Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BI1781

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
08-04-2009
Datum publicatie
21-04-2009
Zaaknummer
170712
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Relatiebeding: Vordering tot een verklaring voor recht dat door drie personen in dienst te nemen en voordeel te behalen uit hun overtreding van hun relatiebeding, een onrechtmatige daad heeft gepleegd, alsmede tot betaling van schadevergoeding.

Onder verwijzing naar HR 17 mei 1985, NJ 1986, 760 oordeelt de rechtbank dat in dit geval zowel de vereiste wetenschap als voldoende relevante bijkomende omstandigheden aanwezig zijn om tot het oordeel te komen dat gedaagde jegens eiseres onrechtmatig heeft gehandeld door deze drie personen in dienst te nemen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0360
XpertHR.nl 2010-366147
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 170712 / HA ZA 08-935

Vonnis van 8 april 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ACVAST VAN DER SLIKKE B.V.,

gevestigd te Ellemeet,

eiseres,

advocaat mr. W. de Jong te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ACCON AVM GROEP B.V.,

gevestigd te Arnhem,

gedaagde,

advocaat mr. P.W.H.M. Dijkmans te Bladel.

Partijen zullen hierna AVS en Accon genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 20 augustus 2008

- het proces-verbaal van comparitie van 9 december 2008

- de akte van AVS

- de akte van Accon.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. AVS is een landelijk opererend rentmeesters- en makelaarskantoor met vestigingen in Ellemeet en Velp.

Accon verricht volgens haar bedrijfsomschrijving in het handelsregister diensten op het gebied van administratie, accountancy, juridische en in het bijzonder fiscale zaken.

2.2. Accon, dit wil zeggen haar rechtsvoorganger Accon Groep B.V., was oorspronkelijk de moedervennootschap van (de rechtsvoorganger van) AVS. In 2002 is Accon een samenwerkingsverband aangegaan met twee andere rechtspersonen en zijn de gezamenlijke activiteiten ingebracht in AVS. Vanaf 31 december 2002 was Accon een van de drie aandeelhouders van AVS, zulks tot de verkoop van haar aandelenpakket aan een van de andere aandeelhouders halverwege 2005.

Er werd veel samengewerkt tussen Accon en AVS. Accon was de accountant van AVS en deed haar juridische c.q. arbeidszaken en AVS hield tot eind 2006 kantoor in het kantoor van Accon. Accon verwees veel cliënten door naar AVS, welke doorverwijzingen voor AVS een vaste stroom aan werk opleverden. Accon was zogezegd de ‘hofleverancier’ van AVS.

2.3. Bij AVS werkten in de vestiging Velp drie rentmeesters, alsmede een landschapsarchitecte. De rentmeesters waren de heren [rentme[rentmeester 1], [rentmeester 2] en [leerling rentmeester], een leerling. [rentmeester 1] was reeds in dienst sedert 1 januari 2003, [rentmeester 2] en [leerling rentmeester ] sedert 1 februari 2006.

In de schriftelijke arbeidsovereenkomsten was een relatiebeding opgenomen. Dit beding luidde bij ieder van hen:

“Voor werknemer geldt een relatiebeding in dier voege dat het hem/haar verboden is om binnen een tijdvak van twee jaar na beëindiging van de arbeidsovereenkomst in enigerlei vorm werkzaamheden te verrichten of op enigerlei wijze werkzaam, behulpzaam of betrokken te zijn, voor of namens cliënten van (één van de vestigingen van) werkgever, hetzij om niet of tegen vergoeding, dan wel in strijd met de strekking van dit beding te handelen. Onder cliënten wordt in dit verband verstaan relaties, zowel natuurlijke- als rechtspersonen, van vestigingen van de werkgever waaraan deze direct of indirect haar (hun) zakelijker diensten verle(e)n(t) en/of de laatste 24 maanden heeft (hebben) verleend, te rekenen vanaf de datum waarop het dienstverband eindigt.”

2.4. De drie rentmeesters hebben hun arbeidsovereenkomsten met AVS eind september/begin oktober 2006 opgezegd tegen 31 oktober 2006. Per 1 november 2006 zijn zij in dienst getreden als directeur respectievelijk (senior) rentmeester bij Accon of een (klein)dochtervennootschap van Accon. Deze (klein)dochtervennootschap heet Accon AVM Rentmeesters B.V. en is opgericht op 29 november 2006.

2.5. Sedertdien worden door Accon geen cliënten meer doorverwezen naar AVS. AVS heeft nieuwe rentmeesters aangetrokken en ingewerkt.

2.6. AVS heeft [rentmeester 1] en [rentmeester 2] wegens overtreding van het relatiebeding gedagvaard in kort geding. In de eerste aanleg zijn haar vorderingen door de kantonrechter afgewezen. In hoger beroep heeft het Hof te Arnhem echter in twee gelijkluidende arresten van 20 november 2007 geoordeeld dat [rentmeester 1] en [rentmeester 2] het relatiebeding hadden overtreden.

AVS heeft ook een bodemzaak aangespannen tegen [rentmeester 1] en [rentmeester 2]. Hierin heeft de kantonrechter vonnis gewezen op 29 december 2008. In de nagenoeg gelijkluidende vonnissen heeft de kantonrechter geoordeeld dat [rentmeester 1] en [rentmeester 2] hebben gehandeld in strijd met de strekking van het relatiebeding. De kantonrechter heeft hen veroordeeld om de aan het beding gekoppelde boete te betalen, zoals gematigd.

3. Het geschil

3.1. AVS vordert samengevat – verklaring voor recht dat Accon, door [rentmeester 1] c.s. in dienst te nemen en voordeel te behalen uit hun overtreding van hun relatiebeding, een onrechtmatige daad heeft gepleegd ten opzichte van AVS, alsmede veroordeling van Accon tot betaling van een schadevergoeding ten bedrage van € 850.000,00 met rente, te vermeerderen met € 45.000,00 voor juridische kosten en met veroordeling van Accon in de kosten van deze procedure.

3.2. Accon voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. In de eerste plaats voert Accon een ontvankelijkheidsverweer. Zij stelt dat [rentmeester 1] c.s. niet bij haar in dienst zijn getreden, maar bij Accon AVM Rentmeesters B.V. (verder: Rentmeesters).

4.2. Dit verweer faalt. Accon verwijst naar de schriftelijke arbeidsovereenkomsten van [rentmeester 1] en [rentmeester 2], die Rentmeesters als de werkgever zouden noemen. Daar staat inderdaad in het geval van [rentmeester 1] als de werkgever genoemd: De Besloten Vennootschap “accon ¦ avm Rentmeesters BV”. In het geval van [rentmeester 2] staat daar echter een vermoedelijk niet bestaande rechtspersoon genoemd als de werkgever, genaamd De Besloten Vennootschap “accon ¦ avm Rentmeesters BV Groep B.V.”. Maar wat daar verder van zij, deze twee schriftelijke arbeidsovereenkomsten zijn pas na de feitelijke indiensttreding gedateerd en ondertekend, te weten op 30 november 2006 respectievelijk 1 en 5 december 2006, terwijl in beide gevallen het dienstverband volgens diezelfde overeenkomsten reeds was ingegaan op 1 november 2006. Rentmeesters bestond toen nog niet. Zij is opgericht op 29 november 2006.

Accon stelt wel dat Rentmeesters reeds in de oprichtingsfase verkeerde, maar daartegenover kan worden gesteld dat de onderneming van Rentmeesters volgens het overgelegde uittreksel uit het handelsregister d.d. 5 januari 2009 pas gevestigd is op 15 november 2006 en dat deze onderneming door deze rechtspersoon wordt gedreven sinds 30 november 2006. Voorts wijst AVS op een salarisspecificatie van [rentmeester 1] en een schriftelijke salaris- en functiebevestiging aan [rentmeester 2] met betrekking tot- en gedateerd in de maand januari 2007 en deze documenten stonden toen nog op naam van Accon Groep B.V., de rechtsvoorganger van Accon.

Op grond van het een en ander dient het ervoor te worden gehouden dat (de rechtsvoorganger van) Accon [rentmeester 1] c.s. in dienst heeft genomen. Of dit ten behoeve van zichzelf was of ten behoeve van een nog op te richten (klein)dochtervennootschap, doet niet ter zake. In beide gevallen was het Accon die heeft gehandeld met [rentmeester 1] c.s. en met hen een overeenkomst heeft gesloten. Voor zover dit profijt heeft opgeleverd of kon opleveren, kwam dit ook terecht bij Accon, hetzij direct, hetzij in haar hoedanigheid van enig aandeelhouder van (de moeder van) Rentmeesters.

4.3. Ook inhoudelijk betwist Accon dat zij onrechtmatig heeft gehandeld jegens AVS. Te dien aanzien overweegt de rechtbank als volgt.

Dat [rentmeester 1] en [rentmeester 2] wanpestatie hebben gepleegd jegens AVS zal in dit geding tussen AVS en Accon als een vaststaand feit moeten worden aanvaard. Dat is immers tussen [rentmeester 1] en [rentmeester 2] en AVS beslist, eerst door het Hof bij voorlopig oordeel in kort geding en vervolgens door de kantonrechter in de bodemzaken, zijnde gesteld noch gebleken dat [rentmeester 1] en [rentmeester 2] tijdig van die uitspraken van de kantonrechter in hoger beroep zijn gegaan. Hierbij kan worden opgemerkt dat [rentmeester 1] en [rentmeester 2] in hun rechtszaken werden bijgestaan door de advocaat van Accon.

4.4. De rechtsvraag of Accon beschouwd kan worden als een relatie in de zin van het relatiebeding is daarbij reeds bevestigend beantwoord. Het ging immers niet om een concurrentieverbod, maar om een relatiebeding en overtreding daarvan door te handelen met Accon kon alleen worden aangenomen indien Accon zou worden aangemerkt als een relatie in de zin van het beding. De rechtbank sluit zich hier ook bij aan. Accon wordt in het bijzonder als zodanig aangemerkt, omdat zij haar cliënten doorverwees naar AVS en aldus voor AVS een bron van inkomsten vormde. Inmiddels is hier bijgekomen dat uit de door AVS ter comparitie overgelegde facturen volgt dat zij ook, op bescheiden schaal, tegen betaling diensten heeft verricht voor Accon.

4.5. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is het handelen met iemand terwijl men weet dat deze door dat handelen een door hem met een derde gesloten overeenkomst schendt, op zichzelf jegens die derde nog niet onrechtmatig en is van onrechtmatigheid pas sprake, indien de aangesproken partij weet of behoort te weten dat zijn wederpartij door het sluiten van de desbetreffende overeenkomst, kort gezegd, wanprestatie pleegt jegens een derde, en bovendien sprake is van bijkomende omstandigheden (zie onder meer HR 17 mei 1985, NJ 1986, 760).

In dit geval zijn zowel de vereiste wetenschap als voldoende relevante bijkomende omstandigheden aanwezig om tot het oordeel te komen dat Accon jegens AVS onrechtmatig heeft gehandeld door [rentmeester 1] c.s. in dienst te nemen. De rechtbank motiveert dit als volgt.

4.6. Accon’s betwisting dat zij de bedoelde wetenschap had, wordt verworpen. AVS wijst terecht op de omstandigheid dat Accon de juridische en arbeidszaken voor haar regelde en zelf, in opdracht van AVS, de onderhavige arbeidsovereenkomst inclusief het relatiebeding heeft geredigeerd. Accon stelt dan wel dat zij vele juristen heeft en dat de ene medewerker niet hoeft te weten wat de andere heeft gedaan, maar dit neemt niet weg dat de wetenschap van haar desbetreffende werknemer(s) aan haar kan worden toegerekend. Het relatiebeding van [rentmeester 1] dateert zelfs nog uit de tijd dat Accon zelf een van de drie aandeelhouders was van AVS. Accon kan zich dus niet verweren met de stelling dat [rentmeester 1] c.s. niet spontaan hebben gemeld dat zij gebonden waren aan een relatiebeding. In de omstandigheden van dit geval had Accon, indien zij ondanks het vorenstaande nog twijfelde, daarnaar moeten vragen.

4.7. Het verweer van Accon dat het (door haarzelf geredigeerde) relatiebeding, getuige de kort-geding uitspraak van de kantonrechter, voor verschillende uitleg vatbaar is en evengoed kan worden uitgelegd zoals zij het zag, te weten als slechts betrekking hebbend op klanten aan wie AVS zakelijke diensten verleent, is moeilijk te rijmen met het voorgaande verweer dat zij niet bekend was met het bestaan van het beding. Maar wat daar van zij en nog daargelaten dat inmiddels is gebleken dat AVS ook aan Accon zakelijke diensten heeft verleend: ook dit verweer strandt op de onderzoeksplicht. Accon had bij [rentmeester 1] c.s. moeten navragen of zij gebonden waren aan het door haar zelf geredigeerde standaardbeding en had, bij bevestigend antwoord en twijfel over de reikwijdte, navraag kunnen doen bij AVS. Door dat niet te doen heeft Accon het risico genomen dat het beding zou worden uitgelegd zoals dat is gedaan door het Hof, de kantonrechter in de bodemzaak en nu door de rechtbank.

4.8. De bijkomende omstandigheden, die het in dienst nemen van [rentmeester 1] c.s. onrechtmatig jegens AVS maken, zijn vooral gelegen in de nauwe relatie tussen Accon en AVS.

Accon was immers een van de aandeelhouders geweest van AVS en had haar aandelen verkocht aan een van haar mede-aandeelhouders, waarbij een concurrentieverbod was overeengekomen. Dat concurrentieverbod was inmiddels afgekocht, maar zij kon en behoorde te weten dat dat niet gold voor het relatiebeding van de werknemers.

Accon was daarbij tot voor kort de vaste accountant en fiscaal/juridisch adviseur van AVS geweest en had ook uit dien hoofde op vertrouwelijke basis toegang gehad tot gevoelige bedrijfsgegevens van AVS, waaronder in het bijzonder de competenties en de behaalde omzetten en kosten van een of meer van de individuele, door haar in dienst genomen, werknemers van AVS.

Mede vanuit deze bekendheid met het bedrijf van AVS kon Accon voorzien dat zij door alle drie de rentmeesters van AVS van de vestiging Velp tegelijk in dienst te nemen, deze vestiging feitelijk in één klap min of meer lam zou leggen, terwijl zij zelf met de expertise en de standing van die rentmeesters kon profiteren van het daardoor ontstane gat in de markt.

4.9. Dit een en ander maakt dat sprake was van een toerekenbare onrechtmatige daad jegens AVS, op grond waarvan Accon aansprakelijk is voor de daardoor door AVS geleden schade. Of Accon de rentmeesters actief benaderd heeft en in het geheim met hen heeft overlegd, zoals door AVS wordt gesteld en door Accon wordt betwist, kan verder in het midden blijven. Accon heeft door hen in dienst te nemen opzettelijk gelegenheid verschaft voor hun wanprestatie en zij heeft daarmee die wanprestatie uitgelokt.

4.10. Accon betwist dat er causaal verband is tussen haar gedragingen en de beweerdelijk geleden schade van AVS, aangezien die schade ook geleden zou zijn indien [rentmeester 1] c.s. gedrieën ergens anders zouden zijn gaan werken. Dit verweer wordt verworpen, omdat onvoldoende is gesteld om aannemelijk te maken dat [rentmeester 1] c.s. met zijn drieën tegelijk en op zo korte termijn bij AVS zouden zijn opgestapt indien hun niet door Accon een dienstverband zou zijn aangeboden.

De rechtbank begrijpt niet goed wat Accon bedoelt met haar verweer dat niet is voldaan aan het relativiteitsvereiste. De geschonden norm is niet de overtreding van het relatiebeding, doch het uitlokken en profiteren daarvan.

4.11. Wel steekhoudend is de betwisting van de gestelde omvang van de schade. Op dit punt is het debat nog niet voldoende uitgekristalliseerd. De rechtbank zal AVS de gelegenheid geven om bij akte de door haar tengevolge van de overtreding van het relatiebeding geleden schade nader te specificeren en met schriftelijk bewijsmateriaal te onderbouwen. Op voorhand merkt de rechtbank op dat niet vanzelfsprekend is dat de gehele omzetderving van de vestiging Velp als schade kan worden aangemerkt. Er zullen immers ook bespaarde kosten zijn door het vertrek van de rentmeesters en er zal rekening moeten worden gehouden met de mogelijke overheveling van klandizie naar de vestiging Ellemeet. Voorts is evident dat het alleen kan gaan om de omzet- c.q. winstderving vanaf de opzegging van de arbeidsovereenkomsten en dat dus niet zonder meer het resultaat van heel 2006 tegenover dat van 2005 kan worden gesteld.

Uiteraard kan Accon bij akte reageren op de nadere specificatie en onderbouwing van de schade.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 13 mei 2009 voor het nemen van een akte door AVS over hetgeen is vermeld onder 4.11.

5.2. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2009.