Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BF7490

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
09-10-2008
Datum publicatie
09-10-2008
Zaaknummer
05/980017-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank veroordeelt voormalig lid van de directie van een detacheringbedrijf tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden en werkstraf voor de duur van 240 uur in subsidiefraudezaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Promis II

Parketnummer : 05/980017-06

Data zittingen : 15 februari 2007, 24 april 2008, 25 september 2008

Datum uitspraak : 9 oktober 2008

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

Raadsman : dr. D.J.P.M. Vermunt, advocaat te Arnhem.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een tweetal door de rechtbank toegewezen vorderingen wijziging tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

Corera BV en/of Corera Werkplekbeveiliging BV, op één of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 17 oktober 2005, in de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke-/ rechtsperso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk een of meer certifica(a)t(en) (in totaal 85 stuks) en/of arbeidsovereenkomst(en) en/of salarisstro(o)k(en) en/of presentielijst(en) en/of weeksta(a)t(en) (zijnde urenverantwoordingslijst(en)) en/of praktijkopdracht(en) (in totaal 658 stuks) en/of factu(u)r(en) op naam van Atrias (in totaal 47 stuks) en/of factu(u)r(en) op naam van Infra Consultancy & Training en/of andere document(en) en/of administratieve bescheid(en), althans enig(e) document(en), (elk) zijnde (een) geschrift(en) dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, met het oogmerk om die/dat certifica(a)t(en) en/of arbeidsovereenkomst(en) en/of salarisstro(o)k(en) en/of presentielijst(en) en/of weeksta(a)t(en) en/of urenverantwoordingslijst(en) en/of praktijkopdracht(en) en/of factu(u)r(en) en/of andere document(en) en/of administratieve bescheid(en), althans enig(e) document(en), als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken, en bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat (telkens)

* op een of meer certifica(a)t(en), te weten

- het certificaat LWBPW o.n.v. [betrokkene 1] is vermeld dat het examen op 12 juni 2003 heeft plaatsgevonden (D-013-07) en/of

- het certificaat LWBPW o.n.v. [betrokkene 2] is vermeld dat het examen op 17 september 2003 heeft plaatsgevonden (D-016-011) en/of

- het certificaat LWBPW o.n.v. [betrokkene 3] is vermeld dat het examen op 23 oktober 2003 heeft plaatsgevonden (D-018-04) en/of

- het certificaat LWBPW o.n.v. [betrokkene 4] is vermeld dat het examen op 19 december 2003 heeft plaatsgevonden (D-028-08) en/of

- het certificaat LWBPW o.n.v. [betrokkene 5] is vermeld dat het examen op 31 mei 2004 heeft plaatsgevonden (D-012-06)

en/of

* op een of meer arbeidsovereenkomst(en) en/of salarisstro(o)k(en), te weten

- de arbeidsovereenkomst o.n.v. van [betrokkene 6] is vermeld dat de datum van indiensttreding 7 oktober 2003 was (D-168-03) en/of

- de arbeidsovereenkomst o.n.v. van [betrokkene 7] is vermeld dat de datum van indiensttreding 11 oktober 2003 was (D-168-05) en/of

- de salarisstrook o.n.v. van [betrokkene 6] is vermeld dat de datum van indiensttreding 7 oktober 2003 was (D-168-03) en/of

- de arbeidsovereenkomst o.n.v. Van [betrokkene 7] is vermeld dat de datum van indiensttreding 11 oktober 2003 was (D-169-05)

en/of

* op een of meer presentielijst(en), te weten

- de presentielijst o.n.v. [betrokkene 1] met nummer D-08-01 een valse handtekening is vermeld en/of

- de presentielijst o.n.v. [betrokkene 8] met nummer D-062-09, volgnr. 1 is vermeld dat de opleidingsdag(en) LWBPW op 8 oktober 2003 en/of 9 oktober 2003 hebben/heeft plaatsgevonden en/of

- de presentielijst o.n.v. [betrokkene 8] met nummer D-062-09, volgnr. 2 is vermeld dat de terugkomdag LWBPW op 12 november 2003 heeft plaatsgevonden en/of

- de presentielijst TOM-training o.n.v. [betrokkene 4] een valse handtekening is vermeld (D-28-23) en/of

- de presentielijst TOM-training o.n.v. [betrokkene 9] een valse handtekening is vermeld (D-020-26)

en/of

* op een of meer weeksta(a)t(en) (zijnde urenverantwoordingslijst(en)), te weten

- de weekstaat o.n.v. [betrokkene 5] is vermeld dat die [betrokkene 5] stage heeft gevolgd te Deventer (D-012-14-14) en/of

- de weekstaat o.n.v. [betrokkene 10] (D-019-40) is vermeld dat die [betrokkene 10] op 6 en/of 7 oktober 2003 cursus heeft gevolgd (D-19-39) en/of

- de weekstaat o.n.v. [betrokkene 11] (D-016-07) is vermeld dat die [betrokkene 11] op 24 en/of 25 juni 2004 stage heeft gevolgd (D-16-13) en/of

- de urenregistratie o.n.v. [betrokkene 12] staat vermeld dat zij werkzaamheden als consultant heeft verricht, (D-030-05) en/of

- de urenregistratie o.n.v. [betrokkene 13] staat vermeld dat zij werkzaamheden als consultant heeft verricht (D-030-05)

en/of

* op een of meerdere praktijkopdracht(en), te weten

- de praktijkopdracht o.n.v. [betrokkene 5] is vermeld dat die [betrokkene 5] een of meer praktijkopdracht(en) heeft uitgevoerd (D-012-08) en/of

- de praktijkopdracht o.n.v. [betrokkene 11] is vermeld dat die [betrokkene 11] een of meer praktijkopdracht(en) heeft uitgevoerd (D-016-06) en/of

- de praktijkopdracht o.n.v. [betrokkene 9] is vermeld dat die [betrokkene 9] een of meer praktijkopdracht(en) heeft uitgevoerd (D020-09) en/of

- de praktijkopdracht o.n.v. [betrokkene 4] is vermeld dat die [betrokkene 4] een of meer praktijkopdracht(en) heeft uitgevoerd (D-028-14)

en/of

* op een of meerdere factu(u)r(en) op naam van Atrias, te weten

- de factuur o.n.v. Atrias uren is vermeld als zijnde gewerkte uren voor Corera BV (D-051-02) en/of

- de factuur o.n.v. Atrias uren is vermeld als zijnde gewerkte uren voor Corera BV (D-054-04) en/of

- de factuur o.n.v. Atrias uren is vermeld als zijnde gewerkte uren voor Corera BV (D-053-16) en/of

- de factuur o.n.v. Atrias is vermeld dat [betrokkene 14] als trainer werkzaamheden heeft verricht voor Corera BV (D-051-02)

en/of

* op een meer factu(u)r(en) van Infra Consultancy & Training, te weten

- op de factuur o.n.v. Infra Consultancy & Training staat vermeld dat de Opleiding LWBPW is gegeven (D-054-17) en/of

- op de factuur o.n.v.Infra Consultancy & Training staat vermeld dat de Opleiding LWBPW is gegeven (D-054-04) en/of

* (een) andere valse of vervalste document(en) en/of administratieve bescheid(en) zijn/is opgenomen in de administratie

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke-/ rechtsperso(o)n(en), althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke vorenomschreven verboden gedraging(en) verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke-/ rechtsperso(o)n(en), althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;

2.

Corera BV en/of Corera Werkplekbeveiliging BV, op één of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 17 oktober 2005, in de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke-/ rechtsperso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk subsidie(s) inzake de

Stimuleringsregeling Vacaturevervulling door Werklozen en met werkloosheid bedreigde Werknemers (SVWW) en/of subsidie(s) inzake het Europees Sociaal Fonds (ESF), althans (een) subsidie(s), die met een bepaald doel door of vanwege de Europese Gemeenschappen zijn/is verstrekt, heeft aangewend en/of heeft doen aanwenden voor (een) ander(e) doeleind(en) dan waarvoor zij zijn/is verstrekt, immers hebben/heeft Corera BV en/of Corera Werkplekbeveiliging BV en/of een of meer natuurlijke-/rechtspersonen en/of zijn medeverdachte(n) SVWW-subsidie(s) en/of ESF-subsidie(s) ontvangen ten behoeve van (respectievelijk) duurzame vervulling van beschikbare vacatures en/of meer en betere banen te creeren en/of vaardigheden te ontwikkelen, maar deze in werkelijkheid gedeeltelijk zijn/is gebruikt voor (een) ander(e) doeleind(en), te weten het in stand houden van de onderneming(en) Corera BV en/of Corera Werkplekbeveiliging BV en/of managementfee(s) te verhogen en/of een gedeelte van de gesubsidieerde facturen van Atrias uit te keren aan HAG BV, de persoonlijke onderneming van verdachte [medeverdachte 1], als zijnde "goodwill", tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke-/ rechtsperso(o)n(en), althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke vorenomschreven verboden gedraging(en) verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke-/ rechtsperso(o)n(en), althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;

3.

Corera BV en/of Corera Werkplekbeveiliging BV, op één of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 17 oktober 2005, in de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke-/ rechtsperso(o)n(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels een of meer subsidieverstrekkende organisatie(s), althans een of meer natuurlijke-/ rechtsperso(o)n(en), heeft bewogen tot:

# de afgifte van een of meer subsidie(s) inzake de Stimuleringsregeling Vacaturevervulling door Werklozen en met werkloosheid bedreigde Werknemers (SVWW), ten bedrage van (in totaal) Euro 288.999,-, en/of subsidie(s) inzake het Europees Sociaal Fonds (ESF)), ten bedrage van (in totaal) Euro 385.557,30, althans geldbedragen, in elk geval enig goed;

hebben/heeft Corera BV en/of Corera Werkplekbeveiliging BV en/of een of meer natuurlijke-/ rechtspersonen, verdachte, en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk (telkens) -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- in de subsidieaanvra(a)g(en) en/of de/het voorschotverzoek(en) en/of in de/het gesprek(ken) ten behoeve van de SVWW-subsidie(s) verzwegen naar de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) dat Corera BV en/of Corera Werkplekbeveiliging BV tevens ESF-subsidie(s) hebben/heeft ontvangen;

en/of

- in de subsidieaanvra(a)g(en) en/of de jaarrapportage(s) en/of de einddeclaratie(s) en/of in de/het gesprek(ken) ten behoeve van de ESF-subsidie(s) verzwegen naar het Agentschap SZW dat Corera BV en/of Corera Werkplekbeveiliging BV tevens SVWW-subsidie hebben/heeft ontvangen;

en/of

- verzwegen aan Van der Worp BV dat Corera BV en/of Corera Werkplekbeveiliging BV subsidie(s) hebben/heeft ontvangen voor de opleiding(en) die Van der Worp BV betaald heeft;

en/of

- (vervolgens) aan een of meerdere van die subsidieverstrekkende organisatie(s), althans rechts- en/of natuurlijke personen het navolgende heeft voorgespiegeld en/of doen/laten voorspiegelen, althans heeft voorgehouden en/of heeft doen/laten voorhouden:

> dat Corera BV en/of Corera Werkplekbeveiliging BV (een) opleiding(en) zal verzorgen en/of hebben/heeft verzorgd voor de/het project(en) opleiding werktreinbegeleider en/of opleiding leider werkplekbeveiliging

waardoor een of meer, subsidieverstrekkende organisatie(s), althans rechts- en/of natuurlijke perso(o)n(en), werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n), tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke-/ rechtsperso(o)n(en), althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke vorenomschreven verboden gedraging(en) verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke-/ rechtsperso(o)n(en), althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven;

4.

hij, op één of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 17 oktober 2005, in de gemeente Arnhem en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke-/ rechtsperso(o)n(en), althans alleen, heeft deelgenomen aan een organisatie, die gevormd werd door [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [verdachte] en/of [medeverdachte 4] en/of (een) andere natuurlijke- / rechtsperso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het tezamen en in vereniging met een ander of anderen plegen van misdrijven, te weten

- valsheid in geschrift van een of meer certifica(a)t(en) (in totaal 85 stuks) en/of arbeidsovereenkomst(en) en/of salarisstro(o)k(en) en/of presentielijst(en) en/of weeksta(a)t(en) (zijnde urenverantwoordingslijst(en)) en/of praktijkopdracht(en) (in totaal 658 stuks) en/of factu(u)r(en) en/of andere document(en) en/of administratieve bescheid(en) (artikel 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

en/of

- (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk subsidie(s) inzake de Stimuleringsregeling Vacaturevervulling door Werklozen en met werkloosheid bedreigde Werknemers (SVWW) en/of subsidie(s) inzake het Europees Sociaal Fonds (ESF) ,althans (een) subsidie(s), die met een bepaald doel door of vanwege de Europese Gemeenschappen zijn/is verstrekt, heeft aangewend en/of heeft doen aanwenden voor andere doeleinden dan waarvoor zij zijn/is verstrekt

en/of

- (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels van een of meer natuurlijke-/ rechtsperso(o)n(en), heeft bewogen tot de afgifte van een of meer subsidie(s) inzake de Stimuleringsregeling Vacaturevervulling door Werklozen en met werkloosheid bedreigde Werknemers (SVWW) en/of subsidie(s) inzake het Europees Sociaal Fonds (ESF),althans geldbedragen, in elk geval enig goed, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid relevantie informatie voor de subsidieverstrekking verzwegen, waardoor een of meer, subsidieverstrekkende organisatie(s), althans rechts- en/of natuurlijke perso(o)n(en), werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n),

van welke organisatie verdachte (feitelijk) (mede-) oprichter en/of (feitelijk) (mede-) bestuurder was;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 25 september 2008 ter terechtzitting inhoudelijk behandeld. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door dr. D.J.P.M. Vermunt, advocaat te Arnhem.

Het Openbaar Ministerie heeft geëist dat verdachte ter zake van de tenlastegelegde strafbare feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

De rechtbank overweegt ter inleiding het navolgende.

Zowel in deze zaak als in de zaken van de medeverdachten is ter zitting aan de orde geweest de interpretatie van de door verdachten en getuigen afgelegde verklaringen. Zowel verdachte als zijn medeverdachten hebben gemotiveerd ter zitting verklaard dat zij hun, veelal bekennende, verklaringen hebben afgelegd na het voorhouden van stukken waarvan werd gezegd dat deze vals waren. Dit betekent dat niet meer met grote zekerheid de feiten kunnen worden vastgesteld, nu niet duidelijk is of verdachten (en getuigen) hebben verklaard uit eigen wetenschap of conclusies hebben getrokken uit stukken die hen in de verhoren zijn voorgehouden. Dit heeft tot gevolg dat in het kader van de bewijsbeslissing uiterst behoedzaam met deze verklaringen moet worden omgegaan. Dit geldt niet alleen voor de verklaringen van verdachte en zijn medeverdachten, maar ook voor de verklaringen van de getuigen. Meerdere getuigen hebben in het verhoor bij de rechter-commissaris hun eerdere ‘ferme’ uitspraken soms sterk genuanceerd.

Voor de bewijsbeslissing zal derhalve verankering dienen te worden gezocht in objectieve gegevens zoals schriftelijke bescheiden, maar ook zal moeten worden bekeken of een door een getuige afgelegde belastende verklaring bevestiging vindt in andere verklaringen of stukken.

Ten aanzien van het tenlastegelegde strafbare feit onder 2

Ten aanzien van het tenlastegelegde strafbare feit onder 2 oordeelt de rechtbank als volgt.

Corera BV wordt verweten dat zij opzettelijk en wederrechtelijk de SVWW- en ESF-subsidies die met een bepaald doel door of vanwege de Europese Gemeenschappen zijn verstrekt, heeft aangewend voor andere doeleinden dan waarvoor zij is verstrekt. Verdachte wordt verweten hieraan feitelijk leiding te hebben gegeven.

De rechtbank stelt het volgende voorop.

Artikel 323a Sr is ingevoerd bij de Wet van 13 december 2000, Stb. 616. Het artikel vindt zijn oorsprong in het Fraudeverdrag, de op 26 juli 1995 te Brussel tot stand gekomen Overeenkomst, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen. . Onder 'subsidie' dient hier in overeenstemming met art.1 van het Fraudeverdrag te worden verstaan 'elke uitgave afkomstig van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen of van de door of voor de Europese Gemeenschappen beheerde begrotingen'. Voor wat betreft de SVWW-subsidie is daarvan geen sprake, aangezien deze een nationale en geen Europese grondslag heeft. In zoverre dient verdachte daarom te worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt met betrekking tot de ESF-subsidie verder het volgende.

Volgens de tekst van de tenlastelegging zou het gebruik voor andere doeleinden volgen uit het in stand houden van de eigen onderneming, het verhogen van de managementsalarissen en het, via Atrias, uitkeren van gelden aan HAG BV. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit niet volgen uit de inhoud van de bewijsmiddelen. Zo blijkt uit de conceptcijfers over 2004 dat de ontvangen subsidies een deel vormen van het geheel van ontvangsten. Hetzelfde geldt ook voor de prognose over 2005. Dit betekent dat vanuit Corera BV betalingen zijn gedaan vanuit één ‘geldpot’, waarin zowel de ontvangsten van derden als de subsidieontvangsten zich bevonden. Vanwege deze vermenging van gelden kan niet (meer) worden vastgesteld welke betalingen met welke ontvangen gelden zijn voldaan. Dit heeft tot gevolg dat verdachte ook voor dit gedeelte van het tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

De rechtbank merkt hierbij ten overvloede op dat genoemde overwegingen niet van toepassing zijn op de rechtstreekse verpanding van de ESF-subsidiegelden aan de bank. Het staat buiten kijf dat hierdoor subsidiegelden zijn aangewend voor een ander doel dan waarvoor zij zijn verstrekt, maar dit aspect is niet specifiek tenlastegelegd.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De vaststaande feiten ten aanzien van de tenlastegelegde strafbare feiten onder 1, 3 en 4

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

RWI-subsidie

Op 4 augustus 2003 heeft Corera BV een projectsubsidieaanvraag ingediend voor 350 personen bij de Raad voor Werk en Inkomen (RWI). Het betrof een scholingstraject voor opleidingen VHM (veiligheidsfunctionaris) en LWB (leider werkplekbeveiliging). De subsidie richt zich op een duurzame vervulling van vacatures en is bedoeld voor werkloze werkzoekenden en met werkloosheid bedreigde werknemers. Tot 12 maanden na de subsidieverlening mogen kandidaten instromen.

27 augustus 2003 was het begin van de looptijd van de subsidietoekenning. Het RWI had aan Corera BV een subsidie verleend voor € 1.444.944,- voor 350 personen. Op 18 september 2003 heeft Corera BV bij het RWI een verzoek tot uitbetaling van een voorschot ingediend. Door Corera BV is op dat moment verklaard dat er geen ESF-subsidie was aangevraagd en dat er ook geen sprake was van andere subsidies. Op 28 oktober 2003 heeft het RWI een voorschot uitgekeerd van € 288.999,-.

In totaal zijn 6 voortgangsrapportages ingediend, nummer 1 tot en met 5. Nummer 5 is ingediend op 21 juli 2005 en een gewijzigde voortgangsrapportage is ingediend op 11 oktober 2005.

Het is niet toegestaan om ook Europees Sociaal Fonds-subsidie (ESF-subsidie) aan te vragen of te gebruiken. Dit is op de aanvraag van Corera BV ook verklaard en ook mondeling duidelijk gemaakt.

Op 31 maart 2006 is door het RWI aangifte gedaan tegen Corera BV. Corera BV had de subsidiabele kosten opgehoogd door valse facturen van opleiders op te nemen in de administratie en deelnemers in de regeling te brengen die er niet horen door de startdata van de deelnemers te wijzigen, en vervalste diploma’s en arbeidscontracten te gebruiken. Tevens was er sprake van samenloop met ESF-subsidie.

ESF-subsidie

Het O&O fonds, de brancheorganisatie Stichting Opleidingen Groothandel (SOG) heeft 3 projectaanvragen voor ESF-subsidie ingediend bij het Agentschap SZW (SZW). Corera BV was de uitvoerder van de projecten. Het betrof hier subsidie voor scholing van werkenden en re-integratie van werklozen.

Op 1 december 2003 is de eerste projectaanvraag ingediend. Het betrof de Opleiding tot Werktreinbegeleider over de periode van 1 oktober 2003 tot en met 31 december 2004. De aanvraag had betrekking op 100 deelnemers. Het aantal deelnemers in de einddeclaratie was 45. Door het ESF is een voorschot betaald van € 318.000,-.

Op 1 december 2003 is tevens een tweede projectaanvraag ingediend. Het betrof hier de opleiding Leider Werkplekbeveiliging over de periode van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2004. Het aantal deelnemers in de aanvraag was 75. Het aantal deelnemers in de einddeclaratie was 17. Door het ESF is een voorschot betaald van € 215.250,-. Bij deze aanvraag is een verklaring van private cofinanciering gevoegd. Hierin heeft Corera BV verklaard geen bijdragen van derden aan te nemen. Deze verklaring is door [medeverdachte 1] ondertekend op 29 oktober 2003.

Op 5 april 2005 is er een derde aanvraag ingediend voor 122 deelnemers voor 41 verschillende opleidingen over de periode van 31 januari 2005 tot en met 30 december 2005. Op 19 juni 2006 is deze aanvraag door het SZW geweigerd.

Op 18 juli 2006 heeft het SZW aangifte gedaan tegen Corera BV. Corera BV had een onjuiste projectadministratie gevoerd, alsmede een onjuiste financiële administratie en deelnemersadministratie. Tevens waren er onjuiste einddeclaraties ingediend. De administratie bevatte vervalste certificaten, arbeidscontracten, loonstroken, praktijkopdrachten, weekstaten en stageverslagen.

Inhaalslag september 2004

Op 2 maart 2004 heeft er een standaardcontrole plaatsgevonden in opdracht van het RWI, uitgevoerd door Ernst & Young en op 24 maart 2004 heeft het SZW een monitoronderzoek uit laten voeren . De projectadministratie van Corera BV bleek niet geheel te voldoen aan de daaraan gestelde eisen. Dit heeft midden 2004 geleid tot spoedberaad bij Corera BV en vervolgens tot een grote inhaalslag in september 2004. Tijdens deze inhaalslag moest de hele administratie aangepast worden . Iedereen binnen Corera BV deed hier aan mee. Er werden presentielijsten ondertekend met verschillende kleuren pennen en er werden mensen in regelingen geplaatst, die er eigenlijk niet in zaten, door contracten, loonstroken, facturen, urenlijsten, diploma’s, opleidingsverslagen (TOM- en ITEM-trainingen) te vervalsen. De werknemers werden in twee regelingen ondergebracht. Tevens werden valse facturen Atrias opgemaakt. Medeverdachte [medeverdachte 1] gaf de concrete opdrachten hiertoe.

Presentielijsten

Corera BV heeft onder meer de volgende presentielijsten valselijk opgemaakt:

- de presentielijst op naam van [betrokkene 1] met nummer D-08-01. Op deze presentielijst staat een valse handtekening ;

- de presentielijst TOM-training op naam van [betrokkene 4]. Op deze presentielijst staat een valse handtekening ;

- de presentielijst TOM-training op naam van [betrokkene 9]. Op deze presentielijst staat een valse handtekening.

Standpunten verdachte, verdediging en Openbaar Ministerie

De raadsman heeft in de eerste plaats aangevoerd welke van de onder 1 vermelde feiten die door Corera BV zouden zijn begaan niet bewezen kunnen worden en derhalve tot vrijspraak dienen te leiden. Voorts heeft de raadsman van verdachte, samengevat, betoogd dat voor het overige niet bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan feitelijk leidinggeven omdat niet is voldaan aan de Slavenburg-criteria. Verder heeft de raadsman betoogd dat geen sprake is geweest van een criminele organisatie en dat verdachte daar in ieder geval niet aan deel heeft genomen.

De officier van justitie heeft dit betoog bestreden.

Beoordeling de tenlastegelegde strafbare feiten onder 1 en 3

Feiten gepleegd door Corera BV

Ten aanzien van het verweer van de raadsman ten aanzien van de arbeidsovereenkomsten op naam van [betrokkene 6] en [betrokkene 7] en de urenregistraties op naam van [betrokkene 12] en [betrokkene 13] overweegt de rechtbank dat deze documenten in zijn geheel niet zijn opgenomen in het dossier; niet onder het bijlagenummer in de tenlastelegging, noch onder een ander nummer. Op dit punt zal de rechtbank de raadsman dan ook volgen in zijn verweer en de verdachte vrijspreken van deze delen van het onder 1 tenlastegelegde strafbare feit.

Ten aanzien van het verweer van de raadsman ten aanzien van de salarisstrook op naam van [betrokkene 6], de presentielijst TOM-training getekend door [betrokkene 9] en de weekstaat van [betrokkene 5] overweegt de rechtbank dat deze documenten zich als zodanig wel in het dossier bevinden, maar zijn voorzien van een ander bijlagenummer als tenlastegelegd. De rechtbank is van oordeel dat door deze - tussen haakjes staande - bijlagenummers uit de tenlastelegging te strepen, de grondslag van de tenlastelegging niet wordt verlaten.

Ten aanzien van de verweren van de raadsman met betrekking tot de certificaten LWBPW, arbeidsovereenkomsten, salarisstroken, weekstaten, praktijkopdrachten, facturen en presentielijsten D-62-09 volgnr. 1 en D-062-09, volgnr. 2 overweegt de rechtbank als volgt.

De raadsman betoogt in dit verband dat in de tenlastelegging niet is opgenomen waarom deze documenten vals zouden zijn. De rechtbank is van oordeel dat uit het proces-verbaal genoegzaam blijkt in welk opzicht deze documenten onjuistheden bevatten. Er zijn daarom geen belemmeringen om tot een bewezenverklaring te komen.

De rechtbank verwerpt op grond van vorenstaande deze verweren en acht op grond van hetgeen hiervoor is overwogen wettig en overtuigend bewezen dat de volgende stukken valselijk zijn opgemaakt door Corera BV:

- het certificaat LWBPW op naam van [betrokkene 3]. Op dit certificaat is vermeld dat het examen op 23 oktober 2003 heeft plaatsgevonden, terwijl dit niet het geval is ;

- het certificaat LWBPW op naam van [betrokkene 4]. Op dit certificaat is vermeld dat het examen op 19 december 2003 heeft plaatsgevonden, terwijl dit niet het geval is ;

- het certificaat LWBPW op naam van [betrokkene 5]. Op dit certificaat is vermeld dat het examen op 31 mei 2004 heeft plaatsgevonden, terwijl dit niet het geval is ;

- de salarisstrook op naam van [betrokkene 6]. Op deze salarisstrook is vermeld dat de datum van indiensttreding van [betrokkene 6] 7 oktober 2003, terwijl dit niet het geval is.

- de weekstaat op naam van [betrokkene 5]. Op deze weekstaat is vermeld dat [betrokkene 5] stage heeft gevolgd te Deventer, terwijl dit niet het geval is ;

- de weekstaat op naam van [betrokkene 11]. Op deze weekstaat is vermeld dat [betrokkene 11] op 24 en 25 juni 2004 stage heeft gevolgd, terwijl dit niet het geval is ;

- de presentielijst op naam van [betrokkene 8] met nummer D-062-09, volgnummer 1. Op deze presentielijst is vermeld dat de terugkomdag LWBPW op 12 november 2003 hebben plaatsgevonden, terwijl dit niet het geval is ;

- de presentielijst op naam van [betrokkene 8] met nummer D-062-09, volgnummer 2. Op deze presentielijst is vermeld dat de opleidingsdagen LWBPW op 8 en 9 oktober 2003 hebben plaatsgevonden, terwijl dit niet het geval is ;

- de praktijkopdracht op naam van [betrokkene 5]. Op deze praktijkopdracht is vermeld dat [betrokkene 5] een praktijkopdracht heeft uitgevoerd, terwijl dit niet het geval is ;

- de praktijkopdracht op naam van [betrokkene 11]. Op deze praktijkopdracht is vermeld dat [betrokkene 11] een praktijkopdracht heeft uitgevoerd, terwijl dit niet het geval is ;

- de praktijkopdracht op naam van [betrokkene 9]. Op deze praktijkopdracht is vermeld dat [betrokkene 9] een praktijkopdracht heeft uitgevoerd, terwijl dit niet het geval is ;

- de praktijkopdracht op naam van [betrokkene 4]. Op deze praktijkopdracht is vermeld dat [betrokkene 4] een praktijkopdracht heeft uitgevoerd, terwijl dit niet het geval is .

- een factuur op naam van Atrias. Op deze factuur is vermeld dat [betrokkene 14] als trainer werkzaamheden heeft verricht voor Corera BV, terwijl dit niet het geval is

Feitelijk leidinggeven

Aangezien verdachte wordt verweten feitelijk leiding te hebben gegeven aan strafbare gedragingen die zijn tenlastegelegd onder 1, 2 en 3 zal de rechtbank deze feiten gezamenlijk bespreken.

De criteria uit de Slavenburg-jurisprudentie geven de ondergrens aan van wat nog als feitelijk leidinggeven kan worden aangemerkt. In deze jurisprudentie gaat het immers slechts om passieve betrokkenheid bij verboden gedragingen. In tegenstelling tot hetgeen de raadsman stelt, kan feitelijk leidinggeven vanzelfsprekend ook de vorm van actieve betrokkenheid aannemen. De rechtbank is van oordeel dat uit de inhoud van de bewijsmiddelen kan volgen dat verdachte niet alleen passief, maar ook actief leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen. Daaraan doet niet af dat verdachte niet op gelijk niveau als zijn medeverdachten als bestuurder en/of leidinggevende heeft gefungeerd binnen Corera BV. Voor feitelijk leidinggeven is dat geen vereiste, terwijl verder uit de inhoud van de bewijsmiddelen kan volgen dat verdachte ten opzichte van meerdere medewerkers wel degelijk als leidinggevende is opgetreden. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

De getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] hebben allen verklaard dat verdachte actief betrokken was bij het vervalsen van stukken. Dit wordt bevestigd door de verdachte zelf, die heeft verklaard zelf ook valse handtekeningen te hebben gezet op de presentielijsten, stageverslagen, praktijkopdrachten en weekstaten.

De getuige [getuige 3] heeft verklaard dat, onder meer, verdachte de strategie bepaalde bij de inhaalslag in september 2004. [getuige 3] heeft verder verklaard dat verdachte, samen met de getuige [getuige 4], aangewezen was om de inhaalslag te leiden.

Verder heeft de getuige [getuige 1] verklaard dat verdachte leidinggevende was binnen Corera BV en dat zij verantwoording moest afleggen aan onder meer verdachte. Ten slotte heeft medeverdachte [medeverdachte 1] verklaard dat verdachte tot de staf behoorde binnen Corera BV. Genoemde verklaringen vinden hun verankering in e-mails en interne memo’s die zijn verstuurd aan de leidinggevenden binnen Corera BV. In het bijzonder wijst de rechtbank op een interne memo van 5 april 2005, waarin verslag wordt gedaan van de resultaten over 2004 en de prognose voor 2005. Verder wordt gewezen op een email van 11 juli 2005, waarin verslag wordt gedaan over de bevindingen van de controlerend accountant over de voortgang van de bevoorschotting inzake het ESF-traject.

Dat verdachte geen wetenschap heeft gehad van elke specifieke strafbare gedraging, als opgenomen in de tenlastelegging, doet aan het voorgaande niets af. De opzet behoeft immers niet gericht te zijn op de precieze uitvoering ervan, zoals in de tenlastelegging is uitgewerkt.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde strafbare feit

Ten aanzien van het tenlastegelegde strafbare feit onder 3 overweegt de rechtbank ambtshalve nog als volgt.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het eerste liggende streepje van de tenlastelegging. Het verwijt dat in de subsidieaanvragen en/of de voorschotverzoeken ten behoeve van de SVWW zou zijn verzwegen dat ESF-subsidies zijn ontvangen kan niet wettig en overtuigend worden bewezen. De aanvraag voor de ESF-subsidie dateert van 1 december 2003 en dat is na de aanvraag (4 augustus 2003) en het ontvangen voorschot inzake de SVWW-subsidie (28 oktober 2003).

De rechtbank zal verdachte tevens vrijspreken van het derde liggende streepje van de tenlastelegging. Tenlastegelegd is dat Corera BV aan Van der Worp BV heeft verzwegen subsidie te hebben ontvangen voor de opleiding die Van der Worp BV betaald heeft. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat deze verzwijging tegenover een derde (Van der Worp BV) ertoe heeft geleid dat het RWI en/of het SZW is/zijn bewogen tot de afgifte van subsidie.

De rechtbank zal verdachte voorts ook vrijspreken van het vierde liggende streepje van de tenlastelegging. Er is tenlastegelegd dat Corera BV in strijd met de waarheid de subsidieverstrekkende instanties heeft voorgehouden dat zij opleidingen zou verzorgen of zou hebben verzorgd voor de projecten VHM en LWB. Dit kan echter niet wettig en overtuigend worden bewezen, omdat uit het dossier is gebleken dat Corera BV wel degelijk deze opleidingen heeft verzorgd.

Beoordeling de tenlastegelegde strafbare feit onder 4

Uit hierboven genoemde vaststaande feiten volgt dat op grote schaal binnen Corera BV is gefraudeerd. De vervalste stukken werden gebruikt om subsidies te verkrijgen. Verdachte heeft hieraan feitelijk leidinggegeven, samen met zijn medeverdachte [medeverdachte 1]. Met betrekking tot die frauduleuze gedragingen en met name de inhaalslag in september 2004, heeft medeverdachte [medeverdachte 1] verklaard dat hieromtrent voortgangsoverleggen werden gevoerd, actiepunten werden opgesteld en taken werden verdeeld. Er was aldus sprake van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband in de zin van art. 140 Sr, bestaande uit onder meer verdachte en [medeverdachte 1]. De vorm waarin dit samenwerkingsverband is gegoten doet niet ter zake. Zo is niet van belang dat Corera BV als geheel ook legale activiteiten heeft ontplooid. Wel zal het incidenteel plegen van enkele misdrijven buiten het bereik van art. 140 Sr vallen, maar daar was in deze zaak geen sprake van. Vrijwel alle getuigen hebben verklaard dat ter zake de inhaalslag in september 2004, iedereen binnen het bedrijf daaraan meedeed, dat zelfs in de weekeinden werd doorgewerkt en ook speciale sessies werden georganiseerd waarbij verschillende kleuren pennen op tafels lagen om valse handtekeningen te zetten op presentielijsten. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat de focus op enig moment kwam te liggen van een onderneming naar een administratiekantoor. Op grond van vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat het oogmerk van voormeld samenwerkingsverband was gericht op het plegen van misdrijven.

Conclusie

Op grond van vorenstaande rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde onder 1, 3 en 4 heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

Corera BV, op verschillende tijdstippen in de periode van 1 januari 2003 tot en met 17 oktober 2005, in de gemeente Arnhem, telkens opzettelijk certificaten en arbeidsovereenkomsten en salarisstroken en presentielijsten en weekstaten (zijnde urenverantwoordingslijst(en)) en praktijkopdrachten en facturen op naam van Atrias en facturen op naam van Infra Consultancy & Training, elk zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en heeft doen opmaken en heeft vervalst en heeft doen vervalsen, met het oogmerk om die certificaten en arbeidsovereenkomsten en salarisstroken en presentielijsten en weekstaten en urenverantwoordingslijsten en praktijkopdrachten en facturen als echt en onvervalst te gebruiken en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat

* op certificaten, te weten

- het certificaat LWBPW o.n.v. [betrokkene 3] is vermeld dat het examen op 23 oktober 2003 heeft plaatsgevonden (D-018-04) en

- het certificaat LWBPW o.n.v. [betrokkene 4] is vermeld dat het examen op 19 december 2003 heeft plaatsgevonden (D-028-08) en

- het certificaat LWBPW o.n.v. [betrokkene 5] is vermeld dat het examen op 31 mei 2004 heeft plaatsgevonden (D-012-06)

en

* op salarisstrook, te weten

- de salarisstrook o.n.v. van [betrokkene 6] is vermeld dat de datum van indiensttreding 7 oktober 2003 was

en

* op presentielijsten, te weten

- de presentielijst o.n.v. [betrokkene 1] met nummer D-08-01 een valse handtekening is vermeld en

- de presentielijst o.n.v. [betrokkene 8] met nummer D-062-09, volgnr. 1 is vermeld dat de opleidingsdagen LWBPW op 8 oktober 2003 en 9 oktober 2003 hebben plaatsgevonden en

- de presentielijst o.n.v. [betrokkene 8] met nummer D-062-09, volgnr. 2 is vermeld dat de terugkomdag LWBPW op 12 november 2003 heeft plaatsgevonden en

- de presentielijst TOM-training o.n.v. [betrokkene 4] een valse handtekening is vermeld (D-28-23) en

- de presentielijst TOM-training o.n.v. [betrokkene 9] een valse handtekening is vermeld

en

* op weekstaten (zijnde urenverantwoordingslijsten), te weten

- de weekstaat o.n.v. [betrokkene 5] is vermeld dat die [betrokkene 5] stage heeft gevolgd te Deventer en

- de weekstaat o.n.v. [betrokkene 11] (D-016-07) is vermeld dat die [betrokkene 11] op 24 en 25 juni 2004 stage heeft gevolgd

en

* op praktijkopdrachten, te weten

- de praktijkopdracht o.n.v. [betrokkene 5] is vermeld dat die [betrokkene 5] een praktijkopdracht heeft uitgevoerd (D-012-08) en

- de praktijkopdracht o.n.v. [betrokkene 11] is vermeld dat die [betrokkene 11] een praktijkopdracht heeft uitgevoerd (D-016-06) en

- de praktijkopdracht o.n.v. [betrokkene 9] is vermeld dat die [betrokkene 9] een praktijkopdracht heeft uitgevoerd (D020-09) en

- de praktijkopdracht o.n.v. [betrokkene 4] is vermeld dat die [betrokkene 4] een praktijkopdracht heeft uitgevoerd (D-028-14)

en

* op een factuur op naam van Atrias, te weten

- de factuur o.n.v. Atrias is vermeld dat [betrokkene 14] als trainer werkzaamheden heeft verricht voor Corera BV (D-051-02)

aan welke vorenomschreven verboden gedragingen verdachte, tezamen en in vereniging met meer natuurlijke personen, feitelijke leiding heeft gegeven;

3.

Corera BV, op verschillende tijdstippen in de periode van 1 januari 2003 tot en met 17 oktober 2005, in de gemeente Arnhem, meermalen, telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels een subsidieverstrekkende organisatie, heeft bewogen tot:

# de afgifte van subsidie inzake de Stimuleringsregeling Vacaturevervulling door Werklozen en met werkloosheid bedreigde Werknemers (SVWW), ten bedrage van (in totaal) Euro 288.999,-;

heeft Corera BV met vorenomschreven oogmerk telkens -zakelijk weergegeven- valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid:

- in de subsidieaanvraag en de jaarrapportages en de einddeclaratie en in de gesprekken ten behoeve van de ESF-subsidie verzwegen naar het Agentschap SZW dat Corera BV tevens SVWW-subsidie heeft ontvangen;

waardoor subsidieverstrekkende organisaties, werden bewogen tot bovenomschreven afgiften, aan welke vorenomschreven verboden gedragingen verdachte, tezamen en in vereniging met meer natuurlijke personen, feitelijke leiding heeft gegeven;

4.

hij, in de periode van 1 januari 2003 tot en met 17 oktober 2005, in de gemeente Arnhem heeft deelgenomen aan een organisatie, die gevormd werd door [medeverdachte 1] en [verdachte] en andere natuurlijke- / rechtsperso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten

- valsheid in geschrift van een certificaten en arbeidsovereenkomsten en salarisstroken en presentielijsten en weekstaten (zijnde urenverantwoordingslijsten) en praktijkopdracht(en) en facturen

en

- telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels natuurlijke-/ rechtsperso(o)n(en), heeft bewogen tot de afgifte van subsidies inzake de Stimuleringsregeling Vacaturevervulling door Werklozen en met werkloosheid bedreigde Werknemers (SVWW) en subsidie(s) inzake het Europees Sociaal Fonds (ESF), hebbende hij, verdachte, en zijn mededaders met vorenomschreven oogmerk telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid relevantie informatie voor de subsidieverstrekking verzwegen, waardoor subsidieverstrekkende organisaties, werden bewogen tot bovenomschreven afgiften,

van welke organisatie verdachte feitelijk mede-bestuurder was;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4a. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Ter terechtzitting heeft de raadsman ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde strafbare feit subsidiair het verweer gevoerd dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging vanwege niet-kwalificeerbaarheid van het alsdan (nog) bewezenverklaarde.

De rechtbank verwerpt dit verweer omdat de bestanddelen van artikel 225, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht alle zijn opgenomen in de tenlastelegging.

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Valsheid in geschrift, gepleegd door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 3:

Oplichting, gepleegd door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 4:

Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, van welke organisatie verdachte bestuurder was.

4b. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is derhalve strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Standpunten verdediging en Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden geëist. De officier van justitie heeft daarbij gesteld dat verdachte een gelijkwaardige positie had als zijn medeverdachten in deze zaak.

De raadsman deelt dit standpunt niet en heeft verzocht rekening te houden met het feit dat verdachte niet op gelijk niveau als medeverdachte [medeverdachte 1] heeft gefunctioneerd, verdachte grotendeels buiten het bedrijf werkzaam was en verder alleen een beperkte rol heeft gehad inzake de inhaalslag in 2004.

Beoordeling

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en verder de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op de justitiële documentatie, gedateerd 10 januari 2007, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich als feitelijk medeleidinggevende van Corera BV schuldig gemaakt aan het valselijk opmaken van een grote hoeveelheid documenten, waarvan hij wist dat deze in strijd met de waarheid waren. Met deze stukken zijn de subsidieverlenende instanties SVWW en ESF, die in de veronderstelling verkeerden dat de stukken volledig naar waarheid waren opgemaakt, bewogen tot de afgifte van grote sommen geld. Gelet op de duurzaamheid en gestructureerdheid van het samenwerkingsverband tussen verdachte en de andere leidinggevenden van Corera BV is er sprake is geweest van een criminele organisatie die het oogmerk had tot het plegen van voornoemde misdrijven. Het motief bij deze vorm van oplichting kan niet anders zijn geweest dan het verkrijgen van gelden waarop anders geen aanspraak zou hebben bestaan. De rechtbank acht dit zeer laakbaar aangezien aldus een aanzienlijke hoeveelheid overheidsgeld is uitgegeven terwijl daar niet de afgesproken tegenprestaties tegenover hebben gestaan.

Onmiskenbaar heeft hierbij een rol gespeeld dat Corera BV voor haar omzet in belangrijke mate afhankelijk was van de uitbetalingen door deze subsidieverlenende instanties en wat omvang betreft onvoldoende ervaren en geëquipeerd was om dit soort projecten uit te voeren. Deze omstandigheden komen primair voor rekening en risico van verdachte, die als medebestuurder verantwoordelijk is voor een adequate bedrijfsvoering.

Anders dan bij medeverdachte [medeverdachte 1] kan niet worden gezegd dat verdachte de algehele leiding had binnen de onderneming en dat hij het initiatief tot de vervalsingen heeft genomen. Voorts acht de rechtbank van belang dat verdachte zelf niet rechtstreeks heeft geprofiteerd van de onrechtmatig verkregen bedragen. Het belang van verdachte lag met name in het voortbestaan van de ondernemingen en van zijn eigen dienstverband.

Ten laste van verdachte weegt de rechtbank mee dat hij, ondanks wetenschap van het op grote schaal plegen van vervalsingen, steeds hoger in de organisatie is opgeklommen, zulks in nauwe samenwerking met medeverdachte [medeverdachte 1].

Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is naar het oordeel van de rechtbank onder deze omstandigheden een te zware straf voor verdachte. Daarnaast is van belang dat de rechtbank minder feiten bewezen heeft geacht dan de officier van justitie.

Een forse werkstraf, in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf, acht de rechtbank een passende afdoening.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 51, 47, 57, 140, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder 2 tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte het overige tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

Een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet tenuitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

En voorts tot het verrichten van een werkstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen één (1) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 120 (honderdtwintig) dagen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht geheel in mindering wordt gebracht, te weten 24 uren, zijnde 12 dagen hechtenis.

Aldus gewezen door:

mr. M. Jurgens, vicepresident als voorzitter,

mr. E.M. Vermeulen, rechter,

mr. P.J. van den Broeke, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. M.B. Wichman, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 oktober 2008.