Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BH1567

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
10-06-2008
Datum publicatie
02-02-2009
Zaaknummer
08/447
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek dwangregeling/gedwongen schuldregeling ex. art. 287a Fw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

rekestnummer: 08/447 rg

uitspraakdatum: 10 juni 2008

Verzoek gedwongen schuldregeling artikel 287a Faillissementswet

In de zaak van: [verzoeker],

wonende te Arnhem,

nader te noemen verzoeker,

1. De procedure

1.1 Op 28 april 2008 heeft verzoeker een verzoek ingediend tot het bevelen van zijn schuldeiser Houweling & Kars Advocaten om alsnog mee te werken aan een eerder aangeboden schuldregeling als bedoeld in artikel 287a van de Faillissementswet. Hiernaast heeft verzoeker een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

1.2 Verzoeker is hierover door de rechtbank gehoord ter terechtzitting van 2 juni 2008. Ondanks behoorlijke oproeping om ter zitting te worden gehoord, is schuldeiser Houweling & Kars Advocaten niet ter terechtzitting van 2 juni 2008 verschenen. Wel zijn gehoord [twee personen] van het BAC.

2. De feiten

2.1 Het verzoek betreft het opleggen van een schuldregeling aan Houweling & Kars Advocaten inhoudende een betaling van 3,82% van de schuldsom ineens tegen finale kwijting. Voornoemd percentage is volgens het verzoekschrift tot stand gekomen conform de NVVK-Gedragscode. Het BAC heeft verklaard dat er een aflossingscapaciteit is van € 70,81 gedurende 36 maanden, het BAC biedt voor een echtpaar echter altijd minimaal € 93,46 per maand aan. Het nettobedrag dat kan worden uitgekeerd bedraagt € 2.634,03. Volgens het BAC is dit aanbod het uiterste waartoe verzoeker op dit moment financieel in staat kan worden geacht. Het BAC verwacht niet dat er op korte termijn een inkomensstijging valt te verwachten. Verzoeker heeft weliswaar in 2005 nog gewerkt maar kampt thans met een aantal gezondheidsproblemen.

2.2 Houweling & Kars Advocaten heeft geweigerd in te stemmen met deze schuldregeling. Houweling & Kars Advocaten heeft haar standpunt om niet mee te werken aan de schuldregeling niet verder beargumenteerd.

2.3 De totale schuldenlast van de heer [verzoeker] bedraagt € 49.961,01 en er zijn 19 schuldeisers. Er zijn thans 18 schuldeisers akkoord gegaan met het betalingsvoorstel. Zij vertegenwoordigen 94,74% van de schuldeisers en 92,10% van de totale schuld. De vordering van Houweling en Kars Advocaten bedraagt € 3.944,86.

3. De beoordeling van het verzoek

3.1 Het verzoek tot oplegging van genoemde schuldregeling aan Houweling & Kars Advocaten dient te worden toegewezen indien Houweling & Kars Advocaten in redelijkheid niet tot weigering van instemming met deze schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of van de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad (artikel 287a Fw.)

Blijkens de wetsgeschiedenis (MvT Kamerstukken II 2004/05, 29942, nr. 3 p. 18) bij de totstandkoming van artikel 287a FW. kan een groot aantal toetsingscriteria van belang zijn bij de beantwoording van deze vraag.

3.2 Allereerst is de vraag of het voorstel goed en betrouwbaar is gedocumenteerd en of voldoende duidelijk is dat het bod het uiterste is waartoe verzoeker financieel in staat moet worden geacht. De schuldregeling is door het BAC van de gemeente Arnhem voorbereid en getoetst, dit betreft derhalve een onafhankelijke en deskundige partij. Het verzoek is verder goed onderbouwd en gedocumenteerd. Daar staat echter tegenover dat de rechtbank van oordeel is dat onvoldoende duidelijk is geworden dat er niet meer kan worden gespaard voor de schuldeisers.

Het BAC verwacht niet dat de komende tijd een inkomensstijging gerealiseerd zal worden. De rechtbank is echter, gelet op het feit dat verzoeker in 2005 nog heeft gewerkt, de toelichting van verzoeker ter zitting en het feit dat er geen medische verklaring is overgelegd waaruit volgt dat verzoeker arbeidsongeschikt is, van oordeel dat niet voldoende vast staat dat de uitvoering van het aanbod leidt tot een uitbetaling aan de schuldeisers die als uiterste moet worden beschouwd waartoe verzoeker in staat is. Een inkomensstijging behoort nog altijd tot de mogelijkheden.

In de wettelijke schuldsaneringsregeling, als alternatief ten opzichte van de dwangregeling, is de controle op de naleving van de sollicitatieplicht streng. Verzoeker zal de bewindvoerder iedere maand vier schriftelijke bewijzen van sollicitatieactiviteiten moeten overleggen. Verzoeker dient te solliciteren op fulltime banen. De bewindvoerder beoordeelt de naleving van de sollicitatieplicht onder toezicht van de rechter-commissaris. Bovendien biedt de wettelijke regeling meer zekerheden door het huisbezoek, het onderzoek naar activa en de postblokkade.

3.4 Het verzoek om Houweling en Kars Advocaten te bevelen in te stemmen met de schuldregeling zal derhalve worden afgewezen. Op het verzoek van verzoeker om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling zal daarom op een nader te bepalen datum worden beslist.

4. De beslissing

De rechtbank:

4.1. wijst het verzoek af;

4.2. bepaalt dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden behandeld op een nader te bepalen datum.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Boon en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juni 2008.

de griffier, de rechter,