Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BH7608

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
18-03-2009
Datum publicatie
24-03-2009
Zaaknummer
149539
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bascule vordert een voorlopige voorziening voor de duur van het geding. Zij vordert hoofdelijke veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van gedaagden om bij wijze van voorlopige voorziening aan haar te betalen € 149.775,08, althans een bedrag dat de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 149539 / HA ZA 06-2253

Vonnis in incident van 18 maart 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BASCULE B.V.,

gevestigd te Malden, gemeente Heumen,

eiseres in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. P.A. Aan de Kerk,

tegen

1. [gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

advocaat mr. J.M.W. Werker,

2. [gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in de hoofdzaak,

advocaat mr. J.M.W. Werker,

3. [gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in de hoofdzaak,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe,

4. de stichting

STICHING ADMINISTRATIEKANTOOR TECHNISOL,

gevestigd te [woonplaats],

gedaagde in de hoofdzaak,

advocaat mr. J.M.W. Werker,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LOENEN BEHEER B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. J.M.W. Werker,

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TECHNISOL BEHEER B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe,

7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TECHNISOL BENELUX B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

gedaagde in de hoofdzaak,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe,

8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TECHNISOL B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

gedaagde in de hoofdzaak,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe,

9. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TECHNISOL SUPPLIES B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

gedaagde in de hoofdzaak,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe.

Partijen zullen hierna Bascule en [gedaagden] genoemd worden; gedaagden in de hoofdzaak onder 1, 5 en 6 worden ook aangeduid als respectievelijk [gedaagden in de hoofdzaak], [gedaagden in de hoofdzaak] Beheer en Beheer.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 21 januari 2009

- de incidentele conclusie van Bascule tot het treffen van een voorlopige voorziening

- de incidentele conclusie van antwoord van [gedaagden]

- de conclusie tot wijziging van eis in incident

- de antwoordakte wijziging eis van [gedaagden] houdende een referte ten aanzien van de eiswijziging.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De beoordeling in het incident

2.1. Bascule vordert een voorlopige voorziening voor de duur van het geding. Zij vordert hoofdelijke veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van [gedaagden in de hoofdzaak], [gedaagden in de hoofdzaak] Beheer en Beheer, om bij wijze van voorlopige voorziening aan haar te betalen € 149.775,08, althans een bedrag dat de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren, met veroordeling van verweerders in de kosten van het incident.

2.2. Een van de uitgangspunten voor de incidentele vordering is wat de rechtbank in haar vonnis van 2 juli 2008 onder 2.12-2.14 heeft overwogen. Dat is, voor zover hier relevant, het volgende.

2.12 De enige verklaring die aan de rechtbank ter beschikking staat is dat een (te hoge) dividenduitkering aan de aandeelhouder is gedaan. Het staat immers in deze procedure vast dat zonder die uitkering, voldoende geld beschikbaar zou zijn geweest om de vordering van Bascule te voldoen. De rechtbank is van oordeel dat zowel de bestuurder van [woonplaats], [gedaagden in de hoofdzaak], als de aandeelhouder van [woonplaats], [gedaagden in de hoofdzaak] Beheer, daarmee onrechtmatig jegens Bascule heeft gehandeld. Beide wisten immers dat als Bascule zou gaan innen, [woonplaats] door deze dividenduitkering geen verhaal meer zou bieden.

2.13 In deze redenering is geen grond voor een verwijt aan Beheer, Benelux, BV en/of Supplies.

2.14 De schade die door dat handelen is ontstaan is in ieder geval gelijk aan het wel voorziene maar niet langer beschikbare bedrag ad EUR 90.756,04. Dat was immers het bedrag dat [woonplaats] had gereserveerd voor de aanspraken van Bascule. Voor die schade zijn [gedaagden in de hoofdzaak] en [gedaagden in de hoofdzaak] Beheer hoofdelijk aansprakelijk.

2.3. Naar deze overwegingen wijst de rechtbank in het vonnis van 2 juli 2008 terug onder 2.18, waar zij spreekt van ‘het bedrag dat voor toewijzing gereed ligt.’

2.4. Op de overige gronden van de provisionele vordering zal de rechtbank hierna ingaan. Allereerst concentreert zij zich op de vordering zoals die rechtstreeks aan het vonnis van 2 juli 2008 is ontleend.

2.5. [gedaagden in de hoofdzaak], [gedaagden in de hoofdzaak] Beheer en Beheer alsmede – voor zover relevant – de overige gedaagden in de hoofdzaak voeren verweer. De rechtbank stelt vast dat deze overige gedaagden in de hoofdzaak niet door Bascule in het incident zijn betrokken. Op de stellingen van partijen gaat de hierna, voor zover van belang, in.

2.6. Bascule heeft voldoende processueel belang bij de incidentele vordering. De gevraagde voorlopige voorziening hangt samen met de hoofdvordering en is gericht op een voorziening die voor de duur van de aanhangige bodemprocedure kan worden gegeven. Derhalve moet worden beoordeeld of een afweging van de materiële belangen van partijen de gevorderde ordemaatregel rechtvaardigt.

2.7. Bij een voorziening in de vorm van betaling van een geldsom moet in verband met het restitutierisico de eis worden gesteld dat de vordering tot het beloop van het gevorderde voorschot reeds voldoende vaststaat dan wel op eenvoudige wijze kan worden vastgesteld.

2.8. [gedaagden in de hoofdzaak], [gedaagden in de hoofdzaak] Beheer en Beheer voeren aan dat aan deze voorwaarde niet voldaan is omdat de hierboven geciteerde overwegingen van de rechtbank onjuist zijn en zij wellicht op grond van het deskundigenrapport haar oordeel nog zal herzien. Dit betoog overtuigt de rechtbank niet. De standpunten van [gedaagden in de hoofdzaak], [gedaagden in de hoofdzaak] Beheer en Beheer op dit punt zijn al verworpen en het enige nieuwe dat zij thans aanvoeren, is dat wellicht het rapport van de deskundige tot een ander oordeel zal leiden. De materie van dit rapport staat echter, zoals uit de zojuist genoemde overweging 2.18 en het directe vervolg op overweging 2.14 in het tussenvonnis van 2 juli 2008 blijkt, los van de overweging dat voor vergoeding van schade ten belope van € 90.756,04 [gedaagden in de hoofdzaak] en [gedaagden in de hoofdzaak] Beheer hoofdelijk aansprakelijk zijn.

2.9. Alles overziend is de rechtbank dan ook van oordeel dat voor toewijzing van de provisionele vordering voor zover het dit bedrag en [gedaagden in de hoofdzaak] en [gedaagden in de hoofdzaak] Beheer betreft, thans voldoende grond bestaat; het belang van Bascule bij deze toewijzing is met de hierboven geciteerde overwegingen van de rechtbank gegeven. Haar vordering tegen Beheer moet worden afgewezen in het verlengde van overweging 2.13 in het vonnis van 2 juli 2008.

2.10. De rente is gevorderd vanaf de datum van het vonnis waarbij Technisol [woonplaats] B.V. is veroordeeld tot betaling aan Bascule, 19 november 2003. In zoverre is de rente toewijsbaar omdat het onrechtmatig handelen in de vorm van – kort samengevat – het beletten van voldoening aan dat vonnis de grondslag van de vordering van Bascule vormt. Dat onrechtmatig handelen is echter een andere grondslag voor betaling dan een handelsovereenkomst, en reeds daarom is niet de rente zoals bedoeld in art. 6:119a Burgerlijk Wetboek (BW), maar de rente als bedoeld in art. 6:119 BW toewijsbaar.

2.11. Voor het overige is de rechtbank van oordeel dat de provisionele vordering, gelet op het feit dat zij is gericht op betaling van een geldsom, waarvoor de onder 2.7 bedoelde criteria gelden, zozeer is gebaseerd op kwesties die in deze procedure nog in debat zijn, dat zij niet voor toewijzing in aanmerking komt.

2.12. [gedaagden in de hoofdzaak] en [gedaagden in de hoofdzaak] Beheer zullen als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld, aan de zijde van Bascule begroot op één punt van het liquidatietarief.

3. De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1. veroordeelt [gedaagden in de hoofdzaak] en [gedaagden in de hoofdzaak] Beheer hoofdelijk, in dier voege dat indien en voor zover de één betaalt ook de ander daardoor bevrijd is, voor de duur van het geding tot betaling van een voorschot van € 90.756,04 (negentig duizendzevenhonderdzesenvijftig euro en vier eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dat bedrag vanaf 19 november 2003 tot de dag van volledige betaling,

3.2. veroordeelt [gedaagden in de hoofdzaak] en [gedaagden in de hoofdzaak] Beheer in de kosten van het incident, aan de zijde van Bascule tot op heden begroot op € 1.669,00,

3.3. verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

3.4. wijst af het meer of anders gevorderde,

in de hoofdzaak

3.5. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 22 april 2009 voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [gedaagden] zoals voorzien in het vonnis van 21 januari 2009.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2009.