Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BG9341

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
17-12-2008
Datum publicatie
09-01-2009
Zaaknummer
171598
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot nakoming van een overeenkomst tot het verrichten van wervingswerkzaamheden. Subsidiair strekt de vordering tot vergoeding van loon wegens voortijdige beëindiging van de overeenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 171598 / HA ZA 08-1048

Vonnis van 17 december 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[...] RETAIL ADVIES B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. A.T. Bolt te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DRESSXPRESS B.V.,

gevestigd te Barneveld,

gedaagde,

advocaat mr. R.F.M.E. Gommers te Doorwerth.

Partijen zullen hierna [eiseres] en DressXPress genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 3 september 2008

- het proces-verbaal van comparitie van 3 oktober 2008.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eigenaar van eiseres] (hierna: [eigenaar van eiseres]) is statutair-directeur en enig aandeelhouder van [eiseres], een onderneming die is gespecialiseerd in advisering en dienstverlening, onder andere op het gebied van werving en selectie. [eiseres] doet haar zaken onder de namen FashionUnited Franchise en Serious about Fashion.

2.2. [indirect bestuurder van gedaagde] (hierna: [indirect bestuurder van gedaagde]) is indirect bestuurder en groot aandeelhouder van DressXpress. [indirect bestuurder van gedaagde] is alleen en zelfstandig bevoegd DressXpress te vertegenwoordigen. [belanghe[belanghebbende] (hierna: [belanghebbende]) was bedenker van het concept van DressXpress en indirect minderheidsaandeelhouder van DressXpress. DressXpress is een onderneming die in 2004 is opgericht met het doel een franchiseformule op het gebied van kledingreiniging te exploiteren.

2.3. Op 16 augustus 2006 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen [eigenaar van eiseres] en [belanghebbende] over een mogelijke samenwerking die zou zijn gericht op het werven van kandidaat franchisenemers voor DressXpress.

2.4. Bij de stukken bevindt zich een brief van 20 augustus 2006 ondertekend door “[eigenaar van eiseres], Senior Consultant, FashionUnited Franchise” gericht aan DressXpress ter attentie van [belanghebbende]. Hierin is, voor zover van belang, opgenomen:

‘Naar aanleiding van ons prettige gesprek op woensdag 16 augustus jl. ontvangt u hierbij ons voorstel voor de werving van Franchise ondernemers voor DressXPress.

In dit voorstel heb ik verschillende scenario’s opgenomen van werving (...).

Werving van kandidaat ondernemers door FashionUnited Franchise:

Allereerst zal er door ons een zoekprofiel worden opgesteld en met u worden afgestemd. Dit profiel wordt gebaseerd op basis van de door ons ontvangen gegegevens en een aanvullend gesprek. (…)

Ons wervingstraject:

Onze werving en selectie methodes zijn zowel actief als passief.

Bij actieve werving moet u denken aan:

- headhunting waarbij we actief bestaande ondernemers (die nu een concurrerende formule voeren) gaan benaderen en hier gesprekken mee voeren om over te gaan naar een andere winkel formule. Deze ondernemers vinden we door gebruik te maken van ons netwerk en actief winkels te gaan bezoeken.

Bij passieve werving moet u denken aan:

- (vak)beurzen

- advertenties in vakbladen en (lokale) dagbladen (hiervan worden de kosten separaat doorbelast)

- onze site van Fashion United waarbij we de banner van de formule van DressXPress op diverse plaatsen terug laten komen. Onze Fashion United.nl en .com site trekken op maandbasis 4,5 mln. bezoekers waarvan er 500 tot 600 duizend uniek zijn.

- potentiële ondernemers schrijven zij bij FashionUnited Franchise in. Hierdoor bouwen we een database op, deze leggen we naast het zoekprofiel en heruit krijgen we de juiste kandidaten.

Ons bereik zal op deze wijze optimaal zijn en hierdoor zijn wij in staat om in een korte tijd de juiste kandidaten aan te leveren.

Voorstellen van de kandidaat aan uw organisatie:

Onze kracht zit in het goed aanvoelen van de behoefte van de opdrachtgever. Wanneer de werving van kandidaat ondernemers uitbesteed wordt, is het de bedoeling dat u er geen of heel weinig werk aan heeft. Kortom het aantal “niet passende” kandidaten moet minimaal zijn en eigenlijk zou bijna elke voorgestelde kandidaat uistekend geschikt moeten zijn. Elke bij u aangedragen kandidaat beschikt over voldoende financiële middelen en zal bij ons een psychologische test ondergaan.

Psychologische test:

Tegenwoordig zullen steeds meer banken gaan vragen om een psychologische test wanneer een ondernemer een franchisewinkel wil gaan exploiteren. In deze test moet naar boven komen wat de kwaliteiten van de kandidaat ondernemer zijn, daarnaast komen zijn competenties naar voeren, hoe u deze persoon het best kunt aansturen, waar liggen de valkuilen en hoe kunt u de kandidaat het beste motiveren. Vooraf ontvangt u van ons een rapportage over de betreffende kandidaat.

Het voorstel gesprek:

Wanneer dit gesprek positief door u beoordeeld wordt, zal er met de betreffende kandidaat een voorovereenkomst getekend worden. Dit is een voorlopig contract waarbij de franchise gever zich verplicht om uitsluitend met deze kandidaat verder te gaan voor deze locatie. In deze voorovereenkomst wordt een groot aantal afspraken gemaakt waarbij de rechten en plichten van beide partijen duidelijk beschreven zijn (incl. boeteclausules).

Wij blijven de kandidaat ondersteunen en deze kan een beroep op ons doen wanneer hij vragen heeft over bijvoorbeeld de locatie, het exploitatie model, enz. In deze fase zijn wij feitelijk de back-up voor de franchisenemer en kunnen hem met raad en daad ondersteunen.

Kosten optie 1:

De kosten voor dit traject bedragen euro 5.250,00 voor de kandidaat ondernemers en ondernemers (excl. BTW en per geplaatste kandidaat) Er worden u geen extra kosten in rekening gebracht tenzij er via dagbladen geworven moet worden. Hiervoor belasten we de werkelijk gemaakte kosten door. Deze prijs voor werving is gebaseerd op het volledig uit handen nemen van de werving en is op basis van no cure no-pay en zijn wij niet de exclusieve wervingspartner.

Kosten optie 2:

De manier van werven is identiek aan optie 1 maar het verschil is dat we hier optreden als exclusieve wervingspartner. We werken met een lagere basis fee maar vragen een succes fee welke gebaseerd is op: aantal en snelheid. DressXPress wil in totaal 80 winkels openen in maximaal 2 jaar, gemiddeld 3 winkels per maand. De basis fee bedraagt dan euro 3.500 per kandidaat en de succesfee voor plaatsing van 10 ondernemers is euro 3.500,00 (ongeacht de tijd) voor de plaatsing van 10 ondernemers binnen de 3 maanden bedraagt de succesfee euro 7.500,00. Bij behalen van de 80 ondernemers binnen 18 maanden extra fee van euro 15.000,00.’

2.5. Op 20 september 2006 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen [indirect bestuurder van gedaagde], [belanghebbende] en [eigenaar van eiseres] op het kantoor bij [eiseres].

2.6. In november 2006 is [eiseres] gestart met wervingswerkzaamheden voor DressXpress. [belanghebbende] en [eigenaar van eiseres] hebben in november 2006 besloten regionaal te adverteren via het Fries Dagblad. [belanghebbende] heeft daarover op 21 november 2006 een email gestuurd aan [eigenaar van eiseres] met een ‘cc’ aan [indirect bestuurder van gedaagde]. Deze luidt:

‘Beste [...],

Bijgaand tref je de concept tekst voor een advertentie in het Fries dagblad. Heel jammer dat onze kandidaat in Stiens afhaakt (of heb je nog een ander bericht vernomen).

Ik wel echt verder in Leeuwarden vanwege de locatie.

laten we alles op alles zetten om het te laten slagen.

Als een advertentie helpt daarin .... toemaar.

Graag je reactie op de tekst en de gedachte.

Groet

[...]’

2.7. Op 22 februari 2007 heeft [eiseres] aan DressXpress, ter attentie van [...] [belanghebbende], een factuur gestuurd voor “Bijdrage van 50% van de kosten van de advertentie voor de werving van kandidaten Noord Nederland volgens afspraak”. DressXpress heeft deze factuur voldaan.

2.8. Op 10 april 2007 heeft [belanghebbende] een mailbericht verzonden aan [eigenaar van eiseres] met een ‘cc’ aan [indirect bestuurder van gedaagde] en [betrokkene]. Hierin is, voor zover van belang, opgenomen:

‘De twee geteste kandidaten voor Leeuwarden en Groningen zijn positief. We gaan nu het ondernemingsplan maken. Geplande start Leeuwarden 1-6 en Groningen 1-7. De kandidaat voor Drachten wordt morgen getest. Was afgelopen vrijdag verhinderd.

[betrokkene], weten jullie nog een pand in Hoofddorp, Aalsmeer, Amstelveen voor onze kandidaat uit Amsterdam?

Met vriendelijke groet,

[...] [belanghebbende]

DressXpress

0342-419534’

2.9. [eiseres] B.V. heeft op 1 oktober 2007 een factuur ten bedrage van

€ 16.600,00 inclusief BTW aan DressXpress verzonden. Hierin is, voor zover van belang, opgenomen:

‘Betreft:

Werving van 4 kandidaten voor de formule DressXpress prijs per kandidaat conform voorstel optie 2 (euro 3.500,00 per kandidaat). Het betreft akkoord bevonden kandidaten voor Leeuwarden, Drachten, Groningen en Amsterdam (omgeving).’

2.10. DressXpress heeft de factuur, ondanks daartoe te zijn aangemaand, niet voldaan.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] heeft gevorderd DressXpress bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis te veroordelen tot betaling van € 18.821,48, vermeerderd met de contractuele rente van 1% per maand over de hoofdsom, vanaf 1 juli 2008 tot de dag der algehele voldoening en DressXpress te veroordelen in de kosten van de procedure. Het gevorderde bedrag bestaat uit de hoofdsom van € 16.600,=, rente tot 1 juni 2008 ad

€ 1.257,48 en incassokosten ad € 904,=.

3.2. Aan haar vordering legt [eiseres] primair nakoming van de overeenkomst met DressXpress ten grondslag. Subsidiair strekt de vordering tot vergoeding van loon vanwege het voortijdig beëindigen van de overeenkomst.

3.3. DressXpress heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Zij heeft aangevoerd dat [eiseres] geen contractspartij is. Verder heeft zij gesteld dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen, omdat alleen [indirect bestuurder van gedaagde] vertegenwoordigingsbevoegd was en hij geen opdracht heeft verstrekt. Zij heeft voorts betoogd dat geen sprake is van schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid. Tenslotte heeft zij betwist dat aan de voorwaarden die uit de overeenkomst voortvloeien voor het ontstaan van een vordering op DressXpress is voldaan.

4. De beoordeling

4.1. DressXpress heeft als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat [eiseres] voor haar uit de lucht komt vallen en dat deze vennootschap geen contractspartij is. Volgens DressXpress is het voorstel van 20 augustus 2006 afkomstig van hetzij de natuurlijke persoon [eigenaar van eiseres], hetzij van ‘FashionUnited Franchise’, part of the ‘FashionUnited Group’. In dit voorstel wordt de vennootschap [eiseres] in zijn geheel niet genoemd. De naam ‘Fashion United’ is de handelsnaam van de besloten vennootschap Infonomy.

4.2. [eigenaar van eiseres] heeft daarover ter comparitie verklaard dat hij bij de totstandkoming van de overeenkomst op 20 september 2006 inderdaad niet als [eiseres] naar buiten is getreden, maar dat het gesprek heeft plaatsgevonden op het kantoor van [eiseres] in [woonplaats], dat altijd op naam van [eiseres] is gefactureerd en dat [indirect bestuurder van gedaagde] zijn brief van 30 oktober 2007 aan [eiseres] heeft gericht. [eiseres] maakt krachtens overeenkomst met Infonomy B.V. gebruik van de in de modewereld invloedrijke naam en website “FashionUnited”, maar verder staat Infonomy geheel buiten de activiteiten van [eiseres].

4.3. Hierover wordt als volgt overwogen. DressXpress heeft aangevoerd dat het voorstel van 20 augustus 2006 ofwel van [eigenaar van eiseres] in persoon afkomstig is ofwel van ‘FashionUnited Franchise’. Dat het voorstel van Infonomy afkomstig zou zijn, heeft zij echter onvoldoende onderbouwd. Dat Infonomy de handelsnaam ‘FashionUnited’ hanteert, is daartoe onvoldoende al was het maar omdat het voorstel van 20 augustus 2006 ‘FashionUnited Franchise’ vermeldt. Verder heeft DressXpress de stellingen over de relatie tussen Infonomy en [eiseres] niet bestreden.

4.4. Dan resteert de vraag of DressXpress ervan uit ging of mocht gaan dat het voorstel van 20 augustus 2006 van [eigenaar van eiseres] in persoon afkomstig was. Het antwoord op de vraag of iemand jegens een ander bij het sluiten van een overeenkomst in eigen naam – dat wil zeggen als wederpartij van die ander – is opgetreden, hangt af van hetgeen hij en die ander daaromtrent jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden (zie HR 11 maart 1977, NJ 1977, 521).

DressXpress baseert haar verweer uitsluitend op de tekst van de brief van 20 augustus 2006. Die is echter niet alleen van belang. Van belang is eveneens of [belanghebbende], die namens DressXpress contact had gelegd met [eigenaar van eiseres], aanleiding had te veronderstellen dat [eigenaar van eiseres] zijn voorstel in persoon deed. [eigenaar van eiseres] heeft daarover in zijn brief van 15 maart 2008 aan mr. De Boer gesteld dat hij als medewerker van [eiseres] is benaderd door [belanghebbende]. DressXpress heeft daar niets tegenin gebracht. Hieruit volgt al dat het [belanghebbende] (en dus DressXpress) op zijn minst duidelijk moet zijn geweest dat [eigenaar van eiseres] zich niet in persoon verbond. Uit de aanduiding “FashionUnited Franchise” op het voorstel van 20 augustus 2006 is bovendien duidelijk dat het voorstel bedrijfsmatig werd gedaan en dat gebruik gemaakt werd van een handelsnaam. Ten slotte wordt meegewogen dat [eiseres] haar facturen op die naam heeft verstuurd, ook de factuur van 22 februari 2007 betreffende de advertentiekosten, die ook is voldaan. Ook daaruit was DressXpress bekend met het gegeven dat [eiseres] van de zijde van [eigenaar van eiseres] als contractspartij werd beschouwd. Het thans bij conclusie van antwoord voor het eerst gevoerde verweer dat [eiseres] geen contractspartij is, is in het licht van dit alles onvoldoende onderbouwd. Dit verweer wordt dus verworpen.

4.5. Dan komt de rechtbank toe aan de vraag of op 20 september 2006 een mondelinge overeenkomst is gesloten en of DressXpress gebonden is krachtens artikel 3:61 BW.

4.6. Of op 20 september 2006 een mondelinge overeenkomst tussen [eigenaar van eiseres], [belanghebbende] en [indirect bestuurder van gedaagde] is gesloten is niet doorslaggevend indien geoordeeld zou moeten worden dat [eiseres] op grond van verklaringen of gedragingen van DressXpress heeft aangenomen en redelijkerwijs mocht aannemen dat aan [belanghebbende] een toereikende volmacht was verleend. Vast staat immers (gezien de emails van 21 november 2006 en 10 april 2007, de factuur van 22 februari 2007 en het ontbreken van een gemotiveerde betwisting van DressXpress) dat [eiseres] in de periode na 20 september 2006 in nauw overleg met [belanghebbende] is begonnen met werving en selectie voor DressXpress. Zo al geen overeenkomst zou zijn gesloten – mondeling – op 20 september 2006, dan volgt uit deze feitelijke werkzaamheden, die in overleg met [belanghebbende] namens DressXpress zijn verricht, wel dat [eigenaar van eiseres] ervan uit mocht gaan dat [belanghebbende] namens DressXpress een overeenkomst van werving en selectie was aangegaan. Dat de overeenkomst niet schriftelijk is vastgelegd doet daar niet aan af.

4.7. Over de vraag of [eigenaar van eiseres] er ook van uit mocht gaan dat [belanghebbende] daartoe bevoegd was, het volgende. [belanghebbende] en [indirect bestuurder van gedaagde] hebben op 20 september 2006 een bespreking met [eigenaar van eiseres] gevoerd over [eigenaar van eiseres]s voorstel. DressXpress heeft weliswaar aangevoerd dat [indirect bestuurder van gedaagde] naar die bespreking was gekomen omdat hij wel en [belanghebbende] niet vertegenwoordigingsbevoegd was, maar zij heeft niet gesteld, noch is gebleken, op grond waarvan dat aan [eigenaar van eiseres] duidelijk moet zijn geweest. De stelling dat [belanghebbende] zich ‘altijd’ als adviseur presenteerde, is daartoe onvoldoende. DressXpress heeft niet gesteld dat zij aan [eigenaar van eiseres] expliciet heeft gemeld dat uitsluitend [indirect bestuurder van gedaagde] tot het aangaan van een overeenkomst bevoegd was. Weliswaar had [eigenaar van eiseres] bij de Kamer van Koophandel de gegevens van DressXpress kunnen opvragen, maar – nog daargelaten dat daaruit slechts blijkt dat Franchise Formule Huis B.V. alleen/zelfstandig bevoegd is -, het enkele feit dat hij door nader onderzoek had kunnen achterhalen dat [indirect bestuurder van gedaagde] vertegenwoordigingsbevoegd was, wil nog niet zeggen dat hij er niet van uit mocht gaan dat [belanghebbende] uitdrukkelijk of stilzwijgend volmacht had de overeenkomst namens DressXpress aan te gaan.

4.8. De rechtbank is van oordeel dat [eigenaar van eiseres] op grond van het feit dat [indirect bestuurder van gedaagde] niet op de emails van 21 november 2006 en 10 april 2007 heeft gereageerd en dat de advertentiekosten zonder protest zijn betaald, redelijkerwijze mocht afleiden dat aan [belanghebbende] een toereikende volmacht was verleend. De schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan ook door een niet-doen worden gewekt, door het laten voortbestaan van een situatie (zie HR 9 augustus 2002, NJ 2002, 543). [indirect bestuurder van gedaagde] was gezien de bespreking van 20 september 2006 met het voorstel van [eigenaar van eiseres] bekend. Uit de email van 21 november 2006, die [indirect bestuurder van gedaagde] c.c. ontvangen heeft, is duidelijk dat [eigenaar van eiseres] bij de werving voor DressXpress betrokken was. [indirect bestuurder van gedaagde] heeft daarover ter comparitie verklaard dat hij directeur is van een grote commerciële organisatie, dat hij talloze mails per dag ontvangt en dat hij niet op elk cc-tje reageert. Die omstandigheid komt echter voor zijn eigen rekening. [eigenaar van eiseres] mocht het uitblijven van commentaar van [indirect bestuurder van gedaagde] redelijkerwijs opvatten als instemming met de gang van zaken, zodat daarmee namens DressXpress de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid van [belanghebbende] is gewekt. Op die grond is DressXpress gebonden. Aan bewijs over de vraag of op 20 september 2006 al dan niet mondeling overeenstemming is bereikt, behoeft dus niet te worden toegekomen.

4.9. De vordering van [eiseres] strekt tot nakoming. Zij heeft op 1 oktober 2007 gefactureerd voor vier akkoord bevonden kandidaten, conform kosten optie 2. DressXpress heeft betwist dat reeds aan de voorwaarden voor opeisbaarheid van haar vordering is voldaan. Zij heeft betwist dat er vier kandidaten geplaatst zijn of klaar staan voor plaatsing.

4.10. Hierover wordt het volgende overwogen. Volgens [eiseres] bestaat aanspraak op betaling indien de kandidaat is geaccepteerd door DressXpress. Ter comparitie heeft [eigenaar van eiseres] verklaard dat hij normaal pas factureert als de winkel opengaat, maar dat hij daartoe in dit geval vanwege de afwijzende reactie van [indirect bestuurder van gedaagde] eerder is overgegaan. DressXpress stelt dat [eiseres] pas na plaatsing aanspraak kan maken op betaling. Zij verwijst daarvoor naar het voorstel en naar het antwoord van [belanghebbende] op vraag 5 van de aan hem voorgelegde vragenlijst van 3 september 2008: ““Goedgekeurd” is inclusief de mogelijkheid tot plaatsen. Dus, pand, financiering.”

4.11. Het standpunt van DressXpress sluit aan bij de tekst van het voorstel van 20 augustus 2006. Dit beschrijft immers een heel traject, waarbij volgens kosten optie 1 sprake is van “no cure no pay”, terwijl kosten optie 2 aansluit bij de plaatsing van ondernemers. Bovendien sluit dit standpunt ook aan bij de opmerking van [belanghebbende] op de door [eiseres] in het geding gebrachte vragenlijst van 3 september 2008. Het had, gezien het gemotiveerde verweer van DressXpress op dit punt, op de weg van [eiseres] gelegen haar stelling dat haar vordering tot nakoming opeisbaar zou zijn voordat was geplaatst, nader te onderbouwen. Nu zij dat heeft nagelaten, zal ervan worden uitgegaan dat [eiseres] B.V. aanspraak kan maken op betaling wanneer een kandidaat is geplaatst.

4.12. Volgens [eiseres] zitten alle kandidaten ‘op de bank’. Daarmee bedoelt zij, zo begrijpt de rechtbank tenminste, dat haar deel van de overeenkomst geheel was nagekomen, dat zij de kandidaten aan DressXpress had aangedragen en dat DressXpress het verder in haar macht heeft hen al dan niet in te zetten. Ter onderbouwing van haar stelling dat er vier kandidaten ‘op de bank’ zitten, heeft [eiseres] de email van 10 april 2007 overgelegd. Daaruit volgt echter niet meer dan dat twee kandidaten positief waren getest. Op de facturen zijn de namen van de kandidaten niet genoemd. Dat heeft [eigenaar van eiseres] voor het eerst bij de comparitie gedaan. Al met al is de rechtbank van oordeel dat [eiseres] thans onvoldoende gegevens in het geding heeft gebracht waaruit kan worden afgeleid wat de status is van de vier kandidaten. Die status is echter van belang voor zowel haar vordering tot nakoming als voor haar beroep op artikel 7:411 BW. De zaak zal naar de rol worden verwezen voor akte, aan de zijde van [eiseres] als eerste, opdat de partijen zich daarover nader gemotiveerd, ondersteund door bewijsstukken, zullen kunnen uitlaten.

4.13. Voor het geval van een of meer kandidaten niet komt vast te staan dat reeds aanspraak bestaat op een fee, komt het beroep op artikel 7:411 BW aan de orde. Dit beroep is eerst op de comparitie gedaan. Bij hun akte zullen de partijen tevens de gelegenheid hebben, zo zij dat wensen, hun standpunt hieromtrent nader uit te werken.

4.14. Over de betwiste toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van [eiseres] B.V. , wordt thans reeds het volgende overwogen. [eiseres] B.V. heeft gesteld dat zij de toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden met DressXpress is overeengekomen. Zij heeft die stelling echter onvoldoende onderbouwd. In haar voorstel wordt niet naar haar algemene voorwaarden verwezen. Evenmin heeft zij gesteld dat zij mondeling de toepasselijkheid daarvan is overeengekomen. Zij heeft daarover slechts opgemerkt dat zij normaal gesproken de algemene voorwaarden met haar offerte meestuurt. Die stelling, waarvan overigens geen gespecificeerd bewijs is aangeboden, is onvoldoende voor het oordeel dat tussen haar en DressXpress de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden is overeengekomen.

4.15. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 14 januari 2009 voor het nemen van een akte door [eiseres] over hetgeen is vermeld onder de rechtsoverwegingen 4.12 en 4.13,

5.2. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E.B. ter Heide en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2008.

Coll.: EB