Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BH7931

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
27-03-2009
Datum publicatie
27-03-2009
Zaaknummer
05/508438-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Zwakbegaafde 44-jarige man maakt zich gedurende een lange periode veelvuldig schuldig aan verkrachting, aanranding en mishandeling van zijn -eveneens zwakbegaafde- vriendin. Hoewel verdachte op de hoogte was van de wederrechtelijkheid van zijn gedragingen houdt de rechtbank bij het bepalen van de straf ernstig rekening met het feit dat de onderhavige feiten zich tegen de achtergrond van bijzondere persoonlijke omstandigheden hebben afgespeeld. Ook houdt de rechtbank rekening met het feit dat het contact tussen verdachte en het slachtoffer inmiddels gedeeltelijk hersteld. Straf: Gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden geheel voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering. Aan verdachte wordt tevens de bijzondere voorwaarde opgelegd dat hij een deel van de, door de gedwongen verhuizing van het slachtoffer, gemaakte kosten zal betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Verkort vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer : 05/508436-08

Datum zitting : 13 maart 2009

Datum uitspraak : 27 maart 2009

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

Raadsman : mr. R.S. Teekens, advocaat te Nijmegen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juli 2005 tot en met 31 juli 2007 te Nijmegen, althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] (telkens) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten (telkens) zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] duwen/brengen en/of (telkens) zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of anus duwen/brengen van die [slachtoffer], welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte (telkens) opzettelijk die [slachtoffer] dwingend heeft gezegd dat zij zich moest uitkleden en als zij dat niet zou doen, hij, verdachte, die kleding dan kwaadschiks uit zou trekken en/of (telkens) die [slachtoffer] dwingend heeft gezegd dat zij zijn, verdachtes, penis in de mond moest nemen of dat anders hij, verdachte dat zelf zou doen en die [slachtoffer] daarbij in haar nek heeft vastgepakt en/of (telkens) boos werd en/of boos dreigde te worden en/of die [slachtoffer] dreigde naakt op de gang te zetten als zij niet wilde meewerken en/of (telkens) een bedreigende en/of intimiderende situatie heeft gecreëerd waardoor die [slachtoffer] angst werd ingeboezemd en/of bang werd en/of waardoor zij niet meer durfde te weigeren en/of zich niet (meer) durfde te verzetten;

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juli 2005 tot en met 31 juli 2007 te Nijmegen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het (telkens) opzettelijk ontuchtig met zijn ontblote penis tussen/over de borsten, althans het bovenlichaam van die [slachtoffer] wrijven en/of bewegen en/of vervolgens op/over haar borsten, althans bovenlichaam klaarkomen, welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid bestond uit het opzettelijk gewelddadig en/of dreigend op het op bed gelegen naakte lichaam van die [slachtoffer] gaan zitten en/of met zijn, verdachtes, knieën op de bovenarmen van die [slachtoffer] drukken en haar aldus in bedwang houden en/of (telkens) boos worden en/of boos dreigen te worden als die [slachtoffer] niet wilde meewerken en/of (telkens) een bedreigende en/of intimiderende situatie creëeren waardoor die [slachtoffer] angst werd ingeboezemd en/of bang werd en/of waardoor zij niet meer durfde te weigeren en/of zich niet (meer) durfde te verzetten;

3.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2004 tot en met 31 juli 2007 te Nijmegen, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk mishandelend een persoon (te weten zijn levensgezel [slachtoffer]), (met schoenen met stalen neuzen) tegen haar been/benen en/of voet en/of lichaam heeft geschopt en/of hard in haar arm(en) heeft geknepen en/of hard bij haar arm(en) heeft vastgegrepen en/of hard aan haar haren heeft getrokken, waardoor die [slachtoffer] (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 13 maart 2009 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. R.S. Teekens, advocaat te Nijmegen.

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd [slachtoffer]. Namens haar is ter terechtzitting verschenen M. Verest, medewerker Slachtofferhulp Nederland.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op meer tijdstippen in de periode van 28 juli 2005 tot en met 31 juli 2007 te Nijmegen, door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] (telkens) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten (telkens) zijn, verdachtes, penis in de vagina of anus duwen/brengen van die [slachtoffer], welk geweld of andere feitelijkheid en welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid hierin hebben bestaan dat verdachte (telkens) opzettelijk die [slachtoffer] dwingend heeft gezegd dat zij zich moest uitkleden en als zij dat niet zou doen, hij, die kleding dan kwaadschiks uit zou trekken en die [slachtoffer] in haar nek heeft vastgepakt en (telkens) boos werd of boos dreigde te worden of die [slachtoffer] dreigde naakt op de gang te zetten als zij niet wilde meewerken en (telkens) een bedreigende en intimiderende situatie heeft gecreëerd waardoor die [slachtoffer] angst werd ingeboezemd en bang werd waardoor zij niet meer durfde te weigeren en zich niet (meer) durfde te verzetten;

2.

hij in de periode van 28 juli 2005 tot en met 31 juli 2007 te Nijmegen, door geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het (telkens) opzettelijk ontuchtig met zijn ontblote penis tussen/over de borsten, van die [slachtoffer] wrijven en bewegen welk geweld bestond uit het opzettelijk gewelddadig en dreigend op het op bed gelegen naakte lichaam van die [slachtoffer] gaan zitten en met zijn, verdachtes, knieën op de bovenarmen van die [slachtoffer] drukken en haar aldus in bedwang houden en een bedreigende en intimiderende situatie creëren waardoor die [slachtoffer] angst werd ingeboezemd waardoor zij niet meer durfde te weigeren en zich niet (meer) durfde te verzetten;

3.

hij op meer tijdstippen in de periode van 1 november 2004 tot en met 31 juli 2007 te Nijmegen, (telkens) opzettelijk mishandelend een persoon (te weten zijn levensgezel [slachtoffer]), (met schoenen met stalen neuzen) tegen haar been/benen en voet en lichaam heeft geschopt en hard in haar arm(en) heeft geknepen en hard bij haar arm(en) heeft vastgegrepen en hard aan haar haren heeft getrokken, waardoor die [slachtoffer] (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn

heeft ondervonden;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben. De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4a. De kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Verkrachting, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2:

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 3:

Mishandeling, terwijl het misdrijf is begaan tegen zijn levensgezel, meermalen gepleegd.

4b. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten met name ook niet uit de hierna te noemen deskundigenrapportage.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en voorts de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op de blanco justitiële documentatie van verdachte, gedateerd 10 februari 2009 en een Pro Justitia rapportage opgemaakt door dr. L.H.W.M. Kaiser, psychiater, gedateerd 23 februari 2009 en een Pro Justitia rapportage opgemaakt door B. Laurens, gz-psycholoog, gedateerd 5 maart 2009 en voorts een voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland, gedateerd 13 maart 2009, betreffende verdachte.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting mede gelet op de navolgende door de officier van justitie - onder toezegging van afzonderlijke strafvervolging ter zake te zullen afzien - ad informandum gevoegde zaken welke door verdachte zijn erkend, voorzien van het parket-nummer 05/508436-08, te weten:

- 01 juli 2007 tot e met 31 augustus 2007, Nijmegen, Gem. Nijmegen, Valsheid in geschrift (brief schrijven in naam van ex-partner naar werkgever).

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich gedurende een lange periode veelvuldig schuldig gemaakt aan verkrachting, aanranding en mishandeling van zijn vriendin. De officier van justitie heeft ter terechtzitting geëist dat verdachte ter zake van deze feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde op te leggen reclasseringstoezicht, ook als dit inhoudt behandeling bij Kairos of een soortgelijke instelling en voorts met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De officier van justitie heeft bij het formuleren van haar eis rekening gehouden met het feit dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is en thans voor het eerst met justitie in aanraking is gekomen. Voorts heeft de officier van justitie rekening gehouden met het feit dat de onderhavige feiten niet alleen ernstige gevolgen hebben gehad voor het slachtoffer maar ook voor verdachte.

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting gesteld zich te kunnen verenigen met de eis van de officier van justitie.

Voorts heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat in het kader van een mogelijke bijzondere voorwaarde een geldelijke tegemoetkoming van materiele schade aan het slachtoffer ten bedrage van € 1500,- dient te worden opgelegd.

Het behoeft geen betoog dat verdachte door de bewezen verklaarde strafbare feiten een grove inbreuk heeft gemaakt op de geestelijke en lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

Daarbij speelt mee dat verdachte de feiten tegen zijn levenspartner heeft begaan in hun gezamenlijke woning. De eigen woning is, naar de overtuiging van de rechtbank, bij uitstek een plaats waar men zich veilig behoort te voelen. Dat het slachtoffer te kampen heeft gehad met de gevolgen van de daden van verdachte blijkt uit haar slachtofferverklaring.

Het slachtoffer heeft het nog steeds erg moeilijk met wat haar is aangedaan.

In voornoemde rapportages komt verdachte naar voren als een man met een verstandelijke beperking en een aanpassingsstoornis. Bovendien was er bij verdachte, op het moment dat hij een relatie aanging met het –eveneens zwakbegaafde– slachtoffer sprake van een ernstige achterstand in zijn seksuele ontwikkeling met als enige referentiekader film en televisie.

De beperkte verstandelijke vermogens van verdachte, in combinatie met zijn gebrekkige ontwikkeling, hebben er toe geleid dat, wanneer het slachtoffer weigerde seks met verdachte te hebben, hem dit hevig frustreerde. Om deze frustratie te vermijden heeft verdachte fysieke en geestelijke druk op het slachtoffer uitgeoefend om toch seks met hem te hebben.

Uit de opgemaakte rapportages komt eensluidend naar voren dat verdachte derhalve ten aanzien van de onderhavige feiten als verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd.

De rechtbank neemt deze conclusie over en maakt die tot de hare.

Bij het bepalen van de hoogte en de strafsoort en modaliteit houdt de rechtbank er rekening mee dat de daden van verdachte zich tegen deze bijzondere achtergrond hebben afgespeeld, zowel verdachte als het slachtoffer zijn immers zwakbegaafd en slechts in beperkte mate in staat om hun (seksuele) grenzen af te bakenen, te kanaliseren en die van de ander op de juiste wijze te interpreteren.

Daaraan doet naar het oordeel van de rechtbank niet af dat verdachte zijn eigen seksuele gevoelens heeft laten prevaleren boven het belang van het slachtoffer door haar, zoals blijkt uit voornoemde rapportage van de psycholoog, op een egocentrische manier te exploiteren.

Verdachte was zich, op het moment van het plegen van de feiten, bewust van de wederrechtelijkheid van zijn gedragingen. Hij heeft immers kunnen waarnemen dat het slachtoffer voorafgaand en tijdens de seks ‘stop’ zei en heeft haar zien huilen op het moment dat hij toch doorzette. Ook wist verdachte dat het gebruik van geweld fout was, zoals hij zelf ter terechtzitting heeft verklaard. De rechtbank rekent hem dit alles aan.

De rechtbank heeft voorts bij de bepaling van de strafmaat rekening gehouden met het feit dat verdachte nooit eerder met justitie in aanraking is geweest en dat de onderhavige strafzaak veel indruk op verdachte heeft gemaakt.

Voorts houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte zich schuldbewust heeft opgesteld en thans het contact met het slachtoffer gedeeltelijk is hersteld en zij elkaar wekelijks regelmatig ontmoeten en gezamenlijke activiteiten ontplooien.

Alles afwegende vormen met name de complexe persoonlijke omstandigheden en de relatie met het slachtoffer in de tenlastegelegde periode voor de rechtbank aanleiding om aan verdachte een geheel voorwaardelijke vrijheidsstraf op te leggen in plaats van een forse onvoorwaardelijke vrijheidsstraf zoals bij dit soort feiten gebruikelijk is.

De rechtbank komt daarmee tegemoet aan de eis zoals die ter terechtzitting is gedaan, met dien verstande dat de rechtbank meer dan de officier van justitie rekening houdt met voornoemde omstandigheid en derhalve de straf zal minderen.

Met deze straf wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Voorts maakt deze voorwaardelijke straf een verplichte begeleiding door de reclassering mogelijk. De rechtbank zal als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht opleggen, ook als dit inhoudt een ambulante behandeling bij een Kairos of een soortgelijke behandeling elders.

Voorts zal de rechtbank aan verdachte de bijzondere voorwaarde opleggen dat hij binnen 3 maanden na aanvang van zijn proeftijd de door het slachtoffer gemaakte kosten naar aanleiding van de door hem gepleegde strafbare feiten (gedeeltelijk) zal moeten vergoeden. De rechtbank acht het voorstel van de raadsman de gemaakte kosten van de gedwongen verhuizing van het slachtoffer te vergoeden redelijk en zal dit bedrag vaststellen op € 1.500,-.

6a. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vorde¬ring, strekkende tot vergoeding van door haar geleden immateriële schade tot een bedrag van € 5.500,-.

De officier van justitie heeft voorts verzocht dat de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 1.500,- wordt toegewezen en heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 30 dagen hechtenis.

De raadsman van verdachte heeft bepleit dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering nu het causaal verband tussen de aan verdachte tenlastegelegde feiten en de immateriële schade niet, althans onvoldoende is vast komen te staan.

De rechtbank is het eens met de raadsman van verdachte en acht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] niet van eenvoudige aard, omdat het causaal verband tussen het bewezenverklaarde en de schade, onvoldoende is beantwoord. Bovendien is de omvang van de immateriële schade onvoldoende duidelijk.

De rechtbank overweegt hiertoe dat ter terechtzitting niet vast is komen te staan dat de benadeelde partij de schade rechtstreeks heeft geleden door wat verdachte haar heeft aangedaan. Mogelijk zouden hierin andere factoren een rol hebben gespeeld.

De rechtbank kiest er dan ook voor om de verdachte te verplichten om als tegemoetkoming in de verhuiskosten in de vorm van een bijzondere voorwaarde aan [slachtoffer] conform het daartoe door de verdachte aan diens raadsman ter beschikking gestelde bedrag van € 1.500,- te betalen.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 57, 242, 246, 300, 304 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezen verklaarde tot

Een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De ten uitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit dan wel navolgende bijzondere voorwaarde niet is nagekomen:

Dat de veroordeelde binnen de eerste 3 (drie) maanden na aanvang van de proeftijd een bedrag van € 1.500,- (vijftienhonderd) zal voldoen aan [slachtoffer] en daarvan een betalingsbewijs zal doen toekomen aan de officier van justitie in dit arrondissement.

- Veroordeelde dient zich gedurende de proeftijd te gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die hem door of namens de (stichting) Reclassering Nederland zullen worden gegeven, (ook indien dit zal inhouden het volgen van een ambulante behandeling bij Kairos of een andere vergelijkbare instelling) voor zover en voor zolang dat door genoemde instelling nodig wordt geacht.

Geeft opdracht aan de (stichting) Reclassering Nederland om aan veroordeelde bij de naleving van voornoemde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht in geval van de tenuitvoerlegging van de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf, zijnde 2 (twee) dagen hechtenis.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer], wonende te [adres], [woonplaats]:

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Aldus gewezen door:

mr. T.H.P. de Roos, vicepresident, als voorzitter,

mr. W.L.J.M. Duijst, rechter,

mr. P.J. van den Broeke, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. A.F. Hof, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 maart 2009.

Zijnde mr W.L.J.M. Duijst en mr. P.J. van den Broeke buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.