Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BD7758

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
14-07-2008
Datum publicatie
21-07-2008
Zaaknummer
AWB 07/5285
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wet belastingen milieugrondslag/grondwaterbelasting: artikel 8.

Drooghouden bouwput door water op te pompen dat zich op enkele meters diepte bevindt, moet worden aangemerkt als het onttrekken van grondwater, ook al is er meer water onttrokken doordat bovengemiddeld veel rivierkwel en regenwater in de onttrekkingsperiode in de grond is getrokken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2008/1179
FutD 2008-1629
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer

registratienummer: AWB 07/5285

uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

van 14 juli 2008

inzake

Gemeente [X], gevestigd te [Z], eiseres,

tegen

de inspecteur van de Belastingdienst[te P] verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

Verweerder heeft aan eiseres over het tijdvak van 18 januari 2007 tot en met 20 maart 2007 een naheffingsaanslag (aanslagnummer [1]) Wet belastingen op milieugrondslag/Belasting op Grondwater (hierna: grondwaterbelasting) ten bedrage van

€ 21.467 opgelegd.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 19 oktober 2007 de naheffingsaanslag gehandhaafd.

Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar tijdig beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 juni 2008 te Arnhem. Eiseres is daar verschenen bij haar gemachtigde [A]. Namens verweerder is verschenen mr. [B]

2. Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast.

Eiseres bouwt een nieuw gemeentehuis. De bouwlocatie is binnendijks gelegen tegen en in de winterdijk van de Vecht.

Om de bouwput droog te houden is in de periode van 18 januari 2007 tot en met 20 maart 2007 filterbemaling toegepast waarbij gebruik is gemaakt van zes pompen. De filters bevonden zich op ten minste enkele meters diepte.

In de periode van 18 januari 2007 tot en met 20 maart 2007 is 115.730 m³ zoet water opgepompt.

Eiseres heeft ter zake van de wateronttrekking in de periode van 18 januari 2007 tot en met 20 maart 2007 geen grondwaterbelasting op aangifte voldaan.

Verweerder heeft met dagtekening 24 mei 2007 een naheffingsaanslag grondwaterbelasting opgelegd van € 21.467. Deze is berekend op basis van een onttrekking over het tijdvak van 18 januari 2007 tot en met 20 maart 2007 van 115.730 m³ tegen een tarief van € 0,1855 per m³.

3. Geschil

In geschil is het antwoord op de vraag of de naheffingsaanslag terecht aan eiseres is opgelegd.

Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en herroeping van de naheffingsaanslag. Eiseres is van mening dat zij over het tijdvak van 18 januari 2007 tot en met 20 maart 2007 minder dan 50.000 m³ per maand grondwater heeft onttrokken. Het grootste gedeelte van de weggepompte hoeveelheid water betrof rivierkwel, dat door de hoge waterstand in de Vecht via de dijk in de bouwput terecht kwam. Daarnaast is er regenwater weggepompt. Rivierkwel en regenwater kunnen volgens eiseres niet als grondwater worden aangemerkt. Eiseres heeft betoogd dat de wetgever (TK 22849, nr. 3, p. 4) onder grondwater verstaat schaars grondwater van oude oorsprong en hoge kwaliteit, dat zonder bezwaar voor consumptie- en productiedoeleinden kan worden gebruikt. Eiseres heeft vervolgens gesteld dat het door haar opgepompte water voor een groot deel niet aan die criteria voldoet.

Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken.

4. Beoordeling van het geschil

Artikel 3, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag (hierna: Wbm) bepaalt dat voor de toepassing van -kort gezegd- de bepalingen van de grondwaterbelasting onder grondwater moet worden verstaan: zoet grondwater, en onder zoet grondwater: grondwater dat minder dan 300 milligram chloride per liter bevat.

Artikel 4 van de Wbm bepaalt dat onder de naam grondwaterbelasting een belasting wordt geheven ter zake van het onttrekken van grondwater. Op grond van artikel 5 van de Wbm wordt de belasting geheven van de houder van een inrichting. De maatstaf is, op grond van art. 6, eerste lid, van deWbm, het aantal kubieke meters onttrokken grondwater. Artikel 7 van de Wbm bepaalt dat de belasting is verschuldigd op het moment van onttrekking.

Op grond van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wbm, is vrijgesteld de onttrekking door middel van een inrichting die uitsluitend wordt gebruikt voor het droog houden van een bouwput ten behoeve van bouw- en waterbouwkundige werken, indien de te onttrekken hoeveelheid grondwater niet meer bedraagt dan 50.000 kubieke meters per maand en de onttrekking niet langer duurt dan 4 achtereenvolgende maanden.

Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres over het tijdvak van 18 januari 2007 tot en met 20 maart 2007 van 115.730 m³ zoet water heeft opgepompt om een bouwput droog te houden. Evenmin is in geschil dat eiseres de houder van de inrichting is.

Eiseres is van mening dat er per maand minder dan 50.000 m³ grondwater is onttrokken omdat een groot deel van het opgepompte water geen grondwater was maar rivierkwel en regenwater.

Het begrip grondwater is in de Wbm niet gedefinieerd en evenmin in de Grondwaterwet. In de Wbm is slechts bepaald dat alleen zoet grondwater onder het bereik van de grondwater-belasting valt en dat zout (en brak) grondwater daarvan uitgesloten is. Omdat een wettelijke definitie van grondwater ontbreekt dient het begrip grondwater, gelet op het fiscale legaliteitsbeginsel en het rechtszekerheidbeginsel, grammaticaal te worden uitgelegd. Onder grondwater verstaat de rechtbank dan ook water dat zich in de grond bevindt.

Eiseres heeft water opgepompt via filters die zich ten minste enkele meters diep in de grond bevonden. Het opgepompte water is dan ook water dat zich in de grond bevond en moet als grondwater worden gekwalificeerd.

De omstandigheid dat zich ten tijde van de onttrekking meer water in de grond bevond doordat (bovengemiddeld veel) rivierkwel en regenwater in de grond is getrokken, ontneemt aan het onttrokken water niet de kwalificatie van grondwater. Voor de kwalificatie van water als grondwater is niet van belang wat de oorsprong van het water is, hoe lang het zich in de grond heeft bevonden en evenmin of het opgepompte water als schaars moet worden aangemerkt.

Ten aanzien van het beroep van eiseres op enkele passages uit de Memorie van toelichting van de Wet (op de verbruiks)belastingen op milieugrondslag overweegt de rechtbank als volgt. In die passages wordt in algemene zin toegelicht waarom een belasting op grondwater gewenst is. In het geval in die passages al onderdelen van een definitie van grondwater gelezen kunnen worden, dan zijn die niet bepalend voor de uitleg van dat begrip omdat de wet zelf geen definitie van grondwater geeft.

Gelet op het voorgaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

5. Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

6. Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 14 juli 2008

en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. J.J. Catsburg, voorzitter,

mr. L.B.M. Klein Tank en mr. A.M.C.C. Tubbing, rechters, in tegenwoordigheid van

mr. A.C. van den Hurk, griffier.

De griffier is buiten staat deze uitspraak De voorzitter,

te ondertekenen.

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.