Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BH6986

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
11-03-2009
Datum publicatie
20-03-2009
Zaaknummer
112756
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Hoewel Wasserbetten stelt vergoeding van omzet- en reputatieschade uitdrukkelijk te hebben gevorderd bij repliek, leest de rechtbank in die conclusie slechts de mededeling dat Wasserbetten omzet- en reputatieschade heeft geleden zonder dat daaraan een conclusie wordt verbonden, laat staan een onderbouwd bedrag aan schadevergoeding wordt gevorderd. Thans stelt Wasserbetten bij akte: ‘Mocht de rechtbank (…) van oordeel zijn dat deze omzet- en reputatieschade voor vergoeding in aanmerking kan komen en nog nader bewijs van deze schadepost nodig is, dan herhaalt Wasserbetten haar voorstel om in dit verband een deskundige te benoemen.’

Maar zo werkt het procesrecht niet. Als Wasserbetten gemotiveerd en onderbouwd een bedrag aan schadevergoeding vordert voor omzet- en reputatieschade en de rechtbank van oordeel is dat zij daarmee aan haar stelplicht heeft voldaan, dan kan een bewijsopdracht of een deskundigenbenoeming volgen om vast te stellen of de gestelde schade tot dat bedrag geleden is. In dit geval echter oppert Wasserbetten dat zij omzet- en reputatieschade heeft geleden en laat zij het aan de rechtbank over daar iets mee te doen. Dat betekent dat zij haar stellingen terzake onvoldoende heeft onderbouwd. Voor zover vergoeding van omzet- en reputatieschade is gevorderd, zal de vordering dus worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 112756 / HA ZA 04-780

Vonnis van 11 maart 2009

in de zaak van

de rechtspersoon naar Duits recht

WELLNESS COMPANY WASSERBETTEN METROPOLE GMBH,

gevestigd te Ludwigsburg, Duitsland,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. F.J. Boom te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[...] ELECTRONICS B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. P.M. Wilmink te Arnhem.

Partijen zullen hierna Wasserbetten en [... Electronics] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 22 oktober 2008

- de aktes in conventie van Wasserbetten en [... Electronics] d.d. 10 december 2008

- de akte overlegging productie in conventie van [... Electronics] van 24 december 2008

- de antwoordaktes in conventie van Wasserbetten en [... Electronics] d.d. 21 januari 2009.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

in conventie

2.1. In het tussenvonnis zijn beide partijen in de gelegenheid gesteld zich op onderdelen van de zaak nader uit te laten. Voor Wasserbetten gaat het hierbij om wat aan de orde is geweest in het tussenvonnis onder 2.20, 2.21, 2.22 en 2.23, voor [... Electronics] over hetgeen onder 2.30 behandeld is.

2.2. Wasserbetten is in de gelegenheid gesteld de schadeposten die liggen in de inschakeling van haar eigen werknemers om de gevolgen van door [... Electronics] gemaakte fouten te herstellen (2.21) en de gemiddelde ombouwkosten van € 203,00 per bed (2.22) nader te specificeren.

2.3. Wasserbetten onderscheidt thans de schade die ligt in de uitbouwkosten (€ 373.862,41) van de omzet- en reputatieschade die zij stelt te hebben geleden (€ 113.183,09).

2.4. Wat de schade betreft die is geleden door het uitbouwen van elementen, anders gezegd het ombouwen van bedden, heeft Wasserbetten inmiddels verschillende redeneringen gevolgd. Bij dagvaarding gaat zij uit van 2881 omgebouwde bedden à € 203,00 per bed. Bij conclusie van repliek verrekent zij – overigens volgens [... Electronics] op onjuiste wijze – het gegeven dat in 70% van de bedden één element is aangebracht terwijl in 30% twee elementen zijn aangebracht. Daarmee komt zij op een vermindering van de eis op dit onderdeel tot € 497.045,50. Bij conclusie na deskundigenbericht stelt zij vast dat het om 2167 bedden gaat, niet om 2881, en berekent zij de schade op 2167/2881 van het aanvankelijk gevorderde bedrag, te weten € 373.862,41. Het verschil tussen dit bedrag en het aanvankelijk gevorderde, € 497.045,50, beschouwt zij als omzet- en reputatieschade.

2.5. Wasserbetten stelt dat zij naar beste kunnen haar schade specificeert. Inmiddels is twee maal, namelijk ter comparitie waar naar voren kwam dat sommige bedden twee elementen bevatten en andere één, en na het verschijnen van het deskundigenrapport, toen Wasserbetten haar berekening grondde op het ombouwen van 2167 in plaats van 2881 bedden, gebleken dat de schadeberekening van Wasserbetten een geheel theoretische is.

2.6. Voor zover haar betoog is geconcretiseerd, beroept Wasserbetten zich thans onder meer op verklaringen van de (oud-)werknemers [ ] [werknemer 1], [ ] [werknemer 2] en [ ] [werknemer 3], die elementen hebben omgebouwd. Wasserbetten begroot vervolgens de arbeidskosten en de voorrijkosten alsmede enkele andere posten. Zij geeft daarbij niet één concreet voorbeeld. De drie overgelegde verklaringen van (oud-)werknemers en de verklaring van de heer [ ] [werknemer 4] over de activiteiten van drie andere oud-werknemers noemen getallen zonder voorbeeld of onderbouwing. [werknemer 1] spreekt van ongeveer 700 omwisselingen van elementen in de periode 2000-2004. [werknemer 2] geeft aan dat hij alle door hem afgeleverde waterbedden met [... Electronics]-elementen moest ombouwen en komt daarbij tot enige honderden. [werknemer 3] schrijft vrijwel dezelfde brief als [werknemer 1], maar spreekt over 700-800 elementen. [werknemer 4] vermeldt dat [werknemer 5], [werknemer 6] en [woonplaats], die niet meer te bereiken zijn, respectievelijk ongeveer 100 à 200, ongeveer 100 en ongeveer 200 elementen hebben vervangen.

2.7. ‘Es ist nach so langer Zeit’, voegt [werknemer 4] toe, ‘nicht mehr nachvollziehbar, wer wieviele Heizungen ausgetauscht hat, da Heizungen teilweise bis zu dreimal ausgetauscht worden sind.’ De rechtbank merkt wat dit laatste betreft op dat zij zich, gelet op de grote aantallen en het relatief forse tijdsbeslag waarom het gaat en het verband dat in ieder geval voor [werknemer 2] bestaat tussen de afgeleverde en de later omgebouwde waterbedden, niet kan voorstellen dat de administratie van Wasserbetten in het geheel geen uitsluitsel geeft over de ombouwkosten. In ieder geval moet ervan uitgegaan worden dat Wasserbetten in deze procedure kiest voor de weg van de abstracte reconstructie.

2.8. In het tussenvonnis van 22 oktober 2008 heeft de rechtbank overwogen dat op Wasserbetten de verplichting ligt zo concreet mogelijk haar schade aan te geven en waar mogelijk de bedragen aan arbeidsloon en materiaalkosten voor herstel van de bedden zal moeten concretiseren (2.18). De specificatieplicht geldt ook voor de inzet van eigen werknemers (2.21). Onder 2.22 heeft de rechtbank met nadruk hieraan toegevoegd: ‘De rechtbank constateert mét [... Electronics] dat de begroting van de ombouwkosten in het algemeen niet gespecificeerd is. Ook in haar berekening bij conclusie van repliek, genomen op 5 januari 2004, gaat Wasserbetten nog steeds van aannames uit. Zij geeft daarbij aan dat zij haar schade nog steeds niet exact kan vaststellen. Thans moet zij in staat zijn dit te doen. Daartoe is zij verplicht. Er is vooralsnog geen schade door haar te bewijzen. Dit betreft de stelplicht.’

2.9. De rechtbank stelt vast dat Wasserbetten nog steeds van aannames uitgaat, aannames die zelfs blijken te kunnen veranderen als nieuwe gegevens in de procedure opduiken en aannames die kennelijk niet berusten op de administratie van Wasserbetten, maar op de aantallen elementen die in deze procedure een rol spelen en het geheugen van (oud-)werknemers. Daarmee heeft Wasserbetten niet aan haar stelplicht ten aanzien van de ombouwschade voldaan.

2.10. De conclusie op dit onderdeel moet dan ook zijn dat Wasserbetten geen ombouwschade heeft gesteld die, mits bewezen, voor vergoeding in aanmerking komt.

2.11. Wasserbetten is in de gelegenheid gesteld te reageren op [... Electronics]s stelling dat 406 elementen onder garantie zonder dat extra ombouwkosten gemaakt behoefden te worden, geretourneerd zijn door klanten van Wasserbetten (tussenvonnis onder 2.20). Gelet op het voorgaande behoeft deze materie geen behandeling meer.

2.12. Hoewel Wasserbetten stelt vergoeding van omzet- en reputatieschade uitdrukkelijk te hebben gevorderd bij repliek, leest de rechtbank in die conclusie slechts de mededeling dat Wasserbetten omzet- en reputatieschade heeft geleden zonder dat daaraan een conclusie wordt verbonden, laat staan een onderbouwd bedrag aan schadevergoeding wordt gevorderd. Thans stelt Wasserbetten bij akte: ‘Mocht de rechtbank (…) van oordeel zijn dat deze omzet- en reputatieschade voor vergoeding in aanmerking kan komen en nog nader bewijs van deze schadepost nodig is, dan herhaalt Wasserbetten haar voorstel om in dit verband een deskundige te benoemen.’

2.13. Maar zo werkt het procesrecht niet. Als Wasserbetten gemotiveerd en onderbouwd een bedrag aan schadevergoeding vordert voor omzet- en reputatieschade en de rechtbank van oordeel is dat zij daarmee aan haar stelplicht heeft voldaan, dan kan een bewijsopdracht of een deskundigenbenoeming volgen om vast te stellen of de gestelde schade tot dat bedrag geleden is. In dit geval echter oppert Wasserbetten dat zij omzet- en reputatieschade heeft geleden en laat zij het aan de rechtbank over daar iets mee te doen. Dat betekent dat zij haar stellingen terzake onvoldoende heeft onderbouwd. Voor zover vergoeding van omzet- en reputatieschade is gevorderd, zal de vordering dus worden afgewezen.

2.14. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat omzet- en reputatieschade in deze zaak, anders dan Wasserbetten kennelijk bedoelt te betogen, niet voor de hand liggen, gelet op het feit dat Wasserbetten, zoals zij met nadruk betoogt, alles heeft gedaan om haar klanten duidelijk te maken dat de verwarmingselementen van [... Electronics] niet voldeden en hun bedden van andere elementen te voorzien.

2.15. Wat de aan [betrokkene] betaalde vergoeding betreft, diende Wasserbetten haar stellingen nader te onderbouwen (tussenvonnis 2.23). Wasserbetten geeft thans aan dit niet te kunnen. De vordering zal daarom worden afgewezen.

2.16. [... Electronics] is, omdat zij zich op de aansprakelijkheidsbeperking in haar leveringsvoorwaarden beroept, in de gelegenheid gesteld inzicht te geven in de dekking door haar verzekering (tussenvonnis onder 2.30). Dit onderwerp is nog in zoverre van belang dat voor de gevorderde verklaring van recht duidelijk dient te zijn in hoeverre [... Electronics] voor schade aansprakelijk is. Inmiddels is uit de door [... Electronics] overgelegde gegevens tussen partijen komen vast te staan dat de ombouwkosten – al aangenomen dat zij tot schade voor Wasserbetten hebben geleid, wat in deze procedure niet meer aan de orde is – van dekking door [... Electronics]s verzekeraar zijn uitgesloten. Dit betekent volgens art. 18 lid 4 van de leveringsvoorwaarden (tussenvonnis onder 2.25) dat de aansprakelijkheid van [... Electronics] is beperkt tot één maal de factuurwaarde. Uitsluitend in zoverre is de verklaring voor recht dan ook toewijsbaar.

2.17. De rechtbank is van oordeel dat aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, de proceskosten tussen hen moeten worden gecompenseerd. Hierbij moet echter een uitzondering worden gemaakt voor de kosten van het deskundigenonderzoek, welke door Wasserbetten zijn voorgeschoten. Gelet op de uitslag van dat onderzoek waarbij [... Electronics] geheel in het ongelijk is gesteld, zou het onredelijk zijn deze kosten niet door [... Electronics] te laten vergoeden. De door Wasserbetten voorgeschoten kosten belopen € 23.980,55.

in reconventie

2.18. In het tussenvonnis is iedere beslissing aangehouden nadat de rechtbank had overwogen dat Wasserbetten veroordeeld zal worden tot afgifte, niet tot retourzending. Nu de eis in reconventie gericht is op een gebod tot retourzending op verbeurte van een dwangsom, de eis niet is gewijzigd en de rechtbank geen veroordeling mag uitspreken die verder gaat dan de eis, zal zij Wasserbetten slechts veroordelen de elementen af te geven, zonder aan deze afgifte een dwangsom te verbinden.

2.19. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

3. De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1. verklaart voor recht dat [... Electronics] toerekenbaar tekort geschoten is in de nakoming van haar verplichtingen jegens Wasserbetten en op grond daarvan aansprakelijk is voor de door Wasserbetten geleden en eventueel nog te lijden schade, met dien verstande dat [... Electronics]s aansprakelijkheid voor de zogenaamde ombouwschade krachtens art. 18 lid 4 van haar leveringsvoorwaarden is beperkt tot één maal de factuurwaarde van de desbetreffende verwarmingselementen,

3.2. veroordeelt [... Electronics] om aan Wasserbetten te betalen een bedrag van € 38.368,37 (achtendertig duizenddriehonderdachtenzestig euro en zevenendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 1 oktober 2001 tot de dag van volledige betaling,

3.3. veroordeelt [... Electronics] in de proceskosten voor zover deze de kosten van het deskundigenbericht omvatten, aan de zijde van Wasserbetten tot op heden begroot op € 23.980,55,

3.4. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.5. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

3.6. gebiedt Wasserbetten om binnen vier weken na heden de 758 verwarmingselementen die zij onder zich heeft, af te geven aan [... Electronics],

3.7. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

3.8. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2009.