Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BH9951

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
03-04-2009
Datum publicatie
03-04-2009
Zaaknummer
05/518721-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Reeks diefstallen met braak uit personenauto's in vereniging. Navigatieapparatuur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

PROMIS II

Parketnummer : 05/518721-08

Datum zitting : 20 maart 2009

Datum uitspraak : 03 april 2009

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats],

thans gedetineerd in P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid, Ir.Molsweg 5 Arnhem.

Raadsman : mr. A.T.L. van der Meulen, advocaat te Arnhem.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 29 november 2008 te Duiven tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een personenauto (Opel Corsa [nummer], kleur rood) heeft weggenomen een houder van een navigatiesysteem en/of een oplader, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan M.J. [slachtoffer1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (forceren/verbreken van een ruit van het rechter voorportier);

2.

hij op of omstreeks 27 november 2008 te Arnhem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een personenauto (VW Polo [nummer], kleur blauw) heeft weggenomen een kabeltje van een navigatiesysteem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan L.J. van [slachtoffer2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (forceren/verbreken van het slot van het linker voorportier);

3.

hij op of omstreeks 27 november 2008 te Arnhem, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een personenauto (Seat Ibiza [nummer], kleur rood) weg te nemen geld en/of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan C. [slachtoffer3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die plaats des misdrijfs te verschaffen en/of voormeld(e) goed(eren) onder hun of verdachtes bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, tezamen en in

vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen, het slot van het linker voorportier heeft/hebben geforceerd/verbroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op of omstreeks 27 november 2008 te Arnhem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een personenauto (Seat Cordoba [nummer], kleur zwart) heeft weggenomen een autoradio-CD-MP3 speler met bijbehorende frontje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan P.W. [slachtoffer4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (forceren/verbreken van het slot van het linker voorportier);

5.

hij op of omstreeks 27 november 2008 te Arnhem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een personenauto (Ford Focus [nummer], kleur zwart) heeft weggenomen navigatieapparatuur (TomTom) en/of een standaard/houder, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan G.J. [slachtoffer5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (forceren/verbreken van een ruit van het rechter voorportier);

6.

hij op of omstreeks 27 november 2008 te Arnhem, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een personenauto (Toyota Corolla Verso [nummer], kleur groen) weg te nemen geld en/of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan P.H.J. van [slachtoffer6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die plaats des misdrijfs te verschaffen en/of voormeld(e) goed(eren) onder hun of verdachtes bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen, een ruit van het rechter voorportier heeft/hebben geforceerd/verbroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 26 t/m 27 november 2008 te Arnhem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een personenauto (Mitsubishi [nummer], kleur rood) heeft weggenomen een raamhouder van/voor een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan J.A. [slachtoffer7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang

tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (forceren/verbreken van een ruit van het rechter voorportier);

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 20 maart 2009 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. A.T.L. van der Meulen, advocaat te Arnhem.

Als benadeelde partijen hebben zich in het geding gevoegd:

- P.W. [slachtoffer4];

- C. [slachtoffer3].

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Door de verdediging is aangevoerd dat de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] inconsistent is met betrekking tot vele zaken, tegenstrijdig en daardoor ook onbetrouwbaar is. Daarnaast heeft de verdediging betoogd dat daar tegenover staat dat [verdachte] voortdurend een consistent verhaal heeft verteld.

Ter illustratie hiervan benoemt de verdediging de verklaring van [medeverdachte] mbt feit 4 (p. 324) over het door [verdachte] op 27 november 2008 ter plaatse inbouwen in zijn eigen auto van een zojuist te Arnhem gestolen radio-CDspeler. [verdachte] heeft dit feit en het inbouwen bij zijn verhoor door de politie op 11 december 2008 ontkend en aangegeven dat de politie dit in zijn auto zou kunnen controleren. Nu er op dat moment reeds twee weken waren verstreken sinds de verklaring van [medeverdachte] op dat punt, kan naar het oordeel van de rechtbank niet gesteld worden dat hierdoor [medeverdachte] als medeverdachte onbetrouwbaar is, immers [verdachte] had op elk moment na de diefstal de radio-CDspeler weer met een eenvoudige handeling kunnen uitbouwen, nu ook het inbouwen slechts het in de slede plaatsen en aansluiten van de stekkerpootjes omvatte.(p. 324).

De verdediging haalt daarnaast het voorbeeld aan van feit 7 waarin [medeverdachte] aanvankelijk heeft verklaard een lader en navigatiesysteem uit één auto te hebben meegenomen. De verdediging stelt dat achteraf geen navigatiesysteem is gestolen maar slecht een lader. Uit het aanvullend verhoor van verdachte over dit feit (p.353) blijkt dat wel een navigatiesysteem is gestolen maar uit een ander, eveneens in de parkeergarage gestald voertuig. Nu dit incident twee weken daarvoor had plaatsgevonden en er één was in een reeks, is de rechtbank van oordeel dat het niet ondenkbeeldig is dat medeverdachte [medeverdachte] zich aanvankelijk niet meer alle details herinnert. Overeind blijft echter de verklaring over de verkoop en opbrengst van het navigatiesysteem (p.351, 353). De rechtbank concludeert dat met het gegeven voorbeeld niet de onbetrouwbaarheid van de medeverdachte is aangetoond.

De verdediging voert voorts aan dat [medeverdachte] stelt dat hij op 4 december door [verdachte] gevraagd zou zijn om mee op pad te gaan en dat [verdachte] hem “bij die gelegenheid” had laten zien hoe in te breken (p.55). [medeverdachte] verklaart niet over “bij die gelegenheid”, maar stelt op 7 december 2008 dat hij “inmiddels wist ik hoe ik een auto moest openbreken; [verdachte] had mij dit laten zien bij een inbraak in een auto in de wijk Klarendal” (p.55).

[medeverdachte] verklaart op 11 december 2008 bovendien dat hij op de verjaardag van zijn moeder op 27 november 2008 aldaar is gebeld door [verdachte] met de vraag om mee op pad te gaan. (p.74). Deze verklaring over het telefooncontact klopt ook met het proces-verbaal van analyse telecom gegevens: Vanuit het huisadres van [verdachte] is drie maal (tussen half vijf en kwart over zes) ingebeld op het mobiele nummer van [medeverdachte]. Anders dan de raadsman ziet de rechtbank in bovenstaande geen innerlijke tegenstrijdigheden maar eerder een aanvulling en bijstelling na confrontatie met nadere onderzoeksgegevens. De verklaring van [medeverdachte] klopt ook met de aanwezigheid van de auto van [verdachte] nabij de plaats delict (feit 3, Arnoudstraat) (p. 305 ) en de verklaring van twee getuigen die twee verdachte knapen die avond tussen 20.00-21.00 uur in die auto snel met gedoofde lichten hebben zien wegrijden nadat een autoalarm afging van een auto waarin werd getracht in te breken.

De verdediging voert aan dat de verklaring van [medeverdachte] bij de rechter-commissaris dat 27 inbraken door hem samen met [verdachte] zijn gepleegd niet strookt met de eerder door hem afgelegde verklaringen bij de politie dat hij ook alleen of samen met zijn vriendin op pad is geweest.

Uit het proces-verbaal van de rechter-commissaris blijkt dat verdachte vasthoudt aan hetgeen hij bij de politie verteld heeft en dat hij het allemaal niet meer weet door het tijdverloop en de hoeveelheid feiten. Op het punt van het alleen op pad zijn geweest door [medeverdachte] of samen met zijn vriendin is ook niet meer doorgevraagd bij de rechter-commissaris zodat in ieder geval de mogelijkheid openblijft dat naast de 27 naar het oordeel van [medeverdachte] gezamenlijk met [verdachte] gepleegde feiten, [medeverdachte] andere feiten niet met [verdachte] heeft gepleegd, d.w.z. alleen of met vriendin. De rechtbank concludeert dat dit en bovengenoemde voorbeelden niet overtuigend aantonen dat de verklaringen van medeverdachte onbetrouwbaar zijn.

De rechtbank komt voorts m.b.t. de door de verdediging betoogde voortdurende consistentie in het verhaal van verdachte [verdachte] tot een andere, tegengestelde conclusie. Nadat [verdachte] geconfronteerd wordt met de inbraken op de parkeerplaats van IKEA te Duiven ontkent hij dat hij die dag of de laatste weken bij IKEA is geweest (p.240). Ook is hij zeker niet met [medeverdachte] daar geweest om auto’s open te breken (p.241). Geconfronteerd met de IKEA videobewakings-beelden en zijn auto aldaar beroept hij zich op zijn zwijgrecht. Later verklaart hij dat hij die dag wel met [medeverdachte] op de parkeerplaats is geweest en dat [medeverdachte] een kwartier is weggebleven (p 241). Op de videobeelden blijkt dat [medeverdachte] al na een minuut bij de auto terugkwam na twee auto’s verderop te hebben ingebroken. Op 16 december 2008 (vijf dagen na zijn eerste verklaring bij de politie) komt [verdachte] op zijn eerdere verklaring terug en herinnert zich dat [medeverdachte] een kado voor zijn moeder moest kopen (p.156) en ook dat [medeverdachte] enige tijd later terugkwam bij de auto en weer instapte en enkele minuten daarna weer de auto uitliep en naar de IKEA liep (p.157). [verdachte] beschrijft dit als vreemd gedrag.

Vervolgens wenst hij deze verklaring weer in te trekken en ondertekent hij de verklaring niet.

Ook bij feit 2 (p. 275) ontkent [verdachte] aanvankelijk alle betrokkenheid of hij weet het niet meer. Geconfronteerd met getuigenverklaringen die de auto hebben gezien waarmee twee verdachten wegreden beroept hij zich op zijn zwijgrecht. De verklaring wordt door [verdachte] niet ondertekend. Ook bij de andere zaken is het ontkenningspatroon van [verdachte] hetzelfde: hij ontkent, hij weet het niet meer of hij beroept zich op zijn zwijgrecht. Ook andere ontlastende verklaringen of alibi’s ontbreken.

De rechtbank komt gelet op bovenstaande tot de conclusie dat [verdachte]s’ verklaringen niet zo voortdurend consistent zijn als door de verdediging wordt gesteld.

De rechtbank is (concluderend) van oordeel dat de belastende verklaringen van medeverdachte [medeverdachte] omtrent de rol van [verdachte] betrouwbaar zijn aangezien deze deels worden bevestigd in andere bewijsmiddelen en [medeverdachte] ook uiterst belastend over zichzelf verklaart. In geen enkel opzicht geeft [medeverdachte] [verdachte] de schuld van feiten om zo zijn eigen straatje schoon te vegen. Voorts valt niet in te zien waarom [medeverdachte] juist [verdachte] ten onrechte zou belasten.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Feit 1 de feiten:

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 29 november 2008 wordt te Duiven ingebroken in een personenauto van het merk Opel Corsa met kenteken [nummer]. Uit die personenauto wordt een houder van een navigatiesysteem en een oplader ontvreemd. De toegang tot die personenauto werd verschaft door het forceren/verbreken van een ruit van het rechter voorportier. Verdachte erkent op tijd en plaats voornoemd met zijn personenauto, Opel Corsa voorzien van het kenteken [nummer], samen met T.T. [medeverdachte] aanwezig te zijn geweest.

Het standpunt van de officier van justitie:

De officier van justitie acht, op basis van de bewijsmiddelen te weten, de aangifte, de verklaring van T.T. [medeverdachte] alsmede de verklaring van verdachte het feit wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdachte:

Verdachte erkent op tijd en plaats samen met T.T. [medeverdachte] aanwezig te zijn geweest maar ontkent zich schuldig te hebben gemaakt aan het tenlastegelegde noch wetenschap te hebben gehad dat T.T. [medeverdachte] voornemens was strafbare feiten te plegen.

Beoordeling van de standpunten:

T.T. [medeverdachte] verklaart dat hij samen met verdachte naar Ikea te Duiven is gereden om aldaar in te breken in personenauto’s. Een en ander zou, aldus [medeverdachte], op initiatief van verdachte zijn geweest. In hetzelfde verhoor verklaart [medeverdachte] dat, nadat een inbraak in een eerste personenauto geen buit opleverde, verdachte zijn personenauto verplaatste om [medeverdachte] te kunnen oppikken nadat hij wederom in personenauto’s zou hebben ingebroken. Verdachte verklaart ter zitting dat hij zijn personenauto heeft verplaatst om zonder dat anderen dat kunnen zien een joint te roken en daarna [medeverdachte] op te pikken Verdachte zegt voorts dat hij niets heeft gemerkt van brekend glas, hoewel [medeverdachte] enkele meters verderop een ruit forceerde.

De rechtbank acht deze verklaringen van verdachte ongeloofwaardig. T.T. [medeverdachte] erkent op 29 november 2008 op de parkeerplaats van Ikea te Duiven uit een personenauto te hebben weggenomen een navigatiesysteem en een oplader. Hij deed dit na tevoren gemaakte afspraken met verdachte.

Conclusie:

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte samen met [medeverdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde.

Feit 2 de feiten:

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 27 november 2008 wordt te Arnhem ingebroken in een personenauto van het merk VW Polo met kenteken [nummer], kleur blauw. Uit die personenauto wordt een kabeltje van een navigatiesysteem ontvreemd. De toegang tot die personenauto werd verschaft door het forceren/verbreken van het slot van het linker voorportier. Aangeefster ziet, wanneer zij naar haar auto loopt 4 à 5 auto’s verderop twee mannen in een auto stappen. Gekomen bij haar auto ziet zij dat het slot van haar linker voorportier was opengebroken waarop zij het kenteken van voornoemde personenauto noteerde, te weten [nummer] De personenauto met het kenteken [nummer] betreft de personenauto van verdachte.

Het standpunt van de officier van justitie:

De officier van justitie acht, op basis van de bewijsmiddelen te weten, de aangifte met in het bijzonder het noteren van het kenteken [nummer], één cijfer afwijkend, de verklaring van T.T. [medeverdachte] alsmede de verklaring van verdachte het feit wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdachte:

Verdachte ontkent zich aan dit feit te hebben schuldig gemaakt en stelt dat anderen vermoedelijk zonder dat hij daar weet van had, zijn personenauto hebben gebruikt. Omdat [medeverdachte] toegang had tot zijn woning zou hij de sleutel van zijn personenauto hebben kunnen meenemen.

Beoordeling van de standpunten:

T.T. [medeverdachte] verklaart dat hij samen met verdachte vanuit Velp richting Presikhaaf is gereden om aldaar in te breken in personenauto’s. Een en ander zou, aldus [medeverdachte], op initiatief van verdachte zijn geweest. In hetzelfde verhoor verklaart [medeverdachte] dat [verdachte] de personenauto met behulp van een schroevendraaier openbrak en de auto doorzocht. [medeverdachte] ziet twee personen aankomen, loopt deze mensen tegemoet om bij de auto van [verdachte] te komen om vervolgens weg te rijden. Verdachte verklaart ter zitting dat alleen hij en zijn vriendin gebruik maken van zijn personenauto. De stelling van verdachte, dat mogelijk zonder dat hij daar weet van had, anderen zijn personenauto gebruikt hebben, snijdt naar het oordeel van de rechtbank geen hout nu hij zelf aangeeft dat buiten zichzelf of zijn vriendin anderen geen gebruik maken van deze op naam van zijn vriendin staande personenauto en hij deze ook niet uitleent. De stelling dat [medeverdachte] mogelijk de sleutel van zijn auto heeft meegenomen wordt op geen enkele wijze onderbouwd. Verdachte poneert deze mogelijkheid maar geeft niet aan dat hij een sleutel van zijn personenauto mist of gemist heeft. De stelling van verdachte is te minder aannemelijk nu hij, noch zijn vriendin, tot op heden aangifte heeft gedaan van diefstal, joyriding o.i.d.

Conclusie:

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte samen met [medeverdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde.

Feit 3 de feiten:

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 27 november 2008 wordt te Arnhem getracht in te breken in een personenauto van het merk Seat Ibiza met kenteken [nummer], kleur rood. Getracht wordt uit die personenauto geld en/of goederen weg te nemen. De toegang tot die personenauto werd verschaft door het slot van het linker voorportier te forceren/verbreken. Aangeefster werd gealarmeerd door het alarm van de auto. Van de buren kreeg aangeefster een briefje met een kenteken van een personenauto die kort na het afgaan van het alarm wegreed. Het kenteken betrof [nummer]. B.W. [getuige] verklaart dat hij op 27 november 2008 een autoalarm hoorde en twee jongens zag rennen die in een kleine zwarte Opel Corsa stapten. [getuige] reed achter die auto aan en noteerde een kenteken welk kenteken hij aan de eigenaar van de auto gegeven heeft waar getracht was in te breken. De personenauto met het kenteken [nummer] betreft de personenauto van verdachte.

Het standpunt van de officier van justitie:

De officier van justitie acht, op basis van de bewijsmiddelen te weten, de aangifte met in het bijzonder genoteerde kenteken [nummer], de verklaring van de getuige, de verklaring van T.T. [medeverdachte] alsmede de verklaring van verdachte het feit wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdachte:

Verdachte ontkent zich aan dit feit te hebben schuldig gemaakt en stelt dat anderen vermoedelijk zonder dat hij daar weet van had, zijn personenauto heeft gebruikt. Omdat [medeverdachte] toegang had tot zijn woning zou hij de sleutel van zijn personenauto hebben kunnen meenemen.

Beoordeling van de standpunten:

T.T. [medeverdachte] verklaart dat hij samen met verdachte heeft ingebroken in voornoemde Seat Ibiza personenauto en dat, nadat het slot door verdachte geforceerd werd, het autoalarm afging. [medeverdachte] verklaart ook, zoals door de getuige [getuige] wordt waargenomen , dat zij zijn weggerend en zijn weggereden. Verdachte verklaart ter zitting dat alleen hij en zijn vriendin gebruik maken van zijn personenauto. De stelling van verdachte, dat mogelijk zonder dat hij daar weet van had, anderen zijn personenauto gebruikt hebben snijdt naar het oordeel van de rechtbank geen hout nu hij zelf aangeeft dat buiten zichzelf of zijn vriendin anderen geen gebruik maken van zijn personenauto en hij deze ook niet uitleent. De stelling dat [medeverdachte] mogelijk de sleutel van zijn auto heeft meegenomen wordt op geen enkele wijze onderbouwd. Verdachte poneert deze mogelijkheid maar geeft niet aan dat hij een sleutel van zijn personenauto mist of gemist heeft.

Conclusie:

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte samen met [medeverdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde.

Feit 4 de feiten:

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 27 november 2008 wordt te Arnhem, tussen 20.00 uur en 21.30 uur, ingebroken in een personenauto van het merk Seat Cordoba met kenteken [nummer], kleur zwart. Uit die personenauto werd een autoradio CD-MP3 speler met bijbehorend frontje weggenomen. De toegang tot die personenauto werd verschaft door het forceren/verbreken van het slot van het linker voorportier. Op 27 november 2008 te 21.11 uur krijgen verbalisanten [verbalisant1] en Van [verbalisant2] opdracht te gaan naar de Arnoudstraat te Arnhem in verband met een inbraak in een personenauto. Een zwarte Opel Corsa met kenteken [nummer] zou met hoge snelheid en gedoofde lichten zijn weggereden. Verbalisanten treffen genoemde personenauto niet aan maar zien even later , rijdend over de Willemstraat in de richting van de Doctor van Voorthuijsenstraat te Velp, een personenauto met het kenteken [nummer] rijden. Nadat deze personenauto de surveillanceauto van de politie was gepasseerd, reed deze met zeer hoge snelheid weg. De personenauto met het kenteken [nummer] betreft de personenauto van verdachte.

Het standpunt van de officier van justitie:

De officier van justitie acht, op basis van de bewijsmiddelen te weten, de aangifte, het relaas van verbalisanten, de verklaring van T.T. [medeverdachte] alsmede de verklaring van verdachte het feit wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdachte:

Verdachte ontkent zich aan dit feit te hebben schuldig gemaakt en stelt dat anderen vermoedelijk zonder dat hij daar weet van had, zijn personenauto heeft gebruikt. Omdat [medeverdachte] toegang had tot zijn woning zou hij de sleutel van zijn personenauto hebben kunnen meenemen.

Beoordeling van de standpunten:

T.T. [medeverdachte] verklaart dat hij samen met verdachte heeft ingebroken in voornoemde Seat personenauto en dat daaruit een autoradio werd ontvreemd. Ook verklaart [medeverdachte] dat, nadat zij deze diefstal hadden gepleegd, zij een politieauto zagen waarop verdachte met hoge snelheid en gedoofde lichten wegreed. Verdachte verklaart ter zitting dat alleen hij en zijn vriendin gebruik maken van zijn personenauto. De stelling van verdachte, dat mogelijk zonder dat hij daar weet van had, anderen zijn personenauto gebruikt hebben snijdt naar het oordeel van de rechtbank geen hout nu hij zelf aangeeft dat buiten zichzelf of zijn vriendin anderen geen gebruik maken van zijn personenauto en hij deze ook niet uitleent. De stelling dat [medeverdachte] mogelijk de sleutel van zijn auto heeft meegenomen wordt op geen enkele wijze onderbouwd. Verdachte poneert deze mogelijkheid maar geeft niet aan dat hij een sleutel van zijn personenauto mist of gemist heeft.

Conclusie:

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte samen met [medeverdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde.

Feit 5 de feiten:

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 27 november 2008 wordt te Arnhem, tussen 18.30 uur en 21.00 uur, ingebroken in een personenauto van het merk Ford Focus met kenteken [nummer], kleur zwart. Uit die personenauto werd navigatieaparatuur (TomTom) en een houder weggenomen. De toegang tot die personenauto werd verschaft door het forceren/verbreken van een ruit van het rechter voorportier.

Het standpunt van de officier van justitie:

De officier van justitie acht, op basis van de bewijsmiddelen te weten, de aangifte en de verklaring van T.T. [medeverdachte] het feit wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdachte:

Verdachte ontkent zich aan dit feit te hebben schuldig gemaakt.

Beoordeling van de standpunten:

T.T. [medeverdachte] verklaart dat hij samen met verdachte heeft ingebroken in voornoemde Ford Focus personenauto en dat daaruit navigatieapparatuur van het merk TomTom werd ontvreemd. [medeverdachte] verklaart bovendien dat hij samen met verdachte in de personenauto van verdachte was. Dit feit maakt deel uit van een reeks feiten op 27 november 2008 (feiten 2, 3 en 4). Het onderhavige feit werd, aldus de aangever, gepleegd tussen 18.30 uur en 21.00 uur. Feit 2 tussen 20.10 uur en 20.20 uur, feit 3 tussen 20.00 uur en 21.00 uur en feit 4 tussen 20.00 uur en 21.30 uur. Bij de feiten 2, 3 en 4 wordt de personenauto van verdachte gesignaleerd. Gelet op de verklaring van [medeverdachte] in samenhang met de bewijsmiddelen met betrekking tot de feiten 2, 3 en 4, in het bijzonder het tijdstip waarop die feiten zijn gepleegd, is de rechtbank van oordeel dat ook dit feit, in onderlinge samenhang bezien met voornoemde feiten, gelet op het tijdstip van plegen en de modus operandi, door [medeverdachte] samen met verdachte is gepleegd.

Conclusie:

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte samen met [medeverdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde.

Feit 6 de feiten:

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 27 november 2008 wordt te Arnhem, op het parkeerterrein van het Openluchtmuseum, getracht in te breken in een personenauto van het merk Toyota Corolla Verso met kenteken [nummer], kleur groen. Getracht werd geld of goederen weg te nemen.

De toegang tot die personenauto werd verschaft door een ruit van het rechter voorportier te forceren.

Het standpunt van de officier van justitie:

De officier van justitie acht, op basis van de bewijsmiddelen te weten, de aangifte en de verklaring van T.T. [medeverdachte] het feit wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdachte:

Verdachte ontkent zich aan dit feit te hebben schuldig gemaakt.

Beoordeling van de standpunten:

T.T. [medeverdachte] verklaart dat hij samen met verdachte heeft ingebroken in voornoemde Toyota op het parkeerterrein van het Openluchtmuseum. Met behulp van een schroevendraaier is de auto, aldus [medeverdachte], opengebroken, maar er is vervolgens niets meegenomen.

Conclusie:

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte samen met [medeverdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde.

Feit 7 de feiten:

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op een tijdstip in de periode van 26 t/m 27 november 2008 wordt te Arnhem ingebroken in een personenauto van het merk Mitsubishi met kenteken [nummer], kleur rood. Uit die personenauto werd een raamhouder voor een mobiele telefoon gestolen. De toegang tot die personenauto werd verschaft door een ruit van het rechter voorportier te forceren.

Het standpunt van de officier van justitie:

De officier van justitie acht, op basis van de bewijsmiddelen te weten, de aangifte en de verklaring van T.T. [medeverdachte] het feit wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdachte:

Verdachte ontkent zich aan dit feit te hebben schuldig gemaakt.

Beoordeling van de standpunten:

T.T. [medeverdachte] verklaart dat hij heeft ingebroken in voornoemde Mitsubishi en dat verdachte op hem bleef wachten. Met behulp van een schroevendraaier is de auto, aldus [medeverdachte], opengebroken en werd een houder en navigatiesysteem weggenomen.

Conclusie:

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte samen met [medeverdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde.

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op 29 november 2008 te Duiven tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een personenauto (Opel Corsa [nummer], kleur rood) heeft weggenomen een houder van een navigatiesysteem en/of een oplader, toebehorende aan M.J. [slachtoffer1], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak, (forceren/verbreken van een ruit van het rechter voorportier);

2.

hij op 27 november 2008 te Arnhem tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een personenauto (VW Polo [nummer], kleur blauw) heeft weggenomen een kabeltje van een navigatiesysteem, toebehorende aan L.J. van [slachtoffer2], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben

verschaft door middel van braak, (forceren/verbreken van het slot van het linker voorportier);

3.

hij op 27 november 2008 te Arnhem, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een personenauto (Seat Ibiza [nummer], kleur rood) weg te nemen geld en/of goederen, toebehorende aan C. [slachtoffer3], en zich daarbij de toegang tot die plaats des misdrijfs te verschaffen en/of voormelde goederen onder hun bereik te brengen door middel van braak, tezamen en in vereniging met verdachtes mededader het slot van het linker voorportier hebben geforceerd/verbroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op 27 november 2008 te Arnhem tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een personenauto (Seat Cordoba [nummer], kleur zwart) heeft weggenomen een autoradio-CD-MP3 speler met bijbehorende frontje, toebehorende aan P.W. [slachtoffer4], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak, (forceren/verbreken van het slot van het linker voorportier);

5.

hij op 27 november 2008 te Arnhem tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een personenauto (Ford Focus [nummer], kleur zwart) heeft weggenomen navigatieapparatuur (TomTom) en een standaard/houder, toebehorende aan G.J. [slachtoffer5], waarbij verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs hebben verschaft door middel van braak, (forceren/verbreken van een ruit van het rechter voorportier);

6.

hij op 27 november 2008 te Arnhem, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een personenauto (Toyota Corolla Verso [nummer], kleur groen) weg te nemen geld en/of goederen, toebehorende aan P.H.J. van [slachtoffer6], en zich daarbij de toegang tot die plaats des misdrijfs te verschaffen en voormelde goederen onder hun bereik te brengen door middel van braak, tezamen en in vereniging met verdachtes mededaders een ruit van het rechter voorportier hebben geforceerd/verbroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.

hij op een tijdstip in de periode van 26 t/m 27 november 2008 te Arnhem tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een personenauto (Mitsubishi [nummer], kleur rood) heeft weggenomen een raamhouder voor een mobiele telefoon, toebehorende aan J.A. [slachtoffer7], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak, (forceren/verbreken van een ruit van het rechter voorportier);

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4a. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van de feiten 1, 2, 4, 5 en 7 telkens:

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Ten aanzien van de feiten 3 en 6 telkens:

Poging tot het misdrijf, diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

4b. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 12 februari 2009;

• een voorlichtingsrapport van de Reclassering Nederland d.d. 04 maart 2009, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Het standpunt van de officier van justitie:

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake de bewezenverklaarde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden onvoorwaardelijk met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen vordert de officier van justitie:

Toewijzing van de vordering van C. [slachtoffer3], hoofdelijk, tot een bedrag van € 550,--, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel subsidiair 11 dagen hechtenis.

Toewijzing van de vordering van P.W. [slachtoffer4], hoofdelijk, tot een bedrag van € 941,-- met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel subsidiair 18 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging:

Namens verdachte heeft de raadsman vrijspraak verzocht ten aanzien van alle aan verdachte ten laste gelegde feiten. Indien de rechtbank toch tot enige bewezenverklaring komt is de raadsman van oordeel dat een straf gelijk aan de duur die verdachte inmiddels in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht voldoende.

De vordering van de benadeelde partijen, zo de rechtbank daaraan toekomt, dienen te worden afgewezen nu deze in onvoldoende mate zijn onderbouwd.

De rechtbank overweegt als volgt:

Verdachte heeft in een relatief kort tijdsbestek een zevental aantal feiten gepleegd welke feiten forse financiële schade teweeg hebben gebracht. Niet alleen zijn benadeelden goederen kwijtgeraakt, tevens moeten benadeelden tijd vrij maken om de aangerichte schade te herstellen. Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat juist door het veelvuldig inbreken in auto’s verzekeringspremies verhoogd worden om de schade die daaruit voortvloeit te kunnen uitkeren. Daarmee worden niet alleen de directe benadeelde geraakt maar indirect ook een groot deel van anderen die hun auto’s hebben verzekerd.

Uit het hiervoor aangehaalde uittreksel uit het algemeen documentatieregister blijkt dat verdachte al meermalen eerder, laatstelijk door het Gerechtshof te Arnhem op 03 juni 2008, onherroepelijk is veroordeeld ter zake het plegen van vermogensdelicten. Een straf gelijk aan de reeds ondergane voorlopige hechtenis zoals door de raadsman bepleit, acht de rechtbank niet passend. Daarentegen acht de rechtbank een straf zoals door de officier van justitie geëist te hoog.

Anders dan door verdachte bepleit komt de rechtbank tot een bewezenverklaring. Verdachte stelt dat hij op de goede weg is en juist wil breken met zijn verleden, een verleden waarin hij veelvuldig strafbare feiten pleegde. De rechtbank zal daarom volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met tevens een voorwaardelijk deel om verdachte te stimuleren niet opnieuw met politie en/of justitie in aanraking te komen ter zake strafbare feiten.

6a. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding van geleden schade.

De benadeelde partij C. [slachtoffer3] vordert een bedrag van € 550,--.

De verdachte heeft de vordering van de benadeelde C. [slachtoffer3] weersproken. De rechtbank acht de vordering - nu het ten laste gelegde bewezen is verklaard en de vordering voldoende is onderbouwd - toewijsbaar. Bij het toewijzen van een schadebedrag is het niet van belang of het schadebedrag tot stand is gekomen door een taxatie. Voldoende is dat aannemelijk is geworden dat er schade is toegebracht en wat de hoogte van deze schade is.

De vordering zal dan ook integraal worden toegewezen.

De benadeelde partij P.W. [slachtoffer4] vordert een bedrag van € 941,--.

De verdachte heeft de vordering van de benadeelde P.W. [slachtoffer4] weersproken. De rechtbank acht de vordering – nu het ten laste gelegde bewezen is verklaard en de vordering voldoende is onderbouwd – toewijsbaar. Bij het toewijzen van een schadebedrag is het niet van belang of het schadebedrag tot stand is gekomen door een taxatie. Voldoende is dat aannemelijk is geworden dat er schade is toegebracht en wat de hoogte van deze schade is.

De vordering zal dan ook integraal worden toegewezen.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 36f, 45, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van zeven (7) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf drie (3) maanden niet tenuitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Heft op het bevel voorlopige hechtenis met ingang van 8 april 2009.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij C. [slachtoffer3].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde, met dien verstande dat indien en voor zover T.T. [medeverdachte] aan C. [slachtoffer3] betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover deze [slachtoffer3] zal zijn gekweten, tegen kwijting aan C. [slachtoffer3], wonende te [adres], te betalen € 550,-- (zegge vijfhonderdvijftig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 550,--, subsidiair 11 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer C. [slachtoffer3], wonende te [adres], te betalen € 550,--, (zegge vijfhonderdvijftig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 11 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat, indien en voor zover de veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer C. [slachtoffer3], de verplichting van veroordeelde om aan de benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien en voor zover veroordeelde aan de benadeelde partij heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij P.W. [slachtoffer4].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde, met dien verstande dat indien en voor zover T.T. [medeverdachte] aan C. [slachtoffer3] betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover deze [slachtoffer3] zal zijn gekweten, tegen kwijting aan P.W. [slachtoffer4], wonende te [adres], te betalen € 941,-- (zegge negenhonderdeenenveertig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 941,--, subsidiair 18 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer P.W. [slachtoffer4], wonende te [adres], te betalen € 941,--, (zegge negenhonderdeenenveertig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 18 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat, indien en voor zover de veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer P.W. [slachtoffer4], de verplichting van veroordeelde om aan de benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien en voor zover veroordeelde aan de benadeelde partij heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Aldus gewezen door:

Mrs. B.F.M. Klappe, rechter als voorzitter, T.H.P. de Roos en E.M. Vermeulen, in tegenwoordigheid van R. van Dijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 april 2009.