Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BH1572

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
25-08-2008
Datum publicatie
02-02-2009
Zaaknummer
08-691 en 692
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek dwangregeling/gedwongen achuldregeling ex. art. 287a Fw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

rekestnummers: 08/691 en 692 /nd

uitspraakdatum: 25 augustus 2008

Verzoek gedwongen schuldregeling ex artikel 287a Faillissementswet

In de zaak van:

[verzoekers],

beiden wonende te [woonplaats],

nader te noemen verzoekers.

Verzoekers hebben bij de rechtbank op 24 juli 2008 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Daarbij is verzocht [schuldeisers] (die gezamenlijk worden vertegenwoordigd door mr. S.M. van der Zwan te bevelen in te stemmen met een vóór indiening van het verzoekschrift aangeboden schuldregeling als bedoeld in artikel 287a van de Faillissementswet.

Verzoekers zijn door de rechtbank gehoord ter terechtzitting van 28 juli 2008 en 18 augustus 2008. Daarnaast is op beide zittingen de heer A.G.N. Bletterman namens Zuidweg Insolventie-bemiddeling (hierna: Zuidweg) verschenen.

feiten

De schuldenlast van verzoekers bedraagt volgens de opgave van Zuidweg € 212.600,29.

[verzoeker 1] is 54 jaar oud. [verzoeker 2] is 52 jaar oud. Zij ontvangen momenteel gezamenlijk een WWB-uitkering. De gemeente Rheden heeft aan verzoekers een bbz-krediet toegezegd van € 65.000,- waarvan € 56.820,- voor de gezamenlijke schuldeisers beschikbaar is, welk krediet is verstrekt om een minnelijke schuldregeling tot stand te brengen tussen verzoekers en hun schuldeisers om zodoende een doorstart van de eenmanszaak van verzoeker mogelijk te maken. Aan de preferente schuldeiser, de Belastingdienst, is 45% van de vordering aangeboden waarmee hij akkoord is gegaan. Aan de concurrente schuldeisers is 22,5% van hun vordering aangeboden. [schuldeisers] hebben zich niet akkoord verklaard met dit aanbod. Zij vertegenwoordigen samen 42,37% van de totale concurrente schuldenlast. De weigerachtige schuldeisers hebben aangegeven dat onder meer het betalingsgedrag van verzoekers in het verleden en het niet nakomen van gedane toezeggingen aanleiding zijn niet akkoord te gaan. [schuldeisers] geven tevens de voorkeur aan het uitspreken van het faillissement van verzoekers. Dit faillissement is door hen aangevraagd.

Verzoekers hebben aangegeven dat de argumenten die strekken tot het betalingsgedrag en de houding van verzoekers geen aanleiding zijn om het gedane aanbod te weigeren. Het gedane voorstel is volgens verzoekers het uiterste aanbod waartoe zij in staat moeten worden geacht. Verzoekers hebben een WWB-uitkering en gezien hun leeftijd valt niet te verwachten dat zij binnen drie jaar meer geld bij elkaar kunnen brengen in een wettelijke schuldsaneringsregeling, mede rekening houdend met de kosten die een dergelijke regeling met zich brengt. Bij verzoekster, mevrouw Reijnen, is sprake geweest van een zware burn-out als gevolg van haar werk op de dansacademie te Arnhem. Zij heeft sindsdien niet meer gewerkt.

De beoordeling van het verzoek:

Het verzoek tot het opleggen van deze schuldregeling aan [schuldeiser] en [schuldeisers] dient te worden toegewezen indien de weigerachtige schuldeisers in redelijkheid niet tot weigering van instemming met deze schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van de verzoekers of van de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad. Blijkens de wetsgeschiedenis (MvT Kamerstukken II 2004/05 nr. 3 p. 18) bij de totstandkoming van artikel 287a Fw. kan een groot aantal toetsingscriteria van belang zijn bij de beantwoording van deze vraag.

Allereerst is de vraag of het voorstel goed is gedocumenteerd en of voldoende duidelijk is dat het bod het uiterste is waartoe de verzoekers financieel in staat moet worden geacht.

De rechtbank stelt vast dat verzoekers door middel van het bbz-krediet een totaalbedrag van

€ 56.820,- aan kunnen bieden aan de gezamenlijke schuldeisers. Gelet op de persoonlijke en de inkomenssituatie van verzoekers is niet te verwachten dat zij binnen een wettelijke schuldsaneringsregeling of daarbuiten een zodanige stijging van het inkomen zullen genereren, dat dit zou leiden tot een duidelijk hogere uitdeling in een wettelijke schuldsaneringsregeling. De schuldeisers zullen bovendien per direct worden betaald en geen drie jaar op een eventuele uitkering hoeven te wachten. Daarmee krijgen de schuldeisers een hogere uitkering en een snellere aflossing dan in het wettelijke traject te verwachten is.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat [schuldeiser] en [schuldeisers] in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen.

Het verzoek om de weigerachtige schuldeisers te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom op grond van artikel 287a lid 5 Faillissementswet toegewezen.

Het verzoek van verzoekers om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling kan, gelet op toewijzing van de schuldregeling, onbesproken blijven.

De beslissing

De rechtbank:

- beveelt [schuldeisers] in te stemmen met de door verzoekers

aangeboden schuldregeling.

Dit vonnis is gewezen door D.M.I. de Waele en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 augustus 2008.

de griffier, de rechter,