Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BD7637

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
26-06-2008
Datum publicatie
18-07-2008
Zaaknummer
170693
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vorderingen tot contactverboden toegewezen.

Moeder heeft voorts gevorderd gedaagden te verbieden zich bij het graf van haar te bevinden en daar enig materiaal achter te laten. Ter onderbouwing van haar vordering heeft zij aangevoerd dat hetgeen door haar bij codicil is bepaald, gerespecteerd dient te worden.

Het stuk kan echter niet worden aangemerkt als codicil in de zin van art. 4:97 BW. Vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 170693 / KG ZA 08-331

Vonnis in kort geding van 26 juni 2008

in de zaak van

1. [eis.1conv./ged.1reconv.],

en

2. [eis.2conv./ged.2reconv.],

beiden verblijvende op een geheim adres,

te dezer zake woonplaats kiezende te Rotterdam ten kantore van hun advocaat,

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

procureur mr. F.J. Boom,

advocaat mr. V.K.S. Deetman te Rotterdam,

tegen

1. [ged.1conv./eis.1reconv.],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

procureur en advocaat mr. B. Willemsen te Nijmegen,

2. [ged.2conv./eis.2reconv.],

en

3. [ged.3conv./eis.3reconv.],

beiden wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

procureur en advocaat mr. S. Striekwold te Nijmegen.

Eiseres in conventie sub 1 zal hierna [eis.1conv./ged.1reconv.] en eiseres in conventie sub 2 zal de moeder en [de moeder] worden genoemd. Gedaagden in conventie zullen [ged.1conv./eis.1reconv.] en [gedn2+3conv./eis.2+3reconv.] worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eis.1conv./ged.1reconv.] en haar moeder

- de eis in reconventie van [ged.1conv./eis.1reconv.]

- de eis in reconventie van [gedn2+3conv./eis.2+3reconv.].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [de moeder] is gehuwd geweest met [ged.1conv./eis.1reconv.]. Uit dit huwelijk zijn geboren:

[naam kind] (hierna te noemen: [kind]), geboren op [geb.datum] en [eis.1conv./ged.1reconv.], geboren op [geb.datum].

2.2. [gedn.2+3conv./eis.2+3reconv.] zijn de ouders van [de moeder].

2.3. [ged.1conv./eis.1reconv.] heeft op 3 juni 2005 de voormalig echtelijke woning verlaten. [de moeder] en [ged.1conv./eis.1reconv.] zijn sinds 24 februari 2006 gescheiden.

2.4. [kind] is op 2 september 2005 overleden.

3. Het geschil in conventie

3.1. [eis.1conv./ged.1reconv.] vordert samengevat - gedaagden, gedurende een jaar en op straffe van een dwangsom te verbieden op enigerlei wijze met haar in contact te treden, zich te bevinden in de straat waar zij woonachtig is alsmede de directe omgeving daarvan. Daarnaast vordert [eis.1conv./ged.1reconv.] gedaagden te verbieden zich te wenden tot enig persoon die onderdeel uitmaakt van haar leefomgeving, zoals onder meer docenten, huisarts, vrienden en de werkgever van moeder.

3.2. Moeder vordert - samengevat - gedaagden, gedurende een jaar en op straffe van een dwangsom te verbieden zich te bevinden bij het graf, dan wel de begraafplaats van [kind] en enig tastbaar materiaal op het graf achter te laten en voorts gedaagden te verbieden zich mondeling of schriftelijk beledigend uit te laten over haar en/of [eis.1conv./ged.1reconv.].

3.3. Als grondslag voor hun vorderingen voeren [eis.1conv./ged.1reconv.] en haar moeder aan dat gedaagden hen stalken en belasteren. Zij voelen zich bedreigd en wensen met rust gelaten te worden. Volgens moeder hebben gedaagden, zonder haar toestemming, meerdere malen het graf van [kind] bezocht, er brieven, bloemen en andere zaken achtergelaten en vernielingen aangericht. Moeder is van mening dat het gedaagden niet is toegestaan het graf te bezoekende omdat de wens van [kind], vastgelegd bij codicil d.d. 20 augustus 2005, dat zijn vader zijn graf niet mag bezoeken en dat voor alle beslissingen over zijn graf de toestemming van moeder nodig is, gerespecteerd dient te worden

3.4. Gedaagden voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Het geschil in reconventie

4.1. [ged.1conv./eis.1reconv.] en [gedn2+3conv./eis.2+3reconv.] vorderen samengevat - [eis.1conv./ged.1reconv.] en haar moeder, op straffe van een dwangsom, te verbieden, direct dan wel indirect, met hen in contact te treden en zich op beledigende wijze over hen uit te laten, hetzij mondeling, hetzij door schriftelijke stukken te verspreiden.

4.2. Als grondslag voor hun vordering voeren [ged.1conv./eis.1reconv.] en [gedn2+3conv./eis.2+3reconv.] aan dat door [eis.1conv./ged.1reconv.] en haar moeder een lastercampagne tegen hen wordt gevoerd, waaraan een einde moet komen.

4.2. [eis.1conv./ged.1reconv.] en haar moeder voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in conventie en in reconventie

5.1. Ten aanzien van de gevorderde contactverboden overweegt de voorzieningenrechter het navolgende. [eis.1conv./ged.1reconv.] enerzijds en [ged.1conv./eis.1reconv.] en [gedn2+3conv./eis.2+3reconv.] anderzijds stellen over en weer dat zij worden lastiggevallen en er tegen hen lastercampagnes worden gevoerd. Uit de overgelegde producties en hetgeen partijen ter zitting hebben verklaard is duidelijk dat de onderlinge verhouding tussen partijen uitermate gespannen is. Het is van belang dat er rust komt. Gelet daarop zullen de gevorderde contactverboden worden opgelegd voor de duur van een jaar en met dien verstande dat het totaal van de gevorderde dwangsommen zal worden gemaximeerd.

voorts in conventie

5.2. De vordering gedaagden te verbieden zich te bevinden in de straat waar [eis.1conv./ged.1reconv.] woont en de directe omgeving daarvan is, nu het adres van [eis.1conv./ged.1reconv.] onbekend is, te vaag geformuleerd zodat toewijzing welhaast tot executieproblemen moet leiden. De vordering dient reeds op die grond te worden afgewezen.

5.3. De vordering gedaagden te verbieden zich te wenden tot enig persoon die onderdeel uitmaakt van de leefomgeving van [eis.1conv./ged.1reconv.] is, voor zover dit verbod al niet valt onder het toe te wijzen (indirecte) contactverbod, eveneens te vaag geformuleerd en dient daarom te worden afgewezen.

5.4. Moeder heeft gevorderd gedaagden te verbieden zich bij het graf van [kind] te bevinden en daar enig materiaal achter te laten. Ter onderbouwing van haar vordering heeft zij aangevoerd dat hetgeen door [kind] bij codicil is bepaald, gerespecteerd dient te worden. Ingevolge artikel 4:97 BW kan van een onderhandse akte (codicil) gebruik worden gemaakt voor het maken van een beperkt aantal soorten beschikkingen, te weten de in artikel 4:97 BW onder a. genoemde legaten, de in artikel 4:97 BW onder b. genoemde uitsluitingsclausule en de aanwijzing van de in artikel 4:97 BW onder c. genoemde personen. Bij de overlegde producties bevindt zich een afschrift van een stuk dat de moeder aanduidt als het codicil van [kind] d.d. 20 augustus 2005. Daarin is onder meer vermeld: “Mijn vader mag NIET naar mijn graf komen, tenzij mama, [eis.1conv./ged.1reconv.] en [betrokkene] daar gezamenlijk behoefte aan hebben.” Een dergelijk verbod valt niet onder de in artikel 4:97 BW genoemde beschikkingen. Dit betekent dat het stuk niet als uiterste wilsbeschikking kan gelden. Reeds op grond hiervan moet deze vordering worden afgewezen.

5.5. De vordering tot een verbod voor gedaagden om zich beledigend uit te laten over (een van) eiseressen zal als onvoldoende onderbouwd en mede gelet op het algemeen wettelijk verbod om te beledigen (artikel 261 Sr), hierna worden afgewezen.

5.6. Gelet op de familierechtelijke betrekkingen tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

voorts in reconventie

5.7. De vorderingen van [ged.1conv./eis.1reconv.] en [gedn2+3conv./eis.2+3reconv.] tot een verbod voor [eis.1conv./ged.1reconv.] en haar moeder om zich beledigend over hen uit te laten zullen als onvoldoende onderbouwd en mede gelet op het algemeen wettelijk verbod om te beledigen (artikel 261 Sr), hierna worden afgewezen.

5.8. Gelet op de familierechtelijke betrekkingen tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

6.1. verbiedt [ged.1conv./eis.1reconv.] en [gedn2+3conv./eis.2+3reconv.] gedurende een jaar na betekening van dit vonnis anders dan via hun advocaat - persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op te nemen met [eis.1conv./ged.1reconv.],

6.2. bepaalt dat [ged.1conv./eis.1reconv.] en [gedn2+3conv./eis.2+3reconv.] voor iedere keer dat een van hen in strijd handelt met het onder 6.1. bepaalde, aan [eis.1conv./ged.1reconv.] tezamen een dwangsom verbeuren van in totaal EUR 250,-, tot een maximum van EUR 10.000,-,

6.3. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.4. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

6.5. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

6.6. verbiedt [eis.1conv./ged.1reconv.] en [de moeder] gedurende een jaar na betekening van dit vonnis anders dan via hun advocaat - persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op te nemen met [ged.1conv./eis.1reconv.],

6.7. bepaalt dat [eis.1conv./ged.1reconv.] en [de moeder] voor iedere keer dat een van hen in strijd handelt met het onder 6.6. bepaalde, aan [ged.1conv./eis.1reconv.] tezamen een dwangsom verbeuren van in totaal EUR 250,-, tot een maximum van EUR 10.000,-,

6.8. verbiedt [eis.1conv./ged.1reconv.] en [de moeder] gedurende een jaar na betekening van dit vonnis anders dan via hun advocaat - persoonlijk, schriftelijk, telefonisch of anderszins contact op te nemen met [gedn2+3conv./eis.2+3reconv.],

6.9. bepaalt dat [eis.1conv./ged.1reconv.] en [de moeder] voor iedere keer dat een van hen in strijd handelt met het onder 6.8. bepaalde, aan [gedn2+3conv./eis.2+3reconv.] tezamen een dwangsom verbeuren van in totaal EUR 250,-, tot een maximum van EUR 10.000,-,

6.10. verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.11. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

6.12 wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.S.M. Daamen op 26 juni 2008.