Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BG1598

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
07-10-2008
Datum publicatie
27-10-2008
Zaaknummer
173596
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Toezegging van de gemeente komt niet geheel overeen met wat eiser vordert.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 173596 / KG ZA 08-498

Vonnis in kort geding van 7 oktober 2008

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. M.M.A. Timmermans te Tiel,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE GELDERMALSEN,

gevestigd te Geldermalsen,

gedaagde,

advocaat mr. J.H. Meijer te Apeldoorn.

Partijen zullen hierna [eiser] en de gemeente genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eiser]

- de wijziging van eis

- de pleitnota van de gemeente.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiser] is sinds 1990 eigenaar van een perceel grond in [woonplaats] aan de [adres] (kadastraal bekend als [...] 674), gemeente Geldermalsen. Op 19 juli 1991 is aan [eiser] een bouwvergunning verleend. Een gemeenteambtenaar is op enig moment na verlening van de bouwvergunning de rooilijn en peilhoogte komen vast stellen. De peilhoogte van de woning is door hem op 52 centimeter lager dan de kruin van de weg bepaald (= onder maaiveld). Dit betekent dat de woning, anders dan op de bouwvergunning staat vermeld, niet 80 cm is gelegen onder maaiveld, maar 52 cm.

2.2. De gemeente heeft [eiser] ook een bepaalde hoogte aangeboden voor de aansluiting van zijn riool op het gemeentelijke riool. Op de bouwvergunning is niet vermeld dat de door de gemeente aangeboden rioleringsaansluiting lager ligt dan het niveau van de zogenaamde overstort, welke door de gemeentelijke riolering wordt aangesproken bij overbelasting van het gemeentelijk rioleringsstelsel.

2.3. Medio 1994 is de woning opgeleverd. Het rioleringstelsel van de woning betreft een gemengd stelsel, hetgeen betekent dat afvoer van hemelwater en vuilwater in hetzelfde stelsel plaats vindt. De hoogte en positie van de riooluitlegger, de afvoer van het privé-riool op het gemeentelijke riool, zijn bepaald door de gemeente. De aansluiting op het gemeenteriool loopt gecombineerd met en via het terrein van de buren. De gehele riolering loopt onder goed afschot, zonder pompvoorziening, ook wel “vrij verval” genoemd, naar het gemeenteriool.

2.4. Sinds de oplevering van de woning ondervindt [eiser] regelmatig wateroverlast bij langdurige en/of intensieve regenval. Dan loopt de gemeentelijke rioolbuis vol, waarna het afgevoerde vuilwater en hemelwater als eerste de woning van [eiser] bereikt, omdat de overstort op het oppervlaktewater hoger gelegen is dan de rioolaansluiting van [eiser].

2.5. In het riooltracé heeft [eiser] bij de aansluiting op het gemeentelijke riool een terugslagklep aangebracht om die reden. Zodra het waterpeil de rioolaansluiting van [eiser] bereikt, sluit deze terugslagklep de verbinding tussen [eiser]s riool en het gemeentelijke riool. Zodoende wordt voorkomen dat gemeentelijk rioolwater terugstroomt richting het rioolstelsel van [eiser].

2.6. Na sluiting van de terugkeerklep kan [eiser] niet langer zijn schoonwater en vuilwater afvoeren. Hierdoor raakt het rioolstelsel van de woning van [eiser] vol. Water stroomt vervolgens de verschillende sanitaire voorzieningen binnen. Ook het regenwater dat normaliter wordt afgevoerd door een zestal afvoerputjes rondom de woning, kan niet langer wegstromen naar het gemeentelijke riool. Het regenwater loopt vervolgens via kieren onder de deuren de woning van [eiser] binnen.

2.7. [eiser] heeft ter voorkoming van schade drie pompen geplaatst in voornoemde rioleringsputjes. Bij overmatige wateroverlast wordt het overtollig regenwater afgevoerd naar een naastgelegen braakliggend terrein, waarvan hij geen eigenaar is, en naar de openbare weg en het trottoir. Dit alles met medeweten en goedvinden van de gemeente.

2.8. Voornoemde wateroverlast heeft geleid tot schade aan de woning van [eiser]. De schadeverzekeraar heeft inmiddels € 46.855,26 als vergoeding aan [eiser] uitgekeerd. Inmiddels is door de verzekeraar de polis zodanig aangepast dat zij per 12 oktober 2007 niet langer vergoedt:

- de schade door neerslag, die het woonhuis is binnengedrongen via de begane grond en;

- de schade door grondwater binnengedrongen door afvoerleidingen op daarop aangesloten toestellen en installaties.

Toekomstige schade veroorzaakt door het geschetste probleem wordt dan ook niet langer vergoed.

2.9. [eiser] heeft bij brief van 19 februari 2005 het probleem aangekaart bij de gemeente. De gemeente heeft in een brief van 26 april 2005 aangegeven dat de overlast van [eiser] waarschijnlijk wordt veroorzaakt door de zeer lage ligging van zijn perceel.

De gemeente heeft voorts aangegeven dat zij bereid is om mee te denken aan een optimalisatie van de rioleringsafvoer van [eiser].

2.10. Op 31 mei 2005 heeft er een bespreking plaatsgevonden tussen partijen waarvan een besprekingsverslag is gemaakt. Daarin schetst de gemeente de drie volgende technische oplossingen:

“1. De regenwaterriolen afkoppelen van de vuilwateraansluiting. (…)

2. Aanbrengen van een pomp voor het regenwater. (..) Deze pomp moet rechtstreeks lozen op de nabijgelegen watergang.

3. Apart aanbrengen van een vuilwaterpomp met versnijdende werking. (…) Deze put laten lozen op de bestaande huisaansluiting vóór de terugslagklep tenzij de pomp een eigen terugslagklep bevat.”

Verder vermeldt het besprekingsverslag het volgende:

“De gemeente gaat intern na welke verplichtingen men heeft in de juridische aansprakelijkheid. Los daarvan zal de gemeente meewerken aan genoemde oplossingen en de nodige kennis en ervaring ter beschikking stellen.”

2.11. In opdracht van de gemeente heeft een extern weg- en waterbouw aannemersbedrijf (de firma Gebroeders Van Arnhem) op 19 mei 2005 het rioolstelsel van [eiser] gecontroleerd op afschot, dimensionering en deugdelijke werking van de keerklep. Het bedrijf heeft hierin geen gebreken kunnen constateren.

2.12. In een brief van 14 juli 2005 wijst de gemeente alle aansprakelijkheid van de hand.

Voorts staat in de brief vermeld: “De gemeente Geldermalsen is wel bereid u van advies te dienen betreffende de oplossing van de problemen.” Vervolgens herhaalt de gemeente de drie oplossingen genoemd in het verslag van het gesprek op 31 mei 2005.

2.13. [eiser] heeft in een brief van 1 augustus 2005 de gemeente aansprakelijk gesteld voor alle door hem geleden schade door een ondeugdelijk werkend gemeentelijk rioolstelsel.

2.14. De aansprakelijkheidsverzekeraar van [eiser] heeft de gemeente aangesproken voor de door haar aan [eiser] uitgekeerde schadevergoeding. Het expertisebureau Lemkes & Velthuijs heeft vervolgens in opdracht van de aansprakelijkheids¬verzekeraar van de gemeente de aansprakelijkheid van de gemeente voor de schade onderzocht en de aansprakelijkheid van de gemeente geheel afgewezen. Het bureau concludeert dat er geen verkeerde constructie van het gemeentelijke riool kan worden vastgesteld omdat, in geval van eventuele onderdimensionering, de gemeentelijke overstorten wat eerder in werking zullen treden.

2.15. De advocaat van [eiser] heeft in een brief van 8 november 2006 de gemeente gewezen op foutieve aannames en conclusies in het rapport van Lemkes & Velthuijs.

Op 9 februari 2007 ontving [eiser] een reactie van expertisebureau Lemkes & Velthuijs. Door dit bureau wordt alle kritiek van de hand gewezen.

2.16. Omdat [eiser] het daar niet mee eens was, heeft hij vervolgens zelf een ingenieursonderzoeksbureau ingeschakeld, Rienks Engineering. Op 4 september 2007 heeft deze een onderzoeksrapport uitgebracht. Rienks Engineering bevestigt het door de gemeente ingenomen standpunt, dat het peil in de riolering enkele malen per jaar kan stijgen tot het niveau van de overstort, dat ca. 250 millimeter hoger is gelegen dan de aansluiting van de woning op het gemeenteriool. Dit ingenieursbureau weerspreekt daarentegen enkele bevindingen van Lemkes & Velthuijs, zoals het maaiveldniveau van de woning.

2.17. Het eindoordeel van dit ingenieursbureau luidt dat de gemeente in gebreke is gebleven en aansprakelijk is voor de schade alsmede voor de meerkosten voor het achteraf aanbrengen van de pompinstallatie. Rienks Engineering draagt de volgende oplossing aan:

“De wateroverlast kan alleen worden voorkomen door het plaatsen van een pompput in het riool. Deze pompput dient een capaciteit te bezitten van minimaal 5,7 l/s (zie berekening in bijlage 2). De opvoerhoogte van de pompput dient dusdanig te zijn dat deze de tegendruk van de terugslagklep kan overwinnen. (…)

Wellicht is het raadzaam om de aansluiting van de pompput direct op het gemeenteriool te maken in plaats van de huidige aansluiting via het riool van de buren.”

2.18. [eiser] heeft de gemeente op 27 november 2007 gesommeerd om de gebreken of de voorstellen van Rienks Engineering voor haar rekening te herstellen en de kosten voor het expertiserapport te voldoen.

2.19. In een brief van 19 februari 2008 heeft [eiser] de sommatie teruggebracht tot het eenvoudig meewerken aan de oplossingen genoemd in het expertiserapport van Rienks Engineering. Die medewerking is vereist omdat deze oplossingen de gemeentelijke rioleringsinfrastructuur raken. In deze brief heeft [eiser] de sommatie die ziet op de kosten voorlopig laten “varen”.

2.20. [eiser] heeft op 28 juli 2008 de gemeente nog eenmaal schriftelijk gesommeerd om aan haar verplichtingen te voldoen en om tot betaling van een bedrag van € 4.105,50 voor de expertisekosten van Rienks Engineering over te gaan.

3. Het geschil

3.1. Na wijziging van eis, vordert [eiser] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de gemeente:

Ia primair te veroordelen tot loskoppeling van het gecombineerd riool van het aangrenzende erf en plaatsing van een pompput en pomp met versnijdende werking in het gemeentelijke riool, conform de oplossing uit het expertiserapport van Rienks Engineering d.d. 4 september 2007, binnen een termijn van 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis. Dit op verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 ineens, alsmede van

€ 1.000,00 voor iedere dag, een deel van een dag daaronder begrepen, dat de gemeente Gelderralsen in gebreke blijft te voldoen aan deze veroordeling;

Ib subsidiair te veroordelen de benodigde toestemming en medewerking te verlenen aan [eiser] en [eiser] in staat te stellen de oplossing uit het expertiserapport van Rienks Engineering d.d. 4 september 2007 ten uitvoer te brengen;

II te veroordelen in de kosten van het expertiserapport, ten bedrage van € 4.105,50, dit bij wijze van voorschot op de totale schade;

III te veroordelen in de kosten van dit geding, alsmede de door [eiser] noodzakelijk gemaakte buitengerechtelijke kosten.

3.2. [eiser] stelt dat de gedragingen van de gemeente jegens hem een onrechtmatige daad opleveren. Zowel de aanbieding van de aansluiting op het gemeenteriool valt als een onrechtmatige gedraging aan te merken, als het nalaten te handelen zoals door haar is toegezegd in haar correspondentie. Laatstgenoemde gedraging is in strijd met hetgeen een overheidslichaam volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.

[eiser] stelt een spoedeisend belang te hebben omdat zijn verzekeraar niet langer schade ten gevolge van wateroverlast vergoedt. [eiser] kan echter op dit moment, zonder medewerking van de gemeente, geen maatregelen treffen om de mogelijke overlast in de toekomst te voorkomen. Indien niet op korte termijn maatregelen worden genomen zal [eiser] zich, evenals in het verleden, geconfronteerd zien met een enorme schadepost en een aantasting van zijn woongenot.

3.3. De gemeente voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Naar de mening van de gemeente ontbreekt in dit geval een spoedeisend belang voor een voorziening in kort geding. De gemeente voert daartoe aan dat hoewel de oplossing voor het probleem van de wateroverlast op het perceel van [eiser] al sinds 2005 bekend is, [eiser] de schadebeperkende voorzieningen tot op heden niet heeft aangebracht. Voorts is van belang dat hoewel de verzekering al per 12 oktober 2007 geen dekking meer biedt tegen de schade die [eiser] stelt te lijden, [eiser] pas tien maanden later dit kort geding aanhangig heeft gemaakt.

4.2. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter vloeit het spoedeisend belang van [eiser] voort uit de aard van de gevraagde voorziening die er op is gericht (ernstige) wateroverlast in de toekomst te voorkomen. Er moeten maatregelen genomen worden om schade als gevolg van ernstige regenval te vermijden. Dat die maatregelen eerder genomen hadden kunnen worden, doet daaraan niet af. [eiser] heeft eerst getracht met de gemeente tot afspraken te komen, in de veronderstelling mede op basis van de houding van de gemeente zelf, dat de gemeente zou meewerken aan maatregelen om de overlast te beperken. Toen duidelijk werd dat de gemeente niet bereid was mee te werken aan een oplossing, althans niet voor haar rekening, heeft [eiser] middels een nieuw expertiserapport getracht de gemeente op andere gedachten te brengen. De weigering van de gemeente is nijpender geworden met de wijziging van de verzekeringspolis per 12 oktober 2007.

4.3. De gemeente stelt dat de vorderingen van [eiser], gebaseerd op een vermeend onrechtmatig handelen van de gemeente, ex artikel 3: 310 lid 1 BW verjaard zijn. [eiser] was reeds vanaf 1994 feitelijk op de hoogte van de schade en de, in zijn visie, aansprakelijke persoon en heeft pas 11 jaar later in 2005 de gemeente voor het eerst aangesproken. [eiser] ondervindt immers sinds de oplevering van zijn huis in 1994 regelmatig wateroverlast bij langdurige en/of intensieve regenval, door het feit dat hij bij langdurige en/of intensieve regenval niet kan lozen op het gemeentelijke riool. Het feit dat [eiser] pas later in 2005 tot het juridische inzicht is gekomen dat hij de gemeente juridisch kon aanspreken, doet er niet aan af dat de verjaringstermijn van vijf jaar reeds eerder is gaan lopen.

4.4. Artikel 3:310 lid 1 BW gaat over verjaring van rechtsvorderingen tot schadevergoeding. In casu gaat het niet om een vordering tot schadevergoeding maar om een vordering tot een “doen”, zodat de verjaring van dat artikel niet van toepassing is. Gelet hierop heeft de gemeente haar beroep op verjaring onvoldoende onderbouwd, zodat dit beroep niet kan slagen. Bovendien is de vordering van [eiser] (deels) gebaseerd op het niet nakomen van een toezegging van de gemeente gedaan in 2005. Van verjaring is dus geen sprake.

4.5. Ten aanzien van de gevraagde voorzieningen overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

4.6. [eiser] stelt dat de gemeente onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld en daarom de nodige voorzieningen moet realiseren en bekostigen. Daartoe voert [eiser] aan dat de gemeente de betreffende aansluiting op het gemeenteriool nooit had mogen aanbieden, nu al op voorhand duidelijk was dat dit schade zou veroorzaken. De gemeente¬lijke overstort is immers hoger gelegen dan de aansluiting van [eiser]. Zodoende wist de gemeente dat, telkens wanneer de gemeentelijke overstort in werking zou treden, allereerst de aansluiting van [eiser] zou worden bereikt en zou vollopen. Voorts handelt de gemeente in strijd met dat wat zij concreet in de bespreking op 31 mei 2005 heeft toegezegd, bevestigd in het besprekingsverslag en later ook nog in een brief d.d. 14 juli 2005. Dit is in strijd met het vertrouwensbeginsel en ook door schending van dit beginsel heeft de gemeente jegens hem onrechtmatig gehandeld. Ook het niet nakomen van de meer algemene toezegging, dat, - los van de aansprakelijkheid, de gemeente mee zal werken aan genoemde oplossingen en de nodige kennis en ervaringen ter beschikking zal stellen - levert een schending van het vertrouwensbeginsel op. De gemeente is gebonden aan de door haar opgewekte verwachtingen en gedane toezeggingen, aldus [eiser].

4.7. De gemeente meent dat het aanbrengen van deze voorzieningen voor rekening en risico komt van [eiser], nu de gemeente niet in gebreke is gebleven bij de aansluiting van de afvoerleidingen van [eiser] op het gemeentelijke riool. Zij stelt dat zij geen wettelijke plichten of taken heeft verzuimd, die met zich zouden meebrengen dat in dit geval de gemeente deze voorzieningen zou moeten aanbrengen. Verder stelt de gemeente dat een aansluiting onder het niveau van de overstort bepaald niet uitzonderlijk is. Tot slot stelt de gemeente dat zij in haar communicatie met [eiser] ook geen toezeggingen heeft gedaan of verwachtingen heeft opgewekt dat de voorzieningen op kosten van en door de gemeente zouden worden gerealiseerd.

4.8. Vast staat dat de gemeente [eiser] een rioolaansluiting (de huisaansluiting op het gemeentelijke riool) heeft aangeboden die lager is gelegen dan de gemeentelijke overstort. De gemeente heeft onbetwist gesteld dat rioolaansluitingen meestal op 70 tot 80 centimeter onder maaiveld, dus onder de grond, liggen opdat deze vrij van vorst blijven en dat in Nederland vele tienduizenden rioolaansluitingen beneden het niveau van een overstort¬drempel liggen, zodat van een uitzonderlijke situatie bij [eiser] geen sprake is.

4.9. Van belang is voorts dat het gemeentelijke rioleringstelsel als zodanig geen gebreken vertoont. Dat is ook geconstateerd door het [eiser] ingeschakelde ingenieursbureau Rienks Engineering. Het probleem bij [eiser] zit in het feit dat als het peil in het riool zodanig stijgt dat de overstort wordt aangesproken of bijna wordt aangesproken, vanuit de afvoerleidingen van [eiser] niet meer kan worden geloosd

(noch afvalwater, noch hemelwater) op het gemeentelijke riool. Aanvankelijk was dat omdat het stelsel van [eiser] volliep en later omdat de terugslagklep dat onmogelijk maakt. Om het mogelijk te maken in een dergelijke situatie toch te kunnen lozen op het gemeentelijke riool, zullen het afvalwater en hemelwater met een hogere druk op het gemeentelijke riool moeten worden geloosd. Daarvoor zijn dan voorzieningen nodig. Dat de gemeente van het aanbieden van een rioolaansluiting op de wijze zoals zij dat heeft gedaan, een verwijt gemaakt kan worden is voorshands onvoldoende aannemelijk geworden.

4.10. Tussen partijen is niet in geschil dat de huidige situatie niet kan blijven voortbestaan. Partijen verschillen van mening over de vraag wie de noodzakelijke voorzieningen moet aanbrengen en wie de kosten daarvan moet dragen. De discussie voor wiens rekening uiteindelijk de kosten van de te treffen voorzieningen zijn, is echter geen onderdeel van deze procedure. [eiser] vordert immers uitsluitend het treffen van voorzieningen door de gemeente, althans de medewerking van de gemeente daaraan.

4.11. Tussen partijen lijkt voorts in grote lijnen geen verschil van mening te bestaan over de te nemen maatregelen ter voorkoming van wateroverlast bij [eiser]. Partijen lijken het er over eens dat een pomp aangebracht moet worden met versnijdende werking en dat de capaciteit van de pomp zodanig moet zijn dat deze het rioolwater van [eiser] kan wegpompen ook als de terugslagklep gesloten is. Al in de bespreking van 31 mei 2005 heeft de gemeente daarvoor suggesties gedaan en daaraan haar medewerking toegezegd. Verder heeft de gemeente toegezegd de nodige kennis en ervaring aan [eiser] ter beschikking te stellen. Weliswaar spreekt de gemeente in haar brief van 14 juli 2005 nog uitsluitend over “meedenken”, maar daarmee kan zij niet afdoen aan haar eerdere toezegging op 31 mei 2005 tot “meewerken”. Een en ander klemt te meer nu [eiser] het niet in zijn macht heeft om zelf alle benodigde voorzieningen te treffen zonder medewerking en toestemming van de gemeente. Er moeten immers ook voorzieningen getroffen worden aan het aan de gemeente toebehorende rioolnet.

4.12. Die toezegging van de gemeente moet dan ook naar het oordeel van de voorzieningen¬rechter gestand gedaan worden. Daarmee is echter niet gezegd dat de vorderingen van [eiser] voor toewijzing gereed liggen. [eiser] vraagt immers de tenuitvoerlegging, althans de medewerking daaraan, van de maatregelen aanbevolen door Rienks Engineering en die zijn niet gelijk, althans niet geheel gelijk, aan hetgeen waarvoor de gemeente haar medewerking heeft toegezegd. Dat geldt met name voor de gevorderde loskoppeling van [eiser] van het riool van de buren. Overigens merkt de voorzieningenrechter op dat in het rapport van Rienks Engenineering slechts de mogelijkheid daartoe wordt geopperd. Het gaat het bestek van een kort geding te buiten om te beoordelen in hoeverre die verschillen materieel of verwaarloosbaar zijn. Partijen hebben zich daarover bovendien ook niet uitgelaten. Gelet hierop zullen de vorderingen van [eiser] dan ook worden afgewezen.

4.13 Dat geldt ook voor de gevorderde vergoeding van de kosten van het rapport van Rienks Engeneering. Nu de aansprakelijkheid van de gemeente in dit kort geding niet is komen vast te staan, bestaat reeds om die reden geen grond voor toewijzing van die vordering.

4.14. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de gemeente worden begroot op:

- vast recht € 254,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal € 1.070,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op € 1.070,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Blaisse en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. H. Siragedik op 7 oktober 2008.