Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BE9529

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
13-08-2008
Datum publicatie
01-09-2008
Zaaknummer
146449
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Partijen stemmen in met of hebben geen bezwaar tegen de benoeming van één deskundige voor de bepaling van de huurwaarde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 146449 / HA ZA 06-1786

Vonnis van 13 augustus 2008

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. H. van Ravenhorst,

advocaat mr. C.R. van Breevoort te Arnhem,

tegen

1. [gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

procureur en advocaat mr. J.H. van Vliet,

2. [gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

procureur en advocaat mr. H.M.G. van Lotringen.

Partijen zullen hierna [eiseres in conventie], [gedaagde in conventie sub 1] en [gedaagde in conventie sub 2] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 19 december 2007

- de akte van [eiseres in conventie]

- de antwoordakte [gedaagde in conventie sub 1]

- de antwoordakte van [gedaagde in conventie sub 2]

- de akte houdende uitlating producties, tevens houdende akte overlegging producties en akte wijziging van eis (jegens gedaagde sub 1) van [eiseres in conventie]

- de antwoordakte na uitlating van [gedaagde in conventie sub 2].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

in conventie en in reconventie

2.1. De rechtbank blijft bij hetgeen in de tussenvonnissen van 20 juni 2007 en

19 december 2007 is overwogen en beslist.

in conventie

2.2. [eiseres in conventie] heeft haar vordering tegen [gedaagde in conventie sub 2] vermeerderd met een bedrag van € 20.000,-- omdat zij dat bedrag aan [gedaagde in conventie sub 2] heeft terugbetaald in het kader van het hoger beroep van de incidentele vordering van [gedaagde in conventie sub 2].

[gedaagde in conventie sub 2] heeft geen bezwaar gemaakt tegen de vermeerdering van eis zodat de verdere beoordeling zal plaatsvinden op basis van de vermeerderde vordering die nu gelijk luidt aan de vordering tegen [gedaagde in conventie sub 1].

2.3. De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 19 december 2007 partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de wenselijkheid van de inschakeling van een tweetal deskundigen. [eiseres in conventie] is in dat tussenvonnis nog in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verweer van [gedaagde in conventie sub 1] en [gedaagde in conventie sub 2] dat de toekomstige schade moet worden begroot op een periodiek uit te keren bedrag.

2.4. Partijen stemmen in met of hebben geen bezwaar tegen de benoeming van één deskundige voor de bepaling van de huurwaarde van [de woning] en voor de bepaling van de omvang van de redelijke kosten van onderhoud. [eiseres in conventie] heeft daarbij gewezen op de omstandigheid dat [de woning] inmiddels is gesloopt zodat deze als zodanig niet meer kan worden getaxeerd. [eiseres in conventie] heeft voorts bij haar laatste akte nog een taxatierapport van Makelaardij A. Hartman BV d.d. 28 november 2003 in het geding gebracht. Mede omdat [gedaagde in conventie sub 1] nog niet in de gelegenheid is geweest om op dat rapport te reageren zal de rechtbank daarop vooralsnog geen acht slaan.

2.5. [eiseres in conventie] en [gedaagde in conventie sub 1] twisten over de vraag of bij de bepaling van de huurwaarde van [de woning] moet worden uitgegaan van de bestemming ‘recreatiewoning’ of van de bestemming ‘villaterrein’ volgens het bestemmingsplan ‘Buitengebied 1975’. De rechtbank zal bij de benoeming van de deskundige aangeven dat deze rekening moet houden met de geldende bestemming van [de woning] in de jaren dat [eiseres in conventie] daarin woonde, dus van 1978 tot 2003.

2.6. [gedaagde in conventie sub 2] kan zich niet vinden in het oordeel van de rechtbank in het tussenvonnis van 19 december 2007 dat de schade moet worden gebaseerd op de huurwaarde van [de woning]. Hij herhaalt in de antwoordakte na dat tussenvonnis zijn standpunt daaromtrent, maar dit brengt geen wijziging in het oordeel van de rechtbank. Van bijzondere omstandigheden die het onaanvaardbaar zouden maken dat de rechtbank aan haar bindende eindbeslissing is gebonden, is niet gebleken.

2.7. [gedaagde in conventie sub 2] heeft twee rapporten in het geding gebracht, een taxatierapport van Keus Makelaardij BV van 19 juni 2000 en een rapport van FD Advies van 9 januari 2004 van een bouwtechnische keuring van [de woning]. [gedaagde in conventie sub 2] meent dat die beide rapporten maatgevend zijn voor de schadeberekening, maar de rechtbank deelt die opvatting niet, reeds omdat de inhoud daarvan door [eiseres in conventie] wordt betwist. De rechtbank blijft bij haar oordeel dat zij behoefte heeft aan een deskundigenbericht. Omdat de beide rapporten, evenals het door [eiseres in conventie] in het geding gebrachte rapport van A. Hartman van 5 juli 2006, tot de processtukken behoren, zullen deze aan de deskundige ter beschikking moeten worden gesteld en zal de deskundige de diverse rapporten moeten betrekken bij het opstellen van het deskundigenbericht. De deskundige bepaalt vervolgens zelf of hij bepaalde rapporten terzijde legt. Daarvan dient hij rekenschap te geven in het deskundigenbericht. Volgens [gedaagde in conventie sub 2] hoort bij het rapport van de bouwtechnische keuring een dvd met foto’s. Op verzoek van de deskundige dienen die dvd met foto’s aan hem en in dat geval ook aan de wederpartij ter beschikking te worden gesteld.

2.8. [eiseres in conventie] en [gedaagde in conventie sub 2] twisten voorts nog over de vraag of aan de deskundige een vraag moet worden gesteld over de omvang van de investeringen die nodig zijn om [de woning] te verbeteren en aan te passen aan de eisen van de tijd.

[eiseres in conventie] meent dat er geen grond is om de door [gedaagde in conventie sub 2] bedoelde investeringen als besparingen in de schadeberekening mee te nemen, maar de rechtbank onderschrijft dit standpunt van [eiseres in conventie] niet.

2.9. De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 19 december 2007 in r.o. 2.15 zonder voorbehoud overwogen en beslist dat [eiseres in conventie] jegens haar zus [voornaam zus], dan wel haar erfgenamen waaronder [gedaagde in conventie sub 1] en [gedaagde in conventie sub 2], verplicht was [de woning] te onderhouden dan wel daarin te investeren. Daarom zal de vraagstelling aan de deskundige dienovereenkomstig worden uitgebreid.

2.10. [eiseres in conventie] heeft met betrekking tot het onderwerp van het eigenaarsdeel van de onroerende zaakbelasting na het tussenvonnis van 19 december 2007 aangevoerd dat zij alleen het gebruikersdeel van die belasting heeft betaald en niet het eigenaarsdeel. [eiseres in conventie] komt hiermee terug op de aanvankelijk door haar niet weersproken stelling van [gedaagde in conventie sub 1] dat zij ook het eigenaarsdeel van die belasting voor haar rekening nam. In verband hiermee zal [eiseres in conventie] in de gelegenheid worden gesteld haar gewijzigde standpunt toe te lichten door bescheiden over te leggen waaruit blijkt dat zij alleen het gebruikersdeel van de onroerende zaakbelasting heeft betaald.

2.11. [eiseres in conventie] volhardt in haar vordering tot betaling van een bedrag ineens aan schadevergoeding zodat de rechtbank te zijner tijd zal overgaan tot de benoeming van een actuaris, aangezien partijen instemmen met de benoeming van één deskundige.

2.12. De rechtbank zal de hierna te noemen persoon tot deskundige benoemen.

2.13. Aan de hand van de opgave van de deskundige wordt het voorschot op zijn loon en kosten, inclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting, bepaald op € 2.000,--. Dit bedrag dient, gezien artikel 195 Rv., ter griffie te worden gedeponeerd door [eiseres in conventie].

2.14. [eiseres in conventie] heeft aangevoerd dat er gegronde redenen bestaan om af te wijken van het bepaalde in artikel 195 Rv en dat [gedaagde in conventie sub 1] en [gedaagde in conventie sub 2] het voorschot dienen te deponeren. De rechtbank volgt [eiseres in conventie] hierin niet. De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 19 december 2007 reeds zonder voorbehoud beslist dat [eiseres in conventie] het voorschot dient te deponeren. Van bijzondere omstandigheden die het onaanvaardbaar zouden maken dat de rechtbank aan haar bindende beslissing is gebonden, is niet gebleken. De omstandigheid dat [eiseres in conventie] in het verleden al kosten heeft gemaakt voor het verkrijgen van taxatierapporten terwijl [gedaagde in conventie sub 1] en [gedaagde in conventie sub 2] hebben nagelaten een tegentaxatie te laten verrichten, zoals [eiseres in conventie] aanvoert, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel.

2.15. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

in reconventie

2.16. [gedaagde in conventie sub 2] heeft naar aanleiding van de betaling door [eiseres in conventie] aan hem van een bedrag van € 20.000,-- zijn vordering verminderd tot een bedrag van € 4.382,89, te vermeerderen met de rente vanaf 5 juni 2008.

2.17. Ten aanzien van deze verminderde vordering blijft de rechtbank bij haar oordeel in het tussenvonnis van 20 juni 2007 dat zij geen aanleiding ziet om de niet weersproken vordering van [gedaagde in conventie sub 2] toe te wijzen voordat in conventie is beslist.

2.18. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1. beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

1. Wat was de huurwaarde van [de woning] op 1 januari 2004, rekening houdende met de geldende bestemming in de daaraan voorafgaande periode van 1978 tot en met 2003 ?

2. Kunt u in redelijkheid de omvang van de onderhoudskosten van [de woning] per 1 januari 2004 begroten ? Zo ja, hoeveel bedroegen die onderhoudskosten toen ?

3. Kunt u in redelijkheid de omvang van de investeringskosten van [de woning] per 1 januari 2004 begroten ? Zo ja, hoeveel bedroegen die investeringskosten toen ?

4. Welke andere feiten of omstandigheden, gebleken uit het onderzoek, kunnen van belang zijn voor een goed begrip van de zaak?

3.2. benoemt tot deskundige om dit onderzoek te verrichten:

A. van de Bunt

verbonden aan Van de Bunt NVM Makelaars BV

Detmarlaan 2A

6711 MP Ede (Gld)

Postbus 456

6710 BL Ede (Gld)

Telefoon 0318-619116.

3.3. bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,

3.4. bepaalt dat [eiseres in conventie] voor 10 september 2008 (kopieën van) de overige processtukken en - voor zover mogelijk - de andere door de deskundige noodzakelijk geachte stukken aan de deskundige zal doen toekomen,

3.5. bepaalt dat [eiseres in conventie] voor 10 september 2008 als voorschot op de kosten inclusief omzetbelasting van de deskundige € 2.000,-- ter griffie van deze rechtbank dient te deponeren door dit bedrag over te maken op rekening nummer 19.23.25.752 ten name van Arrondissement 533 Arnhem onder vermelding van het rolnummer en de namen van partijen,

3.6. bepaalt dat de griffier onmiddellijk na betaling van dit voorschot de deskundige hiervan in kennis zal stellen en dat de deskundige pas dan met het onderzoek behoeft te beginnen,

3.7. bepaalt dat de deskundige zich met vragen over het onderzoek kan wenden tot de rechter-commissaris mr. M.M. Vanhommerig,

3.8. bepaalt dat de plaats en de tijd waar en wanneer de deskundige tot het onderzoek zal overgaan, zullen worden vastgesteld door de deskundige in overleg met de raadslieden van de partijen,

3.9. bepaalt dat de deskundige een schriftelijk en ondertekend bericht zal inleveren ter griffie van deze rechtbank voor 19 november 2008,

3.10. bepaalt dat de deskundige tegelijk met dit schriftelijk bericht zijn declaratie ter griffie zal indienen onder vermelding van het zaak- en rolnummer,

3.11. bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht moet doen blijken of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding in dat bericht van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,

3.12. verwijst de zaak naar de rolzitting van 17 december 2008 voor het nemen van een conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [eiseres in conventie] of voor bepaling datum vonnis,

3.13. bepaalt dat [eiseres in conventie] bij die gelegenheid de in r.o. 2.10 bedoelde bescheiden in het geding kan brengen,

3.14. verstaat dat hoger beroep van dit vonnis (behoudens het provisioneel deel ervan) alleen mogelijk is tegelijk met dat van het eindvonnis,

in conventie en in reconventie

3.15. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar, mr. M.P.C.J. van Bavel en mr. M.M. Vanhommerig en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2008.