Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BH9513

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
26-03-2009
Datum publicatie
02-04-2009
Zaaknummer
178585
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Adoptie. Wobka niet van toepassing. De minderjarige is naar Nederland overgebracht op grond van hereniging met haar moeder en niet met het oog op adoptie. Voorts kan niet worden gesproken van een ander gezin dan het ouderlijke, nu verzoeker reeds voor het overlijden van de moeder deel uitmaakte van het gezin waarin de minderjarige werd verzorgd en opgevoed. Het overlijden van de moeder brengt niet met zich dat sprake is van een ander gezin dan het ouderlijke.

Wetsverwijzingen
Wet conflictenrecht adoptie
Wet conflictenrecht adoptie 3
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 227
Burgerlijk Wetboek Boek 1 228
Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie
Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie 1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2009/98
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ARNHEM

Sector Familie en Jeugd

Zaakgegevens: [nummer]

Datum uitspraak:

beschikking adoptie

naar aanleiding van het verzoek van

[verzoeker] (nader te noemen: verzoeker),

wonende te [woonplaats],

advocaat mr. J.W.C. Giebels te Nijmegen

Het verloop van de procedure

Gezien de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift ingekomen ter griffie op 16 oktober 2008;

- de verklaring van het Openbaar Ministerie d.d. 28 januari 2009, waaruit blijkt dat er van de zijde van het Openbaar Ministerie geen bezwaar bestaat tegen inwilliging van het verzoek.

Gehoord ter terechtzitting van 18 februari 2009:

- verzoeker, bijgestaan door mr. J.W.C. Giebels;

- de minderjarige;

- [naam], als zittingsvertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming (nader te noemen: de Raad).

De feiten

Uit de relatie tussen [naam moeder] (nader te noemen: de moeder) en [naam vader] (nader te noemen: de biologische vader) is in Thailand geboren de minderjarige:

- [kind] (roepnaam: [roepnaam kind]), geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] District (Thailand).

Op 12 december 2001 is in Thailand de geslachtsnaam van de minderjarige gewijzigd van [achternaam vader] in [achternaam moeder].

De biologische vader heeft de minderjarige niet erkend en is nimmer met het ouderlijk gezag belast geweest.

Verzoeker heeft vanaf 2000 een relatie gehad met de moeder en met haar samengewoond. Op 3 juli 2007 is daaraan een einde gekomen door het overlijden van de moeder.

De minderjarige is op 15 juni 2003 naar Nederland gekomen in het kader van hereniging met haar moeder. Sindsdien verblijft zij bij verzoeker. Aanvankelijk is de minderjarige door verzoeker samen met haar moeder en sinds het overlijden van haar moeder door verzoeker alleen verzorgd en opgevoed.

De moeder was belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige. Na het openvallen van het gezag over de minderjarige door het overlijden van de moeder is verzoeker bij beschikking van deze rechtbank van 25 januari 2008 benoemd tot voogd over de minderjarige.

Uit de affectieve relatie tussen de moeder en verzoeker is op [geboortedatum] geboren [kind 2]. Ook zij werd aanvankelijk door verzoeker en de moeder samen en sinds het overlijden van de moeder door verzoeker alleen verzorgd en opgevoed. Verzoeker heeft haar erkend en hij is belast met het ouderlijk gezag over haar.

Het verzoek

Verzoeker verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- de adoptie uit te spreken van de minderjarige door verzoeker;

- voor recht te verklaren dat de minderjarige na adoptie de geslachtsnaam [achternaam verzoeker] zal hebben.

Het standpunt van de Raad voor de Kinderbescherming

De zittingsvertegenwoordiger van de Raad merkt op dat toewijzing van het verzoek om de adoptie uit te spreken en de geslachtsnaam van de minderjarige te wijzigen, in het belang van de minderjarige is.

De beoordeling

De Wet Opneming Buitenlandse Kinderen ter Adoptie (nader te noemen: Wobka) regelt uitsluitend de opneming in Nederland van een niet-Nederlands kind met het oog op adoptie. Onder buitenlands kind in de zin van de Wobka wordt verstaan: een buiten Nederland geboren, de Nederlandse nationaliteit niet bezittende minderjarige in de zin van de Nederlandse wet, die in Nederland met het oog op adoptie in een ander gezin dan het ouderlijke wordt of zal worden verzorgd en opgevoed in zodanige omstandigheden dat de verzorgers in feite de plaats van de ouders innemen. De minderjarige is in 2003 naar Nederland overgebracht op grond van hereniging met haar moeder en niet met het oog op adoptie. Voorts kan niet worden gesproken van een ander gezin dan het ouderlijke, nu verzoeker reeds voor het overlijden van de moeder deel uitmaakte van het gezin waarin de minderjarige werd verzorgd en opgevoed. Het overlijden van de moeder brengt niet met zich dat sprake is van een ander gezin dan het ouderlijke. Op grond van het vorenstaande oordeelt de rechtbank dat de Wobka niet van toepassing is.

Ingevolge artikel 1:227 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (nader te noemen: BW), kan één persoon alleen een verzoek tot adoptie doen. Ingevolge het derde lid van dit artikel, kan het verzoek alleen worden toegewezen, indien de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder of ouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en aan de voorwaarden, genoemd in artikel 1:228 BW, wordt voldaan.

De moeder is overleden. De minderjarige heeft haar biologische vader nooit gekend. Blijkens een ‘letter of certification’ d.d. 03 februari 2003 was de moeder alleen belast met het ouderlijk gezag. Uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, welke is opgemaakt ten behoeve van de voorziening in de voogdij, blijkt dat de minderjarige nooit contact heeft gehad met haar biologische vader en dat ze van hem niets in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft.

De rechtbank acht de adoptie in het kennelijk belang van het kind, opdat naar Nederlands recht familierechtelijke betrekkingen worden geschapen.

Gebleken is dat aan de voorwaarden die de wet aan adoptie stelt is voldaan.

De verzoeker heeft verklaard dat de minderjarige als geslachtsnaam zal hebben [achternaam verzoeker]. Uit de toelichting op artikel 1:5 lid 3 BW blijkt dat wanneer een minderjarige bij adoptie door één persoon alleen in familierechtelijke betrekking tot de adoptant komt te staan, diens achternaam wordt verkregen. Voorts blijkt uit art. 1:5 lid 8 BW dat volgende kinderen van dezelfde ouder(s) dezelfde geslachtsnaam hebben als het eerste kind. De minderjarige [kind 2], geboren op [geboortedatum] uit de relatie tussen verzoeker en de moeder, heeft de geslachtsnaam [achternaam verzoeker]. De rechtbank gaat er van uit dat de bedoeling van de wetgever, zoveel mogelijk dezelfde achternaam voor de kinderen, betekent dat het geadopteerde kind de achternaam krijgt die voor het eigen kind reeds is gekozen. In beide voornoemde gevallen volgt derhalve uit de wet dat de minderjarige de geslachtsnaam [achternaam verzoeker] zal hebben. De rechtbank zal het verzoek tot verklaring voor recht dat de minderjarige de geslachtsnaam [achternaam verzoeker] zal hebben dan ook afwijzen nu zulks reeds uit de wet volgt.

De beslissing

De rechtbank

spreekt uit de adoptie van

- [kind] (roepnaam: [roepnaam kind]), geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] District (Thailand),

door [verzoeker], wonende te [postcode] [woonplaats], [adres];

gelast vermelding van deze adoptie in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente [woonplaats];

bepaalt dat de onder 1 en 2 genoemde beslissingen uitvoerbaar zijn bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.E.H. Sutorius-Joekes, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. B.C.C. van den Bosch als griffier en in het openbaar uitgesproken opIndien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof te Arnhem.