Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BH3681

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
23-02-2009
Datum publicatie
23-02-2009
Zaaknummer
05/801331-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De militaire kamer spreekt een militair vrij van de tenlastegelegde overtreding van een dienstvoorschrift (art. 137 Wetboek van Militairstrafrecht).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Militaire Kamer

Parketnummer : 05/801331-07

Datum zittingen : 20 oktober 2008, 17 november 2008 en 09 februari 2009

Datum uitspraak : 23 februari 2009

TEGENSPRAAK

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [adres],

rang/rnr. : [rang], [nummer],

Raadsman : mr. M.P.K Ruperti, advocaat te Amersfoort.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat

hij als militair, op of omstreeks 30 juli 2007, te of nabij Kandahar, in elk geval in Afghanistan, in ernstige mate nalatig het dienstvoorschrift Handboek KL-militair (VS 2-1352), waarin in hoofdstuk 29 onder punt 3 (Veiligheidsregels) (onder andere) is voorgeschreven dat:

- Bij het ter hand nemen van het wapen de gebruiker eerst de veiligheidsmaatregelen moet nemen en/of

- Wanneer de gebruiker niet overtuigd is van de toestand waarin zijn wapen verkeert (geladen, half geladen of ontladen) hij de veiligheidsmaatregelen moet nemen en/of

- Een geladen wapen altijd in een veilige richting moet wijzen en/of waarin in hoofdstuk 29 onder punt 4 (De Veiligheidsmaatregelen) (onder andere) is voorgeschreven dat het wapen in een veilige richting dient te worden gehouden en/of

- De patroonhouder uit het wapen genomen dient te worden en gecontroleerd dient te worden of zich hierin munitie bevindt en/of

- De slede naar achteren getrokken en vastgehouden dient te worden en/of

- De kamer en de voorzijde van de afsluiter op aanwezigheid van munitie gecontroleerd dient te worden en eventuele aanwezige munitie verwijderd dient te worden en/of (vervolgens)

- De slede onder geleide naar voren gelaten dient te worden en de trekker overgehaald dient te worden,

niet heeft opgevolgd, hierin bestaande dat hij toen aldaar in een kamer/ruimte tijdens/na het plegen van wapenonderhoud en/of bij het controleren van de werking van een pistool (Glock 17) en/of bij het ter hand nemen van dat pistool niet de veiligheidsmaatregelen heeft genomen, althans niet alle veiligheidsmaatregelen heeft genomen en/of zich niet of onvoldoende heeft overtuigd van de toestand waarin zijn wapen verkeerde en/of dat wapen niet in een veilige richting heeft gehouden en/of de patroonhouder heeft geplaatst en/althans de patroonhouder niet uit het wapen heeft genomen en/of niet heeft gecontroleerd of er zich munitie in de patroonhouder bevond en/of (na het naar achteren trekken van de slede van het pistool) de kamer en de voorzijde van de afsluiter van dat wapen niet, althans onvoldoende, heeft gecontroleerd op de aanwezigheid van munitie en/of aanwezige munitie niet heeft verwijderd en/of (vervolgens) de slede van het pistool naar voren heeft laten gaan en/of de trekker heeft overgehaald, althans heeft beroerd, waarbij/waardoor een schot met dat wapen is gelost, terwijl daarvan/daardoor levensgevaar, althans gemeen gevaar, voor een ander te weten de zich (op kleine afstand) in dezelfde kamer/ruimte bevindende M. [naam], en/of gemeen gevaar voor goederen, te weten de zich in die kamer/ruimte bevindende goederen, is ontstaan.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 09 februari 2009 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. M.P.K Ruperti, advocaat te Amersfoort.

De officier van justitie heeft geƫist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden vrijgesproken.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. Motivering van de beslissing

De militaire kamer stelt vast dat het Handboek KL-militair is vastgesteld door Commandant van het opleidings- en trainingscommando van het Commando Landstrijdkrachten (CLAS). Deze is blijkens artikel 4 van de Uitvoeringsregeling militair straf- en tuchtrecht 2000 bevoegd tot het geven van dienstvoorschriften voorzover het dienstvoorschriften betreft die CLAS-breed moeten worden gehanteerd. Deze bevoegdheid strekt zich dus niet uit ten aanzien van door de Koninklijke Marechaussee te hanteren dienstvoorschriften. Ook overigens is niet door een daartoe bij of krachtens het Rijksbesluit uitvoeringsbepalingen militair straf- en tuchtrecht bevoegde autoriteit vastgesteld dat het Handboek KL-militair gelding heeft ten aanzien van militairen die deel uitmaken van de Koninklijke Marechaussee.

De militaire kamer is daarom van oordeel dat voor verdachte, die ten tijde van het ten laste gelegde feit deel uitmaakte van de Koninklijke Marechausee, het Handboek KL-militair niet als dienstvoorschrift in de zin van het Wetboek Militair Strafrecht (zoals omschreven in artikel 135 van die wet) gold. Er is daarom geen sprake is van het in ernstige mate nalatig niet opvolgen van een dienstvoorschrift met de titel Handboek KL-militair.

De militaire kamer acht dan ook niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte is tenlastegelegd en zal verdachte daarvan vrijspreken.

4. De beslissing

De militaire kamer, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit.

Aldus gewezen door:

mr. T.P.E.E. van Groeningen, rechter als voorzitter,

mr. A.G. Broek- de Stigter, rechter,

mr. B.F.M. Klappe, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. L.E. Huberts en S.P. Visser, griffiers,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 februari 2009.