Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BG8100

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
24-12-2008
Datum publicatie
24-12-2008
Zaaknummer
05/900544-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Arnhem heeft een 38-jarige man veroordeeld voor bedreigingen, poging tot afpersing en mishandeling tot een gevangenisstraf van negen maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk. Van het gooien van een granaat wordt verdachte vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Promis II

Parketnummer : 05/900544-08

Datum zitting : 17 september 2008, 10 december 2008

Datum uitspraak : 24 december 2008

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : 8 november 1970 te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats]

Raadslieden : prof.dr. G.J.J. Knoops en mr. J.M. Eelman, advocaten te Amsterdam.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 14 februari 2008 te Kerkdriel, gemeente Maasdriel, in elk

geval in de gemeente Maasdriel, althans in Nederland, ter uitvoering van het

voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk en met voor bedachten rade, althans

opzettelijk J.M.A. de [slachtoffer1] en/of een of meer van diens gezinsleden van het

leven te beroven, tezamen met verdachtes mededader(s), althans alleen,

opzettelijk na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren

genomen besluit, althans opzettelijk, een geactiveerd explosief, een

zogenaamde handgranaat (gevuld met kleine kogeltjes) heeft gegooid tegen/naar

en/of tot ontploffing heeft gebracht tegen en/of bij en/of in de directe

omgeving van de woning ([adres]) van die J.M.A. de [slachtoffer1] en/of

diens gezinsleden, terwijl die J.M.A. de [slachtoffer1] en/of diens gezinsleden in die

woning aanwezig waren en/of lagen te slapen en/of waarna verschillende

fragmenten van en/of uit dat gexplodeerde explosief, die zogenaamde

handgranaat, verschillende ruiten van en/of de gevel van en/of rolluiken van

die woning heeft/hebben vernield/geraakt en/of in die woning is/zijn terecht

gekomen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 14 februari 2008 te Kerkdriel, gemeente Maasdriel, in elk

geval in de gemeente Maasdriel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg

heeft gebracht door een geactiveerd explosief, een zogenaamde handgranaat te

gooien naar en/of tegen en/of in de richting van en/of tot ontploffing te

brengen tegen en/of in de directe omgeving van de woning (hertog Arnoldstraat

23) (waarin op dat moment J.M.A. de [slachtoffer1] en/of diens gezinsleden

verbleven/verbleef en/of lag(en) te slapen) en/of waarna verschillende

fragmenten van en/of uit dat geexplodeerdegeëxplodeerde explosief, die zogenaamde

handgranaat die woning heeft/hebben geraakt en/of in die woning terecht zijn

gekomen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning (Hertog Arnoldstraat

23) en/of de zich daarin en/of daaraan bevindende goederen en/of voor bij die

woning staande auto's en/of voor woningen en/of de zich daarin bevindende

goederen en/of panden en/of de zich daarin bevindende goederen staande in de

buurt van die woning [adres], in elk geval gemeen gevaar voor

goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor

die J.M.A. de [slachtoffer1] en/of diens gezinsleden en/of voor (andere) mensen zich

bevindende in de buurt van die woning [adres], in elk geval

levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of

anderen te duchten was;

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 14 februari 2008 te Kerkdriel, gemeente Maasdriel, in elk

geval in de gemeente Maasdriel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, J.M.A. de [slachtoffer1] en/of een of meer van

diens gezinsleden heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling en/of brandstichting, immers heeft/hebben

verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend een

geactiveerd explosief, een zogenaamde handgranaat gegooid tegen en/of naar

en/of tot ontploffing gebracht in de directe omgeving van de woning ([adres]) van die J.M.A. de [slachtoffer1] en/of diens vrouw en/of diens

gezinsleden die op dat moment in die woning aanwezig waren;

2.

hij op of omstreeks 14 februari 2008 te Kerkdriel, gemeente Maasdriel, in elk

geval in de gemeente Maasdriel, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk

- een auto (mercedes Benz/[nummer]), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan M. de [slachtoffer2], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of

-een auto (opel vectra/[nummer]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan M.T. [slachtoffer3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s) en/of

-een auto (opel astra/[nummer]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of

onbruikbaar heeft gemaakt (te weten door een geactiveerd explosief, te weten

een zogenaamde geactiveerde handgranaat te gooien in de buurt van voormelde

auto's waarna fragmenten van en/of uit dat gexplodeerdegeëxplodeerde explosief, die

zogenaamde handgranaat die auto's heeft/hebben geraakt);(aangiftes blz. 125

en 123)

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van de maand januari

2006 tot en met de maand mei 2008 te Kerkdriel, gemeente Maasdriel en/of

elders in Nederland, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen J.M.A. de [slachtoffer1] en/of diens gezinsleden heeft

bedreigd heeft met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling en/of met brandstichting en/of met openlijk in vereniging

gepleegd geweld tegen personen en/of goederen, hierin bestaande dat verdachte

en/of diens mededader(s) (telkens) opzettelijk dreigend,

- die J.M.A. de [slachtoffer1] en/of diens gezinsleden (telkens) opzettelijk dreigend

telefonisch en/of per sms en/of mondeling o.a. de woorden heeft/hebben

toegevoegd: "Ik maak jou en je vrouw en kinderen af" en/of "Je gaat je vader

achterna" en/of "Ik zou maar snel vluchten" en/of "Jij met je kankerhoer,

kankerjong en je wijf krijgen snel je vader te zien" en/of "Jij zal nooit geen

rust meer hebben, ik pak jou, nu heb ik de tijd maar je gaat eraan pikkie"

en/of "ga maar vast klaarliggen met je vriendje, maar daar helpt een

handgranaatje niet aan" en/of "Jij betaalt mij een ton euro, hoeft niet, maar

jij gaat kapot kankerboer" en/of "dat geld of ik maak je af kankerboer" en/of

"jij zal nooit meer rust hebben, ik pak jou" en/of "hoe zit het strond boek,

ik ben 4 hokken ook kwijd he, dat geld of ik maak je af kankenhond" en/of "Jij

heb mij maar opgelig jij ga dood", althans woorden gelijke dreigende aard

en/of strekking en/of

- (telkens) opzettelijk dreigend een pistool, althans een op een pistool

gelijkend voorwerp op het hoofd heeft gericht van die J.M.A. de [slachtoffer1], in elk

geval heeft gericht op en/of getoond aan die J.M.A. de [slachtoffer1];

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van de maand januari

2008 tot en met de maand mei 2008 te Kerkdriel, gemeente Maasdriel en/of

elders in Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk oom zich en/of

(een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging

met geweld J.M.A. de [slachtoffer1] heeft gedwongen tot de afgifte van een aantal

geldbedragen (waaronder o.a. ongeveer 8000 euro en/of een of meer andere

bedragen), in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan

die J.M.A. de [slachtoffer1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) die J.M.A. de [slachtoffer1]

(per SMS en/of per telefoon en/of in een gesprek) (dreigend) de woorden

heeft/hebben toegevoegd: "Ik maak jou en je vrouw en kinderen af" en/of "Je

gaat je vader achterna" en/of "Ik zou maar snel vluchten" en/of "Jij met je

kankerhoer, kankerjong en je wijf krijgen snel je vader te zien" en/of "Jij

zal nooit geen rust meer hebben, ik pak jou, nu heb ik de tijd maar je gaat

eraan pikkie" en/of "ga maar vast klaar liggen met je vriendje, maar daar

helpt een handgranaat niet aan" en/of "Jij betaalt mij een ton euro, hoeft

niet, maar jij gaat kapot kankerboer" en/of "dat geld of ik maak je af

kankerboer" en/of "Betalen kankerkop, als ik iets doe dan doe ik het goed. Dit

waren gekken die niets afmaken, maar jij weet wat je moet doen, anders maak ik

hun werk wel af op een goede manier" en/of "Je zal betalen, zo niet, boem"

en/of "Zijn jou kinderen dan een ton waard, voor mij blijft het hetzelfde",

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of een

geactiveerd explosief, een zogenaamde handgranaat tot onploffingontploffing heeft/hebben

gebracht tegen en/of in de buurt van en/of in de directe omgeving van de

woning van die J.M.A. de [slachtoffer1] ([adres]);

althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling leidt:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van de maand januari

2008 tot en met de maand mei 2008 te Kerkdriel, gemeente Maasdriel, in elk

geval in de gemeente Maasdriel, en/of elders in Nederland, althans in

Nederland,

ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich of

een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met

geweld J.M.A. de [slachtoffer1] te dwingen tot de afgifte van een aantal geldbedragen

(totaal ongeveer 100.000 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan J.M.A. [slachtoffer1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s),

met voormeld oogmerk J.M.A. de [slachtoffer1] (per SMS en/of per telefoon en/of in een

gesprek) (dreigend) de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Ik maak jou en je

vrouw en kinderen af" en/of "Je gaat je vader achterna" en/of "Ik zou maar

snel vluchten" en/of "Jij met je kankerhoer, kankerjong en je wijf krijgen

snel je vader te zien" en/of "Jij zal nooit geen rust meer hebben, ik pak jou,

nu heb ik de tijd maar je gaat eraan pikkie" en/of "ga maar vast klaarliggen

met je vriendje, maar daar helpt een handgranaat niet aan" en/of "Jij betaalt

mij een ton euro, hoeft niet, maar jij gaat kapot kankerboer" en/of "dat geld

of ik maak je af kankerboer" en/of "Betalen kankerkop, als ik iets doe dan doe

ik het goed. Dit waren gekken die niets afmaken, maar jij weet wat je moet

doen, anders maak ik hun werk wel af op een goede manier" en/of "Je zal

betalen, zo niet, boem" en/of "Zijn jou kinderen dan een ton waard, voor mij

blijft het hetzelfde", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of

strekking en/of een geactiveerd explosief, een zogenaamde handgranaat tot

ontploffing heeft/hebben gebracht tegen en/of in de buurt van en/of in de

directe omgeving van de woning van die J.M.A. de [slachtoffer1] ([adres]),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van maand november

2006 tot en met 30 april 2008 te Kerkdriel, gemeente Maasdriel in elk geval in

de gemeente Maasdriel en/of elders in Nederland, althans Nederland, (telkens)

opzettelijk mishandelend een persoon (te weten C. van den [slachtoffer5]),

meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer

(andere) lichaamsdelen heeft geslagen en/of gestompt en/of meermalen, althans

eenmaal tegen het hoofd en/of het lichaam en/of een of meer (andere)

lichaamsdelen heeft geschopt en/of getrapt, waardoor deze letsel heeft bekomen

en/of pijn heeft ondervonden;

6.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van de maand

november 2006 tot en met 30 april 2008 te Oud Heusden, gemeente Heusden, in

elk geval in de gemeente Heusden en/of elders in Nederland, althans in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

C. van den [slachtoffer5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling, door (telkens) opzettelijk dreigend

-een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd van

die van den [slachtoffer5] te zetten, althans een pistool, in elk geval een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp te richten op en/of te tonen aan die van den

[slachtoffer5] en/of

- die van den [slachtoffer5] op dreigende wijze een pistool, althans een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen en/of

- die den [slachtoffer5] de woorden toe te voegen: "Je mond houden anders maak ik je

dood", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- die van den [slachtoffer5] per SMS bericht/per telefoon o.a. de volgende woorden

toe te voegen: "ik geloof jou zeker niet maar jullie 2 hebben nu een

probleem", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk, na heropening van het onderzoek bij tussenvonnis van 1 oktober 2008, op 10 december 2008 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door prof. dr. G.J.J. Knoops en mr. J.M. Eelman, advocaten te Amsterdam.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

• J.M.A. de [slachtoffer1]

• G.W. van [benadeelde partij]

• M. de [slachtoffer2]

De officier van justitie heeft bij nader requisitoir geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 primair en 4 primair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken en ter zake van het onder 1 subsidiair, 2, 3, 4 subsidiair, 5 en 6 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de onder verdachte inbeslaggenomen auto, te weten een zwarte Volkswagen Golf, TDI 77 K,verbeurd zal worden verklaard en het inbeslaggenomen geldbedrag van € 4.000,- zal worden teruggegeven aan verdachte.

De officier van justitie heeft voorts verzocht dat de vordering van de benadeelde partij

J.M.A. de [slachtoffer1] tot een bedrag van € 1.946,05 wordt toegewezen en heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 38 dagen hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

De officier van justitie heeft daarnaast verzocht dat de vordering van de benadeelde partij

G.W. van [benadeelde partij] tot een bedrag van € 1.000,- wordt toegewezen en heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

De officier van justitie heeft gesteld dat de vordering van de benadeelde partij M. de [slachtoffer2] niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. De officier van justitie verzoekt daarom dat deze benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn vordering.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Feit 1

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht - nader requirerend - bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair tenlastegelegde heeft gepleegd tezamen en in vereniging met een ander of anderen. De belangrijkste bewijsmiddelen waaruit de officier van justitie de strafrechtelijke betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde afleidt zijn de verklaring van verdachte dat hij dreigende sms’jes naar J.M.A. de [slachtoffer1] heeft gestuurd, waaronder de sms ‘ga maar vas klaar liggen met je vriedje ma daarhelp un handgrnatje niet aan kanken kop’ en de verklaringen van de getuigen C. van den [slachtoffer5] en R. [getuige1].

Beoordeling

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair is tenlastege¬legd. De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

Verdachte heeft ontkend het onder 1. ten laste gelegde feit (mede)gepleegd te hebben. Hoewel het een kleine stap lijkt tussen het bedreigen door verdachte van De [slachtoffer1] met het gooien van een handgranaat en het ontploffen van een handgranaat in de tuin van De [slachtoffer1], bevat het dossier geen directe bewijsmiddelen in de zin dat iemand gezien heeft of uit technisch bewijs blijkt dat verdachte een handgranaat heeft neergelegd in de tuin van De [slachtoffer1], hem op de dag van het delict op of in de directe nabijheid van de plaats delict heeft gezien of heeft gezien dat hij een handgranaat bezat.

Het bewijs tegen verdachte zou moeten worden gevonden in (de auditu) verklaringen van de volgende twee getuigen.

Getuige Van den [slachtoffer5] heeft - uiteindelijk - verklaard dat [getuige2] hem verteld heeft dat verdachte het gedaan had. Bedoelde getuige [getuige2], ter terechtzitting gehoord, ontkent echter dit tegen de getuige gezegd te hebben.

Getuige [getuige1] heeft bij de politie en ter terechtzitting van 17 september 2008 verklaard dat hij heeft gezien dat verdachte op 14 februari 2008 rond 20.15 á 20.30 uur in zijn auto van het woonwagenkamp in Eindhoven is weggereden. Bovendien zegt hij dat hij gehoord heeft dat verdachte zich versprak, althans hij had die indruk. Verdachte zou namelijk hebben gezegd dat de [slachtoffer1] na het gooien van de handgranaat nog niet van hem af was en dat het niet bij die ene keer zou blijven en dat hij het de volgende keer beter zou doen.

Uit het dossier blijkt echter ook dat De [slachtoffer1] mogelijk niet alleen door verdachte werd bedreigd. Het analyserapport TGO Kers, dossierpagina 570, geeft hierover aan dat ingezoomd op 13 februari 2008 - gelet op het taalgebruik - het vermoeden bestaat dat de sms-berichten niet van één en dezelfde persoon afkomen.

Dit laat de mogelijkheid open dat een ander dan verdachte de granaat heeft laten ontploffen. De rechtbank is daarbij van oordeel dat de de-auditu-verklaringen van Van den [slachtoffer5] en [getuige1] onvoldoende eenduidig zijn om deze mogelijkheid - in weerwil bovendien van de ontlastende getuigenverklaringen van de ter zitting gehoorde getuigen [getuige3], [getuige4] en G. [getuige5] - veilig te ecarteren. De verklaring van Van den [slachtoffer5] wordt immers ontkend door diens bron [getuige2] en de door [getuige1] gehoorde (vermeende) versprekingen zijn voor uiteenlopende interpretatie vatbaar.

Voor de veronderstelling dat deze mogelijke derde-dader als medepleger van verdachte moet worden aangemerkt en dat feit 1 ook langs de weg van medeplegen bewijsbaar is, ontbreekt ieder bewijsmiddel. Dat een derde wel medepleger van verdachte moet zijn geweest, is bovendien niet zeker nu een derde op de hoogte geweest kan zijn van de bedreigingen door verdachte en een eigen belang kan hebben gehad de dreiging eigener beweging uit te voeren.

Concluderend:

De door de officier van justitie genoemde bewijsmiddelen leveren, ook in samenhang met elkaar en met de overige in het dossier aanwezige bewijsmiddelen en de verklaringen afgelegd ter terechtzitting, naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft (mede)gepleegd. De rechtbank zal verdachte dan ook van het onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde vrijspreken.

Feit 2

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank ook feit 2 niet wettig en overtuigend bewezen.

Feit 3 en 4 subsidiair

De feiten.

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte heeft sms’jes naar J.M.A. de [slachtoffer1] gestuurd waarin hij J.M.A. de [slachtoffer1] bedreigde. In één van die sms’jes stond ‘ga maar vas klaar liggen met je vriedje ma daarhelp un handgrnatje niet aan kanken kop’. Verdachte heeft ook sms’jes gestuurd naar De [slachtoffer1] met daarin de woorden ‘pik’ en ‘kankerboer’. Verdachte heeft in ieder geval gebruik gemaakt van het nummer 06-[nummer] en het nummer 06-[nummer].

Verweer

Verdachte heeft ter terechtzitting van 17 september 2008 verklaard dat hij niet weet of de sms inhoudende ‘jij zal mij betalen zo niet dan boem jij lig mijn op kanken boer wat je ben’ van hem afkomstig was.

De raadsman heeft het verweer gevoerd dat verdachte vrijgesproken moet worden van de feiten nu nergens uit zou blijken dat De [slachtoffer1] zich daadwerkelijk bedreigd heeft gevoeld.

Beoordeling

Gelet op de inhoud van de aan De [slachtoffer1] verzonden sms-berichten waarvan verdachte wèl zeker weet dat hij ze heeft verzonden en de verklaring van verdachte dat hij deze berichten heeft verzonden omdat De [slachtoffer1] hem € 100.000,- schuldig was, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat ook de hierboven genoemde sms van verdachte afkomstig is geweest.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman dat De [slachtoffer1] zich niet bedreigd zou hebben gevoeld. De [slachtoffer1] heeft tegenover de politie verklaard dat verdachte hem telefonisch en met sms-berichten bedreigde. De [slachtoffer1] heeft verklaard dat hij zich bedreigd voelde door de sms’jes over een handgranaat en door de sms’jes waarin stond dat zijn vrouw en kinderen iets zou worden aangedaan. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de bedreigingen van zodanige aard zijn en onder zulke omstandigheden gedaan zijn dat bij De [slachtoffer1] de redelijke vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen. Verdachte is ook nadat een handgranaat bij De [slachtoffer1] in de tuin was gegooid doorgegaan met de bedreigende sms’jes en heeft daarin ook gebruik gemaakt van het (beangstigende) feit dat er daadwerkelijk een handgranaat bij De [slachtoffer1] in de tuin was gegooid en geëxplodeerd, hetgeen de rechtbank verdachte zwaar aanrekent.

Feit 5

Verweer

De raadsman heeft het verweer gevoerd dat verdachte vrijgesproken moet worden van dit feit. De raadsman heeft hiertoe betoogd dat zich in het dossier, naast de aangifte, geen bewijs bevindt voor de mishandeling, ook niet in de vorm van medische verklaringen. Bovendien wisselen de verklaringen van Van den [slachtoffer5] sterk.

Beoordeling

Verdachte heeft ter terechtzitting van 17 september 2008 verklaard dat hij Van den [slachtoffer5] twee klappen heeft gegeven.

Van den [slachtoffer5] heeft verklaard dat verdachte hem op 22 april 2008 in Nederland in elkaar heeft geslagen, op zijn neus heeft geslagen en tegen zijn arm en 5 keer tegen zijn hoofd heeft geschopt als gevolg waarvan hij onder andere een blauw oog had.

Getuige K.C.J. van de [getuige6] heeft verklaard dat Van den [slachtoffer5] halverwege april 2008 thuis kwam met een blauw oog en dat je zijn neus niet kon aanraken omdat dat pijnlijk was. Van den [slachtoffer5] vertelde haar toen dat verdachte hem in elkaar had geslagen.

Getuige R. [getuige1] heeft verklaard dat in april 2008 Van den [slachtoffer5] hem vertelde dat verdachte hem in elkaar had geslagen. [getuige1] heeft ook verklaard dat hij het letsel van Van den [slachtoffer5] gezien heeft. Van den [slachtoffer5] had letsel aan zijn neus en rond zijn oog.

Bovenstaande bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte dit feit gepleegd heeft en verwerpt zij het verweer van de raadsman.

Feit 6

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft betoogd dat dit feit wettig en overtuigend bewezen kan worden met uitzondering van de bedreiging met het pistool.

Beoordeling

De rechtbank acht, evenals de raadsman, tevens niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder de laatste twee gedachtestreepjes bij dit feit ten laste is gelegd.

De rechtbank overweegt ten aanzien van de bedreiging met de woorden ‘je mond houden anders maak ik je dood’ dat de aangifte van Van den [slachtoffer5] op dit punt door geen enkel ander bewijsmiddel wordt ondersteund.

Ten aanzien van de woorden ‘ik geloof jou zeker niet maar jullie 2 hebben nu een probleem’ overweegt de rechtbank dat uit de aangifte van Van den [slachtoffer5] niet blijkt dat deze woorden op zich op hem een zodanige indruk hebben gemaakt dat er werkelijk vrees bij hem is opgewekt dat hij het leven zou kunnen verliezen of zwaar lichamelijk letsel op zou kunnen lopen. Evenmin zijn deze woorden op zich van zo’n aard of zijn ze onder zodanige omstandigheden geuit dat bij Van den [slachtoffer5] de redelijke vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen of zwaar lichamelijk letsel op zou kunnen lopen.

De rechtbank zal verdachte derhalve van dit feit vrijspreken.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem onder 3, 4 subsidiair en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

3.

hij op tijdstippen in de periode van 1 februari 2008 tot en met de maand mei 2008 te Kerkdriel, gemeente Maasdriel en elders in Nederland, J.M.A. de [slachtoffer1] en diens gezinsleden heeft

bedreigd heeft met enig misdrijf tegen het leven gericht, hierin bestaande dat verdachte

(telkens) opzettelijk dreigend,

- die J.M.A. de [slachtoffer1] en/of diens gezinsleden (telkens) opzettelijk dreigend

telefonisch en/of per sms o.a. de woorden heeft toegevoegd: "Ik maak jou en je vrouw en kinderen af" en "Je gaat je vader achterna" en "Jij met je kankerjong en je wijf krijgen snel je vader te zien" en "Jij zal nooit geen rust meer hebben, ik pak jou, nu heb ik de tijd maar je gaat eraan pikkie" en "ga maar vast klaarliggen met je vriendje, maar daar helpt een

handgranaatje niet aan" en "Jij betaalt mij een ton euro, hoeft niet, maar jij gaat kapot kankerboer" en "dat geld of ik maak je af kankerboer" en "hoe zit het strond boek,

ik ben 4 hokken ook kwijd he, dat geld of ik maak je af kankenhond" en "Jij

heb mij maar opgelig jij ga dood";

4.

hij op tijdstippen in de periode van 1 februari 2008 tot en met de maand mei 2008 te Kerkdriel, gemeente Maasdriel, en elders in Nederland, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om (telkens) met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met

geweld J.M.A. de [slachtoffer1] te dwingen tot de afgifte van een aantal geldbedragen

(totaal ongeveer 100.000 euro), toebehorende aan J.M.A. [slachtoffer1], met voormeld oogmerk J.M.A. de [slachtoffer1] (per SMS ) (dreigend) de woorden heeft toegevoegd: "Ik maak jou en je vrouw en kinderen af" en "Je gaat je vader achterna" en "Jij met je kankerjong en je wijf krijgen

snel je vader te zien" en "Jij zal nooit rust meer hebben, ik pak jou, nu heb ik de tijd maar je gaat eraan pikkie" en "ga maar vast klaarliggen met je vriendje, maar daar helpt een handgranaat niet aan" en "Jij betaalt mij een ton euro, hoeft niet, maar jij gaat kapot kankerboer" en "dat geld

of ik maak je af kankerboer" en "Betalen kankerkop, als ik iets doe dan doe ik het goed. Dit waren gekken die niets afmaken, maar jij weet wat je moet doen, anders maak ik hun werk wel af op een goede manier" en "Je zal betalen, zo niet, boem" en "Zijn jou kinderen dan een ton waard, voor mij blijft het hetzelfde", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij op een tijdstip in de periode van 1 april 2008 tot en met 30 april 2008 in Nederland, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten C. van den [slachtoffer5]),

eenmaal tegen het hoofd heeft geslagen en meermalen, tegen het hoofd en andere

lichaamsdelen heeft geschopt waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4a. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 3 en 4 subsidiair:

eendaadse samenloop van

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd

en

poging tot afpersing, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 5:

mishandeling

4b. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 3 september 2008;

• een briefrapport van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, d.d. 3 juli 2008, betreffende verdachte en

• een briefrapport van Reclassering Nederland, d.d. 1 augustus 2008.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft gedurende een periode van 3 maanden aangever De [slachtoffer1] 14 keer bedreigd. Daarbij heeft verdachte niet geschuwd ook de familie van De [slachtoffer1] in die bedreigingen te betrekken. Ook nadat bij De [slachtoffer1] een handgranaat in de tuin, vlakbij de woning van De [slachtoffer1], was gegooid en geëxplodeerd is verdachte doorgegaan met de doodsbedreigingen en heeft daarin gebruik gemaakt van het feit dat die handgranaat gegooid was.

Dergelijke feiten brengen niet alleen emotionele schade toe aan de direct betrokkenen, maar versterken ook het gevoel van onveiligheid in de samenleving.

Daarnaast heeft verdachte Van den [slachtoffer5] ernstig mishandeld hetgeen onder meer bestond uit het schoppen tegen het hoofd van die Van den [slachtoffer5].

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat voor de afdoening van de onderhavige zaak geen andere straf in aanmerking komt dan een gevangenisstraf. Mede gelet op het feit dat verdachte stelt nog steeds een aanzienlijke vordering op aangever te hebben ziet de rechtbank een reëel gevaar voor herhaling van soortgelijke delicten. Om die reden zal de op te leggen gevangenisstraf daarom deels voorwaardelijk zal zijn. De voorwaardelijke gevangenisstraf dient als waarschuwing voor verdachte om zich voortaan van het plegen van delicten te onthouden.

De rechtbank acht ten aanzien van de bewezenverklaarde bedreigingen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 22 weken passend en geboden. Daarbij rekent de rechtbank verdachte vooral de bedreigingen waarbij verdachte gebruik maakte van het feit dat bij De [slachtoffer1] een handgranaat in de tuin was gegooid, zwaar aan.

Ten aanzien van de mishandeling acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 weken passend en geboden. In totaal legt de rechtbank op een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 3 voorwaardelijk.

Gelet op de duur van de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf heeft de rechtbank op 12 december 2008 met toepassing van artikel 67a lid 3 Sv de voorlopige hechtenis van verdachte opgeheven.

De rechtbank is van oordeel dat de in beslag genomen en nog niet teruggegeven auto, te weten een zwarte Volkswagen Golf, TDI 77 K, toebehoort aan de verdachte en aan verdachte zal moeten worden teruggegeven nu de rechtbank verdachte vrijgesproken heeft van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.

De rechtbank is ten aanzien van het in beslag genomen geldbedrag van € 4.000,- van oordeel dat dit geldbedrag redelijkerwijs toebehoort aan [getuige4], wonende te [adres] en aan hem zal moeten worden teruggegeven.

6a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding van geleden schade.

De benadeelde partij J.M.A. de [slachtoffer1] vordert een bedrag van € 15.839,30.

De rechtbank zal de benadeelde partij, nu de rechtbank vrijgesproken heeft van feit 1, niet-ontvankelijk verklaren in dat deel van de vordering dat ziet op vergoeding van de materiële schade.

De rechtbank acht voldoende bewezen dat J.M.A. de [slachtoffer1] door de bewezenverklaarde feiten immateriële schade heeft geleden en dat hij uit dien hoofde terecht aanspraak maakt op vergoeding van die schade. De rechtbank kan in deze strafrechtelijke procedure niet exact vaststellen welk bedrag aan vergoeding voor de geleden immateriële schade juist is. Zij is echter van oordeel dat in ieder geval een bedrag van € 500,- aan schadevergoeding op zijn plaats is zodat zij dit bedrag zal, te vermeerderen met de wettelijke rente, toewijzen aan het slachtoffer. De vordering is voorzover zij strekt tot vergoeding van een hoger bedrag wegens immateriële schade en van andere schade niet van eenvoudige aard zodat de benadeelde partij in zoverre niet-ontvankelijk is en de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De benadeelde partij G.W. van [benadeelde partij] vordert een bedrag van € 1.600,- terzake van immateriële schade.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering nu de rechtbank verdachte vrijgesproken heeft van het onder 1 tenlastegelegde en de benadeelde in haar getuigenverklaring tegenover de politie heeft verklaard dat zij niet weet of haar man, J.M.A. de [slachtoffer1], bedreigd is en dat zij zelf ook niet bedreigd is.

De benadeelde partij M. de [slachtoffer2] vordert een bedrag van € 838,95.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu de rechtbank verdachte vrijgesproken heeft van het onder 2 tenlastegelegde.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 36f, 45, 55, 57, 285, 300 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van de onder 1 primair, subsidiair, meer subsidiair en de onder 2, 4 primair en 6 tenlastegelegde feiten.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 3 (drie) maanden niet tenuitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Beveelt de teruggave van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een auto, zwarte Volkswagen Golf, TDI 77 K, aan de veroordeelde.

Beveelt de teruggave van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven geldbedrag van € 4.000,- aan [getuige4], wonende te [adres] veroordeelde.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij J.M.A. de [slachtoffer1] (feit 3 en 4 subsidiair).

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan J.M.A. de [slachtoffer1], wonende te [adres], te betalen € 500,- (zegge vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 1 februari 2008.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk nu de vordering voor dat gedeelte niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. Verstaat dat de vordering voor wat dit betreft kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Maatregel van schadevergoeding ad € 500,-, subsidiair 10 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer J. M.A. de [slachtoffer1], wonende te[adres], te betalen

€ 500,- (zegge vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 1 februari 2008,bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 10 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere betalingsverplichting doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij G.W. van [benadeelde partij], wonende te Kerkdriel (feit 3 en 4 subsidiair).

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij M. de [slachtoffer2], wonende te Kerkdriel (feit 2).

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Aldus gewezen door:

mr. P.A.H. Lemaire, vicepresident als voorzitter,

mr. M.F. Gielissen, rechter,

mr. M.A.E. Somsen, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. N. ter Horst, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 december 2008.