

Vraag 5. De Postbankrekening is blijven bestaan omdat er automatische incasso’s werden afgeschreven en opdat A na opheffing van het faillissement opnieuw over deze rekening kon beschikken.

De beoordeling

1. Met enige regelmaat komt het voor dat twee door de rechtbank benoemde functionarissen zijn belast met de verantwoordelijkheid voor een deel van het vermogen van één en dezelfde persoon. In casu betreft het een faillissementscurator, die verantwoordelijk is voor het beheer en de vereffening van de boedel i.v.m. de schulden die tot aan de failissementsdatum zijn gemaakt, en een beschermingsbewindvoerder, die verantwoordelijk is voor het juiste beheer van de financiën van de rechthebbende, die buiten het faillissement vallen.

Goed samenspel – met wederzijdse erkenning van de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de ander - is tussen de curator en bewindvoerder vereist. Dat dient het belang van de failliet/rechthebbende en de maatschappij.

Hierna zal de kantonrechter de klachten van de bewindvoerder beoordelen vanuit het wettelijk perspectief.

2. Ingevolge artikel 20 Faillissementswet omvat het faillissement het gehele vermogen van de failliet inclusief de gelden die hij gedurende het faillissement ontvangt.

Buiten het faillissement vallen de in artikel 21 F genoemde zaken, onder andere: het arbeidsinkomen, voor zover de rechter-commissaris in het faillissement dat heeft bepaald, en de ontvangen alimentatie.

Tijdens het faillissement is de faillissementscurator de persoon die gerechtigd is alle inkomsten van de failliet te ontvangen, behoudens het voorgaande.

3. De curator heeft echter de plicht de failliet geld voor zijn huishouding te verschaffen, kortweg leefgeld of vrij te laten bedrag (vtlb) genoemd.

Zolang door de rechter-commissaris geen vltb is vastgesteld, dient hij – naar de kantonrechter aanneemt - in elk geval de failliet in het genot van een bedrag ter hoogte van de beslagvrije voet te laten.

Verder neemt de kantonrechter aan dat eigen inkomsten van de failliet die niet in de boedel terecht komen daarbij door de curator in mindering kunnen worden gebracht op de gelden die hij voor levensonderhoud aan de failliet ter beschikking stelt.

4. Het faillissement is uitgesproken op 22 april 2008 en het bewind – over het gehele vermogen - is ingesteld op 25 juni 2008. Gelet op het specifieke karakter van het faillissementsrecht is de curator exclusief bevoegd op het door de Faillissementswet bestreken terrein.

5. Nadat het vermogen van de failliet onder beschermingsbewind bedoeld in boek 1, titel 19, BW is gesteld, valt het beheer van de uitgekeerde leefgelden onder de exclusieve verantwoordelijkheid van de bewindvoerder. Hij vertegenwoordigt de rechthebbende in en buiten rechte. (artt 1:438, eerste lid, en 441, eerste lid, BW)

Vanaf de benoeming van de bewindvoerder diende de curator zich uitsluitend nog met deze te verstaan , waar het zaken betreffende het levensonderhoud van de failliet betrof. Verzoeken om inlichtingen dienaangaande had zij tot de bewindvoerder moeten richten.

Informatie, waarvan zij kon bevroeden dat deze van belang konden zijn voor de bepaling van de rechten van de failliet buiten het faillissement, zoals de toekenning en betaling van uitkeringen, toeslagen, alimentatie, belastingteruggaven, had zij uit eigen beweging aan de bewindvoerder moeten doen toekomen.

Bewindvoerder behoefde daarom niet te vragen, omdat zij door de postblokkade van de curator niet altijd kon weten of bevroeden waarnaar zij moest vragen.

Dit laat onverlet dat de curator verzoeken om inlichtingen betreffende andere zaken dan het levensonderhoud – dus betreffende de schulden vóór de faillissementsdatum en de inkomsten tot aan de datum van benoeming van de bewindvoerder - rechtstreeks tot de failliet kon richten (art. 105 F).

Evenzo kon de curator zich rechtstreeks tot de failliet richten voor inlichtingen over inkomsten na de instelling van het bewind, die niet op de boedelrekening van de curator binnenkwamen,

Indien in de laatstbedoelde gevallen de bewindvoerder inlichtingen over deze onderwerpen verstrekte, diende de curator deze inlichtingen op grond van artikel 1:441, eerste lid, BW als afkomstig van de failliet te beschouwen.

6. Het ziet ernaar uit dat zowel bewindvoerder als curator zich niet goed bewust zijn geweest van de wederzijds geldende regels.

7. De kantonrechter heeft op basis van de producties niet kunnen vaststellen dat curator ongevraagd of desgevraagd informatie aan de bewindvoerder heeft verstrekt met betrekking tot de tijdens het faillissement binnengekomen inkomsten van de failliet – noch waar het betrof inkomsten uit arbeid, noch waar het andere inkomstenelementen betrof, zoals de kinderalimentatie, fiscale toeslagen en belastingteruggaven.

De artt. 21F, 1:441, eerste lid, BW en het beginsel dat ten grondslag ligt aan art. 475d Rv betreffende de beslagvrije voet, bieden grond voor de gedachte dat hier sprake is van een inspanningsverplichting van de curator tot het geven van dergelijke informatie.

8. Uit de bankafschriften van de beide rekeningen tijdens het faillissement (de door curator geopende boedelrekening en de in stand gelaten Postbankrekening op naam van failliet) die curator naar aanleiding van het verzoek van de rechter-commissaris om inlichtingen, bij haar faxbrief van 16 januari 2009 heeft geproduceerd kan het volgende worden afgeleid. Op de boedelrekening bij de SNSbank zijn vanaf 16 juli tot en met 12 november 2008 ("eindafrekening") inkomsten uit arbeid binnen gekomen.

Vanaf 3 juli tot en met 16 december 2008 zijn er maandelijks gelijke bedragen met de aanduiding "GVS uitbetaling" van de Belastingdienst ontvangen. Het karakter van deze uitbetalingen is niet duidelijk; vallen zij onder artikel 21 F?

Tussen 22 september 2008 en 31 oktober 2008 heeft curator vier maal een bedrag bij wijze van "vrij te laten bedrag" dan wel "leefgeld" overgemaakt naar de huishoudrekening die de bewindvoerder voor het bewind had geopend. De laatste overmaking ging vergezeld van de mededeling "leefgeld oktober".

Op de Postbankrekening op naam van failliet zijn na 22 april 2008 maandelijks bedragen wegens kinderalimentatie, kindertoeslag en zorgtoeslag binnengekomen. Ook deze inkomsten vallen geheel of ten dele onder art. 21 F.

Uit de bankafschriften kan worden afgeleid dat de curator failliet van de haar minimaal toekomende inkomsten heeft voorzien, nadat het vtlb eenmaal was vastgesteld en zolang er inkomsten uit arbeid waren. Na 1 november 2008 kwam maandelijks kinderalimentatie en wekelijks een bedrag van het UWV met de aanduiding "ZW" binnen. Niet duidelijk is waarom deze bedragen niet aan failliet zijn doorbetaald.

In hoeverre curator zich van meet af aan (vanaf 22 april 2008) heeft beijverd om de failliet van gelden voor een basaal bestaan te voorzien is niet op te maken uit de stukken.

Het is ook niet de taak van de kantonrechter in deze klachtenprocedure om dat uit te zoeken. Curator is hem geen verantwoording schuldig.

Een complicatie was, dat de curator van de bewindvoerder vernam dat de failliet neveninkomsten genoot uit kostgeld van inwonende familieleden (moeder en broer). Uit de stukken blijkt niet dat curator zich heeft ingespannen – bij voorbeeld door de bewindvoerder exacte vragen te stellen – om achter de precieze hoogte van deze inkomsten te komen. Niettemin kan dat het geval zijn geweest. Er is wel veel onderling tussen bewindvoerder en curator gemaild maar daarin ontbreken exacte vragen en antwoorden aan beide zijden.

Hoe dan ook, pas toen failliet een advocaat had ingeschakeld en deze op 9 september 2008 een nog ontbrekend gegeven aan curator had aangereikt, heeft curator een verzoek tot vaststelling van het vtlb aan de rechter-commissaris gedaan. Dit lijkt aan de late kant, maar het is evenmin de taak van de kantonrechter om de taakvervulling in dezen van de curator te onderzoeken.

9. Van haar kant heeft bewindvoerder zich kennelijk onvoldoende verdiept in de positie van de curator in een faillissement.

Uit de stukken in samenhang bezien, begrijpt de kantonrechter dat bewindvoerder (vóór haar benoeming als zodanig, trad zij krachtens overeenkomst als inkomensbeheerder van failliet op) de eigen aanvraag van het faillissement van failliet heeft gestimuleerd in de verwachting dat failliet vervolgens de WSNP-regeling zou kunnen aanvragen, zodat zij na drie jaar schuldenvrij zou zijn.

Bewindvoerder heeft kennelijk vooraf geen juiste informatie ingewonnen, zodat haar de betekenis van artikel 288, tweede lid, onder b, F niet bekend was. Deze bepaling heeft tot gevolg de WSNP-regeling van rechtswege niet kan worden toegepast op personen die niet te goeder trouw zijn ten aanzien van het ontstaan van de schuld. De grootste schuld was een vordering van het Centraal Justitieel Incassobureau op grond van een strafrechtelijke veroordeling van failliet tot een schadevergoedingsmaatregel en ontneming van wederrechtelijk genoten voordeel.

Van een wending ten goede als bedoeld in artikel 288, derde lid, F , blijkt niet.

De conclusie is gewettigd, dat bewindvoerder door te adviseren faillissement aan te vragen failliet nodeloos kosten heeft laten maken in de vorm van de salariskosten van de curator. Omdat dit advies dateert vóór haar benoeming tot bewindvoerder op 25 juni 2008, kan haar in die hoedanigheid geen verwijt worden gemaakt.

De vraag of zij in het licht van haar contractuele verhouding als budgetbeheerder tot failliet, wellicht als goed budgetbeheerder is tekortgeschoten, staat niet ter beoordeling aan de kantonrechter.

Bewindvoerder heeft zich duidelijk wel ingespannen om curator van gegevens te voorzien die nodig zijn voor het vaststellen van het vtlb, maar toen geen adequate reactie van curator kwam, heeft zij nagelaten concrete vragen te stellen naar de exacte gegevens en stukken die curator nodig had. Zij had, bij voorbeeld, moeten beseffen dat curator niet geholpen was met niet ondertekende concepten van stukken (huurovereenkomsten met moeder en broer), maar met definitieve stukken.

10. Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat de opvatting die curator aan bewindvoerder kenbaar heeft gemaakt, dat zij na opheffing van het faillissement alle bescheiden aan de failliet zou overdragen, niet juist is.

Curator had in dit geval alle bescheiden aan bewindvoerder moeten overhandigen, omdat deze na de opheffing rechthebbende in en buiten rechte vertegenwoordigt.

11. Het voorgaande leidt tot de volgende beoordeling van de klachten.

Onderdeel a. Bewindvoerder heeft geen recht op toezending van bankafschriften van de boedelrekening of andere bankrekeningen die onder het faillissementsbeslag vallen. Zij heeft wel recht op het vernemen van de ontvangst – dan wel op navraag het uitblijven - van inkomsten van de failliet.

In zoverre is dit onderdeel gegrond.

Onderdelen b en g. Het is niet duidelijk wat de curator heeft weerhouden om na 22 april 2008, nadat was gebleken dat periodiek inkomsten binnen kwamen (kinderalimentatie en diverse toeslagen) adequate vragen te stellen om erachter te komen of het inkomen van failliet ten minste op het niveau van de beslagvrije voet lag. Evenmin is duidelijk waarom curator bewindvoerder niet heeft voorzien van gegevens omtrent de ontvangen inkomsten en, later, de berekening van het vtlb.

Nadat bewindvoerder zich in die kwaliteit bekend had gemaakt en bemerkte dat dit niet leidde tot betaling van leefgeld, had zij – formeler, in elk geval qua taalgebruik en mogelijk qua vorm (papieren brief in plaats van e-mail) - moeten vragen op welke informatie of documenten curator wachtte, voordat zij de vaststelling van het vtlb kon verzoeken.

Nadat het vtlb is vastgesteld, heeft curator blijkens de overgelegde bankafschriften tot 1 november 2008 leefgeld overgemaakt. Naderhand heeft zij dat niet meer gedaan, hoewel wel inkomsten (kinderalimentatie en ziekengeld) binnen kwamen. De onderdelen b en g van de klacht zijn daarom gegrond voor zover de periode na 1 november 2008 betreft.

Onderdeel c. In essentie komt deze klacht neer op het onthouden aan bewindvoerder van voor het beheer van het leefgeld van failliet belangrijke post.

Bewindvoerder kan aanspraak maken op de toezending van stukken die voor dat beheer van belang zijn, zoals in casu de polis van de zorgverkering die bewindvoerder voor failliet had afgesloten. De kantonrechter voegt daaraan toe: facturen wegens bestellingen van de rechthebbende na de faillissementsdatum.

In zoverre is deze klacht gegrond.

Onderdeel c. Een curator kan een failliet bij zich ontbieden voor het geven van inlichtingen in verband met het faillissement. Een bewindvoerder die bevoegd is het leefgeld te beheren, kan failliet hierin niet vertegenwoordigen.

In zoverre is deze klacht ongegrond.

Onderdeel d. Volgens curator heeft failliet na het faillissement geen recht op huurtoeslag wegens eventuele huurontvangsten van haar moeder en broer. Bewindvoerder heeft dat niet weersproken: klacht ongegrond.

Onderdeel e. Bij de vaststelling van het vtlb is naar zeggen van de curator rekening gehouden met de reiskosten die failliet dagelijks moest maken om haar werk te bereiken Bewindvoerder heeft dat niet weersproken, zodat deze klacht ongegrond is.

Onderdeel f betreft een oplossing die een derde (broer) heeft getroffen om de geldnood van failliet te lenigen. Zij houdt geen klacht in. Bewindvoerder is in dit onderdeel niet ontvankelijk.

Onderdeel h, betreffende de onderlinge communicatie tussen bewindvoerder en curator, is gedeeltelijk gegrond. Bewindvoerder is mede verantwoordelijk voor het gebrek aan zakelijke en heldere communicatie tussen haar en curator.

Onderdeel i. Ten onrechte beklaagt bewindvoerder zich erover dat curator het verzoek om toelating tot de WSNP-regeling van een negatief advies heeft voorzien. Curator kon wettelijk niet anders doen.

Deze klacht is ongegrond.

Beschikking

De kantonrechter

verklaart de klachten hiervoor genoemd onder a – c, g en h gedeeltelijk gegrond in de zin zoals hiervoor is overwogen;

verklaart de klachten onder d, e en i ongegrond;

verklaart bewindvoerder niet ontvankelijk in de klacht hiervoor genoemd onder f.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. P.A. Huidekoper en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2009.