Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BD6209

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
02-07-2008
Datum publicatie
03-07-2008
Zaaknummer
159484
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARN:2010:BM5137, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

VORDERING MOTEL TIEL TEGEN GEMEENTE EN PROVINCIE AFGEWEZEN

Op 10 februari 2002 is het parkeerdek van Motel Tiel (Van der Valkconcern) ingestort. Motel Tiel heeft voor de rechtbank Arnhem 19 partijen gedagvaard. Volgens haar is het instorten van het parkeerdek ook aan deze gedaagden te wijten. Tijdens de zitting in mei 2008 is de vordering tegen een groot aantal gedaagden ingetrokken. De gedaagden die overbleven waren de gemeente Tiel, de provincie Gelderland, Prorail en de bouwers aan een viaduct en aan het tracé van de Betuweroute in de nabijheid van Motel Tiel. De rechtbank heeft in haar vonnis van 2 juli 2008 de vordering tegen bijna alle gedaagden afgewezen.

Motel Tiel verweet de gemeente Tiel dat zij onvoldoende toezicht op de bouwwerkzaamheden heeft gehad. Dit verwijt is niet juist. Motel Tiel heeft in afwijking van de bouwvergunning gebouwd. De gemeente heeft meermalen gevraagd om berekeningen naar aanleiding van de afwijking, maar Motel Tiel heeft deze berekeningen nooit gegeven. De vordering tegen de gemeente wordt dus afgewezen.

De vordering tegen de provincie, Prorail en de bouwers wordt ook afgewezen, omdat niet is komen vast te staan dat er in de nabijheid van Motel Tiel ten tijde van het instorten van het parkeerdek grondwateronttrekkingen en heiwerkzaamheden hebben plaatsgevonden.

De vordering wordt alleen toegewezen tegen aannemingsbedrijf De Valk. Deze partij had echter geen verweer tegen de vordering gevoerd.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 3
Burgerlijk Wetboek Boek 3 13
Burgerlijk Wetboek Boek 3 15
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 237
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2008/139
JIN 2008/591
JIN 2008/620
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 159484 / HA ZA 07-1345

Vonnis van 2 juli 2008

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MOTEL TIEL B.V.,

gevestigd te Tiel,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN DER VALK INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Gilze, gemeente Gilze en Rijen,

eiseressen,

procureur mr. P.M. Wilmink,

advocaten mrs. J.L. Vissers en R. Wortel,

beiden te 's-Hertogenbosch,

tegen

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE TIEL,

zetelend te Tiel,

gedaagde,

procureur mr. P.J.M. van Wersch,

advocaten mrs. H. Zeilmaker en J. de Roos,

beiden te Nijmegen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PROJECTORGANISATIE BETUWEROUTE PRORAIL B.V.,

gevestigd te Utrecht,

gedaagde,

procureur mr. A.T. Bolt,

advocaat mr. C. Banis te Rotterdam,

3. de publiekrechtelijke rechtspersoon

PROVINCIE GELDERLAND,

zetelend te Arnhem,

gedaagde,

procureur en advocaat mr. A.T. Bolt te Arnhem,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AANNEMERSBEDRIJF EN BOUWMATERIALENHANDEL "DE VALK",

gevestigd te Vinkel, gemeente Maasdonk,

gedaagde,

procureur mr. F.J. Boom,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TJADEN DIENSTEN B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

procureur mr. F.J. Boom,

advocaat mr. A.D. Lindenbergh te Rotterdam,

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PREFAB BETON VEGHEL B.V.,

gevestigd te Veghel,

gedaagde,

procureur mr. F.J. Boom,

advocaat mr. L.P. Schuttelaar te 's-Hertogenbosch,

7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HURKS BETON B.V.,

gevestigd te Veldhoven,

gedaagde,

procureur mr. P.C.M. Heinen,

advocaat mr. H.J. Rosens te Veldhoven,

8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WITTEVEEN + BOS RAADGEVEND INGENIEURS B.V.,

gevestigd te Deventer,

gedaagde,

procureur mr. J.M. Bosnak,

advocaat mr. J. Naber te Enschede,

9. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HBG CIVIEL B.V.,

gevestigd te Gouda,

gedaagde,

procureur mr. R.Ph. Elzas,

advocaat mr. P. Struijk te Schiedam,

10. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BALLAST NEDAM INFRA B.V.,

gevestigd te Nieuwegein,

gedaagde,

procureur mr. R.Ph. Elzas,

advocaat mr. P. Struijk te Schiedam,

11. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KONINKLIJKE WEGENBOUW STEVIN B.V.,

gevestigd te Vianen,

gedaagde,

procureur mr. R.Ph. Elzas,

advocaat mr. P. Struijk te Schiedam,

12. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN HATTUM EN BLANKEVOORT B.V.,

gevestigd te Woerden,

gedaagde,

procureur mr. R.Ph. Elzas,

advocaat mr. P. Struijk te Schiedam,

13. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AANNEMINGSBEDRIJF GEBR. DE KONING B.V.,

gevestigd te Papendrecht,

gedaagde,

procureur mr. F.J. Boom,

advocaat mr. M.B. Esseling te Rotterdam,

14. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BALLAST NEDAM FUNDERINGSTECHNIEKEN B.V.,

gevestigd te Dordrecht,

gedaagde,

procureur mr. R.Ph. Elzas,

advocaat mr. P. Struijk te Schiedam,

15. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VOLKER STAAL EN FUNDERINGEN B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

procureur mr. R.Ph. Elzas,

advocaat mr. P. Struijk te Schiedam,

16. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FUNDERINGSTECHNIEK TERRACON B.V.,

gevestigd te Werkendam,

gedaagde,

procureur mr. R.Ph. Elzas,

advocaat mr. J.M.H.W. Bindels,

beiden te Arnhem,

17. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GEKA BOUW B.V.,

gevestigd te Dordrecht,

gedaagde,

niet verschenen,

18. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VOORBIJ FUNDERINGSTECHNIEK B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

procureur mr. H. van Ravenhorst,

advocaat mr. M. Roebersen te Amsterdam,

19. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN SPLUNDER FUNDERINGSTECHNIEK B.V.,

gevestigd te Ridderkerk,

gedaagde,

niet verschenen.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 13 februari 2008,

- het proces-verbaal van comparitie van 26 mei 2008 en het daarop bij brieven van 4 juni 2008, 6 juni 2008, 9 juni 2008, 12 juni 2008, 13 juni 2008 en 17 juni 2008 door achtereenvolgens Motel Tiel/Van der Valk International, Witteveen + Bos, Prefab Beton, De Koning, de Gemeente, Pro Rail en de Provincie gegeven commentaar.

Daarna is vonnis bepaald.

De vaststaande feiten

1.1. Eiseres sub 1 (hierna Motel Tiel) is eigenaar van het horeca-bedrijfspand met aanhorigheden, waaronder een parkeerdek, staande en gelegen te Tiel aan de Laan van Westrooijen 10 (hierna aan te duiden als het hotel). Eiseres sub 2 (hierna Van der Valk International) is aandeelhouder/bestuurder van Motel Tiel.

1.2. Het hotel en het daarbij behorende parkeerdek is, na daartoe verleende bouwvergunning door de gemeente Tiel d.d. 4 januari 1982, gebouwd in de periode van (omstreeks) 1982 - 1986. De gedaagden sub 4 t/m 7 (hierna Aannemersbedrijf De Valk, Tjaden, Prefab Beton en Hurks Beton) zijn als aannemer, adviseur en leveranciers bij de bouw van het hotel betrokken geweest.

1.3. Op 10 februari 2002 is een gedeelte van het parkeerdek van het hotel ingestort (hierna ook aan te duiden als de calamiteit).

1.4. In opdracht van Motel Tiel en Van der Valk International heeft Arcadis onderzoek gedaan naar de oorzaak van de calamiteit. Arcadis heeft daarvan op 22 februari 2002 rapport uitgebracht. Het rapport bevindt zich als productie 3 bij de dagvaarding. De samenvatting van dat rapport luidt:

“De constructie is ingestort doordat een principieel (fout?; niet goed leesbaar; de rechtbank) oplegdetail is toegepast. Of dit zo ontworpen is of in afwijking van het ontwerp zo is uitgevoerd kan tot op heden niet worden vastgesteld.

In de afgelopen 18 jaar heeft de constructie op het randje van bezwijken gelegen. Slechts een kleine aanleiding, vanuit de constructie zelf of door externe factoren, heeft de instorting kunnen veroorzaken. Aannemelijk is dat de excentriciteit in geringe mate is toegenomen”.

1.5. De inspectie Regio Oost van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer heeft, op grond van haar tweede lijns toezichttaak een onderzoek uitgevoerd naar de oorzaak van de calamiteit, waartoe zij PRC Bouwcentrum heeft ingeschakeld. Het (ongedateerde) rapport van het Ministerie van VROM bevindt zich als productie 4 bij de stukken. Als bijlage 4 bij dat rapport zijn de bevindingen van PRC Bouwcentrum, gedateerd 14 maart 2002, gevoegd. In hoofdstuk 3.3. “Oorzaak bezwijken constructie” is vermeld:

“In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de stabiliteit van het parkeerdek onvoldoende is. De kolommen hebben een geringe inklemming aan de voet. De staalconstructie op as 28 en 31 is, loodrecht op de as, nagenoeg een pendel, alleen op de assen A en T is door middel van een randbalk een koppeling aangebracht, maar dit is onvoldoende om stabiliteit aan te ontlenen; een koppeling van het parkeerdek aan de stabiliteitsvoorziening in de hoogbouw ontbreekt.

Ten gevolge van het uitzetten, krimpen, uitzetten, enzovoorts, van het dek gedurende de jaren wordt de gevel naar buiten gedrukt. Er zijn geen stabiliserende elementen aangebracht om de optredende spanningen ten gevolge van het uitzetten en inkrimpen van het dek op de fundering over te brengen. Wordt het dek weer korter dan wordt de gevel niet mee teruggetrokken omdat een koppeling tussen dek en stalen ligger ontbreekt. De flens van de stalen ligger buigt onder het hoge gewicht wat door. Hierdoor is er niet meer sprake van een horizontaal glijvlak. Elke zomer wanneer het dek uitzet, wordt de gevel verder naar buiten gedrukt. In de winter wordt het dek weer korter en schuift steeds verder naar de rand van de ligger. In de ligger zelf zijn geen schotten aangebracht tussen de boven- en onderflens, waardoor de spanningen in de bovenflens niet kunnen worden afgevoerd naar de onderliggende constructie. De spanningen lopen zo hoog op dat de stalen ligger bezwijkt. De parkeerdekconstructie heeft geen ondersteuning meer en stort in”.

1.6. Ten slotte heeft ook de gemeente Tiel onderzoek gedaan naar de oorzaak van de calamiteit, waartoe zij een externe bouwkundig adviseur, Adviestechniek voor Bouwtechniek B.V. te Velp (ABT), heeft ingeschakeld. Het rapport van de Gemeente d.d. 31 mei 2002 bevindt zich als productie 5 bij de dagvaarding. Als bijlage B bij dat rapport zijn de onderzoeksrapporten van ABT, gedateerd 14 februari 2002, 8 maart 2002 en 15 maart 2002, bijgevoegd. In het rapport van 14 februari 2002 is als (voorlopige) conclusie vermeld:

“Het parkeerdek is bezweken door een niet stabiele ondersteuning van het dek aan de noordzijde van het gebouw als gevolg van een excentrische oplegging op een torsie slappe bovenflens en het horizontaal, naar buiten toe, kunnen verplaatsen van de randligger.

Er is derhalve sprake van een constructieve (ontwerp)fout”.

1.7. Bij brief van 22 oktober 2002 heeft de toenmalige advocaat van Motel Tiel en Van der Valk International de gedaagde sub 1 (hierna de Gemeente) en nadien kennelijk ook de gedaagde sub 2 (hierna ProRail) aansprakelijk gesteld voor de schade die zij hebben geleden als gevolg van de calamiteit. De Gemeente en ProRail hebben de aansprakelijkheid van de hand gewezen.

1.8. In de periode voorafgaand aan de calamiteit hebben er in de omgeving van het hotel werkzaamheden plaatsgevonden aan het viaduct Industrieweg over de Rijksweg 15 te Tiel (hierna aan te duiden als het viaduct) . Tevens werd er toen in de omgeving van het hotel gewerkt aan de aanleg van de Betuwelijn.

1.9. De gedaagden sub 9 t/m 12 (hierna gezamenlijk aan te duiden als HBG c.s.) waren destijds de vennoten van de vennootschap onder firma “Bouwcombinatie BR-4 v.o.f.”. De vennootschap was als hoofdaannemer betrokken bij de werkzaamheden aan het viaduct. De vennootschap is per 3 november 1996 ontbonden.

1.10. HBG en de gedaagden sub 14 t/m 18 (hierna Ballast Nedam Funderingstechnieken, Volker, Terracon, Geka Bouw, Voorbij en Van Splunder) waren destijds de vennoten van de vennootschap onder firma “Funderingscombinatie HSL 4 v.o.f.”. De vennootschap is per 5 december 2005 ontbonden.

1.11. HBG, Ballast Nedam Funderingstechnieken en Volker waren destijds voorts de vennoten van de vennootschap onder firma “Funderingscombinatie Rivierenland v.o.f.”. De vennootschap was als onderaannemer betrokken bij de werkzaamheden aan het viaduct.

De vennootschap is per 1 juli 2004 ontbonden.

Het geschil

2. Motel Tiel en Van der Valk International hebben gevorderd:

a. te verklaren voor recht dat de gedaagden sub 4 t/m 19 toerkenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van hun verplichtingen jegens Motel Tiel en Van der Valk International en/of te verklaren voor recht dat de gedaagden sub 1 t/m 3 onrechtmatig hebben gehandeld jegens Motel Tiel en Van der Valk International, zodat alle gedaagden aansprakelijk zijn voor de door Motel Tiel en Van der Valk International geleden en/of nog te lijden schade;

b. gedaagden hoofdelijk te veroordelen aan Motel Tiel en Van der Valk International te vergoeden de door hen geleden en/of nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

c. gedaagden (hoofdelijk) te veroordelen aan Motel Tiel en Van der Valk International alle informatie te verschaffen met betrekking tot de hei- en/of (bron)bemalingswerkzaamheden in de nabije omgeving van het hotel;

d. gedaagden (hoofdelijk) te veroordelen aan Motel Tiel en Van der Valk International te betalen een bedrag van € 6.422,-- wegens buitengerechtelijke kosten.

3. De verschenen gedaagden hebben het gevorderde gemotiveerd weersproken.

Op de stellingen van de partijen zal hierna, voor zover nodig, nader worden ingegaan.

De beoordeling van het geschil

4. Motel Tiel en Van der Valk International hebben hun vorderingen tegen Geka Bouw en Van Splunder ingetrokken. Aangezien tegen deze gedaagden verstek was verleend, zullen deze zaken definitief worden doorgehaald.

5. De Gemeente, ProRail, de Provincie, HBG c.s., De Koning, Ballast Nedam Funderingen, Volker, Terracon en Voorbij, hebben allereerst opgeworpen dat Van der Valk International in haar positie van aandeelhouder/bestuurder van Motel Tiel geen vorderingsrecht op hen heeft, zodat zij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vorderingen.

6. Dat verweer slaagt. Als al zou worden aangenomen dat door onrechtmatige gedragingen en/of toerekenbare tekortkomingen van de gedaagden aan de vennootschap (Motel Tiel) schade is toegebracht, dan geldt ingevolge HR 2 december 1994, NJ 1995/288 als uitgangspunt dat alleen de vennootschap zelf het recht heeft uit dien hoofde van de derde(n) vergoeding van deze schade te vorderen. In beginsel kan de aandeelhouder (in casu Van der Valk International) op grond van het voor haar ontstane nadeel, bestaande uit de waardevermindering van de aandelen, niet een eigen vordering tot schadevergoeding geldend maken tegen de bedoelde derde(n), tenzij de aandeelhouder kan aantonen dat een specifiek jegens haar geldende zorgvuldigheidsnorm is geschonden.

Van der Valk International heeft op dat punt slechts aangevoerd dat het instorten van het parkeerdek heeft geleid tot veel negatieve publiciteit over het Van der Valk concern en dat dat directe gevolgen heeft gehad voor de waarde van de gebouwen en de goodwill, in het bijzonder van Motel Tiel, maar zij heeft onvoldoende uitgewerkt of en zo ja welke rol ieder van de gedaagden daarbij hebben gespeeld. Voor het overige heeft Van der Valk International geen feiten of omstandigheden aangevoerd die, indien bewezen, tot een ander oordeel zouden kunnen leiden. Voor een bewijsopdracht is daarom geen plaats. De vorderingen van Van der Valk International moeten daarom worden afgewezen.

7. Met betrekking tot de vorderingen van Motel Tiel tegen de overige gedaagden wordt het volgende vooropgesteld. Uit de hiervoor onder 1.4 t/m 1.6 weergegeven rapporten van Arcadis, PRC Bouwcentrum en ABT volgt dat een bouwfout/constructiefout de oorzaak is geweest van het instorten van het parkeerdek. De partijen - ook Motel Tiel - zijn het daarover eens, zodat dat het uitgangspunt moet zijn. De vraag in deze procedure is of, zoals Motel Tiel heeft gesteld, externe factoren - met name de onder 1.8 genoemde werkzaamheden in de nabije omgeving van het hotel aan het viaduct en de Betuwelijn - mede de oorzaak kunnen zijn geweest van de calamiteit.

De vorderingen tegen de Gemeente Tiel

8. Motel Tiel heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat de Gemeente bij de bouw van het hotel in de periode van 1982 - 1986 onvoldoende toezicht heeft gehouden op de naleving van de diverse door haar verleende bouwvergunningen.

9. Er veronderstellenderwijs van uitgaande dat de Gemeente onvoldoende toezicht heeft gehouden en dat dat jegens Motel Tiel onrechtmatig is, alsmede dat het houden van toezicht door de Gemeente mede strekt tot bescherming van de belangen van Motel Tiel, geldt het volgende.

10. Vast staat dat in de door de Gemeente aan [(naam)] verleende vergunning voor de bouw van het hotel van 14 januari 1982 is uitgegaan van een betonnen constructie voor het parkeerdek. Vast staat verder dat in werkelijkheid, in afwijking van de bouwvergunning, de constructie van het parkeerdek is gebouwd met stalen kolommen, stalen liggers en betonnen TT-elementen. Dat alles volgt uit de hiervoor genoemde (onweersproken) rapporten van Arcadis, PRC Bouwcentrum en ABT. De Gemeente heeft bij een controle op de bouw d.d. 5 september 1985 geconstateerd dat de constructie van het parkeerdek afweek van de verleende vergunning. Nadien is de vergunninghouder meermalen door de Dienst Gemeentewerken verzocht een gewijzigde bouwvergunning aan te vragen/gewijzigde tekeningen en berekeningen in te dienen die nodig zijn voor de wijziging van de bouwvergunning, onder andere bij brieven van 24 oktober 1985, 25 juli 1986, 26 januari 1988, 14 maart 1988 en 5 juli 1988. Vast staat dat aan deze verzoeken van de Gemeente nimmer is voldaan. In de conclusie van het rapport van ABT van 14 februari 2002 is daarover vermeld:

“Ten opzichte van de eerder ingediende tekeningen en berekeningen ten behoeve van de bouwaanvraag zijn na september 1983 de draagconstructie van het parkeerdek (...) gewijzigd. In september 1983 zijn wel ingediend de berekeningen en tekeningen van de vloeren, doch niet van de gewijzigde ondersteuningsconstructie, bestaande uit stalen liggers en kolommen.

Tot op heden zijn over deze stalen draagconstructie geen nadere gegevens bekend”.

11. Onder deze omstandigheden, waarbij bedacht dient te worden dat, zoals is overwogen, het uitgangspunt moet zijn dat het parkeerdek is ingestort als gevolg van een bouwfout/constructiefout, moet worden geoordeeld dat de eigen schuld van Motel Tiel aan de calamiteit - waarop de Gemeente zich heeft beroepen - zo groot is, dat iedere vergoedingsplicht van de Gemeente, zo die er al zou zijn, vervalt. De vordering is op deze grondslag niet toewijsbaar.

12. Motel Tiel heeft tevens aangevoerd dat het toezicht van de Gemeente bij de bouw van het viaduct ontoereikend is geweest. Motel Tiel heeft evenwel niet aangegeven, ook niet nadat de Gemeente gemotiveerd verweer had gevoerd, waarom het toezicht van de Gemeente ontoereikend is geweest. Zij heeft slechts aangevoerd dat uit “diverse verklaringen en onderzoeken/rapportages” blijkt dat, met het oog op hei- en (bron)bemalingswerkzaamheden een “vooropname of monitoring” in de nabije omgeving had moeten plaatsvinden, zonder concreet te maken uit welke verklaringen en onderzoeken/rapportages die noodzaak blijkt. De vordering is reeds daarom op deze grondslag evenmin toewijsbaar, nog daargelaten dat evenmin is gebleken dat onrechtmatige hei- en bronbemalingswerkzaamheden hebben plaatsgevonden zoals hierna, bij de beoordeling van de vorderingen tegen de overige gedaagden, nog zal blijken.

De vorderingen tegen Pro Rail, de Provincie en HBG c.s.

13. Volgens Motel Tiel hebben bij de aanleg van de Betuweroute en de aanleg van het viaduct onrechtmatige hei- en bronbemalingswerkzaamheden, waaronder zandophoging, plaatsgevonden en zijn deze “externe factoren” mede de oorzaak geweest van het instorten van het parkeerdek. Motel Tiel houdt de gedaagden aansprakelijk voor de als gevolg daarvan geleden schade omdat:

-ProRail vanaf medio 1998 werkzaamheden heeft uitgevoerd in het kader van de aanleg van de Betuweroute langs de A15, ook in de gemeente Tiel, in de nabijheid van het hotel;

-de Provincie opdracht heeft gegeven voor de aanleg/wijziging van het viaduct en zij als contractspartij was betrokken bij de aanleg van de Betuweroute;

-HBG c.s. destijds als vennoten van de vennootschap onder firma “Bouwcombinatie BR-4 v.o.f.” betrokken waren bij de werkzaamheden aan het viaduct.

14. De Provincie heeft betwist dat in de periode voorafgaand aan de calamiteit bronbemalingswerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Uit haar administratie blijkt dat de grondwateronttrekkingen voor de aanleg van de Betuweroute in de gemeente Tiel (bekend als tracédeel BR4) pas zijn aangevangen in 2003. De Provincie heeft ook, na een daartoe strekkend verzoek, kopieën aan Van der Valk verstrekt uit het provinciaal register grondwateronttrekkingen (REGRO) uit 2003, waaruit blijkt op welke locatie, in welke periode en hoeveel grondwater is onttrokken.

ProRail heeft met betrekking tot de heiwerkzaamheden die hebben plaatsgevonden aangevoerd dat in haar opdracht zogenoemde nulmetingen zijn verricht binnen de risicocontouren van circa 50 meter vanaf de plaats waar de werkzaamheden werden verricht. Buiten deze contouren is volgens ProRail de trillingsenergie dusdanig afgenomen dat deze geen schade meer veroorzaakt aan omliggende objecten. Het hotel bevindt zich niet binnen 50 meter van de plaatsen waar is geheid, maar op circa 350 meter daarvan. Gedurende de aanleg van de Betuwelijn en de bouw van het viaduct is geen schade ontstaan aan de belendingen of de Rijksweg A15.

HBG c.s. hebben gesteld dat in de periode mei/juni 2001, vijf maanden voordat het parkeerdek instortte, heiwerkzaamheden zijn uitgevoerd aan het viaduct met behulp van heimachines waarop de naam en adres van de eigenaar daarvan waren vermeld. Nadien hebben geen heiwerkzaamheden meer plaatsgevonden.

15. Motel Tiel heeft het voorgaande onvoldoende gemotiveerd weersproken, zodat van de juistheid daarvan moet worden uitgegaan. Motel Tiel heeft slechts aangevoerd dat de sloot in de nabijheid van Hotel Tiel ten tijde van de calamiteit, en ook al daarvoor, droog stond, hetgeen duidt op wateronttrekkingen, en dat er “vlakbij” Hotel Tiel is geheid.

Het droogvallen van een sloot kan evenwel meerdere oorzaken hebben en zegt op zichzelf niets over wateronttrekkingen. Wat betreft de heiwerkzaamheden kan uit de overgelegde stukken niet anders worden geconcludeerd dan dat tussen het hotel en de plaats van de werkzaamheden enkele honderden meters zijn gelegen met daartussen nog gesitueerd de Rijksweg A15, waar dagelijks zwaar verkeer overheen gaat. Dat “vlakbij” zou zijn geheid kan dan ook niet worden aangenomen. Bovendien heeft Motel Tiel ook niet heeft aangegeven waar “vlakbij” zou zijn geheid.

Al met al moet worden geoordeeld dat Motel Tiel in het licht van de drie rapporten van Arcadis, PRC Bouwcentrum en ABT en de onvoldoende weersproken verweren van de gedaagden, onvoldoende heeft gesteld om aan te nemen dat de calamiteit mede is veroorzaakt door externe factoren. Voor het overige heeft Motel Tiel geen feiten of omstandigheden aangevoerd die, indien bewezen, tot een ander oordeel zouden kunnen leiden. Voor een bewijsopdracht of een nader deskundigenonderzoek is daarom geen plaats. Aangenomen moet worden dat het parkeerdek is ingestort uitsluitend als gevolg van een bouwfout/constructiefout. Dat betekent dat de gedaagden, die niet betrokken zijn geweest bij de bouw/constructie van het parkeerdek, niet aansprakelijk zijn voor de door Motel Tiel gestelde schade, zodat de vorderingen tegen deze gedaagden moeten worden afgewezen.

16. Als de in het ongelijk gestelde partij zullen Motel Tiel en Van der Valk International worden veroordeeld in de kosten van de procedure van de Gemeente, ProRail, de Provincie en HBG c.s.

De vorderingen tegen Tjaden, Prefab Beton, Hurks Beton, Witteveen + Bos, De Koning, Ballast Nedam Funderingstechnieken, Volker, Terracon, en Voorbij

17. Tegen deze gedaagden hebben Motel Tiel en Van der Valk International hun vorderingen willen intrekken, maar zij hebben daarmee niet ingestemd, zodat de desbetreffende vorderingen moeten worden beoordeeld.

18. Aan de vorderingen tegen Tjaden is ten grondslag gelegd dat zij als adviseur van Motel Tiel/Van der Valk International betrokken is geweest bij de bouw van het parkeerdek.

Tjaden heeft betwist in enige contractuele relatie te staan met Motel/Tiel/Van der Valk International.

Motel Tiel en/of Van der Valk International hebben dit niet betwist, zodat van de juistheid daarvan moet worden uitgegaan. De vorderingen tegen Tjaden moeten daarom als onvoldoende toegelicht worden afgewezen.

19. Aan de vorderingen tegen Prefab Beton en Hurks Beton is ten grondslag gelegd dat zij als leverancier betrokken waren bij de bouw van het parkeerdek.

Prefab Beton heeft opgeworpen dat zij alleen voor het hotel breedplaatvloeren heeft geleverd en niet bij de bouw en of de constructie van het parkeerdek betrokken is geweest. Hurks beton heeft opgeworpen dat zij zogenoemde TT-vloerelementen heeft geleverd ten behoeve van het parkeerdek, maar dat zij deze platen niet in het werk heeft aangebracht.

Motel Tiel en/of Van der Valk International hebben dit niet weersproken, zodat van de juistheid daarvan moet worden uitgegaan. Nu niet is gesteld of gebleken dat Prefab Beton en Hurks Beton op enige (andere) wijze betrokken zijn geweest bij de bouw/constructie van het parkeerdek moet het gevorderde jegens hen worden afgewezen.

20. Aan het gevorderde jegens Witteveen + Bos is ten grondslag gelegd dat zij als vennoot van BR-4 v.o.f. betrokken zou zijn geweest bij de werkzaamheden aan het viaduct.

Witteveen + Bos heeft opgeworpen dat zij nimmer vennoot is geweest van BR-4.

Motel Tiel en/of Van der Valk International hebben dit niet betwist, zodat van de juistheid daarvan moet worden uitgegaan. De vorderingen tegen Witteveen + Bos moeten daarom als onvoldoende toegelicht worden afgewezen.

21. Aan de vorderingen tegen De Koning is ten grondslag gelegd dat zij feitelijk de werkzaamheden aan het viaduct heeft uitgevoerd.

De Koning heeft betwist dat zij in de nabijheid van het hotel werkzaamheden heeft uitgevoerd.

Motel Tiel en/of Van der Valk International hebben dit niet betwist, zodat van de juistheid daarvan moet worden uitgegaan. De vorderingen tegen De Koning moet daarom als onvoldoende toegelicht worden afgewezen.

22. Aan de vorderingen tegen Ballast Nedam Funderingstechnieken, Volker, Terracon, en Voorbij is ten grondslag gelegd dat zij als vennoten van HSL 4 v.o.f. betrokken zijn geweest bij de aanleg van de Betuweroute.

Ballast Nedam Funderingstechnieken, Volker, Terracon en Voorbij hebben betwist dat zij in de nabijheid van het hotel werkzaamheden hebben verricht aan de Betuwelijn. HSL 4 v.o.f. was uitsluitend opgericht om werkzaamheden te verrichten aan het traject van de Betuwelijn gelegen tussen (globaal) Rotterdam - Moerdijk.

Motel Tiel en/of Van der Valk International hebben dit niet betwist, zodat van de juistheid daarvan moet worden uitgegaan. De vorderingen tegen deze gedaagden moeten daarom als onvoldoende toegelicht worden afgewezen.

23. Aan de vorderingen tegen Ballast Nedam Funderingstechnieken en Volker is verder ten grondslag gelegd dat zij als vennoten van Funderingscombinatie Rivierenland v.o.f. betrokken zijn geweest bij de aanleg van het viaduct.

Ballast Nedam Funderingstechnieken en Volker hebben opgeworpen dat Funderingscombinatie Rivierenland v.o.f., voorheen genaamd Van Splunder Funderingstechniek B.V., op geen enkele wijze betrokken is geweest bij het werk aan het viaduct.

Motel Tiel en/of Van der Valk International hebben dit niet betwist, zodat van de juistheid daarvan moet worden uitgegaan. De vorderingen tegen deze gedaagden zijn daarom ook op deze grond niet toewijsbaar.

24. Als de in het ongelijk gestelde partij zullen Motel Tiel en Van der Valk International worden veroordeeld in de kosten van de procedure ten aanzien van deze gedaagden. Voor een veroordeling in de werkelijk gemaakte proceskosten, zoals gevorderd, is geen plaats. Weliswaar zijn al deze gedaagden lichtvaardig in rechte betrokken, maar nu het hier gaat om een omvangrijke vordering - Motel Tiel en Van der Valk hebben hun vordering blijkens productie 2 bij de dagvaarding begroot op minimaal tien miljoen euro - en om die reden bij de berekening van de proceskosten liquidatietarief VIII zal worden toegepast, is er geen reden van het gebruikelijke liquidatietarief af te wijken.

De vorderingen tegen Aannemersbedrijf De Valk

25. Met betrekking tot de vorderingen van Van der Valk International geldt het volgende.

De enkele omstandigheid dat schade voor de aandeelhouder een voorzienbaar gevolg was van het onrechtmatig handelen jegens de vennootschap, brengt nog niet met zich dat een specifiek jegens de aandeelhouder geldende zorgvuldigheidsnorm is geschonden. Van der Valk International heeft niet gesteld dat en zo ja welke specifieke norm is overtreden. Haar vordering jegens Aannemersbedrijf De Valk moet reeds daarom worden afgewezen.

26. Motel Tiel heeft gesteld dat Aannemersbedrijf De Valk als aannemer betrokken was bij de bouw van het hotel en het daarbij behorende parkeerdek. Verder heeft zij gesteld dat, indien Aannemersbedrijf De Valk conform de overeenkomst “ordentelijk en bekwaam” had gebouwd, de calamiteit niet had plaatsgevonden, omdat dan de constructie van beton was gemaakt - zoals vergund - en niet van staal. Mede als gevolg daarvan is het parkeerdek ingestort. Bovendien had Aannemersbedrijf De Valk, voor zover zij op verzoek van Motel Tiel afweek van de bouwtekeningen, laatstgenoemde moeten waarschuwen voor de gevolgen daarvan. Dat heeft zij niet gedaan. Motel Tiel houdt Aannemersbedrijf De Valk daarom aansprakelijk voor de als gevolg van de calamiteit geleden en nog te lijden schade.

27. Aannemersbedrijf De Valk heeft deze stellingen niet weersproken, zodat van de juistheid daarvan moet worden uitgegaan. Deze stellingen kunnen, nu uit de drie onder de feiten genoemde rapporten ook volgt dat een bouwfout/constructiefout de oorzaak is geweest van het instorten van het parkeerdek, de vorderingen sub 2.a en b dragen. Evident is dat Aannemersbedrijf De Valk de onder sub 2.c. genoemde informatie niet kan verschaffen, zodat deze vordering moet worden afgesproken. De gevorderde buitengerechtelijke kosten kunnen ten slotte als onweersproken worden toegewezen.

28. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Aannemersbedrijf De Valk de kosten van de procedure moeten dragen.

De beslissing

De rechtbank

verstaat dat de procedure tegen de gedaagden Geka Bouw en Van Splunder definitief is doorgehaald.

verklaart voor recht dat Aannemersbedrijf De Valk toerekenbaar is tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens Motel Tiel en dientengevolge aansprakelijk is voor alle door Motel Tiel geleden en/of nog te lijden schade,

veroordeelt Aannemersbedrijf De Valk aan Motel Tiel te vergoeden alle door haar als gevolg van deze toerekenbare tekortkoming geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

veroordeelt Aannemersbedrijf De Valk tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Motel Tiel te betalen een bedrag van € 6.422,-- (zesduizend vierhonderdtweeëntwintig euro) wegens buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 8 augustus 2007 tot de dag der algehele voldoening,

veroordeelt Aannemersbedrijf de Valk in de kosten van de procedure tot op heden aan de zijde van Motel Tiel bepaald op € 6.422,-- voor salaris van de procureur en op € 321,85 wegens verschotten,

veroordeelt Motel Tiel en Van der Valk International in de kosten van de procedure tot op heden aan de zijde van de Gemeente, ProRail, de Provincie, Tjaden, Prefab Beton, Hurks Beton, Witteveen + Bos, HBG c.s. (waaronder tevens begrepen Ballast Nedam Funderingstechnieken en Volker), De Koning, Terracon, en Voorbij, begroot op telkens € 6.422,-- voor salaris procureur en op € 251,--wegens vast recht,

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. de Vries en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2008.

Coll.: ED