Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BH7592

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
11-03-2009
Datum publicatie
24-03-2009
Zaaknummer
180609
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot toewijzing van tijdelijke standplaats woonwagen.

De gemeente handelt niet onrechtmatig door eiseres niet toe te laten vooruitlopend op het gereedkomen van de haar toegewezen standplaats.

Afgifte caravan aan eiseres.

Nu er geen last onder bestuursdwang gericht aan eiseres is gegeven, haar caravan dus zonder recht of titel is afgevoerd, hetgeen onrechtmatig is jegens eiseres.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 180609 / KG ZA 09-76

Vonnis in kort geding van 11 maart 2009

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. P.J.A. van de Laar te Eindhoven,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE [woonplaats],

zetelend te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. R.A.M. Saedt te Nijmegen.

Partijen zullen hierna [eiseres] en de gemeente genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van de gemeente.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiseres] verblijft sinds 10 juli 1991 op de woonwagenlocatie aan de [adres] te [woonplaats]. Vanaf juli 2001 is de ex-echtgenoot van [eiseres], [betrokkene/ex-echtgenoot van eiseres], huurder geworden van de standplaats van [eiseres] en is hij in de plaats getreden van [eiseres]. [eiseres] is toen naar een andere woonwagenlocatie verhuisd, maar omdat zij daar niet kon wennen is zij kort daarna weer teruggekeerd naar de locatie aan de [adres]. Per 28 augustus 2001 heeft [eiseres] zich bij de gemeente ingeschreven als standplaatszoekende, waarna zij op de wachtlijst is geplaatst. Feitelijk heeft [eiseres] vanaf augustus 2001 steeds zonder recht of titel op de woonwagenlocatie aan de [adres] verbleven.

2.2. De gemeente is doende de standplaatsen aan de [adres] her in te richten. Op deze locatie zullen uiteindelijk na herinrichting vier standplaatsen worden gerealiseerd. De gemeente zal op deze standplaatsen alleen prefab-woningen toestaan, die door haar zelf worden aangelegd.

2.3. Bij besluit van 9 mei 2007 heeft de gemeente zowel aan [eiseres] als aan [betrokkene/ex-echtgenoot van eiseres] een standplaats op de locatie aan de [adres] toegekend. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt door [betrokkene 2] en [betrokkene3], waarna de gemeente het besluit heeft herroepen en de standplaatsen aan hen heeft toegewezen. [eiseres] en [betrokkene/ex-echtgenoot van eiseres] hebben beroep ingesteld tegen dat besluit.

2.4. Op 6 februari 2008 heeft de deurwaarder namens de gemeente aan [eiseres] een vooraankondiging tot toepassing van bestuursdwang bekend gemaakt, waarna de gemeente [eiseres] bij besluit van 8 februari 2008 het volgende heeft bericht:

constatering

Onze toezichthouders hebben geconstateerd dat er op en direct voor de voormalige standplaats [adres] [huisnummer] te [woonplaats] twee caravans zijn geplaatst. Dit is in strijd met artikel 5.1.5. van de Algemene Plaatselijke Verordening [woonplaats] 2006 (APV) omdat beide caravans zich langer dan vijf werkdagen op de weg bevinden. Binnenkort wordt de voormalige standplaats [adres] [huisnummer] ontruimd. (…)

last

Wij gelasten u om voor maandag 11 februari 2008 uw caravan van de weg in [woonplaats] – in het bijzonder de voormalige woonwagenlocatie [adres] [huisnummer] – te verwijderen en behoudens het gestelde in artikel 5.1.5 eerste en tweede lid APV, verwijderd te houden.

[eiseres] is door de bestuursrechter van deze rechtbank bij beslissing van 23 september 2008 niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep tegen dit besluit tot het toepassen van bestuursdwang.

2.5. Op 21 oktober 2008 heeft de gemeente bestuursdwang toegepast, nadat was geconstateerd dat een caravan van [eiseres] met kenteken [kenteken] nog niet was verwijderd.

De caravan is toen verwijderd en afgevoerd.

2.6. De gemeente heeft [eiseres] bij brief van 12 november 2008 wederom aangezegd dat zij voornemens was twee caravans te verwijderen en heeft dit als volgt toegelicht:

constatering

Door onze toezichthouders is geconstateerd dat er voor de voormalige standplaats [adres] [huisnummer] te [woonplaats] twee caravans zijn geplaatst. Dit is in strijd met artikel 5.1.5. van de Algemene Plaatselijke Verordening [woonplaats] 2006 (APV) omdat beide caravans zich inmiddels langer dan vijfendertig dagen op de weg in [woonplaats] bevinden. (…)

dringend verzoek

Wij verzoeken u vriendelijk doch dringend om uw caravan vóór maandag 1 december 2008 van de weg in [woonplaats] te verwijderen.

voornemen tot verwijdering van de caravans, zienswijze

Indien op maandag 1 december blijkt dat de caravans zich nog steeds voor of nabij de standplaats [adres] [huisnummer] bevinden zullen wij deze door toepassing van bestuursdwang verwijderen.

2.7. Bij beschikking van 17 november 2008 heeft de bestuursrechter van deze rechtbank het beroep van [eiseres] en [betrokkene/ex-echtgenoot van eiseres] tegen het besluit van de gemeente een standplaats toe te kennen aan [betrokkene 2] en [betrokkene3] gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en bepaald dat de gemeente een nieuw besluit op bezwaar diende te nemen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak was overwogen.

2.8. De gemeente heeft [eiseres] bij brief van 18 december 2008 medegedeeld dat het nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar met vier weken is verdaagd in verband met het kerstreces. Bij brief van 30 januari 2009 heeft de gemeente [eiseres] bericht dat het college van burgemeester en wethouders op 22 januari 2009 heeft besloten [eiseres] een standplaats toe te kennen aan de [adres], bouwnummer [huisnummer]. Deze standplaats moet nog worden aangelegd. Na het gereedkomen ervan zal [eiseres] een huurcontract worden voorgelegd. Tevens is medegedeeld dat belanghebbenden binnen zes weken gerekend vanaf de dag na de datum van verzending van het besluit een bezwaarschrift kunnen indienen.

2.9. De gemeente heeft op 13 januari 2009 opnieuw bestuursdwang toegepast en de caravan met kenteken [kenteken] meegevoerd en opgeslagen. Bij brief van 14 januari 2009 heeft de gemeente [betrokkene/dochter van eiseres], de dochter van [eiseres], het volgende medegedeeld:

Ter uitvoering van onze bestuursdwangbesluit d.d. 22 december 2008 inzake de verwijdering van één caravan ontvangt u hierbij een proces verbaal.

Op 13 december 2009 (bedoeld wordt kennelijk 13 januari 2009, de voorzieningenrechter) omstreeks 9.00 uur heeft onze toezichthouder tegenover het adres Dr [adres] [huisnummer] te [woonplaats] één caravan aangetroffen die blijkbaar door u wordt gebruikt. Kentekenhouder van de caravan is mevrouw [eis[eiseres].

Het betreft:

1. één toercaravan, merk [merk], kenteken: [kenteken].

In de caravan was aanvankelijk inboedel aanwezig. Na overleg met uw moeder, mw. [eis[eiseres], is alle inboedel door mw. [eis[eiseres] uit de caravan verwijderd. Onze toezichthouder heeft vervolgens geconstateerd dat er geen inboedel in de caravan is achtergebleven. Vervolgens is de caravan op 13 december 2009 omstreeks 9.50 uur afgevoerd en opgeslagen.

De gemeente heeft [betrokkene/dochter van eiseres] eveneens op 14 januari 2009 een brief gestuurd met de volgende inhoud:

Ter uitvoering van ons bestuursdwangbesluit d.d. [huisnummer] december 2008 inzake de verwijdering van één caravan ontvangt u hierbij een proces verbaal van binnentreden.

In een gesprek d.d. 14 februari 2008 met [medewerkers van de gemeente] hebben u en uw moeder, mevrouw [eiseres], verklaard dat uw moeder laatstelijk in de caravan verbleef. Om deze reden sturen wij mevrouw [eis[eiseres] een kopie. Ten overvloede deel ik u mede dat wij op grond van het bestuursdwangbesluit d.d. 23 juni 2008 ook gemachtigd zijn een door mw. [eiseres] geplaatste caravan van de weg in [woonplaats] te verwijderen.

Een afschrift van beide brieven is aan [eiseres] verstuurd.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert dat de voorzieningenrechter de gemeente veroordeelt om op straffe van verbeurte van een dwangsom

I. aan [eiseres] een tijdelijke standplaats te verstrekken totdat de standplaats aan de [adres] [huisnummer] gereed is, althans het [eiseres] tot dat tijdstip toe te staan om gebruik te maken van een standplaats op het woonwagencentrum te [woonplaats] aan de [adres], en

II. de caravan, merk [merk] met kenteken [kenteken], aan [eiseres] af te staan.

3.2. [eiseres] legt het volgende aan haar vorderingen ten grondslag. De gemeente heeft [eiseres] een standplaats toegekend op de locatie aan de [adres]. Het zal naar alle waarschijnlijkheid nog een ongeveer een half jaar duren voordat [eiseres] deze standplaats in gebruik kan nemen, omdat de gemeente de bezwaartermijn wil afwachten en de standplaats nog moet worden aangelegd. [eiseres] heeft jarenlang zowel legaal als illegaal op de woonwagenlocatie aan de [adres] verbleven, hetgeen door de gemeente is gedoogd. De gemeente handelt onrechtmatig door [eiseres] thans geen tijdelijke standplaats toe te kennen, althans door niet te gedogen dat [eiseres] tot aan het moment dat de aan haar toegekende standplaats gereed is aan de [adres] verblijft. Dit geldt temeer nu de gezondheidstoestand van [eiseres] slecht is.

Daarnaast is op 13 december 2008 in het kader van het toepassen van bestuursdwang de caravan waarin [eiseres] verbleef door de gemeente afgevoerd en opgeslagen. Deze caravan is eigendom van [eiseres], maar de gemeente was in de veronderstelling dat deze eigendom was van [betrokkene/dochter van eiseres] en heeft alleen laatstgenoemde aangezegd dat zij bestuursdwang zou toepassen. Volgens [eiseres] heeft de gemeente de caravan dan ook zonder recht of titel onder zich en handelt zij daardoor onrechtmatig jegens haar. Dit geldt temeer nu de caravan al lang op de woonwagenlocatie stond en werd gedoogd door de gemeente.

3.3. De gemeente voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen wordt door de gemeente betwist. Zij heeft daartoe aangevoerd dat [eiseres] de spoedeisendheid niet voldoende heeft onderbouwd, nu [eiseres] enkel heeft gesteld dat zij dringend behoefte heeft aan een standplaats op de locatie aan de [adres], omdat haar gezondheidssituatie slecht is. Verder heeft [eiseres] een tijdelijke alternatieve standplaats, die de gemeente haar vorig jaar heeft aangeboden, geweigerd. Volgens de gemeente ontbreekt derhalve ieder spoedeisend belang. Te dien aanzien wordt het volgende overwogen.

4.2. [eiseres] heeft ruim zeventien jaar – nagenoeg onafgebroken – verbleven op de woonwagenlocatie aan de [adres]. In december 2008 is haar caravan door de gemeente meegevoerd en opgeslagen en sindsdien leidt [eiseres] een zwervend bestaan, althans verblijft zij samen met haar zoon bij vrienden in hun caravan. De gemeente heeft [eiseres] in januari 2009 een standplaats toegekend, die nog moet worden aangelegd en naar verwachting medio 2009 gereed zal zijn. Duidelijk is dat [eiseres] daarom op korte termijn een tijdelijke voorziening wenst. Het spoedeisend belang heeft [eiseres] ter zitting nog eens onderbouwd door een verklaring van haar cardioloog inzake haar gezondheidstoestand over te leggen. Dat [eiseres] eerder om haar moverende redenen een alternatieve standplaats heeft geweigerd maakt nog niet dat het spoedeisend belang bij de vordering tot het verstrekken van een tijdelijke standplaats ontbreekt. Ten aanzien van de vordering tot teruggave van haar caravan heeft de gemeente het spoedeisend belang niet uitdrukkelijk weersproken.

Het voorgaande leidt er toe dat het verweer van de gemeente wordt verworpen.

4.3. Als uitgangspunt heeft te gelden dat [eiseres] vanaf augustus 2001 tot op het moment dat haar caravan op 13 december 2008 werd afgevoerd zonder recht of titel heeft verbleven op de woonwagenlocatie aan de [adres]. De gemeente heeft [eiseres] noch op grond van een publiekrechtelijke vergunning noch op grond van een privaatrechtelijke vergunning een standplaats toegekend. Ook anderszins is aan [eiseres] geen standplaats op de woonwagenlocatie aan de [adres] verhuurd. Sedert augustus 2001 staat [eiseres] als standplaatszoekende ingeschreven op de wachtlijst voor het verkrijgen van een woonwagenstandplaats in de gemeente.

4.4. Nadat [eiseres] en [betrokkene/ex-echtgenoot van eiseres] beroep hadden aangetekend tegen de beslissing van de gemeente om twee nieuwe, nog aan te leggen, standplaatsen aan de [adres] toe te kennen aan respectievelijk [betrokkene 2] en [betrokkene3], heeft de bestuursrechter die besluiten vernietigd en het beroep gegrond verklaard. Bij besluit van 30 januari 2009 heeft [eiseres] alsnog een standplaats aan de Dr [adres] toegewezen gekregen op grond van de Huisvestingsverordening 2005 gemeente [woonplaats]. Deze standplaats zal [eiseres] over ongeveer zes maanden kunnen betrekken.

4.5. [eiseres] voert aan dat de gemeente onrechtmatig handelt door [eiseres] niet tijdelijk een standplaats toe te kennen op de locatie aan de [adres]. De gemeente heeft dat gemotiveerd betwist. Dienaangaande wordt het volgende overwogen. Niet weersproken is dat de gemeente de bevoegdheid heeft om het terrein waarop de woonwagenlocatie is gelegen her in te richten en dat zij bevoegd is om de standplaatsen aan potentiële huurders toe te kennen als de herinrichting is voltooid. Gesteld noch gebleken is dat tegen het besluit om de standplaatsen op termijn toe te kennen bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld. Er bestaan voorts geen aanknopingspunten voor de gedachte dat de gemeente niet bevoegd is daartoe.

4.6. Nu [eiseres] de afgelopen jaren illegaal op de woonwagenlocatie aan de [adres] heeft verbleven en dus geen huurder was van een standplaats, alsmede gelet op de op de locatie ten behoeve van de herinrichting plaatsvindende werkzaamheden, valt voorshands geoordeeld niet in te zien dat de gemeente verplicht is om [eiseres] een tijdelijke standplaats toe te kennen. Dat het verblijf van [eiseres] jarenlang zou zijn gedoogd door de gemeente leidt niet tot een ander oordeel, nu de gemeente heeft betoogd dat zij de afgelopen jaren voortvarend heeft opgetreden tegen illegaal geplaatste caravans, hetgeen niet is weersproken door [eiseres] en ook blijkt uit de diverse aankondigingen van het toepassen van bestuursdwang. Dat [eiseres] een slechte gezondheid heeft alsook de zorg heeft voor haar minderjarige, gehandicapte zoon maakt het voorgaande evenmin anders. Die feiten en omstandigheden zijn immers niet nieuw, terwijl niet weersproken is dat de gemeente [eiseres] in het najaar van 2008 een tijdelijke alternatieve standplaats heeft aangeboden. [eiseres] heeft hiervan geen gebruik willen maken. [eiseres] heeft verder nog betoogd dat op de onderhavige locatie alsook op een andere woonwagenlocatie te [woonplaats] illegaal meerdere caravans zijn geplaatst. Volgens [eiseres] handelt de gemeente in strijd met het gelijkheidsbeginsel door haar verblijf aan de [adres] niet tijdelijk te gedogen en dat van anderen wel. Voldoende aannemelijk is geworden het verweer van de gemeente dat, hoewel zij niet geheel kan uitsluiten dat er mogelijk overtredingen plaatsvinden, haar beleid ten opzichte van de verschillende woonwagenlocaties niet verschilt en dat zij zal optreden indien geconstateerd wordt dat er illegaal caravans op een woonwagenlocatie worden geplaatst. Deze stelling van [eiseres] kan derhalve evenmin als juist worden aanvaard. De conclusie is dan ook dat de gemeente niet onrechtmatig handelt door [eiseres] niet toe te laten vooruitlopend op het gereedkomen van de haar toegewezen standplaats, zodat de vordering onder I. zal worden afgewezen.

4.7. [eiseres] heeft verder nog om teruggave van haar caravan met kenteken [kenteken] verzocht. Bij brief van 12 november 2008 heeft de gemeente [eiseres] medegedeeld dat zij voornemens was twee caravans die waren geplaatst voor het voormalige standplaatsnummer [huisnummer] te verwijderen. Op 13 januari 2009 is de caravan, waarvan [eiseres] nu teruggave verzoekt, door de gemeente verwijderd. [eiseres] is vóór die feitelijke verwijdering niet in kennis gesteld van het besluit van de gemeente tot het toepassen van bestuursdwang. Een besluit van die strekking was ook niet aan haar gericht, maar alleen aan [betrokkene/dochter van eiseres]. De gemeente heeft ter zitting verklaard dat zij in de veronderstelling was dat de betreffende caravan eigendom was van de dochter van [eiseres], [betrokkene/dochter van eiseres]. Daarom heeft de gemeente alleen aan laatstgenoemde een last onder bestuursdwang doen toekomen. Achteraf is de gemeente duidelijk geworden dat [eiseres] eigenaar was van de caravan, althans dat één dag voordat de caravan werd verwijderd het kenteken van de caravan op naam van [eiseres] was gezet. De gemeente heeft ter zitting aangegeven dat zij de caravan toch mocht verwijderen en beroept zich daarvoor op een eerdere last onder bestuursdwang gericht aan [eiseres] gedateerd 8 februari 2008. De gemeente is alleen bereid de caravan aan [eiseres] terug te geven, indien [eiseres] een bedrag van € 2.689,90 (zijnde de kosten van de uitoefening van de bestuursdwang) aan haar voldoet.

4.8. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Vastgesteld moet worden dat de last onder bestuursdwang van 8 februari 2008 die was gericht aan [eiseres] zag op twee caravans die waren geplaatst voor de voormalige standplaats [adres] [huisnummer]. De vooraankondiging van 12 november 2008 zag op de caravans geplaatst voor de voormalige standplaats [adres] [huisnummer]. Kennelijk betrof de aanzegging van 8 februari 2008 dus een andere plaats waar de caravans waren geplaatst dan de vooraankondiging van 12 november 2008. Bovendien dateerde die eerdere last van bijna één jaar geleden.

Niet kan worden aangenomen dat die last een jaar later opnieuw kan worden gebruikt ter verwijdering van een andere caravan die zich kennelijk ook op een andere (stand)plaats bevindt. Dat pas kort voor de voorgenomen verwijdering bleek dat de caravan op naam stond van [eiseres] – waaraan de gemeente de gevolgtrekking verbindt dat die haar eigendom is – maakt dat niet anders. De gemeente spreekt in haar brief van 14 januari 2009 nog over een bestuursdwangbesluit van 23 juni 2008 op grond waarvan zij ook gerechtigd zou zijn om een door [eiseres] geplaatste caravan te verwijderen. Dat besluit bevindt zich echter niet bij de stukken, zodat onvoldoende duidelijk is wat de inhoud hiervan is. Dit besluit kan, temeer nu de gemeente hier niet uitdrukkelijk een beroep op heeft gedaan, voorshands geoordeeld dan ook niet ten grondslag worden gelegd aan het toepassen van de bestuursdwang op 13 januari jongstleden. Dit betekent dat, nu er geen last onder bestuursdwang gericht aan [eiseres] is gegeven, haar caravan dus zonder recht of titel is afgevoerd, hetgeen onrechtmatig is jegens [eiseres]. Daarom dient de caravan binnen vijf werkdagen te worden geretourneerd aan [eiseres]. Vanzelfsprekend kunnen de kosten van de jegens [eiseres] onrechtmatig toegepaste bestuursdwang niet aan haar in rekening worden gebracht. De voorzieningenrechter merkt hierbij nog op dat, nu hiervoor is overwogen dat de gemeente niet gehouden is om [eiseres] een tijdelijke standplaats op de woonwagenlocatie aan de [adres] toe te kennen, [eiseres] niet tijdelijk opnieuw haar caravan op of naast die woonwagenlocatie mag plaatsen.

4.9. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding aan de veroordeling een dwangsom te verbinden, omdat de gemeente zich pleegt te houden aan rechterlijke uitspraken.

4.10. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt de gemeente binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis de caravan, merk [merk], kenteken [kenteken], aan [eiseres] af te geven,

5.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.3. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. B.J.M. Vermulst op 11 maart 2009.