Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:CA2156

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
11-03-2008
Datum publicatie
07-06-2013
Zaaknummer
05/516021-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf voor meerdere zedendelicten met kinderen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer : 05/516021-07

Datum zitting : 26 februari 2008

Datum uitspraak : 11 maart 2008

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats]

Raadsman : mr. D. de Jong, advocaat te Utrecht.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 27 juni 2002 te Acquoy, in de gemeente Geldermalsen, buiten echt ontuchtige handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, te weten zijn

vinger(s) en/of tong brengen, houden en/of bewegen in haar vagina en/of likken aan haar vagina en/of stimuleren van haar clitoris, heeft gepleegd met [slachtoffer1], geboren op [geboortedatum], die toen de leeftijd van twaalf jaren

maar nog niet die van zestien jaren had bereikt;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 27 juni 2002 te Acquoy, in de gemeente Geldermalsen, met [slachtoffer1], geboren op [geboortedatum], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het opzettelijk ontuchtig likken en/of betasten van haar vagina en/of stimuleren van haar clitoris;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks 1 december 1991 tot en met 18 november 1993 te Acquoy, gemeente Geldermalsen, buiten echt ontuchtige handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, te weten zijn penis brengen, houden en/of bewegen in de mond en/of anus van die [slachtoffer2] en/of de penis van die [slachtoffer2] nemen in zijn, verdachtes, mond en/of elkaar over en weer aftrekken, heeft gepleegd met [slachtoffer2], geboren op [geboortedatum], die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had

bereikt;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks 1 december 1991 tot en met 18 november 1993 te Acquoy, gemeente Geldermalsen, met [slachtoffer2], geboren op [geboortedatum], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet

had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het opzettelijk ontuchtig zijn penis brengen tegen de mond en/of anus van die [slachtoffer2] en/of de penis van die [slachtoffer2] nemen in zijn, verdachtes, mond

en/of elkaar over en weer aftrekken;

3.

hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2002 tot en met 15 september 2003 te Acquoy, gemeente Geldermalsen, en/of elders in Nederland, met [slachtoffer3], geboren op 16 september

1987, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt (meermalen) ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het opzettelijk ontuchtig elkaar over en weer aftrekken en/of de penis van die [slachtoffer3] in zijn, verdachtes, mond nemen, houden en/of bewegen;

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2002 tot en met 31 december 2004, te Acquoy, in de gemeente Geldermalsen, en/of elders in Nederland, (meermalen) door giften en/of beloften van geld en/of

goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of misleiding een of meerdere minderjarige(n), te weten (onder meer) [slachtoffer3] (geboren op [geboortedatum]), wiens minderjarigheid verdachte

kende en/of redelijkerwijs moest vermoeden, opzettelijk heeft bewogen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, bestaande (telkens) uit (onder meer) het aftrekken van de penis van die [slachtoffer3] en/of het nemen van de

penis van die [slachtoffer3] in zijn, verdachtes, mond en/of het aftrekken van de penis van verdachte door die [slachtoffer3];

5.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 1995 tot en met 27 juni 1998 te Geldermalsen en/of Acquoy, (telkens) (opzettelijk) handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het

lichaam, te weten kriebelen over haar (blote) rug, buik en/of schaamstreek en/of betasten van haar vagina en/of anus en/of zijn vinger(s) brengen, houden en/of bewegen in haar vagina, heeft gepleegd met [slachtoffer1],

geboren op [geboortedatum], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt;

althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling leidt:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 1995 tot en met 27 juni 1998 te Geldermalsen en/of Acquoy, (telkens) met [slachtoffer1], geboren op [geboortedatum], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het opzettelijk ontuchtig kriebelen over haar (blote)

rug, buik en/of schaamstreek en/of betasten van haar (blote) vagina en/of anus;

6.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2006 tot en met 31 december 2006 te Acquoy en/of elders in Nederland, een of meerdere keren door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of

een andere feitelijkheid [slachtoffer4] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het opzettelijk ontuchtig (vast)pakken/houden van en/of knijpen in de penis en/of testikels van die [slachtoffer4], in elk geval het betasten van de penis en/of testikels van die [slachtoffer4], en welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid bestond uit het opzettelijk gewelddadig en/of dreigend onverhoeds (vast)pakken van en/of knijpen in de penis en/of testikels van die [slachtoffer4];

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 26 februari 2008 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. D. de Jong, advocaat te Utrecht.

Als benadeelde partij hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

- [slachtoffer1]

- [slachtoffer3]

De benadeelde partij (slachtoffer1) is tevens ter terechtzitting verschenen.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 primair, 3, 4, 5 primair en 6 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met als bijzondere voorwaarde op te leggen reclasseringstoezicht, ook als dit inhoudt ambulante behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling en voorts met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Ten aanzien van het beslag heeft de officier van justitie teruggave van de inbeslaggenomen computer aan verdachte verzocht, met de kanttekening dat de politie de aangetroffen kinderpornobestanden vooraf van deze computer zal verwijderen.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 4 is tenlastegelegd en zal verdachte daarvan vrijspreken. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het dossier niet dat de geldbedragen die verdachte aan aangever [slachtoffer3] gaf als doel hadden [slachtoffer3] tot het plegen van ontuchtige handelingen te bewegen.

Verdachte heeft ontkend feit 5 te hebben begaan.

Verdachte heeft verklaard dat hij aangeefster in genoemde periode wel eens naar bed bracht en dat hij aangeefster daarbij over de rug en over de buik heeft gekriebeld. Aangeefster heeft dit eveneens verklaard, maar heeft ook gedetailleerd verklaard dat verdachte haar vagina heeft betast en met een vinger in haar vagina is gegaan. De toenmalige basisschoolleraar van aangeefster (aangeefster) heeft het volgende verklaard:

[slachtoffer1] is een leerling van mij geweest in groep 8 van de [school] [adres], in het schooljaar 1997-1998. (…) In groep 8 hadden wij een serie lessen seksuele opvoeding met in een les het onderwerp seksueel misbruik. Tijdens die les barstte [slachtoffer1] in tranen uit. Als leerkracht voelde ik toen al meteen aan dat er iets niet goed zat. Ik heb toen die les snel afgerond, de groep aan het werk gezet en gevraagd aan [slachtoffer1] of zij naar een rustig plekje in de school wilde komen,voor een gesprekje .Dit wilde zij wel. Toen kwam het verhaal naar buiten dat zij regelmatig bij familie in Acquoy in de Betuwe op bezoek gingen. Ik kan verder geen details over deze familie. Omdat het zover weg was, bleven zij daar altijd slapen. Toen vertelde zij ook dat als zij in bed lag, haar oom wat later op de avond op haar kamer kwam en hij haar dan ging betasten.

Dit wordt bevestigd door de moeder van aangeefster, [aangeefster]. Beide getuigen verklaren bovendien dat daarna aangeefster niet meer bij verdachte mocht logeren. Mede gelet op deze verklaringen heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster.

Ten aanzien van feit 6 heeft verdachte verklaard dat hij aangever wel in het kruis heeft gegrepen doch hiermee geen seksuele bedoelingen heeft gehad. Volgens verdachte was het een geintje.

Gelet echter op de door verdachte gepleegde feiten voorafgaande aan de in dit feit genoemde periode, waaruit een kennelijke behoefte aan seksuele contacten met jongeren blijkt, heeft de rechtbank de overtuiging dat het handelen van verdachte als ontuchtig moet worden beschouwd.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3, 5 primair en 6 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij in de periode van 1 januari 2001 tot en met 27 juni 2002 te Acquoy, in de gemeente Geldermalsen, buiten echt ontuchtige handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, te weten zijn vinger(s) en tong brengen, houden en/of bewegen in haar vagina en likken aan haar vagina en stimuleren van haar clitoris, heeft gepleegd met [slachtoffer1], geboren op [geboortedatum], die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt;

2.

hij op tijdstippen in de periode van 1 december 1991 tot en met 18 november 1993 te Acquoy, gemeente Geldermalsen,

buiten echt ontuchtige handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, te weten zijn penis brengen, houden en/of bewegen in de mond en/of anus van die [slachtoffer2] en de penis van die [slachtoffer2] nemen in zijn, verdachtes, mond en elkaar over en weer aftrekken, heeft gepleegd met [slachtoffer2], geboren op [geboortedatum], die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had

bereikt;

3.

hij op tijdstippen gelegen in de periode van 1 oktober 2002 tot en met 15 september 2003 te Acquoy, gemeente Geldermalsen, met [slachtoffer3], geboren op [geboortedatum], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt meermalen ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het opzettelijk ontuchtig elkaar over en weer aftrekken en de penis van die [slachtoffer3] in zijn, verdachtes, mond nemen, houden en/of bewegen;

5.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 1996 tot en met 27 juni 1998 te Acquoy, telkens opzettelijk handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, te weten kriebelen over haar schaamstreek en/of betasten van haar vagina en/of zijn vinger(s) brengen, houden en/of bewegen in haar vagina, heeft gepleegd met [slachtoffer1], geboren op [geboortedatum], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt;

6.

hij in de periode van 1 juni 2006 tot en met 31 december 2006 te Acquoy door een feitelijkheid heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het opzettelijk ontuchtig (vast)pakken/houden van en knijpen in de penis en testikels van die [slachtoffer4], welke feitelijkheid bestond uit het opzettelijk onverhoeds (vast)pakken van en knijpen in de penis en testikels van die [slachtoffer4];

Hetgeen verdachte onder 1, 2, 3, 5 en 6 meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4a. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van de feiten 1 en 2 telkens:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 3:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 5:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 6:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid

4b. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 13 februari 2008;

• een vroeghulpinterventierapport van Reclassering Nederland, gedateerd 16 augustus 2007, betreffende verdachte.

• een rapportage in het kader van een voorlichtingsconsult van het NIFP, gedateerd 22 augustus 2007, betreffende verdachte.

• een voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland, gedateerd 2 november 2007, betreffende verdachte.

• een adviesrapport van Reclassering Nederland, gedateerd 20 februari 2008, betreffende verdachte.

• een pro justitia rapportage, opgemaakt door (psycholoog), gezondheidszorg- en forensisch psycholoog en [psychiater], psychiater, gedateerd respectievelijk 29 oktober 2007 en 25 februari 2008, betreffende verdachte.

De rechtbank houdt rekening met hetgeen door de psycholoog en psychiater in hun rapport naar voren is gebracht en met de conclusie dat het tenlastegelegde verdachte in enigszins verminderde mate kan worden toegerekend.

De rechtbank overweegt verder het navolgende.

Verdachte heeft gedurende een langere periode ontuchtige handelingen verricht bij drie minderjarigen, welke handelingen mede uit het seksueel binnendringen in het lichaam bestonden. Verdachte heeft hierbij op geen enkele wijze rekening gehouden met de gevolgen die deze handelingen voor het slachtoffer zouden kunnen hebben en heeft alleen oog gehad voor zijn eigen directe behoeftebevrediging. Tevens is hij geheel voorbijgegaan aan de jonge leeftijd en de daarmee gepaard gaande seksuele kwetsbaarheid van de slachtoffers. De rechtbank acht dit zeer ernstige feiten. Verdachte heeft door zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van de slachtoffers. Het is algemeen bekend dat dit soort feiten voor hen ernstige en langdurige psychische gevolgen kunnen hebben.

Daarnaast heeft verdachte zich ook nog schuldig gemaakt aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid door iemand in het kruis te grijpen.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak geen andere straf in aanmerking komt dan een deels voorwaardelijke gevangenisstraf waarvan een deel voorwaardelijk zal worden opgelegd. Deze zal lager zijn dan door de officier van justitie geëist, gelet op het feit dat de rechtbank minder bewezen acht dan de officier van justitie.

De rechtbank ziet, gelet op verdachtes persoonlijke omstandigheden, aanleiding aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarde te verbinden dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dat mocht inhouden het volgen van een ambulante behandeling bij De Waag.

Ten aanzien van het beslag overweegt de rechtbank dat de inbeslaggenomen computer kan worden teruggegeven aan verdachte, op voorwaarde dat de politie de aangetroffen bestanden kinderporno van de harde schijf verwijdert. Voor het geval de politie deze niet op eenvoudige wijze kan verwijderen, beveelt de rechtbank de teruggave van de computer zonder harde schijf c.q. schijven.

6a. De beoordeling van de civiele vorderingen

De benadeelde partijen [slachtoffer1] en [slachtoffer3], geboren op [geboortedatum], hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding van door hun geleden schade tot een bedrag van respectievelijk € 5438,54 en € 2500,-.

De rechtbank acht voldoende bewezen dat [slachtoffer1] door hetgeen haar is aangedaan immateriële schade heeft geleden en dat zij uit dien hoofde terecht aanspraak maakt op vergoeding van die schade. De rechtbank kan in deze strafrechtelijke procedure niet exact vaststellen welk bedrag aan vergoeding voor de geleden immateriële schade juist is. Zij is echter van oordeel dat in ieder geval een bedrag van € 2000,- aan schadevergoeding op zijn plaats is zodat zij dit bedrag bij wijze van voorschot zal toewijzen aan het slachtoffer. De vordering is voorzover zij strekt tot vergoeding van een hoger bedrag wegens immateriële schade en van andere schade niet van eenvoudige aard zodat de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk is en de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De rechtbank zal tevens de wettelijke rente toewijzen met ingang van de dag waarop het vonnis wordt gewezen.

De rechtbank acht voldoende bewezen dat [slachtoffer3], geboren op [geboortedatum], door hetgeen hem is aangedaan immateriële schade heeft geleden en dat hij uit dien hoofde terecht aanspraak maakt op vergoeding van die schade. De rechtbank acht het door hem gevorderde bedrag op zijn plaats zodat zij dit bedrag zal toewijzen aan de benadeelde partij.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 36f en 57, 244, 245, 246, 247 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het de onder 4 tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte het 1 primair, 2 primair, 3, 5 primair en 6 tenlastegelegde tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair, 2 primair, 3, 5 primair en 6 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

Een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 12 (twaalf) maanden niet tenuitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

De tenuitvoerlegging kan tevens worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende bijzondere voorwaarde niet is nagekomen:

Veroordeelde dient zich gedurende de proeftijd te gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die hem door of namens Reclassering Nederland zullen worden gegeven, ook indien dit zal inhouden het volgen van een ambulante behandeling bij De Waag of een andere vergelijkbare instelling, voor zover en voor zolang dat door genoemde instelling nodig wordt geacht.

Geeft opdracht aan Reclassering Nederland om aan veroordeelde bij de naleving van voornoemde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer1].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer1], wonende te [adres], te betalen € 2000,- (zegge tweeduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de uitspraak van dit vonnis.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk nu de vordering voor dat gedeelte niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. Verstaat dat de vordering voor wat dit betreft kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Maatregel van schadevergoeding ad € 2000,-, subsidiair 40 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer1], wonende te [adres], te betalen

€ 2000,-, (zegge tweeduizend euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 40 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat, indien en voor zover de veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer1], de verplichting van veroordeelde om aan de benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien en voor zover veroordeelde aan de benadeelde partij heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer3], geboren op [geboortedatum].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer3], wonende te [adres], te betalen € 2.500,- (zegge vijfentwintighonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de uitspraak van dit vonnis.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 2.500,- subsidiair 42 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer3], wonende te [adres], te betalen

€ 2.500,-, (zegge vijfentwintighonderd euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 42 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat, indien en voor zover de veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer3], de verplichting van veroordeelde om aan de benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien en voor zover veroordeelde aan de benadeelde partij heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Beveelt de teruggave van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven computer aan veroordeelde, op voorwaarde dat de politie de aangetroffen bestanden die als kinderporno zijn aangemerkt van de computer verwijdert.

Voor het geval de politie genoemde bestanden niet op eenvoudige wijze kan verwijderen verwijdert beveelt de rechtbank de teruggave van voornoemde computer aan veroordeelde met uitzondering van de harde schijf, c.q. schijven.

In dat geval verklaart de rechtbank de harde schijf c.q. schijven verbeurd.

Heft op het geschorste bevel voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door:

mr. T.H.P. de Roos, vice-president, als voorzitter,

mr. J.H.M. Westenbroek, rechter,

mr. G. Noordraven, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 maart 2008.