Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BH0861

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
21-01-2009
Datum publicatie
26-01-2009
Zaaknummer
169502
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nannies vordertn na wijziging van eis, een verklaring voor recht dat gedaagde jegens Nannies onrechtmatig heeft gehandeld. Aan deze vordering legt Nannies ten grondslag dat:

(i) gedaagde in strijd met haar bevoegdheid op naam van Mens & Werk Beheer B.V. een tijdelijke bouwvergunning heeft aangevraagd en daardoor onrechtmatig jegens Nannies heeft gehandeld;

(ii) gedaagde, zonder belanghebbende te zijn, een bezwaarschrift heeft ingediend tegen de aan Nannies verleende tijdelijke bouwvergunning en daarmee onrechtmatig jegens Nannies heeft gehandeld en

(iii) gedaagde door (i) en (ii) schade heeft berokkend aan Nannies.

De vordering van Nannies zal dan ook worden afgewezen, nu niet is gebleken van een causaal verband tussen de schade en het door gedaagde gemaakte bezwaar. Daarbij acht de rechtbank voorts nog relevant dat Nannies bezwaar heeft gemaakt tegen de aan Mens & Werk Beheer B.V. verstrekte bouwvergunning, zodat ook Nannies geacht kan worden een aandeel te hebben gehad in de vertraging, nu het de rechtbank niet duidelijk is geworden waarom niet op basis van de aan Mens & Werk Beheer B.V. verleende (definitieve) vergunning met de tijdelijke bouw van start kon worden gegaan.

De vordering van Nannies zal dan ook worden afgewezen. De overige verweren van gedaagde behoeven om deze reden geen bespreking meer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 169502 / HA ZA 08-701

Vonnis van 21 januari 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NANNIES BEHEER B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

eiseres in conventie in de hoofdzaak,

verweerster in reconventie in de hoofdzaak,

advocaat mr. C.W. Reintjes,

tegen

[gedaagde],

wonende te Nijmegen,

gedaagde in conventie in de hoofdzaak,

eiseres in reconventie in de hoofdzaak,

advocaat mr. E.C.N. Amory.

Partijen zullen hierna Nannies en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis in incident van 1 oktober 2008

- de conclusie van antwoord in reconventie

- de brief met bijlage van mr. Amory van 19 november 2008

- het proces-verbaal van comparitie van partijen van 1 december 2008

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten

2.1. [gedaagde] heeft op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden verricht voor Nannies, in de periode van 4 januari 1999 tot 18 maart 2008. Daarnaast is [gedaagde], samen met haar broer [betrokkene], tot op heden aandeelhouder van Mens & Werk Beheer B.V. Zij houden beiden 50% van de aandelen. Jola en [betrokkene] waren gezamenlijk bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen. De Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij beschikking van 19 november 2008 zowel Jola als [betrokkene] met onmiddellijke ingang geschorst als bestuurder.

2.2. [betrokkene] houdt voorts (indirect) alle aandelen in Nannies. Nannies houdt zich, kort gezegd, bezig met het bieden van kinderopvang.

2.3. Mens & Werk Beheer B.V. heeft op 12 april 2007 een perceel grond gekocht, met als doel daarop een kinderdagverblijf te laten bouwen. Tussen Rutger en [gedaagde] heeft discussie bestaan over de vraag of dit perceel grond door Mens & Werk Beheer B.V. aan Nannies kon worden doorverkocht. [gedaagde] wilde dat niet. De discussie is beslecht in een overeenkomst tussen Jola en [betrokkene], mede in hun hoedanigheid van bestuurders van Mens & Werk Beheer B.V., van 12 april 2007. Het perceel grond is thans in eigendom van Mens & Werk Beheer B.V.

2.4. Omdat het geruime tijd duurt voordat deze nieuwbouw klaar is, wil Nannies op een nabij gelegen perceel grond van ABC Vastgoed een tijdelijk onderkomen voor het kinderdagverblijf bouwen. Voor de bouw van het tijdelijke kinderdagverblijf is opdracht gegeven aan architect S. Joosten. Deze architect schrijft in zijn brief over de raming van het architectenhonorarium van 11 september 2007 aan Mens & Werk Beheer onder meer dat een (nieuwe) bouwvergunning zal worden aangevraagd. Deze opdrachtbevestiging is voor akkoord getekend door [betrokkene] op 12 september 2007.

2.5. In een brief van de architect van 25 september 2007 aan Mens & Werk Beheer B.V., en gericht aan zowel Rutger als [gedaagde], staat vermeld:

‘in alle gevallen / werkzaamheden is de opdrachtgever / aanvrager: Mens en Werk Beheer B.V.’.

2.6. In een e-mail aan de architect van 26 september 2007, schrijft [betrokkene] :

‘Dank je voor de wederom snelle reactie. Ik stel je zorgvuldige aanpak heel erg op prijs. Naast de afspraken, die juist zijn weergegeven, hebben we bovendien nog afgesproken dat er geen derden bij het verhaal betrokken worden zonder mijn uitdrukkelijke toestemming zolang er nog geen bouwteam is en de daarbij behorende werkafspraken nog niet zijn gemaakt. Graag ontvang ik nog een kopie van de tot nu toe gevoerde correspondentie alsook van de bouwaanvraag zoals die onlangs nog is ingediend bij de gemeente Nijmegen (…)’.

2.7. In een e-mail van 15 oktober 2007 schrijft [betrokkene] aan de architect onder meer:

‘Voor de verdere werkzaamheden ten aanzien van de tijdelijke voorziening op het terrein van het CWZ mag er vooralsnog niet van uitgegaan worden dat Mens en Werk Beheer b.v. de opdrachtgever zal zijn.’

2.8. [gedaagde] heeft op 12 september 2007 een aanvraag voor een bouwvergunning ondertekend op naam van Mens & Werk Beheer B.V. Deze aanvraag is, zo blijkt uit het stempel daarop van de gemeente, op 27 september 2007 door de gemeente ontvangen. Nannies heeft voor dezelfde bouw daarna ook een tijdelijke bouwvergunning aangevraagd. Beide tijdelijke bouwvergunningen zijn verleend. Op 21 december 2007 is de vergunning aan Mens & Werk Beheer B.V. verleend en op 3 maart 2008 die aan Nannies.

2.9. Tegen de aan Mens & Werk Beheer B.V. verleende vergunning heeft Nannies bezwaar gemaakt. Tegen de aan Nannies verleende vergunning heeft [gedaagde], op eigen naam en op naam van Mens & Werk Beheer B.V., bezwaar gemaakt. De voorzieningenrechter van deze rechtbank heeft op vordering van [betrokkene] op 16 april 2008 geoordeeld dat [gedaagde] daarmee naar zijn voorlopig oordeel de vennootschap onbevoegd heeft vertegenwoordigd. Het namens Mens & Werk Beheer B.V. ingediende bezwaar is ingetrokken. [gedaagde] heeft het op eigen naam ingediende bezwaar gehandhaafd. Het bezwaar van Nannies is ongegrond verklaard en op het bezwaar van [gedaagde] is nog niet beslist. Volgens Nannies leidt het handhaven van het bezwaar door [gedaagde] ertoe dat niet met de tijdelijke bouw van het kinderdagverblijf kan worden gestart en lijdt Nannies daardoor schade. ABC Vastgoed heeft aan de raadsman van [gedaagde] daarover bij e-mail van 27 november 2007 onder meer het volgende geschreven:

‘In dat gesprek [van 8 oktober 2007, rb] heeft [betrokkene] gemeld dat ABC er niet zonder meer van uit kon gaan dat Mens en werk in beheer B.V. de contractspartij zou zijn. [gedaagde] heeft dit ter plekke tegengesproken. Wij hebben ons van deze interne discussie gedistantieerd en gemeld dat wij hier uiteindelijk wel duidelijkheid over verlangen, liefst in aanwezigheid van een onafhankelijke derde; een notaris. Sindsdien is onze opstelling met betrekking tot de eventuele contractspartij meerdere malen gecommuniceerd. (…) Dit komt erop neer dat voor ABC tot op heden zowel [betrokkene en gedaagde] gezamenlijk onze gesprekspartner zijn. Bovendien kan alleen de partij die rechtsgeldig de bouwvergunning verleend krijgt optreden als onze contractspartij. (…) Uiteindelijk hebben wij op 8/11/2007 met instemming en medeweten van [gedaagde] op ons kantoor in Arnhem met [betrokkene] overeenstemming bereikt over de huursom en de specificatie van de relevante uitgangspunten. Zoals reeds aangegeven is het voor ons nu wachten op (a) het verstrekken van duidelijkheid in aanwezigheid van een notaris en (b) de afgifte van de bouwvergunning alvorens er volgende stappen gezet kunnen worden. (…)’

3. Het geschil

in conventie

3.1. Nannies vordert, na wijziging van eis, een verklaring voor recht dat [gedaagde] jegens Nannies onrechtmatig heeft gehandeld, danwel dat het handelen van [gedaagde] in deze jegens Nannies als onrechtmatig is te beoordelen. Verder vordert Nannies [gedaagde] te veroordelen om aan Nannies te voldoen de door Nannies door het handelen van [gedaagde] geleden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure, die van de gelegde beslagen daaronder begrepen.

3.2. Aan deze vordering legt Nannies ten grondslag dat:

(i) [gedaagde] in strijd met haar bevoegdheid op naam van Mens & Werk Beheer B.V. een tijdelijke bouwvergunning heeft aangevraagd en daardoor onrechtmatig jegens Nannies heeft gehandeld;

(ii) [gedaagde], zonder belanghebbende te zijn, een bezwaarschrift heeft ingediend tegen de aan Nannies verleende tijdelijke bouwvergunning en daarmee onrechtmatig jegens Nannies heeft gehandeld en

(iii) [gedaagde] door (i) en (ii) schade heeft berokkend aan Nannies.

3.3. [gedaagde] voert verweer, op welk verweer hierna, voor zover relevant, zal worden ingegaan.

in reconventie

3.4 In reconventie vordert [gedaagde] om Nannies te veroordelen in de door [gedaagde] geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. [gedaagde] stelt daartoe dat [betrokkene] in de nakoming van de overeenkomst van 12 april 2007 tekort is gekomen. Zij stelt dat Nannies door [betrokkene] wordt gebruikt als instrument bij die tekortkoming, zodat Nannies jegens haar onrechtmatig handelt. [gedaagde] stelt dientengevolge schade te lijden, nu zij als aandeelhouder van Mens & Werk Beheer B.V. inkomsten derft. Zij stelt dat sprake is van tegenstrijdige belangen, waardoor haar schade als individuele aandeelhouder toch voor vergoeding in aanmerking komt. Voorts stelt zij rechtstreeks schade te hebben geleden door schending van een op haar betrekking hebbende persoonlijke, specifieke zorgvuldigheidsnorm door Nannies.

3.4 Nannies voert verweer, op welk verweer hierna zonodig zal worden ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

Aanvraag tijdelijke bouwvergunning

4.1. [gedaagde] voert aan dat zij met (de bestuurder van) Nannies had afgesproken dat de tijdelijke bouwvergunning op naam van Mens & Werk Beheer B.V. zou worden aangevraagd. Zij heeft haar standpunt onderbouwd door te wijzen op het feit dat de opdrachtbevestiging van de architect S. Joosten van 11 september 2007, in verband met de tijdelijke bouw, aan Mens & Werk Beheer B.V. is gericht en dat daarin staat dat een bouwvergunning zal worden aangevraagd. Deze opdrachtbevestiging is voor akkoord getekend door [betrokkene] op 12 september 2007.

4.2. Nannies heeft betwist dat met [gedaagde] was afgesproken dat de tijdelijke vergunning op naam van Mens & Werk Beheer B.V. zou worden aangevraagd, maar is daarbij niet ingegaan op de onder 4.1. vermelde correspondentie en heeft ook geen stukken overgelegd waaruit de door Nannies gestelde afspraak dat de tijdelijke vergunning op naam van Nannies zou worden aangevraagd, blijkt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Nannies haar stelling ten aanzien van de afspraak dat de tijdelijke bouwvergunning op naam van Nannies diende te worden aangevraagd dan ook, gezien de gemotiveerde betwisting daarvan door [gedaagde], onvoldoende geconcretiseerd en zal deze worden afgewezen. Daarbij acht de rechtbank van belang dat uit de adressering van de brief van de architect van 11 september 2007, geaccordeerd door [betrokkene], blijkt dat Mens & Werk Beheer B.V. de opdrachtgever/aanvrager is en dat de aanvraag van de vergunning vóór de e-mail van [betrokkene] van 15 oktober 2007 heeft plaatsgevonden.

4.3. Nannies heeft nog gesteld, dat Mens & Werk Beheer B.V. als doelomschrijving niet de exploitatie van een kinderdagverblijf heeft en zich bezig houdt met beheerstaken. Uit deze omstandigheid en de door Nannies nog naar voren gebrachte – betwiste – omstandigheid dat de Nannies organisatie het kinderdagverblijf zou exploiteren volgt naar het oordeel van de rechtbank niet dat met [gedaagde] afgesproken was dat Nannies (ook) de bouwvergunning zou aanvragen. Eén en ander brengt immers niet zonder meer met zich dat de door [gedaagde] aangevoerde afspraak niet gemaakt zou zijn.

4.3. Uit het voorgaande volgt dat de vordering van Nannies voor zover deze gebaseerd is op het ten onrechte aanvragen van de bouwvergunning op naam van Mens & Werk Beheer B.V. zal worden afgewezen. De overige door [gedaagde] ter zake aangevoerde verweren kunnen dan ook onbesproken blijven.

Bezwaar tegen tijdelijke bouwvergunning Nannies

4.4. [gedaagde] heeft tegen de vordering ten aanzien het door haar indiende bezwaar tegen de aan Nannies verleende tijdelijke bouwvergunning aangevoerd dat zij gerechtigd was om bezwaar te maken en dat zij aanmerkelijk belang had daarbij. Zij heeft daarbij aangevoerd dat haar belang is gelegen in de schade die zij als aandeelhouder lijdt door de bouw en exploitatie van het kinderdagverblijf niet voor rekening van Mens & Werk Beheer B.V., maar voor rekening van Nannies te laten plaatsvinden. Daarbij heeft Nannies een specifieke zorgvuldigheidsnorm jegens haar geschonden volgens [gedaagde]. Zij vordert vergoeding van deze schade in reconventie. Voorts heeft [gedaagde] aangevoerd dat een causaal verband tussen de door Nannies gestelde schade en het bewuste bezwaar ontbreekt.

4.5. Tussen partijen staat vast dat op het bezwaar van [gedaagde] nog niet is beslist door de gemeente. Nog afgezien van de vraag of [gedaagde] in bestuursrechtelijke zin als belanghebbende is aan te merken – welk oordeel aan de bestuursrechter is voorbehouden – dan wel of zij in civielrechtelijke zin een rechtens te respecteren belang heeft bij het door haar gemaakte bezwaar, is de rechtbank van oordeel dat tussen de door Nannies gestelde schade en het door [gedaagde] ingediende bezwaar geen causaal verband bestaat.

4.6. [gedaagde] heeft aangevoerd dat de door Nannies gestelde schade niet door het bewuste bezwaar wordt veroorzaakt, maar door het feit dat ABC Vastgoed (‘ABC’), de eigenaar van de grond waarop de tijdelijk bouw plaats zou moeten vinden, geen toestemming geeft voor de tijdelijke bouw. ABC verleent deze toestemming volgens [gedaagde] niet zo lang voor ABC niet duidelijk is wie als contractspartij van ABC heeft te gelden en zo lang voor ABC niet duidelijk is wie rechtsgeldig een bouwvergunning verkrijgt. [gedaagde] wijst daarbij op de e-mail van ABC aan haar raadsman van 27 november 2007, waar dit uit volgt.

4.7. Nannies heeft niet betwist dat ABC pas aan een tijdelijke bouw zou willen meewerken als sprake is van één rechtsgeldige bouwvergunning. Evenmin heeft Nannies betwist dat ABC voorts nog duidelijkheid verlangt over de hoedanigheid van haar contractspartij. Nannies stelt wel dat ABC in zou kunnen stemmen met de bouw van een tijdelijk onderkomen in opdracht van Nannies. Dat doet evenwel niet af aan het standpunt van [gedaagde], zoals dat ook volgt uit de overgelegde e-mail van 27 november 2007, dat ABC duidelijkheid wil hebben over aan wie de bouwvergunning wordt verstrekt en wie haar contractspartij wordt.

4.8. De vordering van Nannies zal dan ook worden afgewezen, nu niet is gebleken van een causaal verband tussen de schade en het door [gedaagde] gemaakte bezwaar. Daarbij acht de rechtbank voorts nog relevant dat Nannies bezwaar heeft gemaakt tegen de aan Mens & Werk Beheer B.V. verstrekte bouwvergunning, zodat ook Nannies geacht kan worden een aandeel te hebben gehad in de vertraging, nu het de rechtbank niet duidelijk is geworden waarom niet op basis van de aan Mens & Werk Beheer B.V. verleende (definitieve) vergunning met de tijdelijke bouw van start kon worden gegaan.

De vordering van Nannies zal dan ook worden afgewezen. De overige verweren van [gedaagde] behoeven om deze reden geen bespreking meer.

4.9. Nannies heeft bij conclusie van antwoord in reconventie aangekondigd dat zij bij gelegenheid van de comparitie van partijen haar eis zal wijzigen c.q. aanvullen met een vordering tot opheffing van de door of namens [gedaagde] gelegde conservatoire derdenbeslagen. Deze eiswijziging in conventie is echter niet geformaliseerd overeenkomsitig art. 130 Rv., zodat de rechtbank hier niet op kan beslissen.

in reconventie

4.10. [gedaagde] heeft haar vordering jegens Nannies gegrond op een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst van 12 april 2007. Zij heeft evenwel niet gesteld waar deze tekortkoming uit bestaat. Het is de rechtbank dan ook niet duidelijk welke gedraging van [betrokkene] aan Nannies dient te worden toegerekend en als onrechtmatige daad dient te worden aangemerkt. De vordering van [gedaagde] is dan ook onvoldoende geconcretiseerd, zodat deze zal worden afgewezen.

in conventie en in reconventie

4.11. Gelet op de familierechtelijke betrekkingen tussen partijen zullen de proceskosten, waaronder de proceskosten in het incident, tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat elk van partijen de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

wijst het gevorderde af;

in reconventie

wijs het gevorderde af;

in conventie en in reconventie

compenseert de kosten, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Bokx-Boom en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2009.