Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BH6158

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
16-03-2009
Datum publicatie
16-03-2009
Zaaknummer
181572
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Bewijsbeslag. Of beslaglegger recht op inzage heeft moet door de bodemrechter worden beslist. Niet op voorhand summierlijk gebleken dat geen recht op inzage op grond van art. 843a Rv kan bestaan. Niet uitgesloten dat Internetvakbond wanprestatie heeft gepleegd door door Via aangedragen (potentiele)leden niet te benaderen voor lidmaatschap of voor raadpleging in verband met principe accoord CAO. Vordering tot opheffing afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0214
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 181572 / KG ZA 09-139

Vonnis in kort geding van 16 maart 2009

in de zaak van

de vereniging

DE INTERNETVAKBOND,

gevestigd te Culemborg,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. R.G. Prakke te Amsterdam,

tegen

de vereniging

VERENIGING VAN INTERNATIONALE ARBEIDSBEMIDDELAARS,

statutair gevestigd te Tilburg,

kantoorhoudende te Boxtel,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. D.A.M. Lagarrigue

te Eindhoven.

Partijen zullen hierna de Internetvakbond en VIA genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met bijbehorende producties

- de door VIA overgelegde producties

- de mondelinge behandeling van 9 maart 2009 en de tijdens die behandeling door de

Internetvakbond overgelegde producties

- de pleitnota van VIA

- de eis in reconventie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 25 februari 2009 heeft deze voorzieningenrechter (onder nummer 181340/

KG ZA 09-131) een vonnis in kort geding gewezen tussen VIA als eiseres en de Internetvakbond als gedaagde. De inhoud van dat vonnis geldt als hier herhaald en ingelast. Aan de in dat vonnis opgenomen vaststaande feiten kunnen in dit kort geding de volgende feiten worden toegevoegd.

2.2. Bij e-mail van 30 januari 2009 (productie 5 VIA) heeft [x] namens de Internetvakbond een interne notitie gestuurd aan (onder andere) VIA, het bestuur van de Internetvakbond en aan het hoofdbestuur van vakbond De Unie. Op de laatste pagina van die notitie staat onder het kopje “Hoe nu verder?” voor zover thans van belang het volgende vermeld: “ 1. Komende week zal er een achterban raadpleging plaatsvinden onder de leden van de Internetvakbond. Op dit moment betreft het 5200 leden welke gebruik hebben gemaakt van de Aktie van de Internetvakbond (…).”

2.3. Bij beschikking van 23 februari 2009 heeft de voorzieningenrechter in deze rechtbank op verzoek van VIA verlof verleend om ten laste van de Internetvakbond conservatoir (bewijs)beslag te leggen op diverse bescheiden en gegevensdragers van de Internetvakbond. De voorzieningenrechter heeft daarbij het verlof beperkt tot ‘alle gegevensdragers waaruit kan blijken dat de ledenraadpleging als door VIA in dit verzoekschrift bedoeld, heeft plaatsgevonden, op het kantooradres van de Internetvakbond dan wel op een andere tot de beschikking van de Internetvakbond staande locatie (…) in Nederland dan wel onder een door de Internetvakbond aangewezen bewaarder’. Bij die beschikking is tevens de gerechtelijke bewaring en afgifte van die roerende zaken c.q. bescheiden bevolen met aanwijzing van de firma Riscon te Ede als gerechtelijke bewaarder.

2.4. Op 24 februari 2009 heeft kandidaat-deurwaarder P.W.J. van Hest te Tiel in het bijzijn van een hulpofficier van justitie van de politie Gelderland Zuid, team Tiel, en van vertegenwoordigers van de firma Riscon voornoemd in het kantoor van de Internetvakbond - zetelende in het pand van de vakbond De Unie - te Culemborg conservatoir (bewijs)beslag gelegd op een groot aantal in het proces-verbaal van beslaglegging genoemde bescheiden en digitale gegevens van de Internetvakbond, welke zaken vervolgens aan de firma Riscon in gerechtelijke bewaring zijn gegeven.

2.5. Bij aan de advocaten van VIA gerichte brief van 25 februari 2009 (productie 7 VIA) heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het door/namens VIA gedane verzoek om de termijn van dispensatie (als bedoeld onder 2.3. in het vonnis van 25 februari 2009) te verlengen, afgewezen.

3. Het geschil in conventie

3.1. De Internetvakbond stelt zich op het standpunt dat de vorderingen van VIA waarvoor het beslag is gelegd, ondeugdelijk zijn, nu deze vorderingen door de voorzieningenrechter bij het vonnis van 25 februari 2009 zijn afgewezen en van enig onrechtmatig handelen dan wel niet nakomen van gemaakte afspraken door de Internetvakbond geen sprake is. Daarnaast stelt de Internetvakbond dat de in beslag genomen informatie zich niet leent voor beslaglegging in de zin van artikel 843a Rv. nu VIA daarbij geen rechtmatig belang heeft, het niet om bescheiden gaat aangaande een rechtsbetrekking waarbij VIA partij is en het beslag onnodig is voor een behoorlijke rechtspleging. Bovendien heeft VIA volgens de Internetvakbond geen belang meer bij handhaving van het beslag en van de gerechtelijke bewaring, omdat de termijn voor het indienen van een verzoek om dispensatie inmiddels is verstreken.

Tot slot heeft de Internetvakbond gewezen op de wijze en het tijdstip van beslaglegging die nog tijdens althans kort na de behandeling van het vorige kort geding met veel machtsvertoon heeft plaats gehad. Dat maakt - in combinatie met de aan het beslag ten grondslag gelegde ondeugdelijke gronden - dat het beslag tevens als vexatoir en onnodig moet worden aangemerkt en reeds om die reden moet worden opgeheven, aldus de Internetvakbond.

3.2. Op grond van het voorgaande vordert de Internetvakbond samengevat - de opheffing van het onder 2.4. genoemd beslag en van de gerechtelijke bewaring. Ter zitting heeft zij erkend dat de in beslag genomen zaken inmiddels aan haar zijn teruggegeven en dat thans nog alleen kopieën van de in beslag genomen digitale en andere gegevens bij Riscon aanwezig zijn. De voorzieningenrechter begrijpt dat de vordering tot opheffing van het beslag in die zin wordt beperkt/verminderd. De Internetvakbond stelt een spoedeisend belang bij de door haar gevraagde opheffing te hebben, omdat de (fotokopieën van de) in beslag genomen computerbestanden cruciale en vertrouwelijke gegevens bevatten en het beslag de goede naam van de Internetvakbond schaadt.

De Internetvakbond vordert tevens dat zij gemachtigd wordt om ongehinderd alle handelingen en formaliteiten te verrichten die met de feitelijke uitvoering van de opheffing van het beslag en de gerechtelijke bewaring noodzakelijk zijn, alsmede VIA te verbieden om ter zake van dezelfde vorderingen opnieuw ten laste van de Internetvakbond beslag te leggen, een en ander versterkt met een dwangsom.

3.3. Ten slotte vordert de Internetvakbond VIA te veroordelen tot betaling aan de Internetvakbond van een bedrag ad € 25.000,-- als voorschot op door haar geleden imagoschade en wegens gemaakte kosten van juridische bijstand.

3.4. VIA voert verweer. Zij betwist allereerst dat de Internetvakbond een spoedeisend belang heeft bij de door haar gevorderde opheffing van het beslag en van de gerechtelijke bewaring, omdat de onderhavige (originele) bescheiden en gegevensdragers nagenoeg geheel aan de Internetvakbond zijn teruggegeven en thans alleen nog de kopieën daarvan onder het beslag en de gerechtelijke bewaring rusten.

VIA heeft voorts aangevoerd dat handhaving van het beslag en van de gerechtelijke bewaring noodzakelijk is in het licht van de door haar te entameren bodemprocedure, waarin

zij een schadevergoeding van de Internetvakbond zal vorderen. Mede aan de hand van de in beslag genomen (kopieën van) gegevens wil VIA in die procedure aantonen en zo nodig

bewijzen dat de Internetvakbond toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst/het principeakkoord met VIA dan wel dat zij een onrechtmatige daad jegens VIA heeft gepleegd, door welke handelwijze VIA schade heeft geleden.

3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Het geschil in reconventie

4.1. VIA vordert samengevat - veroordeling van de Internetvakbond tot betaling van

een bedrag ad € 50.000,-- als voorschot op de door VIA geleden schade wegens kosten van het opstellen van de CAO waaraan de Internetvakbond zich op ondeugdelijke c.q. oneigenlijke gronden heeft teruggetrokken, alsmede wegens imagoschade.

4.2. De Internetvakbond voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in conventie

5.1. In het vorige kort geding wenste VIA (onder meer) inzage van informatie met betrekking tot de vraag of de Internetvakbond haar leden op een juiste wijze had geraadpleegd over het tussen haar en VIA bereikte principeakkoord. Meer in het bijzonder ging het daarbij om de vraag wie op het moment van die raadpleging als leden van de Internetvakbond moesten worden aangemerkt. De voorzieningenrechter heeft toen als zijn voorlopig oordeel uitgesproken dat het lidmaatschap van de Internetvakbond niet kan worden verkregen op de wijze zoals in het vonnis is omschreven en heeft op grond daarvan de door VIA gevorderde voorziening geweigerd.

5.2. Evenals in het vorige kort geding gaat het hier om de vraag wat de Internetvakbond met de door VIA aan haar doorgegeven 7.832 (potentiële) leden heeft gedaan of gehouden was te doen. De vorderingen in het vorige kort geding strekten ertoe de Internetvakbond te gelasten alsnog een deugdelijke raadpleging van deze ‘leden’ te houden. Die vorderingen moesten worden afgewezen omdat niet vastgesteld kon worden dat deze personen ook werkelijk lid waren geworden van de Internetvakbond overeenkomstige de daarvoor geldende statutaire bepalingen en rechtsregels. In dit kort geding stelt VIA zich op het standpunt dat de Internetvakbond wanprestatie of een onrechtmatige daad heeft gepleegd door haar afspraken niet na te komen. Daarbij gaat het VIA erom dat de Internetvakbond hetzij de aangedragen potentiële leden wel (deels) al op de voorgeschreven manier als lid had geregistreerd, maar niet geraadpleegd over het principeakkoord, hetzij deze personen ten onrechte niet voor een lidmaatschap heeft benaderd, hetzij anderszins haar verplichtingen om mee te werken aan de totstandbrenging van een CAO en een dispensatieverzoek niet is nagekomen. VIA wenst in een door haar te entameren bodemprocedure op grond van het bepaalde in artikel 843a Rv. afgifte dan wel inzage van de door haar in beslag genomen gegevens te verkrijgen om aan de hand daarvan die wanprestatie en/of dat onrechtmatig handelen aan te tonen/te bewijzen. Of aan de in genoemd wetsartikel genoemde criteria is voldaan om afgifte en inzage te verkrijgen, staat te zijner tijd ter beoordeling van de bodemrechter.

5.3. Nu de Internetvakbond opheffing van het onderhavige beslag en van de gerechtelijke bewaring vordert, dient te worden nagegaan of summierlijk is gebleken van de ondeugdelijkheid van het recht van VIA om voormelde afgifte/inzage in een bodemprocedure te verkrijgen. Als dat komt vast te staan, dient het beslag te worden opgeheven. Het is zeker niet summierlijk gebleken dat de Internetvakbond haar verplichtingen jegens VIA in alle opzichten onberispelijk is nagekomen. Niet op voorhand kan worden aangenomen dat de Internetvakbond zich naar aanleiding van de mail van 29 januari 2009 van [Y] (geciteerd in het vonnis van 25 februari 2009 onder 2.5) ontslagen mocht achten van verdere inspanningen om de opgegeven (potentiële) leden te benaderen. Evenmin kan worden uitgesloten dat de Internetvakbond een groot aantal ervan inmiddels ook voor een lidmaatschap had benaderd en als lid had geregistreerd. In de hiervoor onder 2.2. geciteerde e-mail van 30 januari 2009 heeft de Internetvakbond zelf en nota bene aan het bestuur en het hoofdbestuur van de Unie geschreven dat zij inmiddels 5.200 leden had die gebruik hebben gemaakt van de Aktie. Anderzijds stelt zij zelf deze 5.200 personen niet te hebben geraadpleegd. Ook blijft in dat verband onverklaard waarom de Internetvakbond 243 van die potentiële leden wel heeft geraadpleegd hen aanschrijvend als leden, hoewel zij dat in haar visie niet waren. Verder moet worden geconstateerd dat de Internetvakbond VIA ervan onkundig heeft gehouden dat zij de 5.200 door haar zelf als leden bestempelde personen (wat zij ook aan VIA op 30 januari 2009 CC bekend had gemaakt) vervolgens niet heeft geraadpleegd. Desgevraagd naar het waarom heeft de heer [x], als voorzitter van de Internetvakbond het antwoord ter zitting schuldig moeten blijven.

5.4. Onder de hiervoor geschetste feiten en omstandigheden valt voorshands niet zonder meer uit te sluiten dat voormelde handelwijze van de Internetvakbond in de door VIA te entameren bodemprocedure als een toerekenbare tekortkoming dan wel als een onrechtmatige daad jegens VIA zal worden aangemerkt. Nu aangenomen moet worden dat VIA daarvan in die bodemprocedure het bewijs zal moeten leveren en de in beslag genomen gegevens daarbij van belang kunnen zijn c.q. het nodige licht op de zaak kunnen werpen, heeft VIA er - naar voorshands moet worden aangenomen - rechtmatig belang bij om (desgewenst bij een door haar in de bodemprocedure in te stellen incidentele vordering ex artikel 843a Rv.) inzage in die gegevens te verkrijgen. Voorshands is voldoende aannemelijk geworden dat die gegevens zien op een rechtsbetrekking waarbij VIA partij is (namelijk een eventuele wanprestatie en/of onrechtmatige daad).

5.5. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het recht van VIA op inzage van de in beslag genomen gegevens niet op voorhand als ondeugdelijk moet worden aangemerkt.

Dat betekent dat het beslag, vooruitlopend op het oordeel in de bodemprocedure, moet worden gehandhaafd. Een belangenafweging tussen de partijen leidt niet tot een ander oordeel. Het belang van VIA bij handhaving van het beslag om te voorkomen dat de in beslag genomen gegevens op enige wijze in het ongerede raken, wordt voorshands groter geacht dan het belang van de Internetvakbond bij opheffing van het beslag, temeer nu het beslag nog slechts uitsluitend rust op kopieën van gegevens en de originele gegevens en gegevensdragers van de Internetvakbond inmiddels aan haar zijn geretourneerd.

Aan het voorgaande doet niet af de omstandigheid dat het door de voorzieningenrechter verleende verlof tot beslaglegging beperkt is tot de onder 2.3. bedoelde gegevensdragers. Zowel uit praktisch oogpunt (ter voorkoming van een nieuw kort geding na een eventuele hernieuwde beslaglegging op andere, ruimere gronden door VIA) als in het kader van eerder genoemde belangenafweging acht de voorzieningenrechter het niet wenselijk om het beslag op formele gronden c.q. wegens overschrijding van genoemde beperking thans op te heffen.

5.6. Onder de hiervoor geschetste feiten en omstandigheden kan voorshands evenmin worden gezegd dat het beslag als misbruik van recht en daarom als onrechtmatig/vexatoir moet worden aangemerkt. Zoals hiervoor is overwogen zijn de gronden voor de beslaglegging voorshands niet (zonder meer) ondeugdelijk gebleken, terwijl de door de Internetvakbond aangevoerde onzorgvuldige en buitenproportionele wijze van beslaglegging uitdrukkelijk (onder verwijzing naar de als productie 6 door VIA overgelegde verklaring van de gerechtelijke bewaarder) door/namens VIA is betwist.

De Internetvakbond heeft tegenover die betwisting haar andersluidende stelling onvoldoende aannemelijk gemaakt. Voorshands kan daarom niet worden gezegd dat de Internetvakbond op onevenredig zware wijze door het onderhavige beslag in haar belangen wordt getroffen.

5.7. Gelet op het vorenstaande dienen de gevraagde voorzieningen onder 3.2. te worden geweigerd, nog daargelaten de vraag of de Internetvakbond daarbij wel een spoedeisend belang heeft.

Het onder 3.3. gevorderde voorschot is evenmin toewijsbaar. Nu voorshands niet zonder meer kan worden uitgegaan van de onrechtmatigheid van het gelegde beslag en dus ook niet kan worden gezegd dat de Internetvakbond door toedoen van VIA schade wegens verlies van imago (zoals de Internetvakbond stelt) heeft geleden, is er in het kader van dit kort geding - mede gelet op de voor toewijzing van een geldvordering in kort geding geldende criteria - geen aanleiding om een voorschot op schadevergoeding aan de Internetvakbond toe te kennen.

5.8. De Internetvakbond zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van VIA worden begroot op:

- vast recht EUR 262,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.078,00

6. De beoordeling in reconventie

6.1. De gevorderde voorziening strekt tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding is in de eerste plaats vereist dat het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn. Dat is hier niet het geval.

VIA baseert haar vordering op door haar geleden schade wegens imagoverlies en wegens kosten van het opstellen van de CAO waaraan de Internetvakbond zich op ondeugdelijke/oneigenlijke gronden heeft onttrokken. Of de Internetvakbond in dat verband wanprestatie jegens VIA heeft gepleegd en/of onrechtmatig jegens VIA heeft gehandeld, valt in het kader van dit kort geding echter niet met zekerheid vast te stellen.

De vordering is daarom niet toewijsbaar.

6.2. VIA zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Internetvakbond worden begroot op

EUR 408,-- wegens salaris advocaat.

7. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1. weigert de gevorderde voorzieningen,

7.2. veroordeelt de Internetvakbond in de proceskosten, aan de zijde van VIA tot op heden begroot op EUR 1.078,00,

in reconventie

7.3. weigert de gevorderde voorziening,

7.4. veroordeelt VIA in de proceskosten, aan de zijde van de Internetvakbond tot op heden begroot op EUR 408,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier E.J. Wouters op 16 maart 2009.