Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BD6311

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
27-06-2008
Datum publicatie
04-07-2008
Zaaknummer
522649 CV Expl. 07-6736
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"BW artt. 3:41, 42; 6:94 leden 1 en 3. Arbeidsovereenkomst; geheimhoudingsbeding; boetebeding. Schending van het geheimhoudingsbeding aangenomen nadat de arbeidsovereenkomst was geëindigd. Geen nietigheid van het boetebeding, wel matiging van de boete." (zie ook LJN BD 6312)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0427
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Nijmegen

zaakgegevens 522649 \ CV EXPL 07-6736 \ 282fh

uitspraak van 27 juni 2008

Vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap Hectas Stafdiensten B.V.

gevestigd en kantoorhoudende te Duiven

eisende partij

gemachtigde mr. J. Langerhuizen

tegen

[gedaagde partij]

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij

gemachtigde mr. M.C. Waterink

Partijen worden hierna Hectas en [gedaagde partij] genoemd.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het griffie-exemplaar van het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter van 11 januari 2008 en de daarin genoemde gedingstukken;

- de brief van de gemachtigde van Hectas aan de kantonrechter van 17 maart 2008 met producties;

- het proces-verbaal van comparitie van partijen ter zitting van 27 maart 2008;

- de aantekeningen mondelinge behandeling van mr. Langerhuizen;

- de aantekeningen ten behoeve van de comparitie van partijen van mr. Waterink;

- de aantekeningen van de griffier van het verhandelde ter zitting.

1. De feiten

1.1. Op 23 maart 1999 hebben Schoonderbeek Stafdiensten B.V. (de rechtsvoorgangster van Hectas en hierna mede onder die aanduiding begrepen) en [gedaagde partij] een schriftelijke arbeidsovereenkomst gesloten. Op grond van die overeenkomst is [gedaagde partij] op 1 april 1999 voor een periode van één jaar voor 32 uur per week bij Hectas in dienst getreden in de functie van medewerkster personeelszaken. Na het verstrijken van de overeengekomen periode duurt de arbeidsovereenkomst, conform hetgeen in de akte is bepaald, voor onbepaalde tijd voort.

1.2. In de arbeidsovereenkomst, waarin [gedaagde partij] wordt aangeduid als ‘werkneemster’, is onder meer het volgende bepaald:

“Artikel 11 - Concurrentiebeding en geheimhoudingsbeding

1. Het is werkneemster tijdens het bestaan van deze arbeidsovereenkomst en gedurende een termijn van één jaar na beëindiging daarvan verboden in dienst te treden bij, of voor eigen rekening werkzaamheden te verrichten voor een bedrijf of instelling werkzaam in dezelfde branche als Schoonderbeek. Dit verbod geldt zowel voor het verrichten van werkzaamheden voor eigen rekening als in dienst voor derde(n). Tevens is werkneemster verplicht zich te onthouden van het doen van mededelingen aan derde(n) inzake Schoonderbeek.

2. Bij overtreding van enig verbod verbeurt werkneemster een direct opeisbare, niet voor rechterlijke matiging vatbare boete van tienduizend gulden per keer.”

1.3. Bij brief van 27 augustus 2007 heeft [gedaagde partij] de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 31 oktober 2007.

1.4. Hectas heeft [gedaagde partij] bij brief van 29 augustus 2007 meegedeeld de opzegging te aanvaarden en akkoord te gaan met beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 1 september 2007. De brief bevat verder, voor zover hier van belang, de volgende passage:

“U heeft kenbaar gemaakt dat u in een vergelijkbare functie bij een in Arnhem gevestigd branchecollega in dienst wilt treden. Ik bevestig u dat het concurrentiebeding volgens artikel 11 van uw arbeidsovereenkomst d.d. 23 maart 1999 niet van toepassing zal zijn.

Wel blijft het geheimhoudingsbeding van kracht, alsook de daarop gestelde boete, tegenwoordig dan in euro's, bij overtreding van dit beding. Ik wijs u daar met nadruk op.

In verband met de beëindiging van uw dienstverband per 1 september as. komen wij uitdrukkelijk met elkaar overeen dat u zich gedurende de periode tot 1 september 2008 onthoud van het doen van mededelingen omtrent Hectas, daaronder ook begrepen de bedrijven Vorwerk, Additional Services en Deverco. Vorenstaande geldt in de ruimste uitleg ervan. Tevens komen wij overeen dat u gedurende deze periode geen 'eigendommen' van Hectas zult aanwenden. Daartoe horen ook de `virtuele eigendommen van Hectas'.”

1.5. [gedaagde partij] heeft deze brief voor akkoord ondertekend.

1.6. [gedaagde partij] is vervolgens in dienst getreden bij [bedrijf X] te Arnhem (verder te noemen: [bedrijf X]), evenals Hectas een schoonmaakbedrijf.

1.7. [gedaagde partij] heeft op 19 september 2007 met [persoon A], een medewerkster van Hectas (hierna: [persoon A]), per e-mail de hierna volgende berichten uitgewisseld. Daarbij heeft zij gebruik gemaakt van het haar door [bedrijf X] ter beschikking gestelde e-mailadres [naam mailadres] en haar berichten gezonden aan het zakelijke e mailadres van [persoon A], [naam mailadres].

13:31 - [gedaagde partij] aan [persoon A]

“Ik wil je eigenlijk om een gunst vragen....

Ik krijg net de opdracht om de procedure omtrent contractwisselingen eens wat duidelijker op papier te zetten. Deze was bij Hectas natuiurlijk tredelijk op de rit. En om nu het wiel weer helemaal opnieuw uit te vinden...

Zou jij mij de checklisten opzegging / overname willen mailen? Daar kan ik voorlopig wel ff wat mee. Ik weet nog wel ongeveer wat er in staat, maar niet meer precies wat allemaal. Mocht ik nog meer willen hebben, dan hoor je het wel, als je tenminste de spullen wil mailen. Mocht je het niet aan durven via de mail, dan kun je het ook naar mijn hotmail sturen of per post ofzo. Kijk maar.”

13:31 - [persoon A] aan [gedaagde partij]:

“En je geheimhoudingsverklaring dan?!?!?!?!?! Hahahahhaahhahahah”

13:33 - [persoon A] aan [gedaagde partij]:

“Bij deze!!

Wil je ook de officiele instructie uit het instructieboek? Want dan moet ik ff zoeken waar ik deze kan vinden....”

13:41 - [gedaagde partij] aan [persoon A]:

“Ssssttt! Niet door vertellen hoor!!”

13:47 - [gedaagde partij] aan [persoon A]:

“Je bent geweldig! Maar dat wist je natuurlijk al!

Mocht je de officiële instructie hebben, dan mag je die ook doormailen. Maar be careful!! Ik ben als de dood dat dit in verkeerde handen komt bij Hectas. Dan zijn we allebei de sigaar.

Ik ben vanmorgen naar Breda geweest, naar het Holland Casino. Dat maakt [bedrijf X] dus schoon; dat is een gaaf pand joh! Mochten we eventueel naar Breda gaan met mijn weekendje weg, dan gaan we daar zeker naar toe.”

1.8. Op 2 oktober 2007 hebben [persoon A] en [gedaagde partij] de volgende berichten gewisseld, beiden eveneens met gebruikmaking van hun zakelijke e-mailadres:

15:32 - [gedaagde partij] aan [persoon A]:

“Ben je op kantoor?”

15:31 - [persoon A] aan [gedaagde partij]:

[leeg bericht]

15:35 [gedaagde partij] aan [persoon A]:

“Ik zit namelijk een brief te maken inzake contractwisseling. Heb ff geen inspiratie. Zou jij de standaardbrieven willen doormailen waarin wij de mensen uitnodigen voor een kennismakinsbijeenkomst. Je weet wel, waarin wij ook vragen of ze de id-bewijs etc willen meenemen..

Weet je welke ik bedoel?”

15:36 - [persoon A] aan [gedaagde partij]:

“Geen probleem!! Hier komt 'ie!

(Ik had eigenlijk gehoopt dat je me voor iets spannenders mailde.... hihihihih)”

15:42 - [gedaagde partij] aan [persoon A]:

“Dank je wel!!!

Sorry dat het niet spannender was. Jij nog wat spannends te melden? Nog ontwikkelingen aan het front?”

15:43 - [persoon A] aan [gedaagde partij]:

“Nee, niet echt.... Vandaar dat ik hoopte dat jij iets spannenders had.

Ik heb er alleen helemaal geen zin meer in. Ik ben vandaag de hele dag in Zwolle geweest. [persoon B] was daar ook bij. Maar hij weet echt niet waar ik het over heb. Zelfs bij het verzuim had ik een hoop op-en aanmerkingen. En daar is hij al een tijdje mee bezig.... Dus tja, niet echt motiverend!”

15:53 - [gedaagde partij] aan [persoon A]:

“Aftellen dus! Nog een paar weken, dan kan je hier lekker aan de slag!

Ziet er wel rooskleurig uit voor de afdeling…….”

15:54 - [persoon A] aan [gedaagde partij]:

“Nee niet echt dus....

Ik mag hopen voor ons dat alles in het honderd loopt. Dat we eindelijk eens waardering krijgen voor het werk dat wij altijd hebben gedaan! Alleen hebben we er dan niets meer aan..”

15:58 - [gedaagde partij] aan [persoon A]:

“Nou, daar hoop ik ook op. Niet zo leuk voor [2 namen collega's] en de regio's, maar inderdaad. dat ze inzien dat wij toch wel goed werk hebben verricht en dat dit niet een job is die iedereen zomaar kan. Dat je er wel een opleiding voor moet hebben gedaan! Ik zorg wel dat ik met wie dan ook binnen Hectas contact blijf houden zodat we het nog wel te horen krijgen!”

16:00 - [persoon A] aan [gedaagde partij]:

“Precies!! Helaas gaat [persoon C] ook weg, want via hem krijg ik ook altijd veel te horen....”

16:03 - [gedaagde partij] aan [persoon A]:

“We hebben [persoon D] nog! En [persoon E en F] en zo kan ik er nog wel wat bedenken. Komt goed!”

1.8. Naar aanleiding hiervan heeft Hectas bij aangetekende brief van haar gemachtigde aan [gedaagde partij] van 12 oktober 2007 meegedeeld, dat [gedaagde partij] twee maal het geheimhoudingsbeding heeft geschonden, dat Hectas daarom aanspraak maakt op twee maal de overeengekomen boete van de tegenwaarde van f 10.000,- in euro’s, en dat Hectas zich het recht voorbehoudt om ook nog schadevergoeding te vorderen.

2. De vordering en het verweer

2.1. Hectas vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, ook voor wat de proceskosten betreft,

a. zal verklaren voor recht dat [gedaagde partij] in ieder geval tweemaal het geheimhoudingsbeding heeft geschonden;

b. zal verklaren voor recht dat [gedaagde partij] tweemaal de boete van f 10.000,- heeft verbeurd;

c. [gedaagde partij] zal veroordelen tot betaling van € 9.075,60 (f 10.000 : 2,20371 x 2), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 oktober 2007 tot de dag der algehele voldoening, tegen behoorlijk bewijs van kwijting;

d. [gedaagde partij] zal veroordelen in de kosten van het geding.

2.2. De vordering is, tegen de achtergrond van de hiervoor weergegeven feiten, gegrond op hetgeen gevorderd wordt te verklaren voor recht.

2.3. [gedaagde partij] voert gemotiveerd verweer. Voor zover nodig zal het verweer hierna worden besproken.

3. De beoordeling

3.1. Het verweer van [gedaagde partij] houdt in, kort gezegd, dat:

a) zij onder druk akkoord gegaan is met de beëindiging van haar arbeidsovereenkomst per 1 september 2007 in plaats van 31 oktober 2007;

b) de toon en/of de inhoud van haar e-mailberichten aan [persoon A] geen overtreding van het geheimhoudingsbeding opleveren;

c) ook geen sprake is van overtreding van de aanvullende afspraak dat zij geen gebruik zal maken van eigendommen van Hectas, waaronder begrepen ‘virtuele’ eigendommen;

d) het boetebeding nietig is wegens strijd met de wet en niet door conversie een geldig beding wordt;

e) indien het boetebeding geldig is, de boete voor matiging in aanmerking komt.

Een en ander zal hierna worden onderzocht.

3.2. Ad a) Het einde van de arbeidsovereenkomst

Dit verweer is ter zitting voldoende weersproken door Hectas en [gedaagde partij] is daar niet meer op ingegaan. In zoverre is hetgeen Hectas heeft aangevoerd onvoldoende betwist.

3.3. Ad b) Niet-nakoming van het geheimhoudingsbeding?

3.3.1. [gedaagde partij] betoogt dat zij het beding - de kantonrechter gaat ervan uit dat partijen doelen op de zin “Tevens is werkneemster verplicht zich te onthouden van het doen van mededelingen aan derde(n) inzake Schoonderbeek” (artikel 11 lid 1 van de arbeidsovereenkomst, zie hiervoor onder 1.2) - niet heeft overtreden. Zij heeft immers alleen enkele standaardformulieren en een standaardbrief opgevraagd bij een medewerkster van Hectas, maar zelf geen mededelingen daarover aan derden gedaan. Volgens [gedaagde partij] heeft zij het opgevraagde niet gebruikt en is dit intussen vernietigd.

3.3.2. Dit verweer kan niet slagen. Zij heeft zich de formulieren en de standaardbrief niet laten toezenden op een privé-adres, maar op haar zakelijke e mailadres [naam mailadres] dat haar door haar werkgever ter beschikking gesteld was. Dusdoende heeft zij ze aan deze doorgegeven en/of geopenbaard. Niet relevant is of andere werknemers of bestuurders van [bedrijf X] kennis hebben genomen van de formulieren en de brieftekst. Uit de desbetreffende e mailberichten blijkt, dat zij van plan was die formulieren te gaan gebruiken in de uitoefening van de haar door [bedrijf X] opgedragen werkzaamheden (“En om nu het wiel weer helemaal opnieuw uit te vinden... Zou jij mij de checklisten opzegging / overname willen mailen? Daar kan ik voorlopig wel ff wat mee” en “Ik zit namelijk een brief te maken inzake contractwisseling. Heb ff geen inspiratie. Zou jij de standaardbrieven willen doormailen waarin wij de mensen uitnodigen voor een kennismakinsbijeenkomst”). Eveneens blijkt uit die berichten genoegzaam dat het [gedaagde partij] volkomen duidelijk was dat zij, door deze formulieren en brieven op te vragen, handelde in strijd met haar verplichtingen jegens Hectas (“Mocht je het niet aan durven via de mail,” “Ssssttt! Niet door vertellen hoor!!” en “Maar be careful!! Ik ben als de dood dat dit in verkeerde handen komt bij Hectas. Dan zijn we allebei de sigaar.”).

3.3.4. De algemene bewoordingen waarin het geheimhoudingsbeding is gesteld wijzen erop, dat schending van de geheimhoudingsplicht niet eerst wordt aangenomen als het gaat om vertrouwelijke informatie van Hectas. Het verbod betreft in algemene zin “het doen van mededelingen aan derde(n) inzake Schoonderbeek.” Uit niets blijkt dat [gedaagde partij], overeenkomstig de zin die zij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs aan het beding mocht toekennen, redelijkerwijs van Hectas mocht verwachten dat het zich niet uitstrekte over het doen van mededelingen over de formulieren en brieven die bij Hectas voor personeelsaangelegenheden werden gebruikt. Of de formulieren en de brief uiteindelijk door [bedrijf X] gebruikt zijn, wat [gedaagde partij] ontkent, is hiervoor niet relevant. Het gaat om formulieren en een brief die door Hectas voor eigen gebruik waren ontworpen casu quo opgesteld. Voldoende om schending van het beding aan te nemen is, dat [gedaagde partij] zich feitelijk van een en ander heeft doen voorzien teneinde dit ten behoeve van [bedrijf X] te gaan gebruiken.

3.3.5. Dit leidt tot de conclusie dat voor recht verklaard zal worden, dat [gedaagde partij] tweemaal het geheimhoudingsbeding heeft geschonden. De woorden “in ieder geval” zullen daarbij worden weggelaten, omdat geen feiten of omstandigheden gesteld zijn waaruit kan worden afgeleid dat iets dergelijks meer dan twee maal heeft plaatsgevonden.

3.4. Ad c) Niet-nakoming van de aanvullende afspraak?

Of aan de zijde van [gedaagde partij] sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de aanvullende afspraak in de brief van Hectas van 29 augustus 2007, die [gedaagde partij] voor akkoord heeft ondertekend, kan in het midden blijven. Indien en voor zover zulks het geval zou zijn, heeft Hectas geen vergoeding van schade gevorderd. Uit de brief blijkt ook niet, dat op niet-nakoming van die afspraak enige sanctie is gesteld die een vorderingsrecht van Hectas heeft doen ontstaan.

3.5. Geldig boetebeding?

3.5.1. Vervolgens is de vraag aan de orde of [gedaagde partij] de in artikel 11 lid 2 van de arbeidsovereenkomst bedoelde boete heeft verbeurd. [gedaagde partij] voert aan dat het beding nietig is, omdat contractuele uitsluiting van de rechterlijke matigingsbevoegdheid niet is toegelaten.

3.5.2. Voorop moet gesteld worden dat het geoorloofd is overeen te komen dat de werknemer zich, ook nadat de arbeidsovereenkomst is geëindigd, zal onthouden van het doen van mededelingen aan derden over de ex-werkgever. Met een dergelijk beding wordt beoogd de gevolgen van het einde van de arbeidsovereenkomst te regelen, zodat het in zoverre vergelijkbaar is met een non-concurrentiebeding. Eveneens is het geoorloofd overeen te komen dat de werknemer bij overtreding van een dergelijk beding een boete verbeurt. Het bepaalde in artikel 7:650 BW is hierop niet van toepassing (HR 4 april 2003, NJ 2007, 351). Van de geldigheid van het beding zal de kantonrechter dan ook uitgaan.

3.5.3. Gegeven het bepaalde in artikel 6:94 lid 3 BW is op zichzelf juist, gelijk [gedaagde partij] betoogt, dat het in strijd is met de wet te bedingen dat de boete niet door de rechter zal kunnen worden gematigd. Anders dan zij betoogt betekent dit evenwel niet, dat het boetebeding in zijn geheel nietig is. In artikel 3:41 BW is immers bepaald dat, als een grond van nietigheid slechts een deel van een rechtshandeling betreft, deze voor het overige in stand blijft, voor zover dit, gelet op inhoud en strekking van de handeling, niet in onverbrekelijk verband met het nietige deel staat. De uitsluiting van de matigingsbevoegdheid weggedacht, resteert een boetebeding dat, zoals hiervoor is overwogen, geoorloofd is. De nietigheid van artikel 6:94 lid 3 BW treft, gelet op de plaats van die bepaling in het wettelijk systeem, slechts hetgeen in afwijking van lid 1 van dat artikel is bedongen, zodat het boetebeding voor het overige, dat wil zeggen: voor zover het niet strijdig is met het bepaalde in lid 1, tussen partijen geldt.

3.5.4. Zou dit al anders zijn, dan geldt in het licht van het bepaalde in artikel 3:42 dat de strekking van het beding in een zodanige mate aan die van een geldig boetebeding beantwoordt, dat moet worden aangenomen dat dit geldige boetebeding zou zijn overeengekomen indien van de uitsluiting van de rechterlijke matigingsbevoegdheid was afgezien, en komt het beding de werking van dat geldige boetebeding toe.

3.5.5. Het verweer faalt dus ook in zoverre.

3.6. Matiging van de boete

3.6.1. Het verzoek van [gedaagde partij] om de boete te matigen komt voor toewijzing in aanmerking. Zij betoogt dat de boete, afgezet tegen de door Hectas geleden schade, bovenmatig is, dat de ernst van de overtreding en de hoogte van de boete in geen verhouding staan tot het loon dat zij bij Hectas verdiende, dat Hectas in het geheel geen schade heeft geleden als gevolg van de overtreding van het geheimhoudingsbeding en dat Hectas niet is ingegaan op pogingen van haar kant om het geschil in der minne te regelen.

3.6.2. Hectas heeft een en ander onvoldoende concreet gemotiveerd betwist. In het bijzonder is niet komen vast te staan dat zij noemenswaardige schade heeft geleden. De kantonrechter is dan ook van oordeel, dat de billijkheid klaarblijkelijk eist dat de boete wordt gematigd tot € 1.000,- voor de beide overtredingen samen, te vermeerderen met de verder niet betwiste rente.

3.7. [gedaagde partij] zal als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. De aan de zijde van Hectas gevallen kosten worden begroot op € 70,85 voor het exploot van dagvaarding, € 199,- voor vastrecht en twee punten à € 250,- volgens het liquidatietarief voor salaris gemachtigde, totaal € 769,85.

BESLISSING

De kantonrechter

- verklaart voor recht, dat [gedaagde partij] tweemaal het geheimhoudingsbeding heeft geschonden;

- veroordeelt [gedaagde partij] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Hectas te betalen € 1.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 20 oktober 2007 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt [gedaagde partij] in de kosten van het geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Hectas begroot op € 769,85;

- verklaart de veroordelingen tot betaling uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.F. Gielissen en in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2008.