Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BD5643

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
27-06-2008
Datum publicatie
27-06-2008
Zaaknummer
170694
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De aanbestedingsprocedure moet worden stopgezet omdat die door het achterhouden van de beoordelingsleidraad en het na de inschrijving wijzigen van het onderdeel 'presentatie', in strijd is met de grondbeginselen van het aanbestedingsrecht.

Wetsverwijzingen
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2008/64
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 170694 / KG ZA 08-332

Vonnis in kort geding van 27 juni 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CEREALES UITGEVERIJ B.V.,

gevestigd te Wageningen,

eiseres,

procureur mr. H. van Ravenhorst,

advocaat mr. L.J.W. Sueters te 's-Hertogenbosch,

tegen

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

WAGENINGEN UNIVERSITEIT,

gevestigd te Wageningen,

2. de stichting

STICHTING VAN HALL LARENSTEIN,

gevestigd te Velp,

3. de stichting

STICHTING DIENST LANDBOUWKUNDIG ONDERZOEK,

gevestigd te Wageningen,

4. de stichting

STICHTING WAGENINGEN UNIVERSITEIT,

gevestigd te Wageningen,

gedaagden,

advocaat mr. J.F. van Nouhuys te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Cereales en WUR genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Cereales

- de pleitnota van WUR.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. WUR heeft in januari 2008 in het publicatieblad van de Europese Gemeenschappen onder nummer 2008/S 13-105905 de aanbestedingsprocedure aangekondigd voor de productie van haar relatiebladen ‘Resource’ en ‘Wageningen Update’ met referentienummer 07/WUR-inkoop0035. In het Kwalificatiedocument met betrekking tot deze aanbesteding staat dat het een niet openbare aanbesteding betreft conform de Europese richtlijn

van 31 maart 2004, 2004/18/EG, voor Nederland omgezet bij besluit van 16 juli 2005, Staatsblad 2005-408, houdende regels betreffende de procedures voor het gunnen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten, BAO (besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten). In het bestek voor deze aanbesteding staat in hoofdsuk 3.5. het ‘Programma van Eisen’ voor Resource vermeld en in hoofdstuk 3.6. dat voor Wageningen Update. Daarin komen onder meer de belangrijkste kenmerken van die bladen aan de orde, de doelstelling, de doelgroep, de inhoud, de stijl en tone of voice en de journalistieke werkwijze. In hoofdstuk 4 van het bestek staat dat de beoordeling van de offertes plaatsvindt aan de hand van drie gunningscriteria, ‘Programma van Eisen’ ‘Presentatie’ en ‘Prijs’, om te komen tot de selectie van de economisch meest voordelige aanbieding. Voor de weging in de totaalscore is de onderlinge verhouding tussen de drie genoemde gunningscriteria in het bestek bepaald op 35:35:30. De gunningscriteria zijn in het bestek onderverdeeld in subgunningscriteria. Programma van Eisen (hierna: PvE) is onderverdeeld in PvE1 tot en met PvE10, en Presentatie (hierna: Pr) in Pr1 tot en met Pr5. In het bestek staat dat voor ieder van de subgunningscriteria PvE7 tot en met PvE10

en Pr2 tot en met Pr5 een score van 1 tot en met 5 kan worden gehaald, waarbij geldt dat de score 1 gegeven wordt als het antwoord niet is ingevuld of volledig niet voldoet en dat

score 5 wordt gegeven voor een uitstekend antwoord.

2.2. PvE7 tot en met PvE10 betreffen vier vragen. Daarover staat in hoofdstuk 5 van het bestek onder meer:

1. Wat kunt u?

Dit onderdeel bestaat uit drie proefopdrachten (schrijfopdrachten), plus een toelichting.

2. Wat hebben wij nu?

In dit onderdeel vragen wij u een analyse te geven van onze huidige bladen Resource en Wageningen Update.

3. Wat krijgen wij straks?

In dit onderdeel vragen wij u een visie te geven op de inhoud en vormgeving van de bladen zoals u die voor ons wilt gaan maken.

4. Hoe gaat u dat doen?

In dit onderdeel vragen wij u aan te geven hoe u deze bladen gaat realiseren.

(…)

Ad 1. Wat kunt u?

De opdracht hiervoor luidt: schrijf drie proefartikelen voor Resource en/of Wageningen Update. De artikelen moeten in het Nederlands worden geschreven.

a) Schrijf een wetenschappelijk nieuwsbericht voor Resource, voor de (huidige) rubriek "Uit 't veld". Kies hierbij zelf een onderwerp, waarbij de enige voorwaarde is dat het moet gaan om recent, nieuwswaardig onderzoek van Wageningen UR.

b) Schrijf een organisatorisch nieuwsbericht over de invoering van Engels als voertaal binnen Wageningen UR. Dit bericht is bestemd voor de (huidige) rubriek "In 't nieuws". In bijlage 6 treft u hierover meer informatie aan.

c) Schrijf een artikel over een door de aanbesteder u toegewezen maatschappelijk relevant onderwerp waaraan (o.a.) in Wageningen wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan. Geef hierbij ook aan hoe u het verhaal wilt illustreren en eventueel een schets van de opmaak. Schrijf het artikel naar eigen keuze voor Resource (twee pagina's) of Wageningen Update (vier pagina's). De beschikbare onderwerpen staan in bijlage 7. U zult van Wageningen UR een e-mail ontvangen m.b.t. het onderwerp dat aan u is toegewezen.

d) Geef voor alle drie de verhalen op een bijlage aan hoe u te werk bent gegaan en waarom u hebt gekozen voor een bepaalde opzet of invalshoek.

(…)

Ad 2. Wat hebben wij nu?

Geef voor zowel Resource als Wageningen Update een bladanalyse, waarin u uitwerkt of en in hoeverre de huidige bladen in uw ogen aansluiten bij de behoeften van de lezers en de organisatie en bij het programma van eisen zoals dat in het bestek van deze aanbesteding is geformuleerd.

Ad 3. Wat krijgen wij straks?

Geef een visie op de bladen die u voor ons wilt gaan maken. Houdt hierbij rekening met de eisen, wensen en vragen zoals geformuleerd in het hoofdstuk Behoeftestelling van het bestek en motiveer uw keuzen niet alleen vanuit de tekst van het bestek, maar ook en misschien wel vooral, vanuit uw eigen visie op het maken van bladen.

Ad 4. Hoe gaat u dat doen?

Als wij weten wat u ons wilt leveren, dan willen wij vervolgens graag weten hoe u dat gaat realiseren. Daarbij gaat het zowel om het creëren van de content als het afstemmen daarvan (geheel, gedeeltelijk of helemaal niet) met de opdrachtgever, alsmede om de redactionele opzet en uitvoering van de productie. Dit van vóór de eerste redactievergadering tot nà het uitkomen van het blad. Verplicht onderdeel hierin is het implementatieplan vanaf het moment van gunning van de opdracht tot de reguliere productie vanaf september 2008.

2.3. Over Pr1 tot en met Pr5 staat in hoofdstuk 5 van het bestek het navolgende vermeld:

Pr1 Kunt u een presentatie verzorgen zoals omschreven in paragraaf 2.10?

Pr2 Toelichting op de organisatie en werkwijze rond productie van beide relatiebladen

Pr3 Toelichting op de bladanalyses.

Pr4 Toelichting van de visie op de inhoud en vormgeving van de te produceren

relatiebladen.

Pr5 Toelichting op het implementatieplan.

2.4. In 2.10 van het bestek staat onder meer dat de aanbesteder de presentatie gebruikt om te toetsen of hetgeen de aanbieder kan leveren overeenkomt met hetgeen de aanbieder offreert en met datgene dat de aanbesteder vraagt. Voorts staat er dat in de presentatie de navolgende aspecten aan de orde komen:

1. Een eerder gerealiseerd vergelijkbaar blad, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt dat aanbieder de relatiebladen Resource en Wageningen Update kan produceren volgens de door de aanbesteder gewenste wijze zoals omschreven in 3.5.15, 3.5.16, 3.6.14 en 3.6.15 van het bestek (max.15 min.).

2. Toelichting op de bladanalyse van Resource en Wageningen Update (max. 15 min.).

3. De visie van de aanbieder op de inhoud en vormgeving van beide te produceren relatiebladen in relatie tot de doelstelling en de toekomstvisie van Wageningen UR. Een visualisatie van de voorstellen wordt op prijs gesteld (max. 30 min.)

4. Implementatieplan voor het uitgeven van Resource en Wageningen Update vanaf 1 september 2008 (max. 15 min.).

5. Gelegenheid tot het stellen van vragen door de aanbesteder ter verduidelijking van de presentatie (max. 30 min.).

2.5. In de Nota van Inlichtingen (hierna: NvI) heeft WUR vragen beantwoord van (potentiële) aanbieders. Onder meer op vraag 8, hoe een inschrijver maximaal kan scoren, luidt het antwoord van WUR:

De beoordeling van de offertes vindt plaats aan de hand van een vooraf door de

beoordelingsgroep opgestelde beoordelingsleidraad. Met nadruk wordt er op gewezen dat deze

leidraad wordt vastgesteld vóór de sluitingsdatum voor het indienen van offertes.

De beoordelingsleidraad wordt niet vooraf aan de aanbieders kenbaar gemaakt om strategische inschrijvingen te voorkomen. Na gunning kunnen aanbieders die daar prijs op stellen een mondelinge toelichting krijgen op de beoordeling, waarbij dan de beoordelingsleidraad gebruikt wordt om de scores inzichtelijk te maken voor de aanbieders.

2.6. Cereales is de huidige producent van Resource en Wageningen Update. Zij heeft ingeschreven op de aanbesteding en heeft een presentatie gehouden. De presentatie is gehouden op basis van de uitnodigingsbrief van 13 mei 2008 van WUR. Daarin staat dat het onderdeel waarin een eerder gerealiseerd vergelijkbaar blad wordt gepresenteerd, komt te vervallen. Voorts is in de brief een tijdschema opgenomen, met daarin de volgende inhoudelijke onderwerpen, ‘Toelichting op bladanalyses van Resource en Wageningen Update’, ‘Visie van Cereales op de inhoud en vormgeving van resource en Wageningen Update in relatie tot doelstelling en toekomstvisie van Wageningen UR’ en ‘Vragen van Wageningen UR’.

2.7. WUR heeft in mei 2008 aan Cereales medegedeeld dat de opdracht niet aan Cereales, maar aan inschrijver [naam] zal worden gegund, die eveneens een presentatie heeft gehouden. Partijen hebben nadien over de afwijzing van Cereales gecorrespondeerd en gesprekken gevoerd. WUR heeft daarbij onder meer de beoordelingsleidraad ter beschikking van Cereales gesteld. Daarin staan tabellen waarin de beoordelaars een score van 1 tot en met 5 moeten invullen voor PvE7 tot en met PvE10 en voor Pr2 tot en met Pr5. Bij elk van die subgunningscriteria zijn in de beoordelingsleidraad aandachtspunten geformuleerd waar de beoordelaars op moeten letten bij de beoordeling. Voor de beoordeling van de vragen PvE9 en PvE10 biedt de beoordelingsleidraad naast de daar genoemde aandachtspunten ruimte aan de beoordelaars om op basis van ingediende offertes nog aandachtspunten toe te voegen. In de eveneens ter beschikking gestelde beoordelingsmatrix, waarin de behaalde scores van aanbieders Cereales en [naam] staat, staan onder het kopje ‘Presentatie’ ook behaalde punten bij ‘1RP2’.

3. Het geschil

3.1. Cereales vordert samengevat - bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis waarbij WUR in de proceskosten wordt veroordeeld,

primair

1. WUR te verbieden de opdracht die het onderwerp vormt van onderhavige door haar georganiseerde aanbesteding te gunnen aan [naam] of enige derde, zulks op straffe van verbeurte van een direct opeisbare dwangsom van

€ 1.000.000,00 dan wel een ander bedrag dat de voorzieningenrechter in goede justitie passend acht;

2. WUR te gebieden om de lopende aanbestedingsprocedure stop te zetten en, indien zij de opdracht die het onderwerp vormt van onderhavige door haar georganiseerde aanbesteding terzake nog wenst te vergeven, deze opdracht opnieuw aan te besteden conform (Europese) aanbestedingsregels en

-beginselen, zulks op straffe van verbeurte van een direct opeisbare dwangsom van € 1.000.000,00 dan wel een ander bedrag dat de voorzieningenrechter in goede justitie passend acht;

subsidiair

een maatregel te treffen die de voorzieningenrechter in goede justitie passend acht en die recht doet aan de belangen van Cereales.

3.2. Cereales legt aan de vorderingen ten grondslag dat de aanbestedingsprocedure in strijd met BAO en de algemene beginselen van het (Europese) aanbestedingsrecht niet transparant, verifieerbaar en zoveel mogelijk geobjectiveerd is. Zij voert daarvoor aan dat op voorhand niet duidelijk was hoe de offertes beoordeeld zouden worden, ook niet na beantwoording door WUR van vragen in de NvI. In dat verband beroept Cereales zich erop dat de beoordelingsleidraad niet vóór de inschrijving bekend is gemaakt en dat uit de beoordelingsleidraad blijkt dat WUR de aanbiedingen op een andere wijze heeft beoordeeld dan op voorhand kenbaar was gemaakt. Cereales voert verder aan dat ‘Presentatie’ een onwettig gunningscriterium is en ook dat WUR (de beoordeling van) het gunnigscriterium Prestatie na de inschrijving heeft gewijzigd. Cereales voert als spoedeisend belang aan dat twee/derde van haar omzet afkomstig is uit de productie van Resource en Wageningen Update en dat om die reden liquidatie van Cereales dreigt als de opdracht wordt gegund aan [naam].

3.3. WUR voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Spoed

4.1. Het spoedeisend belang van Cereales bij de vorderingen blijkt voldoende uit haar stellingen.

Toetsingskader

4.2. Op de onderhavige opdracht is het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (BAO) van 16 juli 2005 van toepassing verklaard. Met het BAO is, op grond van de artikelen 2 en 3 van de Raamwet EEG-voorschriften, de Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (hierna: de Algemene Richtlijn), geïmplementeerd in de Nederlandse rechtsorde.

De beoordeling van de vorderingen zal daarom geschieden aan de hand van de kernbeginselen van het Europese aanbestedingsrecht zoals die in artikel 2 BAO zijn verwoord, te weten dat alle inschrijvers op gelijke en niet discriminerende wijze worden behandeld en dat de aanbestedende dienst transparant handelt. De betekenis van de beginselen van gelijkheid en transparantie heeft het HvJEG uiteengezet in zijn arrest

van 29 april 2004, zaak C-496/99 (Succhi di Frutta), PbEG 2004 C 118, blz 2. Het HvJEG heeft in dat arrest onder meer overwogen dat “het beginsel van gelijke behandeling van de inschrijvers beoogt de ontwikkeling van een gezonde en daadwerkelijke mededinging tussen de aan de aanbestedingsprocedure voor een overheidsopdracht deelnemende ondernemingen te bevorderen en vereist dat alle inschrijvers bij het opstellen van het in hun offertes gedane voorstel dezelfde kansen krijgen. Het betekent derhalve dat voor deze offertes voor alle mededingers dezelfde voorwaarden moeten gelden (…) het beginsel van doorzichtigheid, dat er het corollarium van vormt, heeft in essentie ten doel te waarborgen dat elk risico van favoritisme en willekeur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen. Het impliceert dat alle voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure in het aanbestedingsbericht of in het bestek worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, opdat, enerzijds, alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde manier interpreteren, en, anderzijds, de aanbestedende dienst in staat is om metterdaad na te gaan of de offertes van de inschrijvers beantwoorden aan de criteria welke op de betrokken opdracht van toepassing zijn”. Een en ander brengt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet alleen mee dat alle aanbieders gelijk moeten worden behandeld, maar ook dat zij in gelijke mate, mede met het oog op een goede controle achteraf, een duidelijk zicht moeten hebben in de voorwaarden waaronder de aanbesteding plaats heeft (vgl: HR 4 november 2005, NJ 2006, 204).

Beoordelingsleidraad

4.3. Uit het weergegeven toetsingskader volgt dat het in strijd met het transparantiebeginsel is om een beoordelingsleidraad niet vóór de inschrijving kenbaar te maken aan de aanbieders. Het transparantiebeginsel brengt immers met zich dat aanbieders vóór hun inschrijving bekend moeten zijn met de beoordelingscriteria. Die mogen derhalve niet worden achtergehouden. WUR voert als verweer aan dat zij dat heeft gedaan om strategische biedingen te voorkomen. Dat verweer faalt. Bij de mondelinge behandeling is geconstateerd dat het voorkomen van strategische biedingen zo begrepen moet worden dat de criteria niet vooraf bekend worden gemaakt om te voorkomen dat inschrijvers datgene zullen zeggen wat de aanbesteder wil horen. Dat kan echter niet een rechtvaardiging vormen voor het achterhouden van de beoordelingscriteria. De aanbesteder zal dat moeten zien te voorkomen door meer duidelijkheid te geven, aan de hand van kenbaar gemaakte eenduidige criteria en beoordelingswijzen die zodanig zijn opgesteld en geformuleerd dat zij niet uitnodigen om dergelijke biedingen te doen.

4.4. Als verweer voert WUR verder aan dat in de beoordelingsleidraad in feite niets anders staat dan wat al in het bestek over de beoordeling is te vinden. Ook dat verweer slaagt niet. Geconstateerd moet worden dat in de beoordelingsleidraad niet exact hetzelfde staat als in het bestek, zodat het gevaar bestaat dat de beoordelingsleidraad anders uitgelegd en gehanteerd kan worden dan de inschrijvers aan de hand van het bestek zouden hebben verwacht. Maar ook als de beoordelingsleidraad in andere bewoordingen wel dezelfde inhoud heeft als het bestek voor wat betreft de beoordeling, konden de aanbieders dat ten tijde van de inschrijving niet weten omdat het een geheim stuk was. Zij wisten daardoor niet waarop hun aanbiedingen beoordeeld zouden worden en konden hun inschrijvingen daarop niet afstemmen. Daarbij komt dat beoordelaars in de beoordelingsleidraad de vrijheid hebben gekregen om met betrekking tot PvE9 en PvE10 aan de hand van de ingediende offertes nog aandachtspunten toe te voegen. Aldus kon een offerte worden beoordeeld op aandachtspunten die de inschrijver op voorhand niet alleen niet kende, maar die op voorhand ook nog niet vaststonden.

Presentatie

4.5. Op zichzelf is een presentatie toegestaan om tot een beter begrip van de aanbiedingen te komen, maar het mag niet een geheel zelfstandig beoordelingscriterium worden. Volgens WUR is het dat ook niet, omdat ‘Presentatie’ en ‘Programma van Eisen’ als één gunningscriterium moeten worden gezien. WUR kan daarin niet worden gevolgd. Wanneer, zoals hier, met het PvE een bepaalde score kan worden behaald en met de toelichting op het PvE separaat opnieuw een score kan worden behaald, is het voor de inschrijver volstrekt onduidelijk hoe hij naast een maximale score voor het onderdeel Programma van Eisen opnieuw een maximale score kan halen voor het onderdeel Presentatie als presentatie van hetgeen reeds bij PvE is aangeboden.

4.6. Cereales heeft uit het tijdschema in de uitnodigingsbrief van 13 mei 2008, waarbij zij is uitgenodigd om een presentatie te houden, opgemaakt dat het Pr2 als onderdeel waarop zij punten zou kunnen scoren is vervallen, nu in het tijdschema het onderdeel ‘Toelichting op de organisatie en werkwijze rond productie van beide relatiebladen’, zijnde Pr2, niet voorkomt. WUR heeft niet weersproken dat Cereales als gevolg daarvan Pr2 niet heeft meegenomen in haar presentatie. Uit de beoordelingsmatrix die Cereales na haar afwijzing van WUR heeft gekregen, volgt dat Pr2 wel is meegewogen, nu gelet op de opmaak van de beoordelingsmatrix ‘1RP2’ waaraan punten zijn toegekend, hetzelfde is als Pr2.

WUR betwist ook niet dat zij Pr2 heeft meegewogen in de totaalscore. Zij stelt zich op het standpunt dat Pr2 niet is komen te vervallen omdat ‘Presentatie’ een doublure is van ‘Programma van Eisen’. Hiervóór is reeds overwogen dat WUR daarin niet kan worden gevolgd, nu voor de presentie separaat en opnieuw punten zijn gegeven. Gelet op de uitnodigingsbrief mocht Cereales er dan ook vanuit gaan dat zij niet meer beoordeeld zou worden op Pr2. Zij heeft haar presentatie daar op afgestemd en heeft naderhand geconstateerd dat Pr2 door WUR toch is meegewogen in de totaalscore. In feite betekent dit dat WUR na de inschrijving tot tweemaal toe het criterium Pr2 heeft gewijzigd, door in de uitnodigingsbrief impliciet kenbaar te maken dat in afwijking van het bestek Cereales niet beoordeeld zou worden op Pr2 en vervolgens alsnog punten toe te kennen voor Pr2. Aldus is Cereales door WUR in een positie gebracht waarin zij niet wist waarvoor zij punten zou kunnen krijgen.

Conclusie

4.7. Op grond van het voorgaande moet worden geconcludeerd dat de aanbestedingsprocedure op een aantal punten strijdig is met de grondbeginselen van het aanbestedingsrecht. WUR onderkent dat, maar stelt zich op het standpunt dat het slechts om formele gebreken gaat waarop Cereales geen beroep kan doen, omdat zij als degene die al jaren relatiebladen maakt voor WUR, aan de hand van het bestek als geen ander kan begrijpen wat WUR verlangt. Dat verweer gaat niet op. Uit het transparantiebeginsel vloeit juist voort dat het aankomt op de informatie die inschrijvers uit de aanbestedings-documenten kunnen halen en wel zo dat alle inschrijvers de informatie op dezelfde manier kunnen begrijpen.

4.8. Nu reeds geconcludeerd is dat de aanbestedingsprocedure op onderdelen in strijd is met het aanbestedingsrecht, zal de voorzieningenrechter de vraag laten rusten of de aandachtspunten in het Programma van Eisen vaag waren. Cereales heeft dat gesuggereerd, maar niet verder uitgewerkt. Tijdens het pleidooi heeft zij betoogd dat de aandachtspunten in de beoordelingsleidraad wel duidelijk waren. Om die reden kan ook kan in het midden blijven of WUR, zoals Cereales stelt, haar afwijzing ondeugdelijk heeft gemotiveerd.

4.9. Al het vorenstaande leidt ertoe dat de primaire vorderingen zullen worden toegewezen zoals hierna volgt. De subsidiaire vordering behoeft om die reden geen verdere behandeling.

4.10. WUR zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Cereales worden begroot op:

- dagvaarding € 71,80

- vast recht 254,00

- salaris procureur 816,00

Totaal € 1.141,80

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verbiedt WUR de opdracht die het onderwerp vormt van onderhavige door haar georganiseerde aanbesteding te gunnen aan [naam] of enige derde, en bepaalt dat WUR een eenmalige dwangsom van € 1.000.000,00 verbeurt aan Cereales indien zij na betekening van dit vonnis in strijd handelt met het hier opgelegde verbod,

5.2. beveelt WUR om de lopende aanbestedingsprocedure stop te zetten en, indien zij de opdracht die het onderwerp vormt van onderhavige door haar georganiseerde aanbesteding terzake nog wenst te vergeven, deze opdracht opnieuw aan te besteden conform (Europese) aanbestedingsregels en -beginselen, en bepaalt dat WUR een eenmalige dwangsom van € 1.000.000,00 verbeurt aan Cereales indien zij na betekening van dit vonnis in strijd handelt met het hier gegeven bevel,

5.3. veroordeelt WUR in de proceskosten, aan de zijde van Cereales tot op heden begroot op € 1.141,80,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.J. Daggenvoorde op 27 juni 2008.