Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BI0979

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
15-04-2009
Datum publicatie
15-04-2009
Zaaknummer
05/900810-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte staat terecht voor aanranding en drie pogingen tot aanranding van bejaarde vrouwen. Daarnaast zijn hem enkele diefstallen en een poging tot diefstal ten laste gelegd. Ten aanzien van de (pogingen tot) aanranding kan de rechtbank op grond van de verschillende signalementen niet zonder twijfel concluderen dat de aangevers, de getuigen en de verbalisanten allen één en dezelfde persoon hebben gezien. De rechtbank kan derhalve niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat verdachte de dader van deze (pogingen tot) aanranding is geweest. Dit betekent dat verdachte van deze feiten zal worden vrijgesproken. Volgt voorts vrijspraak voor één van de diefstallen en veroordeling voor de overige (poging) tot diefstallen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer : 05/900810-08

Data zitting : 12 november 2008, 28 januari 2009 en 1 april 2009

Datum uitspraak : 15 april 2009

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats]

thans gedetineerd in Vught PPC, Lunettenlaan 501

Vught.

Raadsman : mr. J.M. Keizer, advocaat te Amsterdam.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 02 augustus 2008 te Bennekom, gemeente Ede, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid (in een woning, gelegen aan het Hof van Sint Pieter) W.H.W. [slachtoffer1], in de leeftijd van 70 jaren, heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het opzettelijk ontuchtig heen en weer wrijven tussen haar anus en vagina, althans het betasten van haar schaamstreek, en welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid bestond uit het opzettelijk gewelddadig en/of dreigend

- de slaapkamer van voornoemde [slachtoffer1] binnengaan via een openstaande deur, terwijl deze [slachtoffer1] en/of haar echtgenoot lagen te slapen, en/of

- aan de zijde van deze [slachtoffer1] naast het bed op de grond gaan liggen, en/of

- (onverhoeds) tussen de vagina en de anus van deze slapende [slachtoffer1] heen en weer wrijven, althans haar schaamstreek betasten;

(incident 2)

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 02 augustus 2008 te Bennekom, gemeente Ede, (in een woning, gelegen aan het Hof van Sint Pieter) met W.H.W. [slachtoffer1], in de leeftijd van 70 jaren, van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer1] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer1] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het tussen de anus en de vagina wrijven, althans het betasten van haar schaamstreek, terwijl die [slachtoffer1] in bed lag te slapen;

(incident 2)

2.

hij op of omstreeks 02 augustus 2008 te Bennekom, gemeente Ede, om (ongeveer) 06:00 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning, gelegen aan het Hof van Sint Pieter 21, alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (uit een portemonnee) een geldbedrag van (ongeveer) 30 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan C.T. [slachtoffer2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

(incident 3)

3.

hij op of omstreeks 02 augustus 2008 te Bennekom, gemeente Ede,, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid H.M.M. [slachtoffer3], in de leeftijd van 79 jaren en/of A.J. [slachtoffer4], in de leeftijd van 91 jaren, en/of J.M. de [slachtoffer5], in de leeftijd van 71 jaren, te dwingen tot het

plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, opzettelijk heeft getracht gedurende de nachtelijke uren, terwijl die [slachtoffer3] en/of [slachtoffer4] en/of De [slachtoffer5] lagen te slapen, de slaapkamer en/of de woning binnen te dringen door bij die (aan het Hof van Sint Pieter wonende) [slachtoffer3] de

slaapkamerdeur van de haak te halen en/of (vervolgens) de hordeur te openen en/of door bij die (aan het Hof van Sint Pieter wonende) [slachtoffer4] in een regenpijp van haar woning te klimmen en/of door bij die (aan de Hullenbergweg wonende) De [slachtoffer5] van buitenaf door het bovenlicht het gordijn te openen en/of (vervolgens) met zijn hand(en) boven zijn ogen door het raam naar binnen te kijken en/of (meermalen) tegen die De [slachtoffer5] te roepen: "Ik heb je naakt gezien", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(incident 2)

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 02 augustus 2008 te Bennekom, gemeente Ede,, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om met H.M.M. [slachtoffer3], in de leeftijd van 79 jaren en/of A.J. [slachtoffer4], in de leeftijd van 91 jaren, en/of J.M. de [slachtoffer5], in de leeftijd van 71 jaren, van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer3] en/of [slachtoffer4] en/of De [slachtoffer5] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde(n), dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar/hun geestvermogens le(e)d(en) dat die [slachtoffer3] en/of [slachtoffer4] en/of De [slachtoffer5] niet of onvolkomen in staat was/waren haar/hun wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer

ontuchtige handeling(en) te plegen, heeft getracht gedurende de nachtelijke uren, terwijl die [slachtoffer3] en/of [slachtoffer4] en/of De [slachtoffer5] lagen te slapen, de slaapkamer en/of woning binnen te dringen door bij die (aan het Hof van Sint Pieter wonende) [slachtoffer3] de slaapkamerdeur

van de haak te halen en/of (vervolgens) de hordeur te openen en/of door bij die (aan het Hof van Sint Pieter wonende) [slachtoffer4] in een regenpijp van haar woning te klimmen en/of door bij die (aan de Hullenbergweg wonende) De [slachtoffer5] van buitenaf door het bovenlicht het gordijn te openen en/of (vervolgens) met zijn handen boven zijn ogen door het raam naar binnen te kijken en/of meermalen tegen die De [slachtoffer5] te roepen: "Ik heb je naakt gezien", althans woorden van gelijke aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(incident 2)

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 02 augustus 2008 te Bennekom, gemeente Ede,, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, namelijk tussen 05:30 uur en 06:00 uur, in (een) woning(en) (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen geld en/of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan H.M.M. [slachtoffer3] en/of A.J. [slachtoffer4] en/of J.M. de [slachtoffer5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, terwijl die [slachtoffer3] en/of [slachtoffer4] en/of De [slachtoffer5] lagen te slapen, bij die (aan het Hof van Sint Pieter wonende) [slachtoffer3] de slaapkamerdeur van de haak heeft gehaald en/of (vervolgens) de hordeur heeft geopend en/of bij die (aan het Hof van Sint Pieter wonende) [slachtoffer4] in een regenpijp van haar woning is geklommen en/of bij die (aan de Hullenbergweg wonende) De [slachtoffer5] van buitenaf door het bovenlicht het gordijn heeft geopend en/of

(vervolgens) met zijn handen boven zijn ogen door het raam naar binnen heeft gekeken,

terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;

(incident 2)

art 311 lid 1 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 26 april 2008 te Ede, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres], heeft weggenomen

- een mobiele telefoon (merk Sony Ericsson, kleur wit/paars) en/of een geldbedrag van ongeveer 10 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan R.C.T.J. van [slachtoffer6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of - een geldbedrag van ongeveer 110 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan J. [slachtoffer7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (via het dak van de woning door een klapraam naar binnen klimmen);

(incident 4 en 5)

althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 26 april 2008 te Ede om (ongeveer) 05:50 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan [adres], alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een mobiele telefoon (merk Sony Ericsson, kleur wit/paars) en/of een geldbedrag van ongeveer 10 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan R.C.T.J. van [slachtoffer6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en/of

- een geldbedrag van ongeveer 110 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan J. [slachtoffer7], in elk geval aan een ander of anderen dan an verdachte;

(incident 4 en 5)

5.

hij op of omstreeks 26 april 2008 te Ede, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid

M.L. [slachtoffer8], in de leeftijd van 59 jaren, te dwingen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, opzettelijk gedurende de nachtelijke uren door een raam de woning is

binnengeklommen en/of de slaapkamer van die [slachtoffer8] is binnengegaan en/of vervolgens aan het dekbed, waaronder die [slachtoffer8] lag te slapen, heeft getrokken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(incident 6)

althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 26 april 2008 te Ede, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om met M.L. [slachtoffer8], in de leeftijd van 59 jaren, van wie hij, verdachte wist dat die [slachtoffer8] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer8] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer ontuchtige handeling(en) te plegen, opzettelijk gedurende de nachtelijke uren door een raam de woning is binnengeklommen en/of de slaapkamer van die [slachtoffer8] is binnengegaan en/of vervolgens aan het dekbed, waaronder die [slachtoffer8] lag te slapen, heeft getrokken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(incident 6)

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 26 april 2008 te Ede, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres], weg te nemen geld en/of goederen van verdachtes gading, geheel of ten dele toebehorende aan M.L. [slachtoffer8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die plaats des misdrijfs te verschaffen en/of daarbij voormeld(e) goed(eren) onder verdachtes bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, gedurende de nachtelijke uren door een raam de woning is binnengeklommen en/of de slaapkamer van die [slachtoffer8] is binnengegaan en/of (vervolgens) in een tas heeft gekeken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(incident 6)

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 1 april 2009 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. J.M. Keizer, advocaat te Amsterdam.

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd: R.C.T.J. [slachtoffer6].

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 5 tenlastegelegde zal worden vrijgesproken en dat verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2, 3 primair, 4 primair en 6 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf (5) jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de onder verdachte in beslag genomen kleding en simcard zullen worden teruggegeven aan verdachte, dat de in beslag genomen fiets verbeurd wordt verklaard en dat de in beslag genomen mobiele telefoon (merk Ericson) en adapter zullen worden vernietigd.

De officier van justitie heeft voorts verzocht dat de vordering van de benadeelde partij Van [slachtoffer6] tot een bedrag van € 100,00 wordt toegewezen en heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 dagen hechtenis. Voor het De officier van justitie verzocht de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Vrijspraak feiten 1, 2, 3 en 5.

Feit 5:

Met de officier van justitie en de raadsman, is de rechtbank van oordeel dat hetgeen verdachte onder 5 is tenlastege¬legd niet wettig en overtuigend is bewezen. Zij zal verdachte daarvan vrijspreken.

Feit 1, feit 2 en feit 3:

Standpunt verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de feiten 1, 2 en 3. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de door enkele aangevers en door getuigen opgegeven signalementen niet of niet voldoende overeenkomen met het signalement van verdachte, zoals vastgelegd door de politie in een proces-verbaal van bevindingen. Door andere aangevers werd in het geheel geen signalement van de dader gegeven. Voorts heeft de raadsman gesteld dat de door verdachte beweerdelijk tegenover verbalisant [verbalisant] afgelegde verklaring: “[verbalisant], nu verdenken ze mij dat ik naast een vrouw heb gelegen en dat ik met mijn hand onder de lakens/dekens heb gezeten. Ik kan mij dat niet voorstellen.”, niet voor het bewijs mag worden gebezigd. Deze verklaring is volgens de raadsman afgelegd na een onrechtmatige aanhouding. De raadsman is van oordeel dat er ten tijde van de aanhouding geen sprake was van een redelijk vermoeden van schuld en er zou bij de aanhouding gehandeld zijn in strijd met de geweldsinstructie. Voorts stelt de raadsman dat, voorzover verdachte al een dergelijke verklaring zou hebben afgelegd hetgeen door verdachte wordt ontkend, verbalisant [verbalisant] verdachte verleid heeft om een verklaring af te leggen en bovendien zou verdachte door verbalisanten van deze daderkennis op de hoogte zijn gebracht.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie is van oordeel dat de door aangevers en getuigen opgegeven signalementen van de dader voldoende overeenkomen met het signalement van verdachte. Bovendien hebben de feiten in een heel kort tijdsbestek in dezelfde buurt plaatsgevonden. De door verdachte tegenover verbalisant [verbalisant] afgelegde verklaring is volgens de officier van justitie wel bruikbaar omdat verdachte wist dat hij met een politieman sprak en hem bovendien de cautie was gegeven. Volgens de officier van justitie betreft de inhoud van de verklaring daderinformatie die door verbalisanten niet aan verdachte was verstrekt. De officier van justitie is verder van oordeel dat de aanhouding rechtmatig is geweest.

Beoordeling standpunten en overweging rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat zij van oordeel is dat de aanhouding van verdachte rechtmatig is geweest. Naar het oordeel van de rechtbank bestond er een redelijk vermoeden van schuld ten aanzien van het pogen een vermogensdelict te plegen, toen de politie zag dat verdachte in de vroege morgen op een soort van binnenplaats aan de achterzijde van een serviceflat zoekend rondkeek in de richting van de woonlagen van die flat en van zijn fiets stapte.

Voor zover er met betrekking tot de wijze van aanhouding gehandeld zou zijn in strijd met de geweldsinstructie voor de politie, maakt dit de aanhouding niet onrechtmatig.

De rechtbank overweegt verder als volgt:

De gebeurtenissen omschreven in de feiten 1, 2 en 3 vonden op 2 augustus 2008 in een kort tijdsbestek - tussen ongeveer 05.30 uur en 06.15 uur - plaats in Bennekom op locaties die betrekkelijk dicht bij elkaar liggen. Verdachte werd diezelfde ochtend om 07.00 uur, in Bennekom op straat door de politie gecontroleerd. De politie zag dat de verdachte een donkerblauwe blouse met lange mouwen, een donkerkleurige driekwart broek, een donkerblauwe pet en donkerkleurige teenslippers droeg.

Door de aangevers van de feiten 1 en 2, mevrouw Van [slachtoffer1] en haar echtgenoot [naam], is een signalement van de dader opgegeven. [naam] beschrijft de dader als een ongeveer 30-jarige blanke man met een grijsblauwe trui, grijze broek een blauwe pet en schoenen. Mevrouw van [slachtoffer1] beschrijft de man als 25-30 jaar oud, blank, bol gezicht en gekleed in een donkerblauwe sweater, donkergrijze broek en een donkerblauwe pet.

Ten aanzien van feit 3 kan worden vastgesteld dat deze feiten hebben plaatsgevonden in de buurt van en omstreeks hetzelfde tijdstip als de feiten 1 en 2. Slechts twee aangevers hebben een vaag signalement van de dader opgegeven. Eén aangever heeft gezien dat de dader geen lichtblond haar had en een blauwe broek droeg terwijl een andere aangever de dader omschrijft als iets jonger dan 18, blank, stevige armen en gekleed in een blauwachtig t-shirt.

Twee getuigen hebben een man in hun tuin gezien. Eén getuige omschrijft deze man als 15 jaar oud, donker haar, blauw sportshirt en middelblauw petje. Deze getuige ziet dat de man zich verplaatst met een groene oude fiets. De tweede getuige omschrijft de man als 20-25 jaar, blank, slungelig, hoge jukbeenderen, kort haar onder een petje, gekleed in een donkerblauw hemd of werkjasje en een vaal groen petje. Volgens deze getuige zou de man een oudere fiets bij zich hebben. Op grond van de verschillende signalementen kan de rechtbank niet zonder twijfel concluderen dat de verschillende aangevers, de getuigen en de verbalisanten allen één en dezelfde persoon hebben gezien.

Verdachte is in 2007 door het Hof veroordeeld ter zake van verkrachting en poging tot verkrachting van bejaarde vrouwen in Bennekom. Deze feiten hebben destijds grote beroering in Bennekom en omgeving veroorzaakt. Op 4 augustus 2008 wordt aangifte gedaan door een 70-jarige vrouw van het feit dat zij op 2 augustus 2008 in haar seniorenwoning in Bennekom is betast in haar schaamstreek door een insluiper die op de grond lag naast haar bed. De politie verricht naar aanleiding van de aangifte nader onderzoek en hoort diverse getuigen.Naar aanleiding van hetgeen in de vroege morgen van 2 augustus 2008 in en om diverse seniorenwoningen in Bennekom kennelijk heeft plaatsgevonden, wordt vervolgens verdachte door leden van een observatieteam geobserveerd. In opdracht van de officier van justitie moest worden ingegrepen zodra verdachte aanstalten maakte om een woning te betreden. Waargenomen werd onder meer dat verdachte zich in de vroege ochtend van 9 augustus 2008 op de fiets begaf in de richting van serviceflat ‘Belvedere’ in Bennekom, dat hij steeds langzamer ging fietsen en dat hij interesse leek te hebben in de woningen van die flat. Uiteindelijk staat verdachte stil aan de achterzijde van de flat, op een soort binnenplaats. Verdachte is vervolgens aansluitend op 9 augustus 2008 op heterdaad aangehouden door een arrestatieteam en in verzekering gesteld.

Door verbalisant [verbalisant] is verklaard dat verdachte op 11 augustus 2008 tijdens een informeel verhoor dat het karakter van een sociaal gesprek had tegen hem heeft gezegd: “ Dat ik met mijn handen bij een vrouw onder de lakens zou heb gezeten, daar kan ik niet bij, ik kan mij dat niet voorstellen.”, althans woorden van gelijke strekking.

Hoewel verdachte voorafgaand aan het verhoor door verbalisant [verbalisant] steeds niet heeft mee willen werken aan enig verhoor, hebben verschillende politiemedewerkers wel contact met verdachte gehad en is ook diverse keren getracht verdachte te verhoren. De rechtbank acht , gelet op de hierboven weergegeven omstandigheden, niet volledig uit te sluiten dat op een van die momenten door één of meer politiemedewerkers tegen verdachte, in ieder geval op globale wijze, over de feiten waarvan hij werd verdacht, is gesproken.

De rechtbank kent dan ook niet het gewicht van ‘daderinformatie’ toe aan de bedoelde uitlating van verdachte tegenover verbalisant [verbalisant].

Op grond van hetgeen hierboven is overwogen, kan de rechtbank niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat verdachte degene is geweest die de feiten 1, 2 en 3 heeft gepleegd.

Dit betekent dat verdachte van deze feiten zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring feit 4 primair en feit 6

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld:

Op 26 april 2008 zijn uit een woning aan de [adres] te Ede weggenomen een mobiele telefoon van het merk Sony Ericson en een geldbedrag van 10 euro, toebehorend aan R.C.T.J. [slachtoffer6] en een geldbedrag van 110 euro, toebehorend aan J. [slachtoffer7] . Voorts is getracht geld of goederen weg te nemen die toebehoren aan M.L. [slachtoffer8]. Dit gebeurde omstreeks 05.30 uur in de ochtend. De dader is de woning binnengekomen door via een openstaand klapraam in het dak naar binnen te klimmen.

Standpunt verdediging

De raadsman stelt dat het dossier slechts bewijs bevat dat verdachte in het bezit was van de ontvreemde telefoon toen hij werd aangehouden, doch niet dat hij deze ontvreemd heeft. De raadsman stelt dat het dossier juist aanwijzingen bevat dat een ander dan verdachte de telefoon heeft ontvreemd, nu aangever in de nacht van de diefstal naar zijn eigen telefoon heeft gebeld en de telefoon door een vrouw opgenomen werd en de moeder van verdachte heeft verklaard dat verdachte tegen haar had gezegd dat hij het toestel had gekocht.

Standpunt officier van justitie

De officier heeft aangevoerd dat er op 26 april 2008 te 11.59 uur gebeld is met de telefoon en dat de telefoon toen de simcard van verdachte bevatte. Bovendien blijkt uit de telefoongegevens dat de simcard van verdachte zich in de nacht van 26 april 2008 heeft verplaatst van Ede naar Bennekom, zijnde de woonplaats van verdachte.

Beoordeling van de standpunten door de rechtbank

Bij de aanhouding van verdachte werd in diens fouillering de bij de diefstal ontvreemde mobiele telefoon aangetroffen. Bij de in die telefoon aangetroffen simcard bleek het telefoonnummer 06-[nummer] te horen. De moeder van verdachte heeft de simcard met dit telefoonnummer eind februari 2008 aan verdachte gegeven. Op 26 april 2008 te 04.45 uur heeft verdachte met dit telefoonnummer en met zijn eigen telefoontoestel een telefoongesprek gevoerd. Op 26 april 2008 te 05.55 uur krijgt de politie de melding dat er zich een insluiper bevindt in perceel [adres] te Ede. Vervolgens voert verdachte op 26 april 2008 te 11.59 uur een telefoongesprek met dit telefoonnummer maar nu met de ontvreemde telefoon.

De moeder van verdachte heeft verklaard dat haar zoon op een gegeven moment plotseling een andere telefoon had en dat hij haar vertelde dat hij die had gekocht. Verdachte zelf heeft over de herkomst van de telefoon niets verklaard.

Gelet op het korte tijdsbestek dat gelegen is tussen de diefstal en het in gebruik nemen van de ontvreemde telefoon, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat een ander dan verdachte degene is geweest die in de woning aan de [adres] te Ede de diefstal van de telefoon, en daarmee tevens de diefstal van de geldbedragen en de poging tot diefstal heeft gepleegd. De stelling van de raadsman dat aangever Van [slachtoffer6] diezelfde nacht nog naar zijn eigen gestolen telefoon heeft gebeld en dat de telefoon toen door een vrouw werd opgenomen, is feitelijk onjuist, nu aangever verklaard heeft dat hij een paar dagen later naar zijn oude telefoonnummer heeft gebeld (p. 229).

De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 4 primair en 6 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

4.

hij op 26 april 2008 te Ede, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning, gelegen aan de [adres], heeft weggenomen

- een mobiele telefoon (merk Sony Ericsson, kleur wit/paars) en een geldbedrag van 10 euro, toebehorende aan R.C.T.J. van [slachtoffer6], en - een geldbedrag van 110 euro, toebehorende aan J. [slachtoffer7], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming (via het dak van de woning door een klapraam naar binnen klimmen);

6.

hij op 26 april 2008 te Ede, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning, gelegen aan de [adres], weg te nemen geld en/of goederen van verdachtes gading, toebehorende aan M.L. [slachtoffer8], en zich daarbij de toegang tot die plaats des misdrijfs te verschaffen door middel van inklimming, gedurende de nachtelijke uren door een raam de woning is binnengeklommen en de slaapkamer van die [slachtoffer8] is binnengegaan en (vervolgens) in een tas heeft gekeken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4a. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 4:

diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

feit 6:

poging tot diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

4b. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 11 maart 2009;

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt een diefstal uit een woning van een mobiele telefoon en van geldbedragen en aan een poging tot diefstal. Verdachte heeft de woning door een openstaand dakraam betreden en heeft de goederen uit verschillende kamers weggenomen. Die kamers werden bewoond door verschillende bewoners die op het moment van de diefstal in hun kamer lagen te slapen. In één van de kamers werd de bewoonster wakker toen verdachte in haar tas snuffelde. Zij begon hierop te schreeuwen, waarna verdachte weg is gegaan.

Met zijn handelen heeft verdachte niet alleen de bewoners van de kamers waar hij binnen is geweest grote angst aangejaagd, hij heeft hiermee ook het in de samenleving bestaande gevoel van onveiligheid versterkt.

Uit de justitiële documentatie blijkt dat verdachte is reeds eerder ter zake van vermogensdelicten is veroordeeld.

Nu de rechtbank aanzienlijk minder feiten bewezen acht dan de officier van justitie zal zij een lagere straf opleggen dan de officier van justitie heeft geëist. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en gelet op de oriëntatiepunten die voor diefstallen uit woningen gelden, is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur op zijn plaats is.

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen en nog niet teruggegeven kleding en fiets toebehoren aan de verdachte en aan verdachte moeten worden teruggegeven..

De in beslag genomen mobiele telefoon met bijbehorende adapter dienen te worden teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar, zijnde de heer R.C.T.J. van [slachtoffer6].

6a. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij R.C.T.J. van [slachtoffer6] heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding van geleden schade.

De benadeelde partij vordert een bedrag van € 222,84.

De rechtbank zal de civiele vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 100,00

(€ 90,00 voor de telefoon en € 10,00 voor het geldbedrag) aan materiële schade toewijzen, waarbij de omvang van de schade door de rechtbank op basis van de overgelegde stukken -waarbij de rechtbank rekening heeft gehouden met de ouderdom van de telefoon- en naar billijkheid op dat bedrag is begroot.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering en de vordering voor dit deel kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Voor het toewijsbare deel van de vordering geldt tevens dat de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel ex art. 36f van het Wetboek van Strafrecht zal toepassen en dus verdachte de verplichting zal opleggen een bedrag, gelijk aan het door de rechtbank toe te wijzen schadebedrag, aan de Staat te betalen ten behoeve van de benadeelde partij.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 36f, 45, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van de onder 1, 2, 3 en 5 tenlastegelegde feiten.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Beveelt de teruggave van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een telefoontoestel Sony Ericson en een bijbehorende adapter, aan de rechthebbende

R.C.T.J. van [slachtoffer6].

Beveelt de teruggave van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een simkaart, blouse, een fiets Batavus, kleding, 2 petten, een driekwart broek, sportkleding en een trainingsbroek, aan de veroordeelde.

Heft op het bevel voorlopige hechtenis.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij R.C.T.J. van [slachtoffer6].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan R.C.T.J. van [slachtoffer6], wonende [adres] te [woonplaats], te betalen € 100,00 (zegge honderd euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding ad € 100,00, subsidiair 2 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van R.C.T.J. van [slachtoffer6], wonende [adres] te [woonplaats], te betalen € 100,00 (zegge honderd euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mrs. M.A.E. Somsen, voorzitter, J.H.M. Westenbroek en G. Perrick,

in tegenwoordigheid van mr. H.G. Eskes, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 april 2009.