Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BD3881

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
04-06-2008
Datum publicatie
13-06-2008
Zaaknummer
163399
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nu de rechtbank van oordeel is dat de Ontvanger aan geen van de door eis.conv./gedn.reconv. aangedragen belangen meer gewicht had moeten toekennen dan hij heeft gedaan, is het verzet door eis.conv./gedn.reconv. tegen de dwangbevelen ongegrond.

In reconventie wordt een beroep gedaan op artikel 435 Rv. Voor een geslaagd beroep op artikel 435 Rv. dient de partij die zich daarop beroept minimaal te hebben gesteld dat het beslagen goed aan haar (als derde-beslagene) toebehoort.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 163399 / HA ZA 07-1892

Vonnis van 4 juni 2008

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eis.1conv./ged.1reconv.],

gevestigd te [vest.plaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eis.2conv./ged.2reconv.],

gevestigd te [vest.plaats],

eisers in conventie

3. [eis.3conv/ged.3reconv.],

wonende te [woonplaats],

4. [eis.4conv./ged.4reconv.],

wonende te [woonplaats],

eisers in conventie,

tevens verweerders in reconventie,

procureur mr. P.J.F.M. de Kerf,

advocaat mr. R.B.H. Beune te Nijmegen,

tegen

de ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST RIVIERENLAND NIJMEGEN,

gevestigd te Nijmegen,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

procureur mr. A.T. Bolt,

advocaat mr. L.G.T. van der Valk te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eis.1conv./ged.1reconv.], [eis.3conv./ged.3reconv.], [eis.3conv./ged.3reconv.], [eis.4conv./ged.4reconv.] (gezamenlijk [eis.conv./gedn.reconv.]) en de Ontvanger genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis d.d. 13 februari 2008

- het proces-verbaal van comparitie van partijen d.d. 22 april 2008

- de nadien in het geding gebrachte brief met bijlagen van [eis.conv./gedn.reconv.] d.d. 25 april 2008

- de schriftelijke reactie van de Ontvanger d.d. 28 april 2008.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eis.3conv./ged.3reconv.] en [eis.4conv./ged.4reconv.] zijn echtelieden (‘het echtpaar [eis.3conv./ged.3reconv.]’) en wonen in een woning aan de [adres]. [eis.4conv./ged.4reconv.] is bestuurder en enig aandeelhoudster van [eis.1conv./ged.1reconv.] en [eis.3conv./ged.3reconv.], welke kantoorhouden eveneens op het adres [adres].

2.2. [eis.3conv./ged.3reconv.] is houdster van de aandelen in drie werkmaatschappijen, te weten AMS B.V., Bobeco B.V. en Mailland B.V., die hun activiteiten hebben gestaakt. [eis.1conv./ged.1reconv.] is een daarvan losstaande vennootschap, die in ieder geval postbezorging tot haar activiteiten rekent.

2.3. Vanwege een (oplopende) belastingschuld van [eis.1conv./ged.1reconv.] door het niet (volledig) betalen van verschillende belastingaanslagen, heeft de Ontvanger tussen 11 april 2007 en 4 september 2007 zeven dwangbevelen tegen [eis.1conv./ged.1reconv.] uitgevaardigd. Op 10 mei 2007 en (30 of) 31 augustus 2007 is uit hoofde van twee, respectievelijk vier dwangbevelen door de Ontvanger executoriaal beslag gelegd onder [eis.1conv./ged.1reconv.] op roerende zaken.

2.4. Vanwege een (oplopende) belastingschuld van [eis.3conv./ged.3reconv.] door het niet (volledig) betalen van verschillende belastingaanslagen, heeft de Ontvanger tussen 5 december 2005 en 18 september 2007 tien dwangbevelen tegen [eis.3conv./ged.3reconv.] uitgevaardigd. Op 26 oktober 2006 en (30 of) 31 augustus 2007 is uit hoofde van zeven, respectievelijk vier dwangbevelen door de Ontvanger executoriaal beslag gelegd onder [eis.3conv./ged.3reconv.] op roerende zaken.

2.5. Ten laste van [eis.1conv./ged.1reconv.] en [eis.3conv./ged.3reconv.] is op dezelfde roerende zaken beslag gelegd, met dien verstande dat ten laste van [eis.1conv./ged.1reconv.] tevens een auto (merk: Volkswagen) is beslagen. Buiten voornoemde auto, zijn de roerende zaken in vier ruimtes van het pand aan [adres] aangetroffen, te weten: de winkelruimte en de keuken, het kantoor en de open zolder boven de winkel.

2.6. Vanwege een (oplopende) belastingschuld van [eis.3conv./ged.3reconv.] door het niet (volledig) betalen van verschillende belastingaanslagen, heeft de Ontvanger tussen 17 april 2007 en 3 juli 2007 drie dwangbevelen tegen [eis.3conv./ged.3reconv.] uitgevaardigd. Op (30 of) 31 augustus 2007 is uit hoofde van deze drie dwangbevelen door de Ontvanger executoriaal beslag gelegd onder [eis.3conv./ged.3reconv.] op roerende zaken. Dit beslag betreft andere zaken, die zijn aangetroffen in andere ruimtes van dat pand, te weten de hal, de keuken (beneden), en de huiskamer.

2.7. Vanwege een (oplopende) belastingschuld van [eis.4conv./ged.4reconv.] door het niet (volledig) betalen van verschillende belastingaanslagen, heeft de Ontvanger op 12 juni 2007 en 17 augustus 2007 een tweetal dwangbevelen tegen [eis.4conv./ged.4reconv.] uitgevaardigd. Op (30 of) 31 augustus 2007 is uit hoofde van deze twee dwangbevelen door de Ontvanger executoriaal beslag gelegd onder [eis.4conv./ged.4reconv.] op roerende zaken. Het betreft dezelfde zaken als beslagen ten laste van [eis.3conv./ged.3reconv.].

2.8. Bij alle beslagen op (30 of) 31 augustus is aangekondigd dat de executoriale verkoop zal plaats hebben op 3 oktober 2007.

2.9. Bij brief van 28 september 2007 heeft de Ontvanger aan [eis.conv./gedn.reconv.] onder meer laten weten dat:

“Verder deel ik u mede dat, met door u gedane betalingen, de openstaande schuld uiteraard afneemt. Door u gedane betalingen geven echter geen aanleiding mijn standpunt van vanochtend te herzien. Van een executoriale verkoop van de in beslag genomen roerende zaken zal slechts worden afgezien indien voor 4 oktober as. de gehele openstaande schuld voldaan wordt.”

2.10. Op 2 oktober 2007 is door [eis.conv./gedn.reconv.] bij dagvaarding verzet ingesteld tegen de dwangbevelen en bij brief van gelijke datum heeft het echtpaar [eis.3conv./ged.3reconv.] verzet ex artikel 435 Rv. aangetekend tegen de door de Ontvanger aangekondigde verkoop van de onder [eis.1conv./ged.1reconv.] en [eis.3conv./ged.3reconv.] beslagen roerende zaken. De Ontvanger heeft daarop afgezien van de geplande executoriale verkoop van de ten laste van [eis.conv./gedn.reconv.] beslagen roerende zaken.

3. Het geschil

in conventie

3.1. [eis.conv./gedn.reconv.] vorderen – samengevat – dat de rechtbank zal verklaren voor recht dat eisers goed opposant zijn tegen de betekende dwangbevelen, met veroordeling van gedaagde in de kosten van dit geding.

3.2. Aan deze vordering leggen eisers het volgende ten grondslag. [eis.1conv./ged.1reconv.] c.s verzetten zich tegen de tenuitvoerlegging van de betekende dwangbevelen omdat een aanzienlijk deel van de belastingschuld niet verschuldigd is en omdat de gevolgen voor [eis.conv./gedn.reconv.] onevenredig zijn in verhouding tot de in de Leidraad Invordering 1990 genoemde doelen en dat daarom het belang van de Ontvanger bij het executoriaal beslag en executie moet wijken voor de belangen van [eis.conv./gedn.reconv.] De gevolgen voor [eis.conv./gedn.reconv.] zijn onevenredig omdat zij een zwaarwegend belang hebben bij het voortbestaan van de ondernemingen [eis.3conv./ged.3reconv.] en [eis.1conv./ged.1reconv.], terwijl bovendien de belastingschulden mogelijk uit toekomstige inkomsten uit de verkoop van onroerend goed door het echtpaar [eis.3conv./ged.3reconv.] zouden kunnen worden voldaan.

3.3. De Ontvanger voert gemotiveerd verweer.

in reconventie

3.4. De Ontvanger vordert – samengevat – dat [eis.3conv./ged.3reconv.] en [eis.4conv./ged.4reconv.] worden gelast te dulden dat de ten laste van [eis.1conv./ged.1reconv.] en [eis.3conv./ged.3reconv.] beslagen roerende zaken executoriaal zullen worden geveild, met veroordeling van [eis.3conv./ged.3reconv.] en [eis.4conv./ged.4reconv.] in de kosten van dit geding.

3.5. Aan deze vordering legt de Ontvanger het volgende ten grondslag.

Het echtpaar [eis.3conv./ged.3reconv.] heeft zich op grond van artikel 435 Rv. verzet tegen de executoriale verkoop van de beslagen roerende zaken van [eis.1conv./ged.1reconv.] en [eis.3conv./ged.3reconv.]. Zij hebben echter niet bewezen dat zij een beter recht hebben op, c.q. eigenaar zijn van, deze beslagen zaken. Noch hebben zij aangetoond, of gesteld, dat het economisch risico met betrekking tot de zaken bij hen heeft gelegen, zodat geen terughoudend beleid door de Ontvanger behoeft te worden gevolgd met betrekking tot de uitoefening van het bodemrecht op deze zaken.

3.6. De rechtbank begrijpt de verklaring van de Ontvanger ter comparitie van partijen dat zij het beslag zal opheffen aangaande de drie koelkasten die in de ‘keuken boven’ aanwezig waren, aldus dat zij hiermee haar vordering in reconventie heeft willen beperken tot de overige onder [eis.1conv./ged.1reconv.] en [eis.3conv./ged.3reconv.] inbeslaggenomen zaken.

3.7. [eis.3conv./ged.3reconv.] en [eis.4conv./ged.4reconv.] voeren gemotiveerd verweer.

4. De beoordeling

in conventie

4.1. [eis.conv./gedn.reconv.] stellen in de verzetdagvaarding dat een aanzienlijk deel van de belastingschuld niet verschuldigd is. Dit stuit af op artikel 17, derde lid van de Invorderingswet 1990, waarin is bepaald dat het verzet niet kan zijn gegrond op de stelling dat een belastingaanslag ten onrechte of tot een te hoog bedrag is vastgesteld. Bovendien heeft de Ontvanger onweersproken gesteld dat de aanslagen onherroepelijk vaststaan en formele rechtskracht hebben. [eis.conv./gedn.reconv.] hebben ook niet gespecificeerd welk deel van de belastingschuld niet verschuldigd zou zijn.

4.2. Bij de beoordeling van de vraag of het leggen van executoriaal beslag onder [eis.conv./gedn.reconv.] een disproportionele maatregel is geweest, stelt de rechtbank voorop dat de bevoegdheid van de Ontvanger om tot uitwinning over te gaan een onmisbaar instrument tot invordering is, ten behoeve van de schatkist en daarmee van het algemeen belang, van op andere wijze niet te innen belastinggelden. Dit vertegenwoordigt een zodanig zwaarwegend belang dat het, indien tot executie wordt overgegaan, slechts in uitzonderingsgevallen zal moeten wijken voor de op zich zelf mogelijk zeer aanzienlijke belangen van belastingschuldigen.

4.3. Voorzover [eis.conv./gedn.reconv.] hebben willen betogen dat de Ontvanger (meer) belang had moeten toekennen aan het voortbestaan van [eis.3conv./ged.3reconv.], wijst de rechtbank die stelling af. [eis.conv./gedn.reconv.] hebben immers zelf ter comparitie verklaard dat de activiteiten van de [eis.3conv./ged.3reconv.] zijn gestaakt en dat de onderneming in afwachting van liquidatie is.

4.4. [eis.conv./gedn.reconv.] hebben de stelling dat [eis.1conv./ged.1reconv.] daadwerkelijk in haar voortbestaan wordt bedreigd indien de executoriale verkoop plaatsvindt, onvoldoende onderbouwd. De rechtbank merkt in dit verband op dat zij uit de stellingen van [eis.conv./gedn.reconv.] opmaakt dat een aanmerkelijk deel van de bedrijfsactiviteiten door [eis.1conv./ged.1reconv.] op een andere locatie wordt bedreven dan waar de Ontvanger beslag op roerende zaken heeft gelegd.

4.5. Doch zelfs indien [eis.1conv./ged.1reconv.] door de executoriale verkoop wel in haar voortbestaan wordt bedreigd, kan niet worden gezegd dat, mede gelet op hetgeen onder 4.2 is overwogen, de Ontvanger bij deze afweging niet in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen om zijn vordering te verhalen op de beslagen zaken. Het enkele belang bij het voortzetten van de onderneming weegt niet op tegen de belangen van de Ontvanger bij de inning van de belastingschulden.

4.6. Dat [eis.conv./gedn.reconv.] in de toekomst mogelijk de belastingschulden kunnen voldoen uit de ontwikkeling en verkoop van het aan [eis.4conv./ged.4reconv.] in eigendom toebehorend onroerend goed, doet aan het voorgaande oordeel niet af. Op dit onroerend goed heeft de Ontvanger geen executoriaal beslag gelegd en er is dus geen sprake van dat de Ontvanger [eis.4conv./ged.4reconv.] zou hinderen in haar pogingen om dit onroerend goed te ontwikkelen teneinde extra middelen te verkrijgen, al dan niet ter voldoening van een of meer van de belastingschulden. Van de Ontvanger kan niet gevergd worden dat hij op die ontwikkeling wacht. Nog daargelaten dat dat onroerend goed eigendom is van [eis.4conv./ged.4reconv.] en niet van [eis.1conv./ged.1reconv.], [eis.3conv./ged.3reconv.] en [eis.3conv./ged.3reconv.], en dat de belastingschuld van [eis.4conv./ged.4reconv.] relatief gering is, en nog daargelaten dat de door [eis.1conv./ged.1reconv.] c.s verwachte financieringsruimte voor de belastingschulden van

€ 120.000,- niet toereikend is voor het totaal van de litigieuze belastingschulden (€145.580,- exclusief rente en kosten), heeft de Ontvanger terecht gesteld dat er nog grote onduidelijkheid bestaat over de termijn waarop de herontwikkeling kan worden gerealiseerd en over de opbrengsten die daarmee zouden kunnen worden gegenereerd. De door [eis.conv./gedn.reconv.] overgelegde briefwisseling tussen [eis.3conv./ged.3reconv.] en de gemeente en het bouwkundig rapport bewijzen in dit verband weliswaar dat [eis.3conv./ged.3reconv.] plannen heeft in deze richting, doch tonen tevens aan dat deze plannen nog ver van verwezenlijking verwijderd zijn.

4.7. In deze omstandigheden kan niet worden gezegd dat de Ontvanger een disproportionele maatregel heeft genomen door aan deze plannen van [eis.3conv./ged.3reconv.] geen of weinig gewicht toe te kennen in de belangenafweging.

4.8. Nu de rechtbank van oordeel is dat de Ontvanger aan geen van de door [eis.1conv./ged.1reconv.] c.s aangedragen belangen meer gewicht had moeten toekennen dan hij heeft gedaan, is het verzet door [eis.conv./gedn.reconv.] tegen de dwangbevelen ongegrond. De rechtbank zal de vordering in conventie in haar geheel afwijzen.

4.9. [eis.conv./gedn.reconv.] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

4.10. De kosten aan de zijde van de Ontvanger worden begroot op:

- vast recht EUR 251,00

- salaris procureur 1.421,00 (2,0 punten × factor 0,5 × tarief EUR 1.421,-)

Totaal EUR 1.672,00

4.11. De Ontvanger heeft verzocht dat een vonnis bij welk het verzet van [eis.conv./gedn.reconv.] ongegrond wordt verklaard, bij voorraad uitvoerbaar wordt verklaard. Van de zijde van [eis.conv./gedn.reconv.] is aangevoerd dat haar verzet niet evident kansloos is, gelet op de beleidsvrijheid die de Ontvanger had ten aanzien van het invorderingsinstrumentarium.

4.12. Gezien de omstandigheden dat – kort samengevat – de zeer summiere betwisting van de verschuldigde belastingschuld van [eis.conv./gedn.reconv.] nimmer tot een toewijzend vonnis kan leiden, zoals onder 4.1 is overwogen, en dat met betrekking tot het voldoen van belastingschulden uit de ontwikkeling van onroerend goed door [eis.4conv./ged.4reconv.] geen enkele zekerheid bestaat, terwijl de daaruit mogelijkerwijs te verkrijgen financieringsruimte ook in de eigen optiek van [eis.1conv./ged.1reconv.] c.s niet toereikend zal zijn, is in dit geding sprake van een evident kansloos verzet. Dat de Ontvanger beleidsvrijheid heeft ten aanzien van zijn instrumentarium doet daar niet aan af. Nu daarbij komt dat [eis.conv./gedn.reconv.] bijna een jaar hebben gewacht na het eerste executoriaal beslag op 26 oktober 2006 met het aantekenen van verzet, weegt het belang van [eis.conv./gedn.reconv.] niet op tegen het belang van de Ontvanger bij voortzetting van de tenuitvoerlegging. De rechtbank zal het verzoek van de Ontvanger met betrekking tot de uitvoerbaar verklaring bij voorraad toewijzen.

in reconventie

4.13. [eis.3conv./ged.3reconv.] en [eis.4conv./ged.4reconv.] hebben bij conclusie van antwoord in reconventie verklaard het verzet op grond van artikel 435 Rv. tegen de beslagging op de roerende zaken, aangetroffen in het ‘kantoor boven de winkel’ in te trekken. De rechtbank zal de vordering in reconventie, voorzover betrekking hebbend op deze zaken, toewijzen.

4.14. In het kader van de beoordeling van de vordering, voorzover betrekking hebbend op de overige beslagen zaken, overweegt de rechtbank dat voor een geslaagd beroep op artikel 435 Rv. de partij die zich daarop beroept – in casu het echtpaar [eis.3conv./ged.3reconv.] – minimaal dient te hebben gesteld dat het beslagen goed aan haar (als derde-beslagene) toebehoort.

4.15. Ten aanzien van de inbeslaggenomen auto (merk: Volkswagen) hebben [eis.conv./gedn.reconv.] ter comparitie van partijen verklaard dat deze “van [eis.1conv./ged.1reconv.] is”. Met betrekking tot de zaken aangetroffen op de zolder hebben [eis.3conv./ged.3reconv.] en [eis.4conv./ged.4reconv.] ter comparitie van partijen verklaard: “Dit zijn spullen van de meerderjarige kinderen van de heer en mevrouw [eis.3conv./ged.3reconv.].”

De rechtbank maakt hieruit op dat [eis.3conv./ged.3reconv.] en [eis.4conv./ged.4reconv.] zowel ten aanzien van de auto, als ten aanzien van de zaken aangetroffen op de zolder niet als derde-beslagene kunnen optreden. De vordering in reconventie, voorzover betrekking hebbend op deze zaken, zal dan ook worden toegewezen.

4.16. Met betrekking tot de zaken aangetroffen in de winkelruimte overweegt de rechtbank dat de winkelruimte waarin de betreffende zaken in beslag zijn genomen deel uitmaakt van het pand waarin [eis.1conv./ged.1reconv.] en [eis.3conv./ged.3reconv.] zowel juridisch, volgens het Handelsregister, alsook feitelijk, zoals [eis.conv./gedn.reconv.] ter comparitie hebben betoogd, kantoorhouden. Op grond daarvan, en nu niet anders is gesteld of gebleken, stelt de rechtbank vast dat [eis.1conv./ged.1reconv.] en [eis.3conv./ged.3reconv.] onafhankelijk van anderen, de feitelijke beschikking hadden over de winkelruimte. De winkelruimte was daarmee deel van de bodem van [eis.1conv./ged.1reconv.] en [eis.3conv./ged.3reconv.], in de zin van artikel 22, derde lid van de Leidraad.

De Ontvanger mocht om die reden de inbeslaggenomen zaken aanmerken als bodemzaken in de zin van artikel 22 van de Invorderingswet 1990. Het is dan ook aan [eis.3conv./ged.3reconv.] en [eis.4conv./ged.4reconv.] aan te tonen dat zij een beter recht hebben op de betreffende zaken.

4.17. [eis.3conv./ged.3reconv.] en [eis.4conv./ged.4reconv.] stellen dat de zaken aangetroffen in de winkelruimte aan de eenmanszaak [naam zaak] van [eis.4conv./ged.4reconv.] (‘de eenmanszaak’) toebehoren. Bij gelegenheid van comparitie van partijen hebben [eis.3conv./ged.3reconv.] en [eis.4conv./ged.4reconv.] bewijs hiervan aangeboden door middel van het inbrengen van de jaarrekening van 2006 van deze eenmanszaak, waaruit het eigendom van deze zaken zou blijken. [eis.3conv./ged.3reconv.] en [eis.4conv./ged.4reconv.] hebben bij akte van 25 april 2008 een fiscaal rapport 2003 ten naam van [eis.4conv./ged.4reconv.] in het geding gebracht en niet de toegezegde jaarrekening 2006 van de eenmanszaak. Zij delen mee dat dat rapport 2003 het laatst opgemaakte rapport is. Bij dat rapport is één pagina gevoegd van het “Financieel Verslag 2003 van [naam zaak] te [plaats]” met daarop, onder nummer 3.3, een overzicht vaste activa, bestaande uit inventaris en computerapparatuur, met een boekwaarde per 31 december 2003 van respectievelijk € 453,- en € 0,-.

4.18. De rechtbank aanvaardt dit verslag uit 2003 in plaats van de toegezegde jaarrekening van 2006 niet als bewijs voor de gestelde eigendom van de eenmanszaak. [eis.1conv./ged.1reconv.] is immers later opgericht en wel op 12 april 2006 en [eis.1conv./ged.1reconv.] houdt blijkens haar inschrijving in het handelsregister kantoor op hetzelfde adres, houdt zich (mede) met dezelfde handelsactiviteiten bezig, en voert dezelfde handelsnaam als de eenmanszaak. Nu voorts uit een recenter uittreksel blijkt dat bij de eenmanszaak geen personen meer werkzaam zijn, is geenszins denkbeeldig dat de activa van die eenmanszaak zijn ingebracht in [eis.1conv./ged.1reconv.].

4.19. Nu [eis.3conv./ged.3reconv.] en [eis.4conv./ged.4reconv.] op de comparitie geen ander concreet bewijs hebben aangeboden van hun stelling dat [eis.4conv./ged.4reconv.] (via haar eenmanszaak) eigenaar is van de zaken die in de winkelruimte zijn aangetroffen, gaat de rechtbank aan die stelling voorbij en stelt vast dat het verzet ex artikel 435 Rv. zijdens het echtpaar [eis.3conv./ged.3reconv.] tegen het executoriaal beslag op die zaken, ongegrond is. De rechtbank zal de vordering in reconventie ook voor deze zaken toewijzen.

4.20. [eis.conv./gedn.reconv.] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het geding in reconventie worden veroordeeld.

4.21. De kosten aan de zijde van de Ontvanger worden begroot op:

- salaris procureur 1.421,00 (2 punten × factor 0,5 × tarief EUR 1.421,-)

Totaal EUR 1.421,00

4.22. De Ontvanger heeft gevorderd dat een toewijzend vonnis bij voorraad uitvoerbaar wordt verklaard. Van de zijde van het echtpaar [eis.3conv./ged.3reconv.] is gesteld dat deze vordering onvoldoende is gemotiveerd en dient te worden verworpen.

4.23. De rechtbank begrijpt dat de Ontvanger de betreffende vordering in reconventie op dezelfde grondslag baseert als het gelijkluidende verzoek in de conventie. Gelet op hetgeen onder 4.13 en 4.15 is overwogen, hebben [eis.3conv./ged.3reconv.] en [eis.4conv./ged.4reconv.] ten aanzien van een groot deel van de ten laste van [eis.1conv./ged.1reconv.] en [eis.3conv./ged.3reconv.] beslagen zaken, evident kansloos verzet ingesteld. Ten aanzien van de roerende zaken welke in de winkelruimte zijn aangetroffen heeft slechts [eis.4conv./ged.4reconv.] gemotiveerd verweer gevoerd tegen de vordering in reconventie. Rekening houdend met het gegeven dat zij bijna een jaar na betekening van de dwangbevelen, tot één dag voor de geplande executie, heeft gewacht met het instellen van verzet ex artikel 435 Rv., en in aanmerking genomen dat zij ter comparitie heeft beweerd over schriftelijk bewijs te beschikken dat er helemaal nooit geweest blijkt te zijn (haar jaarrekening van 2006) en tevens in aanmerking genomen dat het hooguit kan gaan om wat inventaris en gedateerde computerapparatuur die reeds afgeschreven moeten zijn, is de rechtbank van oordeel dat er voldoende grond is ook ten aanzien van die beslagen zaken het verzet als evident kansloos aan te merken. Uit het voorgaande volgt dat het belang van de Ontvanger bij doorgang van de tenuitvoerlegging van de dwangbevelen dient te prevaleren, en het vonnis bij voorraad uitvoerbaar zal worden verklaard.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. wijst de vordering af en verklaart het verzet door [eis.conv./gedn.reconv.] tegen de betekende dwangbevelen ongegrond,

5.2. veroordeelt [eis.conv./gedn.reconv.] in de proceskosten, aan de zijde van de Ontvanger tot op heden begroot op EUR 1.672,00,

5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

in reconventie

5.4. gelast [eis.3conv./ged.3reconv.] en [eis.4conv./ged.4reconv.] te dulden dat de Ontvanger tot executoriale veiling overgaat van de roerende zaken waarop ten laste van de belastingschuldigen [eis.1conv./ged.1reconv.] en [eis.3conv./ged.3reconv.] executoriaal beslag is gelegd, voorzover dit de zaken betreft die in de winkelruimte, het kantoor boven en de zolder boven de winkel in het pand aan de [adres] zijn inbeslaggenomen,

5.5. veroordeelt [eis.3conv./ged.3reconv.] en [eis.4conv./ged.4reconv.] in de proceskosten, aan de zijde van de Ontvanger tot op heden begroot op EUR 1.421,00,

5.6. wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd,

5.7. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2008.

Coll: BdJ