Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BH5379

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
18-02-2009
Datum publicatie
10-03-2009
Zaaknummer
179826
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering gegrond op toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een huurgarantieovereenkomst. Eisers vorderen nakoming.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 179826 / KG ZA 09-28

Vonnis in kort geding van 18 februari 2009

in de zaak van

[21 eisers]

eisers,

advocaat mr. J.D. van der Heijden te Hilversum,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VILLAGE OCÉLANDES NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Duiven,

gedaagde,

advocaat mr. P.M. Gunning te Arnhem.

Partijen zullen hierna eisers en Océlandes genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Océlandes.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Océlandes drijft een onderneming met als doel het verkrijgen, vervreemden, beheren en exploiteren van registergoederen.

2.2. Eisers zijn individueel eigenaar van één of meer vakantiewoning(en) gelegen in het park Village Océlandes te St. Julien en Born in Frankrijk.

2.3. Elk van eisers heeft als eigenaar met Océlandes als verhuurorganisatie, op verschillende tijdstippen, al dan niet gelijktijdig bij de aankoop van een vakantiewoning, een huurgarantieovereenkomst afgesloten.

2.4. Krachtens artikel 3 van de huurgarantieovereenkomst dienen eisers de hen in eigendom toebehorende woning jaarlijks gedurende een zekere periode ter beschikking te stellen aan Océlandes.

2.5. Ingevolgde artikel 4 van de overeenkomst heeft Océlandes zich jegens eisers individueel verplicht tot jaarlijkse gegarandeerde betaling van een zekere geldsom, te weten een niet geïndexeerde opbrengst uit verhuur door Océlandes aan derden (de huurgarantie).

2.6. Het percentage van deze huuropbrengst en de looptijd is voor iedere individuele eiser gelijk, namelijk 6% van het door de individuele eiser krachtens artikel 4.1 van de overeenkomst geïnvesteerde bedrag, met een looptijd van maximaal 5 jaar.

2.7. Krachtens artikel 4.4 van de overeenkomst dient de huuropbrengst ieder jaar in de maand oktober aan eisers te zijn voldaan.

2.8. In oktober 2007 heeft Océlandes aan eisers gemeld dat zij niet meer in staat was de volledige huurgarantie uit te betalen.

2.9. In 2007 heeft Océlandes deels aan haar verplichting tot uitkering van de huurgarantie voldaan door betaling van 40% van de jaarlijks verschuldigde huurgarantie aan iedere eiser. In 2008 is aan eisers slechts de daadwerkelijke huuropbrengst betaald. Het verschil tussen de daadwerkelijke huuropbrengst en het gegarandeerde bedrag is niet betaald.

3. Het geschil

3.1. Eisers hebben ter onderbouwing van hun vordering als productie 3 bij de dagvaarding de onderstaande specificatie van de totale vordering per eiser overgelegd:

“ SPECIFICATIE VORDERINGEN HUURGARANTIE en KOSTEN in 2007 en 2008

Eigenaar huisnummer 2007 2008

1. [eiser] [ ] € 5.023,85 € 2.757,04

2. [eiser] [ ] € 5.532,24 € 3.180,97

3. [eiser] [ ] € 4.775,97 € 2.763,90

4. [eiser] [ ] € 5.634,68 €

5. [eiser] [ ] € 6.145,52 € 4.791,30

6. [eiser] [ ] € 4.811,85 € 4.809, 08

7. [eiser] [ ] € 3.049,27

[ ] € 4.375,68

[ ] € 4.562,08

[ ] € 4.687,41

8. [eiser] [ ] € 5.304,11 € 4.029,38

9. [eiser] [ ] € 4.599,00 € 3.026,00

10. [eiser] [ ] € 4.949,91 € 4.824,00

11. [eiser] [[ ] € 5.251,83 €

12. [eiser] [ ] € 5.629,41 €

13. [eiser] [ ] € 5.650,00 € 600,00

14. [eiser] [ ] € 5.321,73 € 4.890,72

15. [eiser] [ ] € 5.374,81 € 4.298,00

16. [eiser] [ ] € 5.385,75 € 2.923,19

17. [eiser] [ ] € 5.782,14 € 4.126,65

18. [eiser] [ ] € 4.861,63 € 4.464,38

19. [eiser] [ ] € 4.563,15 € 2.783,85

20. [eiser] [ ] € 4.566,09 € 3.880,49

21. [eiser] [ ] € 5.259,09

Totaal € 104.422,76 € 74.823,39

Totaal generaal € 179.246,15

3.2. Eisers vorderen Océlandes bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om aan eisers individueel te voldoen:

1. (het equivalent in geld van) de resterende, verschuldigde 60% van de bedongen huuropbrengst krachtens overeenkomst over het jaar 2007, conform specificatie;

2. (het equivalent in geld van) de (nog resterende) verschuldigde huuropbrengst krachtens overeenkomst over het jaar 2008, conform specificatie;

3. het equivalent van de jaarlijkse eigenaars- en/of gebruikerslasten, conform specificatie;

4. de wettelijke rente berekend over de vorderingen onder 1 tot en met 3, te berekenen vanaf het moment dat deze ten aanzien van eisers individueel verschuldigd is geworden.

Voorts vorderen eisers Océlandes te veroordelen in de proceskosten.

3.3. Eisers leggen aan hun vordering toerenkenbare tekortkoming van Océlandes in de nakoming van de huurgarantieovereenkomst ten grondslag. Eisers vorderen, individueel en onafhankelijk van elkaar, nakoming van de huurgarantieovereenkomst door Océlandes over de jaren 2007 en 2008. Eisers stellen een spoedeisend belang te hebben onder meer omdat zij in de problemen komen met hun hypotheekverplichtingen nu zij van Océlandes de overeengekomen huurgarantie niet krijgen uitgekeerd.

3.4. Océlandes voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De voorzieningenrechter acht het aannemelijk dat eisers in verband met hun hypotheekverplichtingen een spoedeisend belang hebben bij het gevorderde.

4.2. De gevorderde voorziening strekt tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding is slechts dan plaats, als het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling bij afweging van de belangen van partijen - aan toewijzing niet in de weg staat.

4.3. Océlandes erkent dat zij de op haar rustende verplichting tot betaling van de overeengekomen huurgarantie jegens een aantal eisers niet of niet geheel is nagekomen vanwege liquiditeitsproblemen, op grond waarvan die eisers een geldvordering op haar hebben. Océlandes betwist het bestaan dan wel de omvang van de vordering van een aantal eisers. Océlandes stelt dat de specificatie van eisers niet klopt. Océlandes meent dat per individuele eiser precies vastgesteld moet worden hoe hoog zijn vordering precies is, zodat de vordering van eisers in zijn geheel niet kan worden toegewezen.

4.4. Océlandes heeft de vorderingen van eisers sub 2 t/m sub 4, eiser sub 7, eisers sub 11 t/m sub 15 en eiser sub 21 in het geheel niet bestreden, zodat het bestaan en de omvang van deze vorderingen in hoge mate aannemelijk zijn. Deze vorderingen zijn dan ook voor toewijzing gereed indien geen sprake is van een restitutierisico aan de zijde van deze eisers.

4.5. Océlandes heeft het bestaan van de vorderingen van eiser sub 1, eisers sub 8 t/m 10 en eiser sub 18 betwist met verwijzing naar artikel 4.5 van de huurgarantieovereenkomst, waarin is bepaald dat de huurgarantie alleen geldt indien bij de oplevering van de woning 100% van de totale koopsom is betaald. Océlandes stelt dat deze eisers geen aanspraak kunnen maken op uitbetaling van de huurgarantie omdat zij de koopsom nog niet volledig hebben betaald. Wat daarvan ook zij, Océlandes heeft ter zitting zelf aangegeven dat ook deze eisers in de voorgaande jaren de huurgarantie uitbetaald hebben gekregen. Daarmee heeft Océlandes impliciet erkend dat ook zij recht hebben op de huurgarantie en dat dus Océlandes ook aan hen de huurgarantie is verschuldigd, ondanks het feit dat deze eisers de koopsom nog niet volledig hebben betaald. De voorzieningenrechter is van oordeel dat met voldoende mate van zekerheid is te verwachten dat de bodemrechter met verwerping van het gevoerde verweer deze vorderingen zal toewijzen, zodat zij in de onderhavige procedure kunnen worden toegewezen, mits er geen sprake is van een restitutierisico aan de zijde van deze eisers.

4.6. Océlandes heeft voorts onbetwist gesteld dat eisers sub 17 en sub 19 gedurende de garantieperiode twee weken zelf gebruik hebben gemaakt van hun eigen woning, waarvoor zij de normale huurprijs van € 1.950,00 verschuldigd zijn aan Océlandes, welk bedrag op het garantiebedrag in mindering dient te worden gebracht. Nu eisers dat niet hebben bestreden, zal de voorzieningenrechter daarvan uitgaan en de vorderingen van deze eisers verminderen met een bedrag van € 1.950,00. Het door Océlandes niet betwiste deel van de vorderingen van deze eisers staan dan ook in hoge mate van aannemelijkheid vast, zodat dat deel van de vorderingen kunnen worden toegewezen, mits er geen sprake is van een restitutierisico aan de zijde van deze eisers.

4.7. Océlandes heeft tot slot de omvang van de vorderingen van eiser sub 5, eiser sub 6, eiser sub 10, eiser sub 16 en eiser sub 20 betwist. Zij stelt dat de vorderingen van deze eisers in de specificatie niet overeenkomen met de vorderingen van deze eisers volgens haar eigen administratie. Océlandes stelt dat uit haar administratie blijkt dat de vorderingen van deze eisers, over 2007 en 2008 tezamen, respectievelijk zijn € 3.610,00, € 3.000,00, € 3.000,00,

€ 3.800,00 en € 3.450,00. Hieruit volgt in ieder geval dat Océlandes de vorderingen van deze eisers tot die bedragen erkent, zodat de vorderingen in zoverre in hoge mate aannemelijk zijn. Derhalve kunnen deze vorderingen tot die bedragen worden toegewezen indien er geen sprake is van een restitutierisico aan de zijde van deze eisers.

4.8. Nu gesteld noch gebleken is van het bestaan van enige restitutierisico aan de zijde van eisers zal de hierboven genoemde (delen van de) geldvorderingen worden toegewezen als na te melden. Dat bij toewijzing van deze vorderingen mogelijk een faillissement van Océlandes dreigt, kan niet aan toewijzing van de vorderingen in de weg staan.

4.9. De gevorderde rente over de hoofdsom kan slechts worden toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding, omdat het enkele verschuldigd worden van de vordering geen aanspraak op wettelijke rente geeft.

4.10. Océlandes zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij zal het vast recht waarin Océlandes zal worden veroordeeld worden gerelateerd aan de hoogte van het toe te wijzen bedrag, zodat het meerdere

(€ 825,00) voor rekening van eisers dient te blijven. De kosten aan de zijde van eisers worden begroot op:

- dagvaarding € 92,98

- vast recht € 3.120,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal € 4.028,98

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt Océlandes om aan eiser sub 1, [ ], te betalen een bedrag van € 7.780,89, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 23 januari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt Océlandes om aan eiser sub 2, [ ], te betalen een bedrag van € 8.713,21, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 23 januari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.3. veroordeelt Océlandes om aan eiser sub 3, [ ], te betalen een bedrag van € 7.539,87, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 23 januari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.4. veroordeelt Océlandes om aan eiser sub 4, [ ], te betalen een bedrag van € 5.634,68, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 23 januari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.5. veroordeelt Océlandes om aan eiser sub 5, [ ], te betalen een bedrag van € 3.610,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 23 januari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.6. veroordeelt Océlandes om aan eiser sub 6, [ ], te betalen een bedrag van € 3.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 23 januari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.7. veroordeelt Océlandes om aan eiser sub 7, [ ], te betalen een bedrag van € 16.674,44, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 23 januari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.8. veroordeelt Océlandes om aan eiser sub 8, [ ], te betalen een bedrag van € 9.333,49, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 23 januari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.9. veroordeelt Océlandes om aan eiser sub 9, [ ], te betalen een bedrag van € 7.625,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 23 januari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.10. veroordeelt Océlandes om aan eiser sub 10, [ ], te betalen een bedrag van € 3.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 23 januari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.11. veroordeelt Océlandes om aan eiser sub 11, [ ], te betalen een bedrag van € 8.446,58, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 23 januari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.12. veroordeelt Océlandes om aan eiser sub 12, [ ], te betalen een bedrag van € 5.251,83, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 23 januari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.13. veroordeelt Océlandes om aan eiser sub 13, [ ], te betalen een bedrag van € 5.629,41, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 23 januari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.14. veroordeelt Océlandes om aan eiser sub 14, [ ], te betalen een bedrag van € 5.259,09, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 23 januari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.15. veroordeelt Océlandes om aan eiser sub 15, [ ], te betalen een bedrag van € 6.250,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 23 januari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.16. veroordeelt Océlandes om aan eiser sub 16, [ ], te betalen een bedrag van € 3.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 23 januari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.17. veroordeelt Océlandes om aan eiser sub 17, Joannes Petrus Maria Remmerswaal en Margaretha Maria Radernaker, te betalen een bedrag van € 7.722,81, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 23 januari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.18. veroordeelt Océlandes om aan eiser sub 18, [ ], te betalen een bedrag van € 8.308,94, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 23 januari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.19. veroordeelt Océlandes om aan eiser sub 19, [ ], te betalen een bedrag van € 7.376,01, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 23 januari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.20. veroordeelt Océlandes om aan eiser sub 20, [ ], te betalen een bedrag van € 3.450,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 23 januari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.21. veroordeelt Océlandes om aan eiser sub 21, [ ], te betalen een bedrag van € 7.347,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 23 januari 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.22. veroordeelt Océlandes in de proceskosten, aan de zijde van eisers tot op heden begroot op € 4.028,98,

5.23. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.24. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. H. Siragedik op 18 februari 2009.