Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BG3637

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
29-10-2008
Datum publicatie
06-11-2008
Zaaknummer
165291 en 170091
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gedaagde in de hoofdzaak is strafrechtelijk veroordeeld wegens oplichting van beleggers in beleggingsprojecten. Thans heeft zij onvoldoende gesteld om tot tegenbewijs tegen het dwingend bewijs van het strafvonnis te kunnen worden toegelaten. Het onrechtmatig handelen en de aansprakelijkheid voor de schade van eis.hfdz. staan vast. De vordering in de vrijwaringszaak wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 29 oktober 2008

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 165291 / HA ZA 08-89 van

[eis.hfdz.],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. H. van Ravenhorst,

tegen

[ged.hfdz./eis.vrijw.],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. E.N. Mulder,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer 170091 / HA ZA 08-822 van

[ged.hfdz./eis.vrijw.],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. E.N. Mulder,

tegen

de stichting

STICHTING A.C.E.,

gevestigd te Deventer,

gedaagde,

advocaat mr. A.T. Bolt.

Partijen zullen hierna [eis.hfdz.], [ged.hfdz./eis.vrijw.] en Stichting A.C.E. en/of de Stichting worden genoemd.

1. De procedure in de hoofdzaak

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 4 juni 2008

- het proces-verbaal van comparitie van 16 september 2008.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De procedure in de vrijwaringszaak

2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 30 juli 2008

- het proces-verbaal van comparitie van 16 september 2008.

2.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

3. Het geschil en de beoordeling in de hoofdzaak

3.1. [eis.hfdz.] vordert [ged.hfdz./eis.vrijw.] te veroordelen tot betaling van € 74.426,04 met rente en kosten. [eis.hfdz.] baseert haar vordering op onrechtmatige daad.

3.2. Het betreft een soort participaties, ‘posities’ genoemd, in een onderneming die zich afficheerde als een vrienden- en spaarclub, C.A.G.N. (Consumenten Aandelen Groep Nederland) genaamd. Op die posities werden uitzonderlijk hoge rendementen in het vooruitzicht gesteld. [eis.hfdz.] is in 1999 ‘lid’ geworden van deze club en heeft verschillende bedragen ingelegd.

In oktober 2000 werd de inleg bij C.A.G.N. omgezet in soortgelijke participaties in een andere investeerdersclub, Euro Enjoy genaamd, waarvan [eis.hfdz.] ook ‘lid’ is geworden. [eis.hfdz.] heeft daarna nog meer participaties Euro Enjoy gekocht van € 3.000,00 à € 5.000,00 per contract. In een informatiebrief van Euro Enjoy werden toprendementen in het vooruitzicht gesteld van (rekenvoorbeeld:) 8% per maand bij uitbetaling na 3 jaar (‘Na 3 jaar ontvangt u dan 52.546,09 euro terug voor uw inleg van 5000 euro’).

3.3. [eis.hfdz.] stelt dat zij in de periode van januari 2000 tot en met januari 2001 in totaal € 74.000,00 heeft ingelegd in Euro Enjoy. Dit is inclusief de omgezette participaties C.A.G.N. [eis.hfdz.] stelt dat zij van deze organisaties nimmer geld heeft (terug) ontvangen. Zij vordert terugbetaling van dit bedrag, te vermeerderen met a) € 41,54 voor transactiekosten bij spoedoverboekingen, b) € 11,35, € 20,00 en € 18,15 voor betaalde lidmaatschapsgelden voor C.A.G.N., Euro Enjoy en Stichting A.C.E., c) € 50,00 voor telefoon- en correspondentiekosten en d) € 285,00 voor reis- en andere kosten om op de hoogte te blijven van het verloop van de strafzaak.

3.4. [eis.hfdz.] beroept zich op het gewijsde van het arrest van de strafkamer van het gerechtshof te Arnhem van 14 juli 2006, waarbij [ged.hfdz./eis.vrijw.] is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar wegens, kort gezegd, medeplegen van oplichting, gebruik maken valse geschriften, overtreding van de Wet toezicht kredietwezen en deelname aan een criminele organisatie. De bewezenverklaring behelst onder meer dat [ged.hfdz./eis.vrijw.] in de periode van 1 mei 1998 tot en met 1 juni 2001 tezamen en in vereniging met anderen beleggers in de beleggingsproducten van onder meer Euro Enjoy en C.A.G.N. heeft opgelicht door deze beleggers valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid mede te delen dat door het doen van beleggingen in door [ged.hfdz./eis.vrijw.] genoemde projecten, de beleggers binnen (zeer) korte tijd zouden profiteren van grote rendementen, waardoor de beleggers telkens werden bewogen tot het doen van betalingen.

3.5. [ged.hfdz./eis.vrijw.] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen. [ged.hfdz./eis.vrijw.] betwist niet dat [eis.hfdz.] de door haar gestelde bedragen heeft belegd in participaties C.A.G.N. en Euro Enjoy, maar stelt dat [eis.hfdz.] onvoldoende inzage heeft gegeven in de contractuele verplichtingen over en weer en dat daarom niet kan worden vastgesteld of ‘iemand’ onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eis.hfdz.].

[ged.hfdz./eis.vrijw.] betwist in het bijzonder dat zijzelf onrechtmatig heeft gehandeld. Zij betwist niet dat zij strafrechtelijk is veroordeeld, maar zij wijst er op dat [eis.hfdz.] niet expliciet wordt genoemd in de tenlastelegging en zij stelt dat daarom niet vast staat dat zij onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eis.hfdz.].

[ged.hfdz./eis.vrijw.] betwist voorts dat zij verantwoordelijk is voor het handelen van C.A.G.N. Zij beroept zich op een uittreksel uit het Handelsregister, waaruit blijkt dat C.A.G.N. gedreven werd door de heer H.H. Waanders. [ged.hfdz./eis.vrijw.] stelt dat zij ook niet verantwoordelijk is voor de brieven van Euro Enjoy, omdat haar naam niet wordt genoemd in die brieven.

[ged.hfdz./eis.vrijw.] stelt verder dat niet is gebleken dat [eis.hfdz.] € 70.000,00 aan haar, [ged.hfdz./eis.vrijw.], heeft voldaan.

Wat betreft de schadeomvang werpt [ged.hfdz./eis.vrijw.] [eis.hfdz.] tegen dat de telefoonkosten ad € 50,00 niet zijn onderbouwd, evenmin als het bedrag van € 285,00.

Daarnaast stelt [ged.hfdz./eis.vrijw.] dat zij inmiddels vele bedragen heeft voldaan en/of goederen ter beschikking heeft gesteld aan de Stichting A.C.E., die zouden moeten worden doorbetaald aan de leden van de Stichting, waaronder [eis.hfdz.]. Dit moet volgens [ged.hfdz./eis.vrijw.] in mindering worden gebracht op de vordering van [eis.hfdz.].

3.6. De rechtbank oordeelt als volgt.

De Nederlandse strafrechter heeft bij op tegenspraak gewezen en in kracht van gewijsde gegaan vonnis (arrest) bewezen verklaard dat [ged.hfdz./eis.vrijw.] samen met anderen beleggers in de beleggingsprojecten Euro Enjoy en C.A.G.N. heeft opgelicht. De bewezenverklaring van de strafrechter noemt [eis.hfdz.] weliswaar niet bij naam als een van de gedupeerden, maar die bewezenverklaring ziet op een zeer groot aantal beleggers, waarvan er 23 bij naam worden genoemd en de andere worden aangeduid met ‘beleggers verenigd in de Stichting A.C.E. en/of een of meer andere beleggers in de beleggingsproducten Euro Enjoy en/of C.A.G.N. en/of..’. Zonder nadere toelichting van de zijde van [ged.hfdz./eis.vrijw.], die ontbreekt, kan ervan worden uitgegaan dat de bewezenverklaring ook ziet op [eis.hfdz.] als een van die andere beleggers. [eis.hfdz.] is immers verenigd in de Stichting A.C.E., heeft in dezelfde tijd en onder dezelfde omstandigheden als de genoemde personen belegd in C.A.G.N. en Euro Enjoy en [eis.hfdz.] is evenzo haar inleg kwijt geraakt.

3.7. De strafrechtelijke bewezenverklaring levert krachtens artikel 161 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in deze civiele procedure dwingend bewijs op. Dit is gekwalificeerd als medeplegen van oplichting meermalen gepleegd en dat zijn dan, civielrechtelijk, even zovele onrechtmatige daden, waaruit alle medeplegers hoofdelijk aansprakelijk zijn.

Het een en ander is wel vatbaar voor tegenbewijs, maar om daartoe te worden toegelaten zal [ged.hfdz./eis.vrijw.] concrete feiten en omstandigheden moeten aanvoeren die afbreuk kunnen doen aan de strafrechtelijke bewezenverklaring. Te dien aanzien overweegt de rechtbank als volgt.

3.8. Het betoog van [ged.hfdz./eis.vrijw.] dat eerst duidelijk moet worden wat de contractuele verplichtingen van C.A.G.N. en Euro Enjoy waren, voordat gesproken kan worden van een onrechtmatige daad, miskent dat die contracten als bedrieglijk zijn gediskwalificeerd. Zodoende doet niet ter zake wat precies is overeengekomen en welke valse toezeggingen zijn gedaan.

3.9. [ged.hfdz./eis.vrijw.]’s blote ontkenning dat zij zou kunnen worden aangesproken op het handelen van C.A.G.N. en Euro Enjoy is niet alleen in tegenspraak met de strafrechtelijke veroordeling, maar ook met de ten behoeve van de comparitie overgelegde documentatie van de kamer van koophandel, waaruit de rechtbank afleidt dat de door [ged.hfdz./eis.vrijw.] genoemde Waanders haar voormalige echtgenoot is en dat deze de eenmanszaak met de handelsnaam C.A.G.N. aan [ged.hfdz./eis.vrijw.] heeft overgedragen vóórdat [eis.hfdz.] daarin ging beleggen, terwijl de eenmanszaak met de handelsnaam Euro Enjoy steeds op de eigen naam van [ged.hfdz./eis.vrijw.] heeft gestaan. [ged.hfdz./eis.vrijw.] is niet verschenen op de comparitie en zij heeft deze stukken niet weersproken.

Dat [ged.hfdz./eis.vrijw.]’s naam niet wordt genoemd in de brieven van Euro Enjoy doet niet ter zake. Euro Enjoy was de in het handelsregister ingeschreven handelsnaam van [ged.hfdz./eis.vrijw.].

3.10. Het verweer dat niet is gebleken dat [eis.hfdz.] € 70.000,00 aan [ged.hfdz./eis.vrijw.] heeft voldaan, wordt gepasseerd omdat niet is weersproken dat [eis.hfdz.] € 74.000,00 heeft geïnvesteerd in Euro Enjoy participaties en dat dit blijkt uit een door Euro Enjoy zelf verstrekt overzicht van ‘mutaties in posities’ d.d. 31 januari 2001. Overigens blijkt uit de door [eis.hfdz.] overgelegde bankafschriften dat zij de inleg nu eens overmaakte naar een bankrekening op naam van Waanders- h/o Euro E(njoy), dan weer op een rekening op naam van [ged.hfdz./eis.vrijw.].

3.11. [ged.hfdz./eis.vrijw.] heeft hiermee dus onvoldoende gesteld om tot tegenbewijs tegen het dwingend bewijs van het strafvonnis te kunnen worden toegelaten. Het onrechtmatig handelen en de aansprakelijkheid voor de schade van [eis.hfdz.] staan vast.

3.12. Die schade kan gesteld worden op de inleg ad € 74.000,00. [eis.hfdz.] vordert voorts vergoeding van de wettelijke rente vanaf de betaaldata van die gelden. Maar die data staan niet duidelijk vast, omdat niet alle bankafschriften zijn overgelegd. De rechtbank zal daarom overeenkomstig het voorstel c.q. de eisvermindering van [eis.hfdz.] ter comparitie de rentevergoeding toekennen vanaf de ingangsdata, genoemd in voormeld overzicht van d.d. 31 januari 2001.

3.13. Daarnaast komen de transactiekosten en contributies voor vergoeding in aanmerking. Deze schadeposten zijn niet weersproken. De rechtbank zal de rentevergoeding hierover toekennen vanaf de datum van dat overzicht, dus vanaf 31 januari 2001. Deze kosten zijn in elk geval vóór deze datum gemaakt.

3.14. De opgevoerde telefoon- en andere kosten ad € 50,00 en € 285,00 zijn wel betwist en deze kosten zijn niet gespecificeerd en met bewijsstukken onderbouwd. Deze schadepost kan derhalve niet worden toegewezen, althans niet zonder nadere bewijslevering, waarvoor de rechtbank geen aanleiding ziet.

3.15. Thans resteert nog slechts het verweer van [ged.hfdz./eis.vrijw.] dat op de vordering van [eis.hfdz.] in mindering moet worden gebracht hetgeen de Stichting A.C.E. mede namens [eis.hfdz.] heeft verhaald op [ged.hfdz./eis.vrijw.]. Dit verweer treft geen doel. [eis.hfdz.] heeft ter comparitie verklaard dat zij haar vordering op [ged.hfdz./eis.vrijw.] nimmer formeel heeft overgedragen aan de Stichting A.C.E. [ged.hfdz./eis.vrijw.] heeft dit niet tegengesproken. De Stichting A.C.E. was dus niet bevoegd om namens [eis.hfdz.] betalingen in ontvangst te nemen en voor haar kwijting te verlenen. Voorts is gesteld noch gebleken dat [eis.hfdz.] enige betaling aan de Stichting als voor haar bestemd heeft bekrachtigd, noch dat [eis.hfdz.] door enige betaling aan de Stichting is gebaat. Dit betekent dat [ged.hfdz./eis.vrijw.] ten opzichte van [eis.hfdz.] niet bevrijd is door betalingen aan- en incassomaatregelen door de Stichting A.C.E.

3.16. [ged.hfdz./eis.vrijw.] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, waaronder die van het incident. De kosten aan de zijde van [eis.hfdz.] worden begroot op:

- dagvaarding € 70,85

- betaald vast recht 114,00

- in debet gesteld vast recht 1.531,00

- salaris advocaat 2.682,00 (3,0 punten × tarief € 894,00)

Totaal € 4.397,85.

4. Het geschil en de beoordeling in de vrijwaringszaak

4.1. [ged.hfdz./eis.vrijw.] vordert veroordeling van de Stichting A.C.E. tot vergoeding van al hetgeen waartoe zij in de hoofdzaak jegens [eis.hfdz.] wordt veroordeeld.

[ged.hfdz./eis.vrijw.] stelt dat de Stichting A.C.E. haar moet vrijwaren, omdat zij vele gelden en goederen aan de Stichting heeft voldaan ter compensatie van schade van de leden van de Stichting, terwijl [eis.hfdz.] een van die leden is. Zo zou [ged.hfdz./eis.vrijw.], volgens haar overigens onverplicht, auto’s, onroerend goed en andere zaken aan de Stichting A.C.E. hebben geleverd. Indien en voor zover de Stichting die gelden niet heeft uitgekeerd aan haar leden, waaronder [eis.hfdz.], dient zij die gelden aan [ged.hfdz./eis.vrijw.] te retourneren.

4.2. De Stichting A.C.E. voert verweer. Onder meer beroept zij zich in haar conclusie van antwoord in vrijwaring op een schriftelijke overeenkomst d.d. 5 maart 2001, waarbij zij met [ged.hfdz./eis.vrijw.] is overeengekomen dat [ged.hfdz./eis.vrijw.] haar vrijwaart voor alle aanspraken van deelnemers en derden en waarbij [ged.hfdz./eis.vrijw.] verklaart in generlei vorm vergoeding van eventuele schade van de Stichting te zullen vorderen.

4.3. Bij de comparitie na deze conclusie is [ged.hfdz./eis.vrijw.] niet verschenen, zulks ondanks het bevel tot persoonlijke verschijning. Zij heeft dus niet weersproken dat zij met de Stichting A.C.E. is overeengekomen dat zij haar vrijwaart voor alle aanspraken van de deelnemers en dat zij geen schadevergoeding zal vorderen. Dit brengt met zich mee dat de Stichting van haar kant [ged.hfdz./eis.vrijw.] niet hoeft te vrijwaren voor aanspraken van die deelnemers of anderen en dat [ged.hfdz./eis.vrijw.] bij de Stichting niet op deze grond verhaal kan zoeken ter zake van haar veroordeling jegens [eis.hfdz.]. Indien en voor zover [ged.hfdz./eis.vrijw.] meent onverschuldigd betaald te hebben aan de Stichting, zal zij dit in een afzonderlijke procedure aan de orde moeten stellen.

4.4. [ged.hfdz./eis.vrijw.] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Stichting A.C.E. worden begroot op:

- vast recht € 1.645,00

- salaris advocaat 1.788,00 (2,0 punten × tarief € 894,00)

Totaal € 3.433,00

5. De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

5.1. veroordeelt [ged.hfdz./eis.vrijw.] om aan [eis.hfdz.] te betalen een bedrag van € 74.091,04 (vierenzeventig duizendéénennegentig euro en vier eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6: 119 BW over het nog niet betaalde deel van het bedrag van:

€ 5.000,00 vanaf 1 februari 2000,

€ 5.000,00 vanaf 1 april 2000,

€ 3.000,00 vanaf 1 juni 2000,

€ 36.000,00 vanaf 1 oktober 2000,

€ 1.000,00 vanaf 1 november 2000,

€ 23.000,00 vanaf 1 januari 2001,

€ 1.091,04 vanaf 1 februari 2001,

alles tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt [ged.hfdz./eis.vrijw.] in de proceskosten, aan de zijde van [eis.hfdz.] tot op heden begroot op € 4.397,85, te voldoen aan de griffier door overmaking op rekeningnummer 19.23.25.752 ten name van Arrondissement 533 Arnhem onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer,

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af,

in de zaak in vrijwaring

5.5. wijst de vorderingen af,

5.6. veroordeelt [ged.hfdz./eis.vrijw.] in de proceskosten, aan de zijde van Stichting A.C.E. tot op heden begroot op € 3.433,00,

5.7. verklaart dit vonnis in deze zaak wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2008.