Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BH0273

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
14-01-2009
Datum publicatie
20-01-2009
Zaaknummer
124175
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eisers in conventie maken bezwaar tegen het rapport van de deskundige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 124175 / HA ZA 05-379

Vonnis in hoofdzaak van 14 januari 2009

in de zaak van

1. [eis.1conv./ged.1reconv.],

wonende te [woonplaats],

2. [eis.2conv./ged.2reconv.],

wonende te [woonplaats],

3. [eis.3conv./ged.3reconv.],

wonende te [woonplaats],

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. J.F.E. van Halder,

tegen

1. [ged.1conv./eis.1reconv.],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. J.W. Kobossen,

2. de rechtspersoon naar publiek recht

GEMEENTE LINGEWAARD,

zetelende te Bemmel, gemeente Lingewaard,

gedaagde in conventie,

advocaat mr. P.J.M. van Wersch.

Partijen zullen hierna [eis.conv./gedn.reconv.], [ged.1conv./eis.1reconv.] en de Gemeente genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 19 september 2007

- de deskundigenberichten

- de conclusie na deskundigenbericht van [eis.conv./gedn.reconv.]

- de antwoordconclusie na deskundigenbericht van de Gemeente

- de antwoordconclusie na deskundigenbericht van [ged.1conv./eis.1reconv.].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

in conventie

Aantasting woongenot

2.1. De rechtbank heeft in haar tussenvonnis van 19 september 2007 ir. [deskundige] benoemd tot deskundige en hem de volgende vragen voorgelegd:

1. Wat is de huurwaarde van de woning aan de [adres] in de periode vanaf 1994 tot 4 juni 2003, uitgaande van gebruik van het perceel [adres] in overeenstemming met het planologische regime (“Agrarisch gebied”)? Wilt u de huurwaarde voor ieder jaar per maand aangeven en de bedragen bij elkaar optellen?

2. Wat is de huurwaarde van de woning aan de [adres] in de periode vanaf 1994 tot 4 juni 2003, uitgaande van gebruik van het perceel [adres], zoals dat is vastgesteld door de rechtbank in haar vonnis van 9 augustus 2006 en zoals dat blijkt uit de door [eis.conv./gedn.reconv.] gemaakte video’s? Wilt u de huurwaarde voor ieder jaar per maand aangeven en de bedragen bij elkaar optellen?

3. Wat is het verschil tussen de onder 1) en 2) gevonden bedragen? Is dit de schade die [eis.conv./gedn.reconv.] hebben geleden tengevolge van gederfd woongenot? Zo nee, welk bedrag wordt dan wel door die schade gevormd en hoe berekent u die schade?

4. Welke andere feiten of omstandigheden, gebleken uit het onderzoek, kunnen van belang zijn voor een goed begrip van de zaak?

2.2. Uit het deskundigenbericht van [deskundige] van 22 juli 2008 worden de volgende passages geciteerd:

“3. Vraag 1

(…)

3.2.5. Bestemming van de omgeving van de woning van [eis.2+3conv./gedn.2+3reconv.].

Voor de waardebepaling is de (mogelijke) bebouwing en het (mogelijke) gebruik van de omgeving van belang. De directe omgeving is bestemd tot landbouwgebied A, soms zelfs met nadere aanduiding voor intensieve veehouderij, wonen en horecavestigingen (WH) en Bedrijven (subbestemming nutsbestemming). Dit is op het bijvoegde detail van de plankaart zichtbaar (…).

Deze gronden zijn bestemd voor land- en tuinbouw met dien verstande dat er op deze gronden uitsluitend gebouwen en andere bouwwerken toelaatbaar zijn, welke nodig zijn voor een agrarisch bedrijf. Uit de arcering wordt duidelijk dat het perceel is gelegen in de "glastuinbouwzone" aan de straat gedeeltelijk een strook geen gebouwen worden toegestaan.

In de begripsbepalingen (artikel 1 lid 9) van het bestemmingsplan wordt aangegeven dat een agrarisch bedrijf een exploitatie-eenheid van gronden en gebouwen, staand glas inbegrepen, betreft, die kennelijk is bestemd en ingericht tot bedrijfsmatige uitoefening van land- en tuinbouw en/of intensieve veehouderij, een en ander met uitzondering van een exploitatie-eenheid die kennelijk is bestemd en ingericht als semi-agrarisch bedrijf van agrarisch belang. Hiermee wordt gedoeld op inrichtingen ter bevordering van de technische vooruitgang in agrarische bedrijven (proef- of testbedrijf, controle of k.i. stations, inrichting voor onderwijs, onderzoek of voorlichting e.d.).

Op een agrarisch bouwperceel mogen alle gebouwen en andere bouwwerken worden gebouwd die voor de agrarische bedrijfsvoering nodig zijn, met dien verstande dat:

- per bouwperceel slechts bebouwing toelaatbaar is ten dienste van één agrarisch bedrijf; bouwhoogte van niet voor bewoning bestemde bedrijfsgebouwen mag ten hoogste 10 meter bedragen;

- per bouwperceel slechts één bedrijfswoning - maximaal inhoud 750 m3, maximale goothoogte 6 meter - met daarbij behorende bijgebouwen - maximale oppervlakte 120 m2 - zoals autoboxen, bergplaatsen en hobbykassen toelaatbaar is;

- gebouwen ten behoeve van niet-grondgebonden landbouw zijn, indien de totale oppervlakte van deze gebouwen meer dan 500 m2 bedraagt;

- opstallen van staand glas zijn op het gehele bouwperceel mogelijk.

(…)

3.3 Huurwaardebepaling

3.3.1. Onderzoek: van verkoopwaarde naar huurwaarde.

Bij de behandeling van de vraag van de Rechtbank met als doel te komen tot een huurwaarde waardering vastgesteld per maand en per jaar opgeteld is door deskundige allereerst uitgegaan van de vrije verkoopwaarde van de woning van [eis.2+3conv./gedn.2+3reconv.] per heden. Hierbij is gelet op alle relevante feiten en omstandigheden, alsmede op het gebruik dat er juridisch en feitelijk van wordt en kan worden gemaakt. De vrije verkoopwaarde betreft de waarde die tot stand zal komen tussen redelijk denkende en handelende koper en verkoper na afloop van een optimale aan- en verkoopvoorbereiding door partijen.

Voor de waardebepaling is door de deskundige gebruik gemaakt van de prijzen betaald voor verkochte objecten uit de kadasterregistratie. Deze werden betrokken uit de omgeving. Vergelijkbare referentietransacties in de directe nabijheid van het object zijn gevonden. Vanwege de specifieke omstandigheden kunnen de vergelijkingsobjecten niet direct in de waardevergelijking worden betrokken en heeft de ervaring, kennis en intuïtie een rol gespeeld bij de waardebeoordeling door de deskundige.

Zoals met partijen besproken op de bijeenkomst (zie bijlage 1) wordt voor wat betreft de huurprijs over de onderscheiden periode van een jaar geen onderscheid per maand gemaakt. Mogelijke verschillen worden voor ieder jaar uitgemiddeld. Derhalve wordt door deskundige voor ieder jaar een vaste huurprijs per maand toegepast. Conform de vraag van de Rechtbank is de waardering vastgesteld per jaar en de huurprijs per maand uiteengezet in tabel 1.

3.3.2. Tabel vraag 1

Jaar aantal maanden Huurwaarde

per maand Huurwaarde

dat jaar

1995 12 € 540,00 € 6.480,00

1996 12 € 610,00 € 7.320,00

1997 12 € 690,00 € 8.280,00

1998 12 € 730,00 € 8.760,00

1999 12 € 870,00 € 10.440,00

2000 12 € 1.020,00 € 12.240,00

2001 12 € 1.090,00 € 13.080,00

2002 12 € 1.150,00 € 13.800,00

2003 5 (t/m 4 juni) € 1.160,00 € 5.800,00

TOTAAL € 86.200,00

Tabel 1

4. Vraag 2

(…)

4.2.1. Gebruik zoals vastgesteld door de rechtbank in haar vonnis van 9 augustus 2006.

De rechtbank heeft in haar vonnis van 9 augustus 2006 in hoofdstuk 5 "De beoordeling" de volgende aantekeningen vastgesteld die inzicht geven in het onrechtmatige gebruik voor zover in de beoordeling van vraag 2 door deskundige als uitgangspunt dient te worden meegenomen. Hieronder volgen enkele citaten uit dit vonnis:

...totdat [ged.1conv./eis.1reconv.] bij kortgeding vonnis van 4 juni 2003 werd verboden zware machines op het perceel [adres] in gebruik te hebben, behalve een vrachtwagen en vorkheftruck, en materialen in bulk op te slaan... (zie 5.1.)

...[ged.1conv./eis.1reconv.] heeft in strijd met het bestemmingsplan "Buitengebied" het perceel [adres] in gebruik genomen als bedrijf waarin materialen als zand, grond, grind, vijvermaterialen, sierbestrating en keien in bulk werden verkocht, hoofdzakelijk aan particulieren... (zie 5.2.)

... De provincie was onder meer van oordeel dat het bedrijf niet als een tuincentrum kon worden beschouwd... (zie 5.2.)

...Daarmee is gegeven dat [ged.1conv./eis.1reconv.] onrechtmatig heeft gehandeld tegen [eis.conv./gedn.reconv.] Hij heeft immers in strijd met de verplichtingen uit de Wet op de ruimtelijke ordening en het bestemmingsplan “Buitengebied” gehandeld. Bovendien is op basis van het videomateriaal voldoende duidelijk dat de activiteiten van [ged.1conv./eis.1reconv.] overlast hebben veroorzaakt die qua intensiteit en duur ernstig zijn … (zie 5.3)

... Dat de Gemeente advies heeft ingewonnen ... en dat deze adviseurs concludeerden dat het bedrijf van [ged.1conv./eis.1reconv.] planologisch en wat milieueffecten betreft inpasbaar was, maakt een en ander niet anders. De maatregelen tegen geluidsoverlast zijn immers niet uitgevoerd. Bovendien zijn de berekeningen ... [van adviseurs] ... gebaseerd op een door [ged.1conv./eis.1reconv.] opgegeven representatieve bedrijfssituatie, waarvan niet is komen vast te staan dat zij correspondeerde met de werkelijke bedrijfssituatie die aan [eis.2+3conv./gedn.2+3reconv.] c. s. ernstige overlast heeft berokkend. (zie 5.6.)

...de schade die [eis.conv./gedn.reconv.] hebben geleden ten gevolge van overlast door de werkzaamheden die zagen op het inrichten van het perceel [adres] en het in werking hebben van het bedrijf van [ged.1conv./eis.1reconv.], uitgezonderd de werkzaamheden voor het oprichten van de loods, waarvoor een vergunning was verleend. Volgens [eis.conv./gedn.reconv.] gaat het om overlast door geluid-, trillings-, stank-, stof- en visuele hinder... (zie 5.7.)

... De rechtbank is van oordeel dat uit de video-opnames over de periode van juli 2001 tot maart 2003 blijkt dat er activiteiten plaatsvonden die in strijd waren met de bestemming "Agrarisch gebied (A)" uit het bestemmingsplan "Buitengebied". Dit betekent dat de periode van overlast heeft voortgeduurd tot 4 juni 2003, weliswaar met een korte onderbreking na 31 mei 2001. (zie 5.10).

4.2.2. Gebruik zoals dat blijkt uit de door [eis.conv./gedn.reconv.] gemaakte video's?

In de vorige paragraaf is al een interpretatie van het gebruik, zoals dat blijkt uit de door [eis.conv./gedn.reconv.] gemaakte video's, gegeven.

...Bovendien is op basis van het videomateriaal voldoende duidelijk dat de activiteiten van [ged.1conv./eis.1reconv.] overlast hebben veroorzaakt die qua intensiteit en duur ernstig zijn... (zie 5.3.)

Naast bovengenoemde kwalificatie heeft de deskundige de videobeelden beoordeeld en meegenomen in de waardering van het nadeel.

4.2.3. Samenvattende beoordeling van het gebruik.

In de vorige paragrafen werd het gebruik reeds beschreven. Aan deskundige is gevraagd om het gebruik bij de oordeelsvorming te betrekken.

Kort samengevat is ter zake vastgesteld dat er sprake is geweest van:

- onrechtmatig gebruik van het perceel door [ged.1conv./eis.1reconv.],

- de inzet van zware machines vanwege grote partijen van diverse materialen in bulk,

- gebruik door [ged.1conv./eis.1reconv.] niet overeenkomstig het gebruik als tuincentrum was,

- ernstige overlast voor wat betreft intensiteit en duur van het onrechtmatige gebruik.

De werkzaamheden voor het oprichten van de loods, waarvoor een vergunning was verleend, zijn buiten beschouwing gelaten. Tevens is rekening gehouden met de in het laatste citaat van paragraaf 4.3.1. beschreven tijdelijke vermindering van de intensiteit van het onrechtmatige gebruik in de periode vanaf 31 mei 2001 tot en met 4 juni 2003.

4.3. Huurwaardebepaling.

4.3.1. Grondslag.

De Rechtbank heeft in haar vonnis van 9 augustus 2006 in rechtsoverweging 5.3. beoordeeld dat [ged.1conv./eis.1reconv.] onrechtmatig heeft gehandeld tegen [eis.2+3conv./gedn.2+3reconv.]. De Rechtbank heeft geoordeeld dat [ged.1conv./eis.1reconv.] in strijd met de verplichtingen uit de Wet op de ruimtelijke ordening en het bestemmingsplan "Buitengebied" heeft gehandeld. De vragen aan deskundige worden door de Rechtbank gesteld in de hoofdzaak "aantasting woongenot" zoals blijkt uit de opdrachtformulering aan deskundige (zie paragraaf 2.1).

Bij de behandeling van de tweede vraag is wederom eerst uitgegaan van de van de verkoopwaarde gelet op alle relevante feiten en omstandigheden, alsmede op het gebruik dat er juridisch en feitelijk van wordt en kan worden gemaakt.

In dit hoofdstuk is in het bijzonder rekening gehouden met het gebruik zoals beschreven in paragraaf 4.2. en 4.3. van dit advies. Vervolgens is de huurwaarde afgeleid. Bij de bepaling van deze voor het gebruik gecorrigeerde huurwaarde is nadrukkelijk rekening gehouden met een geleidelijke uitfasering van het nadeel in de periode mei 2001 tot en met 4 juni 2003. Dit in verband met het geleidelijk verdwijnen van de niet toegestane, overlastgevende activiteiten behorende bij de restanten van de in bulk opgeslagen materialen.

Evenals in hoofdstuk 3 is de waardering vastgesteld per jaar en de afgeleide huurprijs per maand uiteengezet in tabel 2.

4.3.2. Tabel vraag 2

Jaar # maanden Huurwaarde

per maand Huurwaarde

dat jaar

1995 12 € 495,00 € 5.940,00

1996 12 € 560,00 € 6.720,00

1997 12 € 630,00 € 7.560,00

1998 12 € 670,00 € 8.040,00

1999 12 € 800,00 € 9.600,00

2000 12 € 940,00 € 11.280,00

2001 12 € 1.025,00 € 12.300,00

2002 12 € 1.100,00 € 13.200,00

2003 5 (t/m 4 juni) € 1.130,00 € 5.650,00

TOTAAL € 80.290,00

Tabel 2

5. Vraag 3.

(...)

Het eerste deel van het verschil wordt uiteengezet in onderstaande tabel.

Jaar Huurwaarde

dat jaar

(tabel 1) Huurwaarde

dat jaar

(tabel 2)

verschil

1995 € 6.480,00 € 5.940,00 € 540,00

1996 € 7.320,00 € 6.720,00 € 600,00

1997 € 8.280,00 € 7.560,00 € 720,00

1998 € 8.760,00 € 8.040,00 € 720,00

1999 € 10.440,00 € 9.600,00 € 840,00

2000 € 12.240,00 € 11.280,00 € 960,00

2001 € 13.080,00 € 12.300,00 € 780,00

2002 € 13.800,00 € 13.200,00 € 600,00

2003 € 5.800,00 € 5.650,00 € 150,00

TOTAAL € 86.200,00 € 80.290,00 € 5.910,00

Tabel 3

(...)

Deskundige is van mening dat hiermee de schade geleden door [eis.2+3conv./gedn.2+3reconv.] ten gevolge van gederfd woongenot door [ged.1conv./eis.1reconv.] is vastgesteld, derhalve is vraag drie beantwoord.

6. Vraag 4.

(...)

De deskundige is van mening dat de gehanteerde waarderingsmethode een juiste methode is om de schade, welke [eis.2+3conv./gedn.2+3reconv.] heeft geleden vanwege een verminderd woongenot, vast te stellen voor zover het nadeel tijdelijk heeft plaatsgevonden.

7. Reactie van partijen op conceptrapport.

7.1. Reactie van [eis.2+3conv./gedn.2+3reconv.].

(...)

Pagina 3, de gehanteerde waarderingsmethode.

[eis.2+3conv./gedn.2+3reconv.] formuleert een aantal nuanceringen welke van toepassing zijn bij de schadebepaling in het geval rekening wordt gehouden met uitgangspunt “maximale invulling”.

De deskundige heeft kennis genomen van de inhoud van de reactie en volstaat met de mededeling dat de deskundige de waarde anders heeft bepaald dan in het kader van de maximale invulling die bij vaststelling van planschade ingevolge de relevantie jurisprudentie aan de orde is. Dit mede vanwege enkele argumenten, zoals die in de reactie van [eis.2+3conv./gedn.2+3reconv.] zijn verwoord. In de uitspraak van ABRvS 16 mei 2007, nr. 200607788/1, heeft de Afdeling een stap gezet die meer aansluit bij de waarde zoals die in het vrije verkeer tot stand zal komen door de maximale planologische mogelijkheden te begrenzen in het geval dat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid uit te sluiten is dat hetgeen planologisch mogelijk zou zijn door sectorwetgeving niet geëffectueerd kan worden.

De deskundige benadrukt dat marktpartijen niet in alle gevallen een “worst case scenario” inzake de planologische invulling als uitgangspunt nemen. Marktpartijen houden meer rekening met de feitelijke omstandigheden. Marktpartijen zullen ook rekening houden met de feitelijke exploitatiemogelijkheden en de daaraan verbonden nadelen voor de woonomgeving. Zolang de ruimtelijke en gebruiksmogelijkheden van een bestemmingsplan nog niet volledig zijn benut of ingevuld, zal de vrije verkoopwaarde in sommige gevallen hoger uitvallen ten opzichte van de situatie waarbij bij de vaststelling van de verkoopwaarde maximale planologische invulling van de (woon)omgeving als basis wordt genomen. In de meeste gevallen zal de markt (de redelijk denkende en handelende koper en verkoper) slechts beperkt rekening houden met de meest omvangrijke negatieve invloeden.

7.2. Reactie van [ged.1conv./eis.1reconv.]

(…)

De deskundige geeft aan dat bij de beantwoording van de vragen van de rechtbank rekening is gehouden met de bestemming en omgeving van het object. Toepassing van de zogenaamde planmaximalisatie komt derhalve in dit geval niet geheel overeen zoals dat in het geval van planschade aan de orde zou kunnen komen. Deskundige heeft overwogen in onderhavige casus maximale invulling (planmaximalisatie) toe te passen, waarom dit niet geheel is toegepast wordt eveneens verwoord in de laatste alinea van paragraaf 7.1. De deskundige is van mening dat marktpartijen de maximale planinvulling anders zullen beoordelen dan rekening houdend met de cumulatie van negatieve factoren, opgenomen in bijlage 9. De fysieke beperkingen van het terrein waaronder de bestaande (woon)omgevingen zullen naar de inschatting van de redelijk denkende en handelende koper en verkoper uitsluiten dat daar een grootschalig agrarisch bedrijf of glastuinbouwbedrijf wordt gevestigd. De (woon)omgeving leidt er toe dat er op basis van sectorwetgeving vergaande beperkingen zullen worden gesteld aan de exploitatiemogelijkheden.”

2.3. [eis.conv./gedn.reconv.] voeren als bezwaar tegen het rapport van [deskundige] aan dat hij de huurwaarde van de woning onjuist zou hebben berekend. [deskundige] heeft de huurwaarde bepaald door eerst de vrije verkoopwaarde van de woning van [eis.conv./gedn.reconv.] (de waarde die tot stand zal komen tussen een redelijk denkende en handelende koper en verkoper na afloop van een optimale aan- en verkoopvoorbereiding door partijen) “per heden” vast te stellen. Uit deze vrije verkoopwaarde heeft [deskundige] de huurwaarde afgeleid. Deze huurwaarde “per heden” heeft hij vervolgens door middel van indexering op basis van regionale marktgegevens van NVM teruggerekend naar de schadeperiode (zie § 3.3.1.). [deskundige] stelt de schade vast op € 5.910,00 (§ 5.).

2.4. [eis.conv./gedn.reconv.] maken bezwaar tegen terugrekening aan de hand van marktgegevens voor koopwoningen. Zij bepleiten dat [deskundige] had moeten terugrekenen met de gemiddelde stijging van de huurprijzen over de laatste jaren, te weten 3%. Per saldo valt de huurwaarde voor hun woning dan hoger uit.

2.5. Het bezwaar van [eis.conv./gedn.reconv.] wordt verworpen. Het gaat om de vaststelling van de schade door gederfd woongenot van de aan [eis.conv./gedn.reconv.] toebehorende woning. Op hun voorstel is deze schade berekend aan de hand van de huurwaarde van de woning. Dat is de correcte methode. Zij heeft echter wel een fictief element doordat [eis.conv./gedn.reconv.] niet huurder maar eigenaar van de woning zijn. Door voor de huurwaarde aansluiting te zoeken bij de vrije verkoopwaarde per jaar heeft [deskundige] deze schade zo nauwkeurig mogelijk vastgesteld. Deze methode is nauwkeuriger dan die waarin de huurwaarde gereconstrueerd wordt aan de hand van de gemiddelde huurstijging over de afgelopen jaren. In dat laatste geval worden elementen uit het huurrecht, zoals maximering van de stijging van de huur en beperkte opzegbaarheid van de huurovereenkomst voor woningen, in de schadevaststelling betrokken die daarin niet thuishoren.

2.6. [eis.conv./gedn.reconv.] hebben er terecht op gewezen dat [deskundige] ook 1994 in zijn berekening had moeten betrekken (zie vraag 1 en r.ov. 3.1 van het tussenvonnis van 14 maart 2007). Dit betekent dat de gederfde huurwaarde over 1994 aan het schadebedrag moet worden toegevoegd. De rechtbank zal dit bedrag schatten, nu [deskundige] dit niet heeft vastgesteld. Zij schat deze schade op € 540,00, hetzelfde bedrag als de schade over 1995. Het totaal komt dan op € 6.450,00.

2.7. [eis.conv./gedn.reconv.] betreuren het dat de rechtbank in r.ov. 5.2, waarin zij opsomt dat [ged.1conv./eis.1reconv.] vanaf de [adres] materialen als zand, grond, grind, vijvermaterialen, sierbestrating en keien in bulk heeft verkocht, niet ook puingranulaat heeft opgenomen, omdat zij van de verplaatsing van dat materiaal het meeste last hebben gehad.

2.8. Uit het woord “als” blijkt dat de opsomming niet uitputtend is. [eis.conv./gedn.reconv.] hebben niet eerder gesteld dat het vooral de verplaatsing van puingranulaat is geweest waarvan zij hinder ondervonden. [deskundige] heeft zijn oordeel mede gebaseerd op de videobeelden, zodat hij zich een goed beeld heeft kunnen vormen van de hinder veroorzakende activiteiten. Dit bezwaar is niet steekhoudend.

2.9. [eis.conv./gedn.reconv.] betreuren verder dat in r.ov. 5.2 van het tussenvonnis van 9 augustus 2006 wordt vastgesteld dat de verkoop van de bedoelde materialen plaatsvond “hoofdzakelijk aan particulieren en op kleine schaal aan bedrijven”. Volgens hen bevestigen de videobeelden dat de verkoop hoofdzakelijk aan bedrijven plaatsvond. De rechtbank heeft haar vaststelling gebaseerd op het rapport van Accountantskantoor Arts Toonen Boerma B.V. van 5 oktober 1999, waarin deze op grond van onderzoek van de administratie van [ged.1conv./eis.1reconv.] tot de conclusie is gekomen dat [ged.1conv./eis.1reconv.] vanaf de [adres] kleinere hoeveelheden aan klanten heeft geleverd die zij zelf met behulp van een aanhanger, bus of auto konden meenemen (r.ov. 3.20 van hetzelfde tussenvonnis). Hetgeen [eis.conv./gedn.reconv.] thans stellen is onvoldoende om in overweging te nemen van deze feitelijke vaststelling terug te komen.

2.10. [eis.conv./gedn.reconv.] voeren verder in verschillende toonaarden aan dat de overlast naar hun beleving veel ernstiger was dan tot uitdrukking komt in de door [deskundige] vastgestelde schade. Dat argument is onvoldoende geconcretiseerd om tot de slotsom te kunnen leiden dat de uitkomst van het onderzoek van [deskundige] niet kan worden overgenomen.

2.11. [ged.1conv./eis.1reconv.] voert als bezwaar tegen de uitkomst van het onderzoek van [deskundige] aan dat deze geen rekening heeft gehouden met de overlast vanaf de [adres] als daarin een agrarisch bedrijf zou zijn gevestigd dat de bestemming van land- en tuinbouw maximaal had ingevuld, dus een tuinbouwbedrijf met opstallen van staand glas inclusief assimilatiebelichting (visuele hinder), een intensieve veehouderij met mestopslag (stankhinder) of een agrarische bedrijf met veel machinebewegingen (geluidhinder). Als daarmee wel rekening zou zijn gehouden, zou volgens [ged.1conv./eis.1reconv.] de schade op nihil zijn uitgekomen.

2.12. Het gaat om de vaststelling van de schade van [eis.conv./gedn.reconv.] door gederfd woongenot. De werkelijke situatie van overlast moet worden vergeleken met de hypothetische situatie, waarin de overlast niet zou zijn opgetreden. Zoals ook blijkt uit de reactie van [deskundige] op de opmerkingen van partijen naar aanleiding van het concept-rapport (§§ 7.1. en 7.2.) was niet te verwachten dat zich op de [adres] een bedrijf zou hebben gevestigd dat de bestemming maximaal zou invullen, als [ged.1conv./eis.1reconv.] zich daar niet zou hebben gevestigd. Deze aanname, die naar haar aard hypothetisch is, komt de rechtbank aannemelijk voor. Het bezwaar van [ged.1conv./eis.1reconv.] wordt daarom verworpen.

2.13. De slotsom is dat de rechtbank het rapport van [deskundige] zal overnemen, met dien verstande dat het schadebedrag zal worden vastgesteld op € 6.450,00 (zie 2.6).

Schade aan de woning

2.14. De rechtbank heeft in haar tussenvonnis van 19 september 2007 tevens benoemd [deskundige] benoemd tot deskundige en hem de volgende vragen voorgelegd:

1. Geeft u een beschrijving van de afgraving en ophoging van het perceel aan de [adres].

2. Geeft u een beschrijving van de bodemopbouw ter plaatse. In hoeverre is de bodem gevoelig voor voortplanting van trillingen ten gevolge van het storten van puin en het egaliseren van het terrein? In hoeverre is de bodem gevoelig voor inklinking ten gevolge van het storten van puin? In hoeverre is de bodem gevoelig voor zetting ten gevolge van het afgraven van grond?

3. Geeft u een beschrijving van de scheuren in de gevel van de woning aan de [adres].

4. Zijn deze scheuren veroorzaakt door trillingen vanaf het perceel [adres] of door zetting ten gevolge van afgravingen of ophogingen op het perceel [adres]? In hoeverre kan daarover nu nog een betrouwbare uitspraak worden gedaan?

5. Zo ja, op welke wijze moet deze schade worden hersteld en hoeveel kost dat, berekend volgens het huidige prijspeil?

6. Welke andere feiten of omstandigheden, gebleken uit het onderzoek, kunnen van belang zijn voor een goed begrip van de zaak?

2.15. Uit het deskundigenbericht van [deskundige] van 17 december 2007 worden de volgende passages geciteerd:

“4 SITUATIE

(…)

4.2 De woning aan de [adres]

De woning is een vrijstaande woning met de globale afmetingen 9 meter breed en 12 meter diep.

De woning bestaat uit een begane grond en een verdieping direct onder de kap en in de nok een kleine niet beloopbare bergzolder.

De historie van de woning is waarschijnlijk als volgt: het pand is eerst als stal gebouwd rond 1957. Het achterste gedeelte heeft een betonnen begane grondvloer en het voorste gebouwde deel heeft een houten balkenvloer op de begane grond. De verdiepingsvloeren zijn van hout en liggen deels op betonliggers en houten balken.

In het middengedeelte van de woning nabij de entree bevindt zich een gemetselde kelder van ca 2,5m breed en 6m diep de kelder heeft een stahoogte van ca 1.95m (er is geen kruipruimte aanwezig).

De woning is op staal gefundeerd, dat wil zeggen dat de grond bij de bouw deels is afgegraven en aangevuld met zand. Dit is vervolgens aangestampt of ingetrild. Daarop is een gemetselde fundering aangebracht. Vervolgens zijn daarop de gemetselde stenen buiten spouwmuren en de vloeren opgetrokken.

De plafonds van de begane grond zijn zogenaamde stuc plafonds en de plafonds op de 1e verdieping zijn van hout, gipsbeplating of betimmering.

5 INSPECTIE

Op de genoemde datum 10 november 2007 is de woning en de omgeving geïnspecteerd. We verwijzen ook naar de fotobladen.

5.1 Inspectie scheuren

Op de genoemde datum is de woning op scheuren geïnspecteerd. Het volgende is aan de buitenzijde aan de woning aangetroffen.

1. Voor kopgevel voorzijde: meerdere scheuren rechtsboven het raam rechts over een m2,

2. Rechter zijgevel: scheur links boven raam, rechts onder raam, beide ca 1 m1,

3. Linker zijgevel: geen scheuren, wel scheuren bij aansluiting schuur,

4. Voor kopgevel achter: scheur links naast het boven raam, 1 m1.

Gezien de verkleuring van de breuken en het aanwezige stof zijn de scheuren al wat langer geleden ontstaan (meerdere jaren).

Het volgende is aan de binnenzijde van de woning aangetroffen. In het plafond in de woonkamer en de rechter zijgevel naast het raam zijn (bijgewerkte) scheuren aangetroffen. Deze hebben een relatie met de scheuren aan de buitenzijde genoemd onder 1 en 2.

5.1.1 Scheuren berging

Het is niet duidelijk of de schade aan de loods ook beoordeeld dient de worden. Dit zal door ons derhalve secondair meegenomen worden. In de op het achterterrein gelegen berging zijn veel scheuren aangetroffen. Gezien de verkleuring van de breuken zijn de scheuren al relatief oud en zullen gedeeltelijk ook van voor de genoemde activiteiten in de omgeving zijn.

5.2 Informatie verricht werkzaamheden omgeving

Er zijn volgens de ingebrachte stukken graaf- en verhardingswerkzaamheden verricht op het naast¬gelegen terrein. Deze werkzaamheden en op en overslag van tuinbouwmaterialen heeft plaats gevonden in de periode van 1993 tot 2003. In 1997 is ook de loods achter op het terrein gerealiseerd. Volgens de stukken is er gewerkt met vrachtwagens en ander relatief zwaar graafmaterieel. De kortste afstand tussen de woning en het naastgelegen terrein is ca 8m, verwacht mag worden dat het graafwerk dan op ongeveer 10m heeft plaats gevonden. Ook zijn er plaatsen geweest die tijdelijk als grondopslag hebben gediend. Dit zal ook op ongeveer 10 meter afstand geweest zijn.

De afstanden tot de berging en de naastgelegen loods op het buurterrein zijn ongeveer 5 à 6 meter.

(…)

7 UITGANGSPUNTEN EN REKENMETHODE

7.1 De trillingsoverdracht

De trillingsoverdracht van de werkzaamheden naar de belendingen in de omgeving vindt voornamelijk plaats via oppervlaktegolven. Bij deze overdrachtsberekeningen wordt een minimum aan reserves ingebouwd.

7.2 Bepaling van de trillingssnelheden

Uit de gekozen en gestelde uitgangspunten zijn overdrachtsberekeningen gemaakt door de bodem naar de fundatie en elementen van de woning toe. Uiteraard is er een aantal onzekerheden in deze berekening, doch met een aanvaardbare nauwkeurigheid kunnen voorspellingen gedaan worden.

7.3 Brongegevens

De brongegevens van het in te zetten materieel zijn verkregen uit eerdere metingen en onderzoeken op verschillende locaties. De overdracht is bepaald met het trillingsoverdracht-berekeningsmodel 'SIGHT transmission' .

7.4 Berekeningspunten

De trillingsberekeningen worden uitgevoerd naar het meest relevante punt, dat wil zeggen de kortste afstand van de werkzaamheden tot de woning, tevens staan de grondophoping of afgraving daarop aangeven, zie de volgende tabel 2.

Tabel 2: verschillende afstanden werkzaamheden tot belendingen

Werkzaamheid Bron-gebouw Bron-Berging

Werkzaamheid Meter Meter

Kraan bedrijf ca 10 ca 6

Graafwerkzaamheden ca 10 ca 6

Grond berg/afgraving ca 10 ca 6

BEREKENINGSRESULTATEN PROGNOSE TRILLINGSNIVEAUS

8.1 Overdracht berekeningen

Uit de hiervoor gestelde uitgangspunten zijn overdrachtsberekeningen gemaakt naar de trillingsniveaus die ontstaan kunnen zijn op de woning. Bij deze overdrachtberekeningen is uitgegaan van de kortste afstand van de werkzaamheid tot de betreffende woning en de genoemde bron gerekend met het meest dominante deel van de bron.

8.1.1 Berekeningen trillingssnelheid

In de volgende tabellen wordt de berekende trillingssnelheid gegeven op fundatie- en elementenniveau van de werkzaamheid dit voor de verschillende situaties. Verwacht mag worden dat de frequentie die daarbij ontstaat tussen de 10 en 15 Hz zal zijn.

8.1.2 Trillingen op de woning

In tabel 3 worden de trilling niveaus gegeven tengevolge van de werkzaamheden op de kortste afstand van de werkzaamheden tot het gebouw in relatie tot het gebouw.

Tabel 3: mogelijke maximale trillingsniveaus op de woning

Van nr. Werkzaamheid Afstand vmax fundatie vmax elementen

In meter mm/s mm/s overschrijding mm/s mm/s overschrijding

Afstand woning Min- Max- Min- Max-

1 Kraanbedrijf 10 1,0 1,8 Nee 0,5 0,9 Nee

2 Ontgraving 10 1,1 2,0 Nee 0,6 1,0 Nee

Afstand Berging Min- Max- Min- Max-

1 Kraanbedrijf 6 1,1 2,0 Nee 0,6 1,0 Nee

2 Ontgraving 6 1,3 2,3 ja 0,6 1,1 Nee

8.1.3 Bespreking resultaten trillingssnelheid op de woning

Uit de resultaten van de berekeningen blijkt zoals verwerkt uit de vorige tabel het volgende. Op de fundatie en op elementen van de belendingen wordt op de berekende plaatsen voldaan aan de rekenwaarde van de grenswaarde. Kans op schade door de trillingen van de werkzaamheden wordt onwaarschijnlijk geacht.

8.1.4 Bespreking resultaten trillingssnelheid op de berging

Op de fundatie en op elementen van de belendingen wordt op de berekende plaatsen voldaan bij kraanbedrijf. Bij het ontgraven wordt er op de fundatie niet voldaan aan de rekenwaarde van de grenswaarde. Kans op schade door de trillingen van de werkzaamheden is niet waarschijnlijk maar kan niet worden ¬uitgesloten.

9 KOSTEN ASPECTEN

Tevens is aan ons gevraagd een inschatting te geven van de kosten die gemoeid zijn met het herstel van de aangetroffen schade. We benadrukken daarbij dat het bepalen van bouwkosten geen expliciete expertise van onze organisatie is.

9.1 Reparaties

De volgende reparaties dienen te worden verricht:

• Voor kopgevel voorzijde,

meerdere scheuren rechtsboven het raam rechts over een m2,

Rechter zijgevel: scheur links boven raam, rechts onder raam, beide ca 1 m1;

verwijderen beplanting,

uitgraven bodem nabij hoek gevel naar fundatie,

uithakken gevel,

ondersteunen fundatie,

verdichten bodem,

opnieuw opmetselen fundatie,

opnieuw opmetselen gevel, opnieuw voegen gevel,

aanstorten grond,

aanleggen beplanting;

• Linker zijgevel: scheuren bij aansluiting schuur,

uithakken gevel,

opnieuw opmetselen gevel,

opnieuw voegen gevel;

• Voor kopgevel achter: scheur links naast het boven raam,

uithakken gevel,

opnieuw opmetselen gevel,

opnieuw voegen gevel;

• Binnenzijde woning: scheuren in het plafond in de woonkamer en de rechter zijgevel binnen

uithakken scheuren,

repareren steenstrips,

stucen plafond,

sauzen plafond;

9.1.1 Berging achterzijde terrein

• Rondom en met name aan de zijde van de buren zijn veel scheuren aangetroffen, indien reparatie wordt overwogen zal dat een provisorische reparatie dienen te zijn.

uithakken scheuren,

opnieuw opmetselen geveldelen,

opnieuw voegen gevel delen.

9.2 Geschatte kosten

De totale kosten gemoeid met het herstel van de schade aan de woning wordt door ons geraamd op: € 15.400,00. De kosten gemoeid met het repareren van de schade aan de berging wordt door ons geraamd op € 3.800,00. Beide genoemde bedragen zijn exclusief btw.

10 BEOORDELING SITUATIE

Uitgaande van het gegeven dat er verschillende werkzaamheden zijn verricht en er ook verschillende situaties op het naburige terrein hebben plaats gevonden in het verleden (zie omschrijving hoofdstuk 5.2) wordt het volgende geconstateerd.

10.1 De woning

10.1.1 Trillingen

Uit de resultaten van de berekeningen naar trillingen blijkt dat op de fundatie van de woning voldaan wordt aan de rekenwaarde van de grenswaarde. Kans op schade door de trillingen veroorzaakt door de naburige werkzaamheden wordt onwaarschijnlijk geacht.

10.1.2 Zettingen

Op relatief korte afstand tussen de woning en het naastgelegen terrein is er gegraven en zijn er verdiepingen en verhogingen van het terreinniveau geweest in het verleden. Er zijn ook plaatsen geweest die tijdelijk als grondopslag hebben gediend. Gezien de korte afstand, de verwachte bodemgesteldheid ter plekke en de relatief kwetsbare fundering van de woning, kan niet worden uitgesloten dat hierdoor schade aan de woning in de vorm van scheuren heeft plaats gevonden.

10.2 De berging

10.2.1 Trillingen

Op de fundatie van de berging wordt op de berekende plaatsen niet voldaan bij het ontgraven. Kans op schade door de trillingen van de werkzaamheden is niet waarschijnlijk maar kan niet worden uitgesloten.

10.2.2 Zettingen

Verwacht mag worden dat door de grondbewegingen en het bouwen van de naastliggende loods op het buurterrein tot verdere scheurvorming van de berging geleid zal hebben.”

2.16. [deskundige] komt dus tot de conclusie dat trillingschade aan de woning ten gevolge van de activiteiten van [ged.1conv./eis.1reconv.] onwaarschijnlijk wordt geacht en dat zettingschade niet kan worden uitgesloten. Hieruit moet worden afgeleid dat de kans zeer klein is dat de scheuren en andere beschadigingen aan de woning zijn veroorzaakt door de activiteiten van [ged.1conv./eis.1reconv.]. Dit betekent dat het causaal verband (condicio-sine-qua-nonverband) tussen de verweten gedragingen en de schade niet is komen vast te staan en dat de vordering tot vergoeding van de schade aan de woning zal worden afgewezen (HR 31 maart 2006, RvdW 2006, 328, Nefalit/Karamus). Aan hetgeen [eis.conv./gedn.reconv.] opmerken over toerekening van schade aan [ged.1conv./eis.1reconv.] en de Gemeente (art. 6:98 BW) wordt daarom niet meer toegekomen.

2.17. [deskundige] komt verder tot de conclusie dat verwacht mag worden dat de grondbewegingen en het bouwen van de loods op het buurterrein tot verdere scheurvorming in de berging hebben geleid en dat de kosten van herstel van de scheurvorming € 3.800,00 exclusief BTW bedragen. Dit betekent dat ook door de onrechtmatige grondbewegingen van [ged.1conv./eis.1reconv.] scheurvorming is ontstaan en dat daardoor reparatie van de scheuren noodzakelijk is geworden. Dat leidt tot de conclusie dat de vordering van [eis.conv./gedn.reconv.] tot vergoeding van deze kosten, te weten € 4.522,00 inclusief BTW, zal worden toegewezen. Voor [eis.conv./gedn.reconv.] is de omzetbelasting ook schade.

Inkomensschade

2.18. Zoals ook in r.ov. 3.7 van het tussenvonnis van 19 september 2007 is overwogen, hebben [eis.conv./gedn.reconv.] afgezien van het horen van getuigen over de stelling dat [eis.2conv./ged.2reconv.] ten gevolge van de onrechtmatige hinder door [ged.1conv./eis.1reconv.] niet op 1 september 2004 maar op 1 september 2003 met de VUT is gegaan. In plaats daarvan hebben [eis.conv./gedn.reconv.] een verklaring van cardioloog [cardioloog], verbonden aan het Academisch Ziekenhuis Sint Radboud te Nijmegen, van 3 april 2001 overgelegd, inhoudende dat [eis.2conv./ged.2reconv.] zijn patiënt is en dat deze onder behandeling is geweest voor ritmestoornissen van het hart en hoge bloeddruk en dat beide afwijkingen kunnen verergeren door spanning. Uit deze feiten en omstandigheden kan echter niet hetgeen ten bewijze is opgedragen worden afgeleid. Dit betekent dat niet is komen vast te staan dat [eis.2conv./ged.2reconv.] ten gevolge van de onrechtmatige hinder door [ged.1conv./eis.1reconv.] niet op 1 september 2004 maar op 1 september 2003 met de VUT is gegaan en dat dit deel van de vordering zal worden afgewezen.

Overige kosten

2.19. [eis.conv./gedn.reconv.] vorderen € 740,53 wegens kosten van aanschaf van een videocamera, -recorder en -banden en een statief. [ged.1conv./eis.1reconv.] heeft er terecht op gewezen dat de aanschaf van een videocamera en -recorder een gewone besteding voor een Nederlands gezin is. [eis.conv./gedn.reconv.] hadden daarom, mede in het licht van deze tegenwerping door [ged.1conv./eis.1reconv.], moeten uitwerken waarom de aanschaf niet als een gewone besteding had te gelden, maar speciaal was gedaan met het oog op vaststelling van aansprakelijkheid en schade als bedoeld in art. 6:96 lid 2 sub b BW. De kosten van het statief en de bandjes, tezamen € 173,57, komen wel voor vergoeding in aanmerking, nu aannemelijk is dat deze zijn aangeschaft met het oog op het conflict met [ged.1conv./eis.1reconv.].

2.20. [eis.conv./gedn.reconv.] vorderen verder het honorarium van Advies- en ingenieursbureau JG. de Roever B.V. te Schijndel. Dit deel van de vordering zal worden afgewezen, omdat de Gemeente onbetwist heeft gesteld dat De Roever [eis.conv./gedn.reconv.] heeft geadviseerd ter zake van de planologische procedures tegen de Gemeente, dat in die procedures vergoeding van het honorarium had kunnen worden gevorderd op grond van art 1 sub b Besluit proceskosten bestuursrecht en dat [eis.conv./gedn.reconv.] dat hebben nagelaten (vgl. r.ovv. 5.14 en 5.15 van het tussenvonnis van 9 augustus 2006).

2.21. [eis.conv./gedn.reconv.] vorderen ten slotte kosten van de door hen ingeschakelde deskundigen H. Dingemans B.V. en Van de Beek Bouwadvies van € 615,00, resp. € 189,80 en van het kadaster van € 142,03. Deze kosten komen als kosten ter vaststelling van aansprakelijkheid en schade voor vergoeding in aanmerking.

2.22. Het totaal van de in 2.19 en 2.21 genoemde bedragen is € 1.120,40.

Slotsom

2.23. De slotsom is dat [eis.conv./gedn.reconv.] recht hebben op vergoeding van immateriële schade van € 20.000,00 (r.ov. 5.18 van het tussenvonnis van 9 augustus 2006), van gederfd woongenot van € 6.450,00 (2.13), van kosten van herstel van de berging van € 4.522,00 inclusief BTW (2.17) en van overige kosten van € 1.120,40 (2.22), tezamen € 32.092,40. De wettelijke rente over dit bedrag zal worden toegewezen vanaf de dag van de inleidende dagvaarding, 24 februari 2005, omdat dit niet is betwist. [eis.conv./gedn.reconv.] hebben bij een afzonderlijke verklaring voor recht dat er tussen hen en [ged.1conv./eis.1reconv.] en de Gemeente een verbintenis tot vergoeding van schade is ontstaan geen belang. Dat onderdeel van de vordering zal worden afgewezen.

2.24. [eis.conv./gedn.reconv.] vorderen [ged.1conv./eis.1reconv.] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op EUR € 94,00 voor vast recht, EUR 321,38 voor verschotten en EUR 579,00 voor salaris advocaat (1 rekest x EUR 579,00).

2.25. [ged.1conv./eis.1reconv.] en de Gemeente zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Omdat een aanzienlijk deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank het salaris van de advocaat aan de zijde van [eis.conv./gedn.reconv.] op basis van het toegewezen bedrag. Een en ander komt neer op:

- dagvaarding EUR 85,60

- overige explootkosten 0,00

- vast recht 4.053,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 7.724,63

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 4.053,00 (7,0 punten × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 15.916,23

in reconventie

2.26. In r.ov. 5.22 van het tussenvonnis van 9 augustus 2006 is reeds beslist dat de vordering in reconventie zal worden afgewezen.

2.27. [ged.1conv./eis.1reconv.] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Deze kosten worden aan de zijde van [eis.conv./gedn.reconv.] begroot op:

- salaris advocaat EUR 1.158,00 (2 punten × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 1.158,00

3. De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1. veroordeelt [ged.1conv./eis.1reconv.] en de Gemeente hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan [eis.conv./gedn.reconv.] te betalen een bedrag van EUR 32.092,40 (tweeëndertig duizendtweeënnegentig euro en veertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6: 119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 24 februari 2005 tot de dag van volledige betaling,

3.2. veroordeelt [ged.1conv./eis.1reconv.] in de beslagkosten, tot op heden begroot op EUR 994,38,

3.3. veroordeelt [ged.1conv./eis.1reconv.] en de Gemeente in de proceskosten, aan de zijde van [eis.conv./gedn.reconv.] tot op heden begroot op EUR 15.916,23,

3.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.5. wijst het meer of anders gevorderde af

in reconventie

3.6. wijst de vordering af

3.7. veroordeelt [ged.1conv./eis.1reconv.] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [eis.conv./gedn.reconv.] begroot op EUR 1.158,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. de Vries en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2009.