Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BH0209

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
14-01-2009
Datum publicatie
19-01-2009
Zaaknummer
170841
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het gaat in deze zaak om de vraag of en, zo ja, in hoeverre, Wincanton aansprakelijk is voor de schade die door Hitachi c.s. is geleden ten gevolge van de diefstal. Voor het antwoord op deze vraag moet worden vastgesteld in welke situatie de vrachtauto door Havelaar is geparkeerd. De diefstal zelf en de schade staan vast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 170841 / HA ZA 08-950

Vonnis van 14 januari 2009

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WINCANTON MIDIDATA (NETHERLANDS) B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WINCANTON B.V.,

gevestigd te Doetinchem,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WINCANTON TRANSPORT B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WINCANTON TRANS EUROPEAN HOLDING B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

5. de vennootschap naar het recht van Duitsland

WINCANTON GMBH,

gevestigd te DE 68219 Mannheim,

eiseressen,

advocaat mr. F.J. Boom te Arnhem,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HITACHI TRANSPORT SYSTEEM (NEDERLAND) B.V.,

gevestigd te Neerrijnen,

gedaagde,

niet verschenen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HITACHI DATA SYSTEMS EUROPE B.V.,

gevestigd te Hoofddorp,

gedaagde,

advocaat mr. A. al Mansouri te Utrecht,

3. de vennootschap naar het recht van het Verenigd Koninkrijk

HITACHI DATA SYSTEMS LIMITED,

gevestigd te (SL2 4HD) Stoke Poges, Buckinghamshire,

gedaagde,

niet verschenen,

4. de vennootschap naar het recht van Oostenrijk

HITACHI DATA SYSTEM'S GMBH,

gevestigd te (A-1020) Wenen,

gedaagde,

niet verschenen,

5. de vennootschap naar het recht van Oostenrijk

KLINIKUM KREUZSCHWESTERN WELS GMBH,

gevestigd te 4600 Wels,

gedaagde,

niet verschenen,

6. de rechtspersoon naar het recht van Oostenrijk

SPAR ÖSTERREICH WARENHANDELS AG,

gevestigd te Salzburg,

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook Wincanton en Hitachi c.s. genoemd worden; de verschenen gedaagde zal ook als HDS Europe worden aangeduid.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 1 oktober 2008

- het proces-verbaal van comparitie van 17 december 2008.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Wincanton heeft in september 2007 van Hitachi Transport Systeem (Nederland) B.V. opdracht gekregen tot het vervoer over de weg van pallets met elektronica van Waardenburg naar verschillende adressen in Oostenrijk.

2.2. De pallets moesten in ontvangst worden genomen bij Hitachi te Waardenburg op vrijdag 14 september 2007 en vanaf maandag 17 september 2007 worden afgeleverd.

2.3. Wincanton heeft het vervoer aan haar vaste ondervervoerder M&J Solutions uitbesteed. M&J heeft het uitbesteed aan High-Tech Movement B.V. (High-Tech).

2.4. De chauffeur [betrokkene] heeft de zendingen op 14 september 2007 in ontvangst genomen in Waardenburg. Ze zijn vervolgens vervoerd met een truck met oplegger met kanteken BT-BD-04. Deze truck was voorzien van alarm, maar de laadruimte in de oplegger was niet met alarm beveiligd. De laadruimte had een elektrisch bedienbare laadklep en aan de deur ervan was een stalen stang met een hangslot bevestigd. De combinatie wordt hierna ook kortweg als de vrachtauto aangeduid.

2.5. [betrokkene] heeft de vrachtauto op 14 september 2007 rond 20.00 uur geparkeerd in Barendrecht waar M&J bij PCH Parkeerservices (hierna: PCH) drie parkeerplaatsen huurt. Op zondag 16 september 2007 is hij rond 19.00 uur bij de vrachtauto teruggekomen. Daar heeft hij geconstateerd dat het hangslot was verbroken en dat de pallets uit de laadruimte verdwenen waren. Hij heeft aangifte gedaan bij de politie Rotterdam Rijnmond en op 17 september 2007 een verklaring tegenover de politie afgelegd.

2.6. Namens Hitachi c.s. is op 16 oktober 2007 een claim notification aan Wincanton gezonden. Deze heeft M&J aansprakelijk gesteld.

2.7. In verband met de diefstal/verduistering van de ladingen met vrachtbriefnummers NL 18114, NL 18156, NL 18121 en No 18123 is de gesubrogeerde verzekeraar van Hitachi c.s., Sompo Japan Insurance Company of America (Sompo) een procedure tegen Wincanton GmbH begonnen om de uitgekeerde schade vergoed te krijgen.

2.8. Op 16 mei 2008 is een schriftelijke verklaring van de chauffeur [betrokkene] opgesteld die ter gelegenheid van de comparitie van partijen is overgelegd.

3. De vordering

3.1. Wincanton vordert te verklaren voor recht

- dat gedaagden, althans gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2 en/of gedaagde sub 3 en/of gedaagde sub 4 en/of gedaagde sub 5 en/of gedaagde sub 6 en/of enige derde in een eventuele schadevordering jegens Wincanton niet ontvankelijk zijn/is,

- subsidiair dat Wincanton niet aansprakelijk is op grond van art. 17 lid 2 van het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR) jegens Hitachi c.s., althans gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2 en/of gedaagde sub 3 en/of gedaagde sub 4 en/of gedaagde sub 5 en/of gedaagde sub 6 ter zake van de transportschade met betrekking tot de zending elektronica van Nederland naar Oostenrijk ter aflevering aan gedaagde sub 5 en/of gedaagde sub 6,

- althans dat Wincanton niet verder aansprakelijk is jegens Hitachi c.s. althans gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2 en/of gedaagde sub 3 en/of gedaagde sub 4 en/of gedaagde sub 5 en/of gedaagde sub 6 dan tot het verschuldigde blijkens art. 23 CMR onder welke aansprakelijkheid niet vallen de invoerrechten/accijnzen/btw en/of overige douanerechten in de zin van art. 23 lid 4 CMR, welke door ladingbelanghebbenden mogelijk verschuldigd zijn geworden of zullen worden als gevolg van de diefstal,

- een en ander met veroordeling van Hitachi c.s. althans gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2 en/of gedaagde sub 3 en/of gedaagde sub 4 en/of gedaagde sub 5 en/of gedaagde sub 6 in de proceskosten en de nakosten en met de verklaring dat ook de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad is en dat daarover rente verschuldigd zal zijn.

3.2. Wincanton heeft aanvankelijk gesteld dat de parkeerplaats bij PCH bewaakt is, maar ter comparitie erkend dat deze slechts beveiligd is. Zij stelt dat als zij als vervoerder over de weg aansprakelijk is, haar een beroep op overmacht toekomt als bedoeld in art. 17 lid 2 CMR. Subsidiair stelt zij dat door art. 23 lid 3 CMR haar aansprakelijkheid is beperkt tot het aantal ontbrekende kilogrammen vermenigvuldigd met 8,33 SDR. Onder de kosten die staan genoemd in art. 23 lid 4 CMR, vallen niet invoerrechten, accijnzen, btw en andere douanerechten, stelt Wincanton onder verwijzing naar HR 14 juli 2006, NJ 2006, 599. Zij acht deze rechtbank bevoegd op grond van art. 31 lid 1 sub b CMR.

4. Het verweer

4.1. De parkeerplaats bij PCH Parkeerservices in Barendrecht is volgens HDS Europe niet bewaakt, zoals Wincanton aanvankelijk stelde, maar beveiligd, terwijl op de dagen waarin de diefstal plaatsvond, deze beveiliging niet in orde was. De parkeerplaats bevindt zich op een industriegebied aan de rand van de gemeente en is omheind door een gewoon hek. Met een elektronisch pasje dat tegen vergoeding te verkrijgen is bij PCH, kan de toegangspoort worden geopend. In het weekend waarin de pallets verdwenen zijn, kon de elektronische toegangspoort niet dicht. Deze heeft het hele weekend open gestaan. Wincantons beroep op overmacht faalt volgens HDS Europe en Wincanton komt geen beroep op de beperking van art. 23 lid 3 CMR toe wegens bewuste roekeloosheid van de chauffeur [betrokkene] (art. 29 CMR).

5. De beoordeling

5.1. Ter comparitie is door mr. Al Mansouri gesteld dat hij voor zover het mogelijke schikkingsonderhandelingen betreft, ook namens Sompo, de gesubrogeerde verzekeraar, mag optreden. Onderhandelingen zijn begonnen, maar partijen wachten zowel het verloop van de onder 2.7 bedoelde procedure als de beslissingen op de rechtsvragen die thans voorliggen, af. Mede daarom zal de rechtbank trachten zo snel mogelijk tot een beantwoording van de rechtsvragen die de kern van dit geschil vormen, te komen.

5.2. Het gaat in deze zaak om de vraag of en, zo ja, in hoeverre, Wincanton aansprakelijk is voor de schade die door Hitachi c.s. is geleden ten gevolge van de diefstal. Voor het antwoord op deze vraag moet worden vastgesteld in welke situatie de vrachtauto door [betrokkene] is geparkeerd. De diefstal zelf en de schade staan vast.

5.3. Inmiddels is, nadat Wincanton aanvankelijk een ander standpunt had ingenomen, ter comparitie komen vast te staan dat het parkeerterrein van PCH niet bewaakt was, maar beveiligd. Dit houdt in dat het beschermd was doordat het toegankelijk was via een brug, aan drie zijden door water omringd was en aan de vierde ingesloten door een spoorbaan, maar dat er verder geen sprake was van bewaking, bijvoorbeeld door personen.

Op de brug naar het parkeerterrein staat een hek. Daardoor kan men zich toegang verschaffen door middel van een pas die PCH aan de huurders van parkeerplaatsen, zoals M&J, beschikbaar stelt.

5.4. De noodzaak tot plaatsing op een parkeerterrein omdat op vrijdag moest worden ingeladen en in het weekend in Duitsland niet gereden mocht worden, is hier niet aan de orde. Er kan van worden uitgegaan dat de betrokken partijen daarmee stilzwijgend instemden.

5.5. De plaatsing van de vrachtauto op een beveiligd in plaats van een bewaakt parkeerterrein kan in zijn algemeenheid niet als bewust roekeloos in de zin waarin dit begrip zich in de rechtspraak heeft ontwikkeld, worden geduid. Tot dit oordeel komt de rechtbank reeds omdat, hoewel het diefstalrisico groter is dan bijvoorbeeld bij plaatsing van een volledig door alarm bewaakte vrachtwagencombinatie op een bewaakt parkeerterrein, niet gezegd kan worden dat het de chauffeur duidelijk geweest is dat de kans dat er in het weekend uit de laadruimte gestolen zou worden, groter was dan dat dit niet zou gebeuren. Voor zover HDS Europe stelt dat dit anders is, verwerpt de rechtbank haar betoog. HDS Europe voert geen bijzondere omstandigheden aan die leiden tot het oordeel dat er wél van bewuste roekeloosheid sprake is geweest.

5.6. Aan de andere kant is de rechtbank van oordeel dat niet in het algemeen gesteld kan worden dat bij plaatsing van een vrachtauto als de onderhavige op een beveiligd parkeerterrein diefstal een overmachtsituatie oplevert. Het ontbreken van een volledig alarmsysteem ook voor de laadruimte en van bewaking van het parkeerterrein staan daaraan in de weg.

Het is overigens niet duidelijk of Wincanton zich thans nog op overmacht beroept, omdat zij dit beroep in de dagvaarding heeft gekoppeld aan de stelling dat de vrachtauto op een bewaakt parkeerterrein was geplaatst, welke stelling inmiddels onjuist is gebleken. Voor zover Wincanton dit stelt, wordt haar betoog verworpen.

5.7. Dat [betrokkene]s verklaring over de bij het parkeerterrein aangetroffen situatie niet duidelijk is, is gelet op het voorgaande niet meer van belang. Het voorgaande leidt immers reeds tot de conclusie dat, nu er noch van bewuste roekeloosheid bij de chauffeur noch van overmacht sprake is, een beperkte aansprakelijkheid voor de door de diefstal geleden schade bestaat aan de zijde van Wincanton.

5.8. Wincanton kan worden gevolgd in haar stelling dat onder de kosten genoemd in art. 23 lid 4 CMR, niet vallen invoerrechten, accijnzen, btw en andere douanerechten.

5.9. Een en ander leidt tot toewijzing van de vordering zoals hieronder is aangegeven. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

6. De beslissing

De rechtbank

6.1. verklaart voor recht dat Wincanton voor de schade die door een of meer van de gedaagden is geleden door de hierboven onder 2.7 bedoelde diefstal, niet verder aansprakelijk is jegens Hitachi c.s. althans gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2 en/of gedaagde sub 3 en/of gedaagde sub 4 en/of gedaagde sub 5 en/of gedaagde sub 6 dan tot het volgens art. 23 CMR verschuldigde, onder welke aansprakelijkheid niet vallen de invoerrechten en/of accijnzen en/of btw en/of overige douanerechten in de zin van art. 23 lid 4 CMR, welke door ladingbelanghebbenden mogelijk verschuldigd zijn geworden of zullen worden als gevolg van de onder 2.7 bedoelde diefstal,

6.2. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

6.3. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2009.