Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BG9238

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
17-12-2008
Datum publicatie
08-01-2009
Zaaknummer
147693
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Deskundigenbericht met betrekking tot meting van geluidsniveau door de gemeente.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 147693 / HA ZA 06-1959

Vonnis van 17 december 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PRORAIL B.V.,

gevestigd te Utrecht,

eiseres,

advocaat mr. F.J. Boom,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE GEMEENTE NIJMEGEN,

zetelend te Nijmegen,

gedaagde,

advocaat mr. P.J.M. van Wersch.

Partijen zullen hierna Prorail en de Gemeente genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 19 september 2007

- het deskundigenbericht

- de conclusie na deskundigenbericht van Prorail

- de antwoordconclusie na deskundigenbericht van de Gemeente

- de pleidooien en de ter gelegenheid daarvan overgelegde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. De rechtbank heeft in haar tussenvonnis van 19 september 2007 mw. ir. [deskundige] van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak - hierna: StAB - benoemd tot deskundige en haar de volgende vragen voorgelegd:

“1. Heeft de gemeente het geluidniveau gemeten, berekend en beoordeeld conform het dienaangaande gestelde in voorschrift 10.1 van de Wm-vergunning?

2. Heeft de Gemeente in haar akoestisch onderzoek van 15 mei 2006 de metingen op een juiste manier gecorrigeerd voor het meten vanaf een andere locatie, voor de gevelreflectie en voor de weersomstandigheden?

3. Als het antwoord op vraag 2 ontkennend is, wat zou het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op beoordelingspunt 21 voor de nachtperiode van 8 op 9 mei 2006 zijn bij toepassing van juiste correcties?

4. Welke andere feiten of omstandigheden, gebleken uit het onderzoek, kunnen van belang zijn voor een goed begrip van de zaak?”

2.2. De StAB (opsteller: [naam opsteller] heeft in het deskundigenbericht van 20 februari 2008 in essentie het volgende gerapporteerd.

2.3. Vraag 1 - De Gemeente heeft de meting in de nacht van 15 mei 2006 uitgevoerd conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai - hierna: de Handleiding. De Gemeente heeft gemeten aan de hand van methode I die is bedoeld voor metingen ten aanzien van inrichtingen met eenduidige representatieve bedrijfssituaties. Omdat in § 3.3.1 van het onderzoeksrapport van de Gemeente van de metingen van 15 mei 2006 is vermeld dat alle tijdens de feitelijke meting geconstateerde activiteiten binnen 80 m van het meetpunt plaatsvonden, heeft de Gemeente kunnen kiezen voor methode I. De Gemeente is in haar berekening niet uitgegaan van de basisgrootheid Li (het energetisch gemiddelde geluiddrukniveau van de geluidsgebeurtenis) uit de Handleiding, maar van het gesommeerde Sound Energy Level, ofwel ASEL. De Gemeente heeft echter het ASEL van de individuele geluidsgebeurtenissen op correcte wijze gecorrigeerd naar het Li. De Gemeente heeft dus het geluidniveau gemeten, berekend en beoordeeld conform het dienaangaande gestelde in voorschift 10.1 van de Wm-vergunning.

2.4. Vraag 2 - Tegen een achterliggende gevel reflecterend geluid dient te worden geëlimineerd in de berekeningen. Daartoe dient de gevelcorrectie Cg. De gevelcorrectie moet alleen dan worden toegepast als er op 2 m of minder vóór de gevel is gemeten. In dit geval is er 7 m vóór de gevel gemeten. Een gevelcorrectie behoeft daarom niet te worden toegepast. De Gemeente heeft dat wel gedaan, zodat een lager beoordelingsniveau is becijferd dan op basis van de Handleiding zou behoren. Gezien de afstand tussen de geluidsbronnen en het beoordelingspunt en gezien de hoogte van de bronnen en het beoordelingspunt had een meteocorrectie Cm van 0,8 tot 1,3 dB dienen te worden toegepast. De Gemeente heeft dat ten onrechte nagelaten.

2.5. Vraag 3 - Omdat de Gemeente de gevelcorrectie en de meteocorrectie niet goed heeft uitgevoerd, heeft de StAB het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau opnieuw berekend. De Gemeente heeft niet de afstanden van de individuele geluidsgebeurtenissen tot het beoordelingspunt vastgesteld. De StAB heeft om een en ander te reconstrueren een aantal aannames gedaan. Ook de StAB komt uit op een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 46,5 dB(A), derhalve een overschrijding van 1,5 dB.

2.6. Tijdens het pleidooi op 11 november 2008 heeft Prorail als aanvullende grond van het verzet gesteld dat aan het dwangbevel van Burgemeester en wethouders van de Gemeente van 1 september 2006 geen rechtsgeldig besluit ten grondslag ligt. In het dwangbevel wordt melding gemaakt van overtreding van de art. 4.3.2.2, 4.2.2.5, 4.2.2.6 en 4.2.2.12 van hoofdstuk 4, afdeling 2 Afvalstoffen van de APV van de Gemeente. Ten aanzien van deze bepalingen heeft de Gemeente geen last onder dwangsom opgelegd. Prorail kan ter zake van de vermeende overtreding van deze bepalingen dan ook geen dwangsommen verbeurd hebben. Ook het in het dwangbevel genoemde factuurnummer komt Prorail niet bekend voor. Volgens Prorail kan om deze reden het dwangbevel niet in stand blijven.

2.7. De stelling wordt verworpen. Het gaat om een slordigheid van de Gemeente bij het opstellen van het dwangbevel, die echter bij Prorail niet tot verwarring heeft geleid. Prorail heeft vanaf het begin begrepen dat het dwangbevel een overtreding betrof van de last onder dwangsom met betrekking tot de geluidsvoorschriften uit de Wm-vergunning. Dat wordt geïllustreerd door het feit dat Prorail pas twee jaar na het betekenen van het dwangbevel heeft opgemerkt dat de vermelding van overtreden artikelen niet klopt. Omdat er dus geen misverstand heeft bestaan bij Prorail, is er geen reden om het dwangbevel niet als geldig te beschouwen.

2.8. Prorail blijft ook na het rapport van de StAB bezwaren houden tegen (I) de keuze van de Gemeente voor methode I uit de Handleiding, (II) de wijze waarop de gevelcorrectie is gehanteerd en (III) de wijze waarop de meteocorrectie is berekend. Zij heeft deze bezwaren toegelicht aan de hand van de rapporten van DGMR Bouw B.V. te Arnhem - hierna: DGMR - van 7 en 22 april 2008. In de kern genomen voert Prorail aan dat (I) de bedrijfssituatie van het spoorwegemplacement te complex is voor methode I, ook omdat de geluidsbronnen overwegend op een afstand van meer dan 80 m van het beoordelingspunt gelegen waren, (II) dat ook bij een afstand van 7 m tussen beoordelingspunt en achterliggende gevel een gevelcorrectie moet worden toegepast en (III) dat de meteocorrectie niet meer kan worden bepaald, nu de Gemeente de locatie en de bronhoogte van de individuele geluidsgebeurtenissen onvoldoende precies heeft gedocumenteerd.

2.9. De rechtbank zal op de voet van art. 194 lid 5 Rv een comparitie van partijen bevelen waarbij tevens de deskundige aanwezig zal zijn opdat deze een nadere mondelinge toelichting op deze drie punten kan geven. Omdat de heer [naam opsteller] niet meer voor de StAB werkzaam is, zal de heer [naam vervanger] de StAB tijdens de comparitie vertegenwoordigen. Prorail zal ter wille van een goede voorbereiding van deskundige op de comparitie alle stukken van deze procedure aan de deskundige dienen te sturen.

2.10. Aan de hand van de opgave van de deskundige wordt het voorschot op zijn aanvullende loon en kosten, inclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting, bepaald op € 4.284,00. Dit bedrag dient, gezien artikel 195 Rv., ter griffie te worden gedeponeerd door Prorail.

2.11. De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, op de terechtzitting van de daartoe tot rechter-commissaris benoemde mr. F.J. de Vries in het paleis van justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4 op woensdag 4 maart 2009 van 9:00 tot 12:00 uur, waarbij tevens de deskundige aanwezig zal zijn opdat deze een nadere mondelinge toelichting op de drie in 2.8 genoemde punten kan geven,

3.2. bepaalt dat de partijen dan vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,

3.3. bepaalt dat de partij die op genoemd tijdstip niet kan verschijnen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd aan de rechtbank ter attentie van de enquêtegriffie van de sector civiel (e-mail: rc.civiel.rb.arnhem@rechtspraak.nl)

- om een nadere dag- en uurbepaling dient te vragen onder opgave van de verhinderdata van alle partijen voor de woensdagen in de maanden maart, april en mei 2009 volgend op genoemde datum,

3.4. bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,

3.5. bepaalt dat Prorail voor 15 januari 2009 (kopieën van) de processtukken en - voor zover mogelijk - de andere door de deskundige noodzakelijk geachte stukken aan de deskundige zal doen toekomen,

3.6. bepaalt dat Prorail voor 15 januari 2009 als voorschot op de kosten inclusief omzetbelasting van de deskundige € 4.284,00 ter griffie van deze rechtbank dient te deponeren door dit bedrag over te maken op rekening nummer 19.23.25.752 ten name van Arrondissement 533 Arnhem onder vermelding van het rolnummer en de namen van partijen,

3.7. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. de Vries, mr. C.M.E. Lagarde en mr. S.C.P. Giesen en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2008.

coll.: FJV