Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BI1732

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
01-04-2009
Datum publicatie
21-04-2009
Zaaknummer
175701
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot betaling van schade a.g.v. in de woning aangetroffen hennepkwekerij, die bestaat uit electriciteit die niet door de electriciteitsmeter is geregistreerd.

Vordering wordt toegewezen.

Egenaar van de woning had deze verhuurd aan een derde die hennepkwekerij exploiteerde. Eigenaar is aansprakelijk voor schade als contractuele wederpartij van Liander. De gedragingen van betrokkene, of van een eventueel tot op heden onbekende derde, komen daarbij op grond van de in het verkeer geldende opvattingen, zoals bedoeld in artikel 6:75 BW, voor rekening van gedaagde, als wederpartij van Liander. De klant kan ter vermijding van risico’s als hier aan de orde bijvoorbeeld de aansluiting op naam van de huurder zetten. Het is daarom redelijk dat het risico van fraude door dergelijke gebruikers voor rekening komt van de klant van Liander

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 175701 / HA ZA 08-1665

Vonnis in verzet van 1 april 2009

in de zaak van

de naamloze vennootschap

LIANDER N.V.,

voorheen genaamd

N.V. CONTINUON NETBEHEER,

gevestigd te Arnhem,

eiseres,

gedaagde in het verzet,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

eiseres in het verzet,

advocaat mr. C.W. Reintjes te Duiven.

Partijen zullen hierna Liander en [gedaagde] worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 17 december 2008

- het proces-verbaal van comparitie van 20 februari 2009.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [gedaagde] is eigenares van het appartement gelegen te [adres] (hierna: de woning).

2.2. Liander, destijds nog genaamd Continuon Netbeheer, heeft een overeenkomst met [gedaagde] gesloten op grond waarvan Liander zorg draagt voor transport van elektriciteit naar de woning. De op deze overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden luiden voor zover van belang als volgt.

4.3

De contractant is gehouden het redelijkerwijs mogelijke te doen om schade aan het in het perceel aanwezige gedeelte van de aansluiting en/of de meetinrichting te voorkomen.

4.6

Het is de contractant niet toegestaan:

a. door middel van en/of met behulp van de installatie via het net dat door de netbeheerder wordt beheerd, hinder of schade te veroorzaken voor de netbeheerder of andere contractanten;

b. door of vanwege de netbeheerder of een erkende meetverantwoordelijke aangebrachte verzegelingen te verbreken of te doen verbreken;

c. handelingen te verrichten of te doen verrichten waardoor de hoeveelheid getransporteerde elektrische energie niet of niet juist kan worden vastgesteld, dan wel een situatie te scheppen waardoor het normaal functioneren van de meetinrichting of (andere) door de netbeheerder beheerde apparatuur wordt verhinderd of de tarievenregeling van de netbeheerder niet of niet juist kan worden toegepast.

13.5

Indien het onderzoek geen hanteerbare maatstaf oplevert voor het vaststellen van de getransporteerde hoeveelheid, is de netbeheerder, na overleg met de leverancier én de erkende meetverantwoordelijke met betrekking tot de meetinrichting en meting bij de contractant, bevoegd de omvang van de getransporteerde hoeveelheid over het betreffende tijdvak in redelijkheid te schatten naar de ter beschikking van de netbeheerder staande gegevens hieromtrent.

2.3. [gedaagde] heeft de woning met ingang van 1 april 2007 voor de duur van één jaar verhuurd aan de heer [voorletters] [betrokkene].

2.4. Op 16 januari 2008 is in de woning een illegale hennepkwekerij aangetroffen. Uit een door Nuon Monitoring, het meetbedrijf van de Nuon-groep, verricht onderzoek is gebleken dat de benodigde elektriciteit voor de apparatuur van de hennepkwekerij is verkregen door middel van een illegale aftakking in de meterkast, waardoor de elektriciteitsmeter het verbruik ten behoeve van de hennepkwekerij niet heeft geregistreerd.

2.5. Direct nadat de fraude is geconstateerd, is Liander overgegaan tot het onderbreken van het transport van elektriciteit en heeft zij de elektriciteitsmeter weggehaald.

3. Het geschil

3.1. Liander heeft in de verstekprocedure gevorderd dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] zal veroordelen tot betaling van € 10.829,23, vermeerderd met rente en kosten. Liander heeft daartoe gesteld dat [gedaagde] als contractant en op basis van de op de overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden (zie 2.2) aansprakelijk is voor de schade die Liander als gevolg van een in de woning aangetroffen hennepkwekerij heeft geleden. Deze schade bestaat erin dat elektriciteit is afgenomen ten behoeve van die hennepkwekerij, die niet door de elektriciteitsmeter is geregistreerd.

3.2. Bij verstekvonnis van 16 juli 2008 is [gedaagde] veroordeeld om aan Liander te voldoen een bedrag van € 10.764,22, vermeerderd met de wettelijke rente over € 9.885,48 vanaf 27 mei 2008 tot de dag van volledige betaling. Bovendien is [gedaagde] veroordeeld in de kosten van de procedure, zijnde € 826,80. Dit verstekvonnis is op 8 september 2008 aan [gedaagde] betekend.

3.3. Bij dagvaarding van 3 oktober 2008 heeft [gedaagde] verzet ingesteld tegen het verstekvonnis. Daarin vordert zij dat het haar wordt toegestaan [betrokkene] in vrijwaring te dagvaarden. Deze vordering is bij tussenvonnis van 17 december 2008 toegewezen. De rechtbank begrijpt de verzetdagvaarding, mede gelet op de stellingen van [gedaagde] in het lichaam van deze dagvaarding, aldus dat [gedaagde] ook vordert dat het verstekvonnis wordt vernietigd en dat de vorderingen van Liander alsnog worden afgewezen. [gedaagde] stelt daartoe in de eerste plaats dat zij niets te maken heeft gehad met de illegale hennepkwekerij in haar woning. Evenmin heeft zij fraude gepleegd aan de elektriciteitsmeter. Zij kan dan ook niet aansprakelijk worden gesteld voor de ten behoeve van die hennepkwekerij verbruikte elektriciteit, de kosten voor het transport van elektriciteit en de overige kosten, zoals de kosten die gemoeid zijn met het vaststellen van het illegale verbruik. Daarnaast stelt [gedaagde] dat Liander op de hoogte was van de identiteit van de feitelijke gebruiker van de woning. Liander had dan ook [betrokkene] moeten aanspreken in plaats van [gedaagde]. Ten slotte betwist [gedaagde] dat het verbruik van elektriciteit zo hoog is geweest als Liander in de verstekprocedure heeft begroot. Er is immers slechts sprake van een schatting, waaraan bovendien geen deugdelijke berekening met specificatie ten grondslag ligt.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat [gedaagde] in zoverre in haar verzet kan worden ontvangen.

4.2. Aangenomen mag worden dat [gedaagde] niet zelf heeft gefraudeerd met de elektriciteitsmeter. Ten tijde van het aantreffen van de hennepkwekerij was zij immers niet zelf woonachtig in de woning, maar had zij deze verhuurd aan [betrokkene]. [gedaagde] is naar het oordeel van de rechtbank evenwel aansprakelijk voor de schade die Liander heeft geleden. [gedaagde] dient als contractuele wederpartij van Liander immers ervoor te zorgen dat er geen ongeoorloofde handelingen worden verricht met de elektriciteitsmeter, zoals het verbreken van de zegels van de hoofdaansluitkast. Tevens dient [gedaagde] ervoor zorg te dragen dat er geen elektriciteit wordt afgenomen zonder dat de meter dit registreert. Het toch buiten de meter om illegaal aftappen van elektriciteit levert een tekortkoming op in de nakoming van de verplichtingen jegens Liander. De gedragingen van [betrokkene], of van een eventueel tot op heden onbekende derde, komen daarbij op grond van de in het verkeer geldende opvattingen, zoals bedoeld in artikel 6:75 BW, voor rekening van [gedaagde], als wederpartij van Liander. De klant van Liander is beter in staat dan Liander om te controleren of er geen ongeoorloofde handelingen worden verricht met de meter door anderen die met zijn toestemming gebruik maken van de ruimte waarvoor de energie wordt geleverd. De klant kan ter vermijding van risico’s als hier aan de orde bijvoorbeeld de aansluiting op naam van de huurder zetten. Het is daarom redelijk dat het risico van fraude door dergelijke gebruikers voor rekening komt van de klant van Liander, in dit geval [gedaagde].

4.3. [gedaagde] stelt dat zij, nadat het huurcontract met [betrokkene] was gesloten, Liander heeft opgebeld met het verzoek de overeenkomst met betrekking tot het transport van elektriciteit te stellen op naam van [betrokkene], de feitelijke gebruiker van de woning. [gedaagde] heeft evenwel niet gesteld dat Liander met dit verzoek heeft ingestemd. Bovendien heeft [gedaagde] in het licht van het verweer van Liander op dit punt onvoldoende onderbouwd gesteld dat Liander het vertrouwen heeft gewekt dat zij daarmee zou instemmen. De rechtbank gaat daarom aan dit verweer van [gedaagde] voorbij.

4.4. [gedaagde] betwist voorts dat het verbruik van elektriciteit zo hoog is geweest als Liander in de verstekprocedure heeft begroot. Er is immers slechts sprake van een schatting, waaraan bovendien geen deugdelijke berekening met specificatie ten grondslag ligt.

4.5. De omstandigheid dat Liander het elektriciteitsverbruik ten behoeve van de hennepkwekerij in de woning van [gedaagde] heeft geschat, dient naar het oordeel van de rechtbank voor rekening en risico van [gedaagde] te komen. Zoals Liander ter comparitie ook heeft betoogd, is het immers niet mogelijk op reguliere wijze het elektriciteitsverbruik vast te stellen wanneer er is gefraudeerd met de elektriciteitsmeter en illegaal stroom is afgenomen. Conform artikel 13 lid 5 van de toepasselijke algemene voorwaarden dient Liander in zo’n geval het vermoedelijke gebruik over de betreffende periode in te schatten op basis van de beste haar ter beschikking staande gegevens.

4.6. Met betrekking tot deze schatting heeft Liander onder meer de navolgende stukken in het geding gebracht: een fraudeoverzicht van Nuon Monitoring, een aan [gedaagde] toegezonden nota met een overzicht van de totale schade, een overzicht ‘indicatoren gebruik hennepplantage’, een ‘opnameformulier Energiefraude’, een ‘inventarisatie verbruik en apparatuur’, een overzicht ‘aangetroffen feiten en omstandigheden die wijzen op meerdere oogsten’, een ‘berekening verbruik kweekruimte A’ en een overzicht ‘historisch verbruik elektriciteit’. Volgens Liander blijkt uit deze stukken in de eerste plaats dat er in de woning van [gedaagde] in ieder geval in de periode van mei 2007 tot 16 januari 2008 een hennepkwekerij was ingericht en dat er aldus vermoedelijk sprake is geweest van tenminste drie eerdere oogsten. Verder blijkt daaruit dat er minimaal 35.172 kWh aan elektriciteit illegaal is afgenomen. Ten slotte blijkt uit genoemde stukken dat Liander voor een bedrag van € 9.885,48 schade heeft geleden. Deze schade, zo blijkt ook uit de in de dagvaarding van Liander gegeven toelichting op de aan [gedaagde] toegezonden nota, is opgebouwd uit

€ 3.372,09 aan transportkosten, € 5.621,16 aan zogenaamd ‘netverlies’, zijnde niet door de elektriciteitsmeter geregistreerde verbruikte elektriciteit, € 142,54 voor het herstellen van de meetinrichting in de oude toestand en € 749,70 voor overige kosten, zoals voorrijkosten, onderzoekskosten en administratiekosten. [gedaagde] heeft tegenover deze onderbouwing door Liander slechts gesteld dat aan de schatting van Liander geen deugdelijke berekening met specificatie ten grondslag ligt. Voor het overige heeft zij haar verweer niet onderbouwd. Daarmee heeft [gedaagde] de berekening van Liander naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd betwist, zodat van de juistheid van de berekening van Liander en daarmee van het gevorderde schadebedrag ad € 9.885,48, vermeerderd met wettelijke rente, dient te worden uitgegaan.

4.7. Dit geldt eveneens voor de door Liander gevorderde buitengerechtelijke incassokosten ad € 700,00. Liander heeft voldoende onderbouwd gesteld dat zij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

4.8. Op grond van het voorgaande zal het verstekvonnis worden bekrachtigd. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het verzet worden verwezen. De kosten aan de zijde van Liander, waaronder begrepen de kosten van het incident, worden begroot op:

- salaris advocaat € 1.130,00 (2,5 punt × tarief € 452,00)

Totaal € 1.130,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. bekrachtigt het door deze rechtbank op 16 juli 2008 onder zaaknummer / rolnummer 171016 / HA ZA 08-969 gewezen verstekvonnis,

5.2. veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van Liander tot op heden begroot op € 1.130,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2009.

Coll.: MvG