Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BD6038

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
11-06-2008
Datum publicatie
02-07-2008
Zaaknummer
121035
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Indien niet komt vast te staan dat van de zijde van Variopak c.s. mededelingen zijn gedaan van vorderingen van Variopak S.A. en/of Fortapak op Global c.s., mist het gevraagde bevel tot intrekking feitelijke grondslag. In dat geval staat daarmee tevens vast dat geen sprake is van schade als gevolg van dergelijke meldingen. Gezien de uitdrukkelijke erkenning van Variopak S.A. en Fortapak dat zij geen vorderingen op Global c.s. hebben, ontvalt dan ook het belang van Global c.s. bij de gevraagde verklaring voor recht. Variopak B.V. vordert in reconventie betaling van orders waarvan Global c.s. heeft betwist dat zij die heeft geplaatst. Het was juist deze betwisting die ten grondslag lag aan de vorderingen van Global c.s. jegens Variopak B.V. in conventie. In conventie heeft de rechtbank in haar tussenvonnis overwogen dat niet is komen vast te staan dat de door Global c.s. betwiste orders en leveringen niet hebben plaatsgevonden. Zij heeft echter tevens overwogen dat die conclusie niet zonder meer leidt tot de conclusie dat het tegendeel is komen vast te staan, namelijk dat deze orders wél tot stand zijn gekomen en dat deze leveringen wél hebben plaatsgevonden (r.o. 4.23). Daarvoor is een verdergaande onderbouwing van de gestelde orders noodzakelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 121035 / HA ZA 04-2264

Vonnis van 11 juni 2008

in de zaak van

1. de vennootschap naar vreemd recht

GLOBAL FISHING INC.,

gevestigd te Bellevue, Washington, Verenigde Staten,

2. de vennootschap naar vreemd recht

GLOBAL TRADING RESOURCE CORPORATION,

gevestigd te Bellevue, Washington, Verenigde Staten

3. de vennootschap naar vreemd recht

STAR EAST-WEST TRADING & CONSULTING IM.-EXPORT GMBH,

gevestigd te Berlijn, Duitsland

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

procureur mr. A.T. Bolt,

advocaat mrs. R.L. Latten en N.B. Hillebrand te Rotterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VARIOPAK B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FORTAPAK PRODUCTION B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

3. de vennootschap naar vreemd recht

VARIOPAK S.A.,

gevestigd te Neuville-en-Ferrain, Frankrijk

gedaagden sub 1-3 in conventie,

gedaagde sub 1 tevens eiseres in reconventie,

procureur mr. J.A.M.P. Keijser,

advocaat mr. T.E.P.A. Lam te Nijmegen,

4. de vennootschap naar vreemd recht,

COFACE S.A.,

gevestigd te Puteaux, Frankrijk

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COFACE NEDERLAND SERVICES B.V.,

gevestigd te Breda,

gedaagden 4-5 in conventie,

procureur mr. E.A. van der Dussen,

advocaat: mr. M. Ynzonides.

Eiseressen zullen hierna gezamenlijk Global c.s. en afzonderlijk als Global Fishing, Global Trading en Star East West worden genoemd. Gedaagden sub 1-3 zullen tezamen als Variopak c.s. en afzonderlijk als Variopak B.V., Fortapak en Variopak S.A. worden aangeduid. Gedaagden sub 4-5 zullen tezamen Coface c.s. en afzonderlijk Coface S.A. en Coface Nederland worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 4 juli 2007 (hierna het “tussenvonnis”)

- de akte van Variopak B.V. van 12 september 2007

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 29 november 2007

- de rolverwijzing van 9 december 2007 waarin is geconstateerd dat wordt afgezien van contra enquête,

- de akte van Global c.s. van 6 februari 2008

- de antwoordakte van Variopak c.s. van 5 maart 2008

- de akte van Global c.s. van 5 maart 2008

- de brief van Variopak c.s. van 7 maart 2008.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

in conventie

2.1. In het tussenvonnis is reeds overwogen dat de vorderingen jegens Variopak B.V. en die tegen Coface Nederland en Coface S.A. voor afwijzing gereed liggen (r.o. 4.16, 4.18, respectievelijk 4.20). Global c.s. zal jegens Coface c.s. te zijner tijd in de kosten van de procedure worden veroordeeld.

2.2. Global c.s. is ook jegens Variopak B.V. in het ongelijk gesteld. De rechtbank houdt de beslissing over de kosten echter aan tot duidelijkheid bestaat over de vorderingen jegens Variopak S.A. en Fortapak. Deze laatste twee vennootschappen zijn in deze procedure samen opgetrokken met Variopak B.V. en zij hebben gedrieën gebruik gemaakt van dezelfde procureur en dezelfde advocaat. Voor een zelfstandige kostenveroordeling ten gunste van Variopak B.V. bestaat daarom naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding.

2.3. Ten aanzien van de vorderingen jegens Variopak S.A. en Fortapak heeft de rechtbank overwogen dat nu niet (langer) in geschil is dat deze vennootschappen geen vorderingen hebben of hadden op Global c.s., iedere mededeling die in strijd daarmee is gedaan, onrechtmatig is jegens Global c.s. (r.o. 4.5 tussenvonnis.) Uit het voorgaande vloeit voort dat de gevraagde verklaring voor recht in beginsel toewijsbaar is en dat geldt ook voor het gevraagde bevel om berichtgeving die in strijd daarmee is gedaan, in te trekken.

2.4. De vraag die nu beantwoord moet worden is welke mededelingen daarover en aan wie zijn gedaan. Dit punt heeft in de procedure tot op heden onvoldoende aandacht gehad. Voor de beantwoording van de vraag aan wie mededelingen zijn gedaan, is het volgende van belang. Global c.s. heeft bij dagvaarding toegelicht dat sprake zou zijn geweest van mededelingen aan partners in dezelfde alliantie als waarvan Coface S.A. lid is en voorts aan derden. Dat laatste heeft Global c.s. echter in het geheel niet toegelicht zodat de rechtbank daaraan voorbij gaat. Variopak c.s. heeft erkend dat sprake is geweest van een melding aan Coface c.s. over het uitblijven van betaling van facturen van Variopak B.V.. Andere meldingen heeft Variopak c.s. betwist. De partij die Global c.s. in het verband van de alliantie noemt is Giek Kreditforsikring SA. Gelet op wat Coface c.s. in deze procedure heeft gesteld over de toegang van partners uit die alliantie in de systemen van Coface c.s., hetgeen door Global c.s. niet is betwist, gaat de rechtbank er vanuit dat voor zover sprake is geweest van informatie die bekend is geworden in de groep waartoe Coface c.s. behoort, dit het gevolg is van mededelingen die Variopak c.s. heeft gedaan aan Coface c.s. Het gaat dus alleen om mededelingen van Variopak c.s. aan Coface c.s..

2.5. Nu de rechtbank de vorderingen van Global c.s. jegens Variopak B.V., welke vennootschap wél vorderingen op Global c.s. pretendeert, zal afwijzen, wordt van belang vast te stellen of er tevens meldingen zijn gedaan over het uitblijven van betaling door Global c.s. van vorderingen van uitsluitend Variopak S.A. en/of Fortapak. De rechtbank brengt in dit verband in herinnering de brief van Coface van 25 augustus 2004 waarin Coface namens Fortapak (en dus niet namens Variopak B.V.) melding maakt van een vordering op Global Fishing (productie 4 bij akte van 8 december 2004). Het bedrag dat in die brief wordt genoemd, wordt in reconventie gevorderd door Variopak B.V.

2.6. Indien niet komt vast te staan dat van de zijde van Variopak c.s. mededelingen zijn gedaan van vorderingen van Variopak S.A. en/of Fortapak op Global c.s., mist het gevraagde bevel tot intrekking feitelijke grondslag. In dat geval staat daarmee tevens vast dat geen sprake is van schade als gevolg van dergelijke meldingen. Gezien de uitdrukkelijke erkenning van Variopak S.A. en Fortapak dat zij geen vorderingen op Global c.s. hebben, ontvalt dan ook het belang van Global c.s. bij de gevraagde verklaring voor recht.

2.7. De rechtbank zal Variopak c.s. op de voet van artikel 22 Rv. gelasten bij akte kopieën over te leggen van alle mededelingen die zij aan Coface S.A. en/of Coface Nederland heeft gedaan over vorderingen van Variopak S.A. en/of Fortapak op Global c.s.. Global c.s. zal vervolgens bij antwoordakte op die stukken kunnen reageren.

in reconventie

2.8. Variopak B.V. vordert in reconventie betaling van orders waarvan Global c.s. heeft betwist dat zij die heeft geplaatst. Het was juist deze betwisting die ten grondslag lag aan de vorderingen van Global c.s. jegens Variopak B.V. in conventie. In conventie heeft de rechtbank in haar tussenvonnis overwogen dat niet is komen vast te staan dat de door Global c.s. betwiste orders en leveringen niet hebben plaatsgevonden. Zij heeft echter tevens overwogen dat die conclusie niet zonder meer leidt tot de conclusie dat het tegendeel is komen vast te staan, namelijk dat deze orders wél tot stand zijn gekomen en dat deze leveringen wél hebben plaatsgevonden (r.o. 4.23). Daarvoor is een verdergaande onderbouwing van de gestelde orders noodzakelijk. Onjuist is dan ook de opmerking van Variopak B.V. dat er na het tussenvonnis geen ruimte meer was voor een bewijsopdracht aan Variopak B.V.

2.9. Global c.s. legt aan haar verweer in reconventie ten grondslag dat sprake is van valse orders in die zin dat deze niet van haar afkomstig zijn. Reeds bij gelegenheid van de comparitie van partijen heeft de rechtbank aan de orde gesteld dat zij een volledig inzicht wenst in de totstandkoming en afhandeling van de gestelde orders. In de loop van deze procedure heeft Variopak haar vorderingen gedocumenteerd. Uit de bijeengebrachte stukken kan afgeleid worden dat er orders zijn geweest die ten name zijn gesteld van Global c.s.. Wat daaruit echter nog niet blijkt is dat deze orders ook daadwerkelijk afkomstig waren van Global c.s.. Anders dan Variopak B.V. stelt, kan dat bijvoorbeeld niet afgeleid worden uit het feit dat voor de betwiste orders (deels) dezelfde procedure werd gevolgd als onder de 2002-overeenkomsten. Daarmee wordt immers niet de mogelijkheid weggenomen dat – buiten Global c.s. om – gebruik gemaakt is van die procedure.

2.10. De rechtbank heeft in het tussenvonnis overwogen dat de door Variopak B.V. in het geding gebrachte stukken (per de datum van het vonnis) ter onderbouwing van de volgens haar door Global c.s. geplaatste orders, onvoldoende steun bieden voor haar stellingen (r.o. 4.26). De rechtbank heeft Variopak B.V. vervolgens het bewijs opgedragen van haar stelling dat na het beëindigen van de 2002-overeenkomsten, zoals gedefinieerd in het tussenvonnis, opnieuw overeenkomsten tussen haar en Global c.s. tot stand zijn gekomen en dat Variopak B.V. ook daadwerkelijk uitvoering heeft gegeven aan deze overeenkomsten.

2.11. Variopak B.V. heeft ter uitvoering van deze bewijsopdracht stukken overgelegd en één getuige doen horen, [(naam van de [naam van de getuige] (hierna “[naam van de getuige]”), orderbehandelaar bij Fortapak en eerder bij Variopak B.V. Zij was dat ook in de periode waarin de overeenkomsten waarvan Variopak B.V. het bestaan en de uitvoering moet bewijzen, tot stand zouden zijn gekomen. [naam van de getuige] heeft aan de hand van een groot aantal documenten gedetailleerd toegelicht hoe bij Variopak B.V. de orderverwerking geschiedde. Meer in het bijzonder heeft zij de gang van één van de beweerdelijk van Global c.s. afkomstige orders toegelicht. Zij heeft voorts verklaard dat deze order illustratief is voor de andere beweerdelijk door Global c.s. geplaatste orders.

2.12. Gelet op het verweer van Global c.s., kort gezegd dat er sprake moet zijn geweest van fraude, is de rechtbank niet overtuigd door het door Variopak B.V. aangedragen bewijs. De rechtbank komt tot dit oordeel op basis van het volgende.

2.13. Variopak B.V. heeft geen getuigen voorgebracht die daadwerkelijk betrokken zijn geweest bij de gestelde orders van Global c.s.. [naam van de getuige] was niet degene die de orders van Global c.s. afhandelde. Dat deed haar [collega]. [naam collega] is geen standpunt bekend. Zij is niet als getuige gehoord. Belangrijker is dat de orders van Global c.s. waarvan Variopak B.V. betaling vordert, niet rechtstreeks van Global c.s. bij Variopak B.V. binnenkwamen maar via, Variopak S.A., het Franse inkoopkantoor van Variopak c.s.. De heer [(naam)], medewerker van dat kantoor is genoemd als de contactpersoon. Hij is echter niet als getuige gehoord, zodat de rechtbank ook niet uit zijn mond heeft kunnen horen wat er is gebeurd. Onduidelijk is wat de status nu is van de heer [(naam)]. Hij is niet meer werkzaam bij Variopak c.s.. Volgens Global c.s. is hij ontslagen, volgens Variopak c.s. is zijn functie bij Variopak S.A. komen te vervallen. Onduidelijk is waarom hij niet een verklaring zou kunnen afleggen. Variopak B.V. heeft ook geen medewerkers van Global c.s. kunnen aanwijzen, laat staan als getuigen gehoord, die het bestaan van de gestelde orders zouden kunnen bevestigen. Variopak B.V. zou moeten kunnen achterhalen wie in die periode de contacten waren aan de zijde van Global c.s. en wie de gestelde orders heeft geplaatst of met wie daarover contact heeft plaatsgevonden. Variopak B.V. heeft niet gesteld laat staan toegelicht waarom zij daartoe niet in staat zou zijn. Ten slotte heeft Variopak B.V. ook geen enkele derde aan kunnen wijzen, waarbij gedacht kan worden aan vervoerders, geadresseerden van de leveranties etc., degenen die betalingen in verband daarmee hebben gedaan, etc., die iets over de herkomst van de gestelde orders zou kunnen verklaren.

2.14. Ook de inhoud van de verklaring van [naam van de getuige] draagt niet bij tot het bewijs. Zij verklaart dat zij niets kan verklaren over de contacten met Global c.s. [naam van de getuige] heeft uitsluitend over de administratief gevolgde procedure verklaard. Variopak B.V. heeft nauwkeurig gedocumenteerd hoe de behandeling en afhandeling van orders geschiedde en hoe dat is gegaan met orders die afkomstig zouden zijn van Global c.s. Uit die procedure kan echter niet worden geconcludeerd dat het daadwerkelijk ging om orders die van Global c.s. afkomstig waren, zodat in die zin ook geen sprake is van bewijs. Het anker in de door Variopak B.V. geschetste procedure lijkt te zijn het zogenaamde designnummer op de verpakking en op de orderdocumentatie. Dat is uniek en wordt altijd gerelateerd aan één klant, aldus [naam van de getuige]. Nergens echter blijkt dat er op enig moment in de procedure een verificatie heeft plaats gevonden dat de betreffende orders ook daadwerkelijk afkomstig waren van Global c.s. De herkomst van een order zou kunnen blijken uit enige correspondentie met Global c.s. over een order, een orderbevestiging waarvan niet ter discussie staat dat deze Global c.s. heeft bereikt, een betaling door of in opdracht van Global c.s. voor een van de geplaatste orders, een verklaring van een afnemer, etc. Het had gelet op het haar opgedragen bewijs, op de weg gelegen van Variopak B.V. om daarvoor zorg te dragen. Nu zij volstaat met een, weliswaar zeer uitvoerige, beschrijving van de interne orderafhandeling, blijft daarmee de mogelijkheid open en dus ook onvoldoende weerlegd, dat zonder opdracht van Global c.s. gebruik is gemaakt van dit klantnummer en orders zijn geplaatste door daartoe niet bevoegde personen. Gelet op het aan Variopak B.V. opgedragen bewijs lag het op haar weg om met voldoende mate van waarschijnlijkheid aan te tonen dat een dergelijk onbevoegd gebruik niet aan de orde was. Daarin is zij niet geslaagd.

2.15. Mogelijk moet geconstateerd worden dat de wijze waarop door partijen onder de 2002-overeenkomsten is samengewerkt, gelegenheid bood om daarvan misbuik, of in ieder geval op onjuiste wijze gebruik, te maken. De rechtbank heeft in deze procedure de indruk gekregen dat daarvan sprake is geweest, hetzij door derden hetzij door medewerkers van (één van beide) partijen. Meer dan een indruk is echter niet komen vast te staan.

2.16. De bewijslastverdeling brengt mee dat Variopak B.V. tevens het bewijsrisico draagt. Nu Variopak niet is geslaagd in het leveren van haar opgedragen bewijs, zullen de vorderingen van Variopak B.V. worden afgewezen met veroordeling van Variopak B.V. in de kosten.

2.17. In afwachting van de uitkomst van de gevraagde aktewisseling in conventie, zal iedere verdere beslissing in reconventie worden aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1. verwijst de procedure naar de rol van 9 juli 2008 om de stukken bedoeld in r.o. 2.7 over te leggen,

3.2. houdt iedere verdere beslissing aan,

in reconventie

3.3. houdt iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar, mr. M.J. Blaisse en mr. J.R. Veerman en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2008.