Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BD3790

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
11-06-2008
Datum publicatie
12-06-2008
Zaaknummer
08/316 en 08/317
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Wraking
Inhoudsindicatie

Verzoeksters hebben pas tijdens de behandeling bij de wrakingskamer de gronden waarop hun verzoeken berusten aangevoerd. In beginsel leidt dat tot niet-ontvankelijkheid. In dit geval had de rechtbank de raadslieden echter verzocht om uiterlijk op 8 mei 2008 een toelichting op de verzoeken te geven, terwijl zij kort daarvoor een brief van de raadslieden had ontvangen dat zij tot 16 mei 2008 verhinderd waren. Verzoeksters worden dan ook ontvankelijk verklaard. Voorts wordt de zaak aangehouden om de rechter tegen wie de verzoeken zijn ingediend in de gelegenheid te stellen om te reageren op de aangevoerde gronden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ARNHEM

Wrakingskamer

Zaaknummer/parketnummer: 08/316 en 08/317 - 518213-07 en 517017-07

Beschikking van 11 juni 2008

inzake

[verzoekster 1],

wonende te [woonplaats],

verzoekster tot wraking,

niet verschenen,

advocaat mr. C.H. Dijkstra te Amersfoort,

niet verschenen,

en

[verzoekster 2],

wonende te [woonplaats],

verzoekster tot wraking,

niet verschenen,

advocaat mr. J. Peters te Amersfoort.

en

[politierechter],

in hoedanigheid van politierechter in de strafzaken onder parketnummers 518213-07 en 517017-07 van het openbaar ministerie tegen verzoekers voornoemd.

1. De procedure

1.1. Ter terechtzitting van 15 april 2008 hebben mrs. J. Peters en C.H. Dijkstra namens hun cliënten [verzoekster 2] en [verzoekster 1] een mondeling verzoek tot wraking gedaan van de politierechter, [politierechter]. Dat verzoek is neergelegd in de processen-verbaal van die terechtzitting.

1.2. Daarop is het onderzoek ter terechtzitting geschorst totdat op de verzoeken tot wraking is beslist.

1.3. De wrakingskamer heeft de behandeling van de verzoeken bepaald op 8 mei 2008.

1.4. Bij faxbericht van 22 april 2008 heeft mr. J. Peters mede namens mr. C.H. Dijkstra de rechtbank bericht dat zij beiden verhinderd zijn op 8 mei 2008. Tevens heeft hij aangegeven dat zij beiden onder meer van 25 april t/m 16 mei 2008 zijn verhinderd.

1.5. De rechtbank heeft bij brief van 28 april 2008 mr. J. Peters en mr. C.H. Dijkstra bericht dat de behandeling van het wrakingsverzoek op 8 mei 2008 geen doorgang zal vinden en dat er een nieuwe behandeling zal worden bepaald. Tevens heeft de rechtbank de advocaten verzocht om het wrakingsverzoek zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op 8 mei 2008, schriftelijk toe te lichten. Hierop hebben de raadslieden niet gereageerd.

1.6. Bij brief van 13 mei 2008 heeft de rechtbank de raadslieden en [politierechter] bericht dat de behandeling van de wrakingsverzoeken op 4 juni 2008 zal plaatsvinden.

1.7. [politierechter] heeft bij brief van 21 mei 2008 aangegeven dat zij niet in de wraking berust en dat zij niet gehoord wenst te worden. Voorts heeft zij aangegeven dat het wrakingsverzoek voor haar geen aanleiding geeft voor een reactie.

1.8. De wrakingskamer heeft het verzoek ter openbare terechtzitting van 4 juni 2008 behandeld. Verzoekers noch [politierechter] zijn daarbij verschenen. Namens [verzoekster 2] is mr. J. Peters verschenen. Tevens is de officier van justitie mr. B.E.A.M. Meulendijks verschenen. Tenslotte is de beslissing bepaald op heden.

2. De ontvankelijkheid

2.1. Allereerst is de vraag aan de orde of verzoeksters ontvankelijk kunnen worden verklaard, nu pas tijdens de zitting van 4 juni 2008 de gronden waarop het wrakingsverzoek berust zijn aangevoerd.

2.2 Mr. J. Peters heeft ter zitting het wrakingsverzoek mondeling toegelicht, zoals weergegeven in het aan deze beschikking gehechte proces-verbaal. Tevens heeft hij aangegeven dat hij mede namens zijn kantoorgenoot, mr. C.H. Dijkstra, het woord voerde. Omdat mr. C.H. Dijkstra, zoals weergegeven in het proces-verbaal van de zitting van 15 april 2008, zich bij het wrakingsverzoek van mr. J. Peters heeft aangesloten en een kantoorgenoot is van mr. J. Peters, gaat de wrakingskamer er thans vanuit dat hetgeen mr. J. Peters ter onderbouwing van het door hem ingediende wrakingsverzoek heeft aangevoerd ook heeft te gelden in de zaak tegen verzoeker [verzoekster 1].

2.3. Ingevolge artikel 513, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering geschiedt het verzoek tot wraking schriftelijk en is het gemotiveerd. Nu zulks niet is geschied, zou dit in beginsel moeten leiden tot het oordeel dat verzoeksters niet-ontvankelijk zijn in hun verzoek.

2.4. De wrakingskamer overweegt dat in casu de rechtbank bij brief van 28 april 2008 de raadslieden heeft gevraagd om uiterlijk op 8 mei 2008 een toelichting op het verzoek te geven. Hiermee is voorbij gegaan aan de inhoud van de kort daarvoor ontvangen brief van de raadslieden dat zij tot en met 16 mei 2008 verhinderd waren. Gelet hierop verklaart de wrakingskamer verzoeksters ontvankelijk in hun verzoek.

3. De inhoudelijke beoordeling

3.1. De wrakingskamer is voorts van oordeel dat het onderzoek in deze zaak niet volledig is geweest, nu [politierechter] niet in gelegenheid is gesteld om inhoudelijk te reageren op de door verzoeksters ter zitting van 4 juni 2008 aangevoerde gronden. Het onderzoek in de zaak zal om die reden worden heropend. De wrakingskamer zal de beslissing vervolgens voor onbepaalde tijd aanhouden. [politierechter] wordt verzocht om haar reactie op hetgeen door verzoeksters ter onderbouwing van hun verzoek is aangevoerd vóór 25 juni 2008 aan de wrakingskamer te doen toekomen, waarbij zij tevens dient aan te geven of zij nog gehoord wenst te worden. Verzoeksters dienen zich vervolgens vóór 9 juli 2008 uit te laten over de vraag of zij een voortgezette mondelinge behandeling wensen, waarbij zij in dat geval hun verhinderdata dienen op te geven. Indien geen mondelinge behandeling meer zal volgen, zal de wrakingskamer uitspraak bepalen.

4. De beslissing

De rechtbank

4.1. verklaart verzoeksters ontvankelijk in hun verzoek,

4.2. bepaalt dat [politierechter] in de gelegenheid zal worden gesteld om vóór 25 juni 2008 haar reactie op de onderbouwing van het wrakingsverzoek aan de wrakingskamer te doen toekomen, waarin zij tevens dient aan te geven of zij gehoord wenst te worden,

4.3. bepaalt dat verzoeksters zich vóór 9 juli 2008 dienen uit te laten over de vraag of zij naar aanleiding van de reactie van [politierechter] een voortgezette mondelinge behandeling wensen en bepaalt dat zij in dat geval hun verhinderdata op dienen te geven,

4.3. houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.C.G.J. van Well (voorzitter), E.A.A.M. Pfeil en D.S.M. Bak, in tegenwoordigheid van de griffier mr. B.J.M. Vermulst op 11 juni 2008.

de griffier de voorzitter