Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BD9686

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
06-08-2008
Datum publicatie
08-08-2008
Zaaknummer
05/503507-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft samen met een mede-verdachte het slachtoffer door het gebruiken van geweld, onder meer door hem aan zijn sjaal naar achteren te trekken zodat hij geen lucht meer kreeg en te slaan en te stompen, een geldbedrag afhandig gemaakt. Daarnaast heeft verdachte iemand die op straat liep uit het niets opzettelijk in het gezicht geslagen. Verdachte was samen met zijn mede-verdachte in de nachtelijke uren op straat aan het lopen. Naar eigen verklaring hadden verdachten veel gedronken en is er op een gegeven moment een knop omgegaan en zijn ze als beesten te keer gegaan. Verdachte spreekt zelf van een terreurtocht waar hij zich de helft niet meer van kan herinneren, alsof het allemaal in een waas gebeurde. Er was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking onderling. Dit alles gebeurde onder invloed van een grote hoeveelheid alcohol. Verdachte heeft verklaard dat hij niet goed tegen alcohol kan en dat zijn humeur is omgeslagen. De rechtbank is gezien het voorgaande van oordeel dat verdachten zich op een dergelijke brutale en gewelddadige manier hebben gedragen in de nachtelijke uren in Arnhem, dat er voor de afdoening van de zaak geen andere straf in aanmerking komt dan een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden waarvan drie voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer : 05/503507-08

Datum zitting : 23 juli 2008

Datum uitspraak : 6 augustus 2008

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats]

Raadsman : mr. J.B. Nijenhuis, advocaat te Velp.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 02 februari 2008 te Arnhem op de openbare weg, te weten op

Het Eiland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld J. [slachtoffer1] heeft gedwongen tot de

afgifte van een hoeveelheid geld (ongeveer 64 euro), in elk geval van enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer1], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn

mededader

- die [slachtoffer1] bij zijn sjawl heeft vastgepakt en/of krachtig aan die sjawl

heeft gerukt en/of getrokken en/of

- die [slachtoffer1] meermalen, althans eenmaal, op/tegen zijn hoofd en/of

(elders) op/tegen zijn lichaam heeft geslagen en/of gestompt;

2.

hij op of omstreeks 02 februari 2008 te Arnhem opzettelijk mishandelend een

persoon (te weten R. de [slachtoffer2]), in/op/tegen zijn gezicht heeft

geslagen/gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 23 juli 2008 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. J.B. Nijenhuis, advocaat te Velp.

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd:

R. de [slachtoffer2].

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht.

De officier van justitie heeft voorts verzocht dat de vordering van de benadeelde partij in zijn geheel wordt toegewezen en heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 dagen hechtenis.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op 02 februari 2008 te Arnhem op de openbare weg, te weten op

Het Eiland, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld J. [slachtoffer1] heeft gedwongen tot de

afgifte van een hoeveelheid geld (ongeveer 64 euro), toebehorende aan die [slachtoffer1], welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte en/of zijn mededader

- die [slachtoffer1] bij zijn sjawl heeft vastgepakt en krachtig aan die sjawl

heeft gerukt en/of getrokken en

- die [slachtoffer1] meermalen tegen zijn hoofd en/of

(elders) tegen zijn lichaam heeft geslagen en/of gestompt;

2.

hij op 02 februari 2008 te Arnhem opzettelijk mishandelend een

persoon (te weten R. de [slachtoffer2]), tegen zijn gezicht heeft

geslagen/gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft

ondervonden;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4a. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

afpersing in vereniging

Ten aanzien van feit 2:

mishandeling

4b. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 3 juli 2008.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft samen met mede-verdachte [medeverdachte] het slachtoffer [slachtoffer1] door het gebruiken van geweld, onder meer door hem aan zijn sjaal naar achteren te trekken zodat hij geen lucht meer kreeg en te slaan en te stompen, een geldbedrag afhandig gemaakt. Daarnaast heeft verdachte iemand die op straat liep uit het niets opzettelijk in het gezicht geslagen. Gelet op het gewelddadige karakter van de afpersing en de mishandeling is de rechtbank van oordeel dat er een zeer grove inbreuk is gemaakt op de persoonlijke integriteit van de slachtoffers, waardoor grote gevoelens van angst en onveiligheid worden veroorzaakt, niet alleen bij de slachtoffers, maar ook binnen de samenleving.

Verdachte was samen met mede-verdachte [medeverdachte] in de nachtelijke uren op straat aan het lopen. Naar eigen verklaring hadden verdachten veel gedronken en is er op een gegeven moment een knop omgegaan en zijn ze als beesten te keer gegaan. Verdachte spreekt zelf van een terreurtocht waar hij zich de helft niet meer van kan herinneren, alsof het allemaal in een waas gebeurde. Er was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking onderling. Dit alles gebeurde onder invloed van een grote hoeveelheid alcohol. Verdachte heeft verklaard dat hij niet goed tegen alcohol kan en dat zijn humeur is omgeslagen. De rechtbank is gezien het voorgaande van oordeel dat verdachten zich op een dergelijke brutale en gewelddadige manier hebben gedragen in de nachtelijke uren in Arnhem, dat er voor de afdoening van de zaak geen andere straf in aanmerking komt dan een gevangenisstraf. Gezien het feit dat verdachte het initiatief heeft genomen bij de afpersing en het onder 2 gepleegde feit door hem alleen is gepleegd wordt verdachte een hogere straf opgelegd dan aan zijn mede-verdachte [medeverdachte]. Uit het aangehaalde uittreksel uit het algemeen documentatieregister blijkt voorts dat verdachte reeds eerder ter zake van geweldsdelicten is veroordeeld. Gelet op het voorgaande vindt de rechtbank de eis van de officier van justitie passend.

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat de straf lager zou moeten uitvallen dan de eis van de officier van justitie gezien de jeugdigheid van verdachte, het feit dat verdachte zijn leven wil beteren en gezien de toekomst van verdachte. Deze omstandigheden nopen de rechtbank niet tot oplegging van een lagere straf, nu verdachte ten tijde van het plegen van het delict 27 jaar was, hetgeen niet meer jeugdig is en gezien zijn reeds eerder gepleegde geweldsdelicten.

De vordering van de benadeelde partij R. de [slachtoffer2] is niet betwist door verdachte en komt de rechtbank gegrond voor. De rechtbank zal de vordering dan ook in haar geheel toewijzen.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 36f, 300, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

Een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 3 (drie) maanden niet tenuitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij R. de [slachtoffer2].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan R. de [slachtoffer2], wonende te [adres], te betalen € 383,10 (zegge driehonderddrieëntachtig euro en tien cent).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 383,10, subsidiair 7 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer R. de [slachtoffer2], wonende te [adres], te betalen € 383,10, (zegge driehonderddrieëntachtig euro en tien cent), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 7 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere betalingsverplichting doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. E.G. Smedema, vicepresident als voorzitter,

mr. G. Perrick, rechter,

mr. J.A.P. Bakker, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. drs. A.M. Zeeman, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 augustus 2008.