Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BD3447

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
28-05-2008
Datum publicatie
10-06-2008
Zaaknummer
159765
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser is gerechtigd de hoofdsom op basis van de overeenkomst van geldlening op te eisen.

In reconventie wordt de vordering tot ontbinding van de overeenkomst afgewezen, evenals de vordering tot schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 159765 / HA ZA 07-1391

Vonnis van 28 mei 2008

in de zaak van

[eis.conv./ged.reconv.],

h.o.d.n. [jhandelsnaam],

wonende te [woonplaats],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

procureur mr. F.J. Boom,

advocaat mr. M. Schuring te Groningen,

tegen

1. de vennootschap onder firma

[ged.1conv./eis.1reconv.].,

gevestigd te [woonplaats],

2. [ged.2conv./eis.2reconv.],

wonende te [woonplaats],

3. [ged.3conv./eis.3reconv.],

wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

procureur mr. P.M. Wilmink,

advocaat mr. D. van de Lockant-Geschiere te Utrecht.

Eiser wordt hierna [eis.conv./ged.reconv.] genoemd, gedaagden worden gezamenlijk ook [gedn.conv./eis.reconv.] genoemd.

1. De procedure in conventie en in reconventie

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 14 november 2007

- het proces-verbaal van comparitie van 1 februari 2008

- de akte houdende nadere uitlating terzake retentierecht tevens houdende vermeerdering van eis in reconventie

- de antwoordakte.

1.2. Ten slotte is opnieuw vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Gedurende de periode van 18 juni 2001 tot 1 juni 2007 hebben de gezusters [gedn. 1 en/of 2] (gedaagden sub 2 en 3) in de vorm van een VOF (gedaagde sub 1) een lunchroom gedreven met de naam [gedn.conv./eis.reconv.].

2.2. [gedn.conv./eis.reconv.] heeft [eis.conv./ged.reconv.] gevraagd de administratie te verzorgen. [eis.conv./ged.reconv.] heeft een offerte gedaan gedateerd 24 september 2002. [gedn.conv./eis.reconv.] heeft deze offerte voor akkoord ondertekend. Er staat onder meer in:

Voor het verwerken van:

- de mutaties van de financiële administratie;

- oplossingen aandragen in fiscale aangelegenheden;

- telefonisch bijstaan inzake administratieve aangelegenheden;

- het vervaardigen van tussentijdse rapportages ten bate van de aangiften omzetbelasting;

- het verzorgen van de aangiften omzetbelasting van uw onderneming;

rekenen wij € 140,- per maand exclusief omzetbelasting. (…)

Voor het opstellen van de jaarrekening en het verzorgen van de aangiften inkomstenbelasting rekenen wij € 45,- per uur exclusief omzetbelasting. (…)

2.3. [eis.conv./ged.reconv.] heeft in de periode van januari 2003 tot en met juli 2005 facturen gestuurd. Hij heeft 30 facturen in het geding gebracht tot een totaal bedrag van € 5.098,62 (twaalf keer € 140,-, twaalf keer € 143,50 en zes keer € 147,08, te vermeerderen met BTW). Deze facturen staan open.

2.4. Bij email van 4 augustus 2005 heeft [eis.conv./ged.reconv.] [gedn.conv./eis.reconv.] onder meer bericht:

Ik heb van [naam medewerker], een medewerker van [eis.conv./ged.reconv.], rb.] begrepen dat het voor beide partijen ([eis.conv/ged.reconv.] accountancy / [gedn.conv./eis.reconv.]) handiger was de open posten om te zetten in een lening zodat wij geen stappen hoeven te ondernemen en jullie crediteurenstand lager wordt en omgezet in langere termijn waardoor je kortstondige schulden afnemen en langerdurige schulden toenemen (banktaal sorry) en hierdoor de cash flow druk een beetje wegnemen.

2.5. Op 17 oktober 2005 hebben [eis.conv./ged.reconv.] als schuldeiser en [gedn.conv./eis.reconv.] als schuldenaar een overeenkomst van geldlening gesloten. Daarin staat onder meer:

Artikel 1

De schuldeiser heeft per 1 september 2005 ter leen verstrekt aan de schuldenaar gelijk de schuldenaar ter leen heeft ontvangen van de schuldeiser de som van € 5000,-- (zegge: vijfduizend euro).

Artikel 2

De schuldenaar is verplicht over de gehele hoofdsom casu quo over het telkens resterende gedeelte van de hoofsom een rente te betalen gerekend tegen 5% per jaar. De rente-termijnen vervallen tweemaal per jaar, zulks voor het eerst op 1 januari 2006 (1 juli 2006).

Artikel 3

De aflossingen geschiedde in gezamenlijk overleg. De schuldenaar is te allen tijde bevoegd de hoofdsom geheel of gedeeltelijk vervroegd af te lossen.

Artikel 4

Indien de schuldenaar stipt aan zijn verplichtingen tot betaling van rente en aflossing voldoet, zal de hoofdsom of restant hoofdsom in haar geheel niet opeisbaar zijn. Indien de schuldenaar de rente en/of aflossing niet betaalt op tijd en wijze als in deze akte vermeld, (…) is de schuldeiser gerechtigd de hoofdsom casu quo de restant hoofdsom met de rente tot de dag van betaling op te eisen bij een eenvoudig bevel tot betaling zonder ingebrekestelling of andere formaliteit.

(…)

2.6. Bij brief van 18 juli 2006 heeft [eis.conv./ged.reconv.] [gedn.conv./eis.reconv.] onder meer bericht:

Via een e-mail van 13 juli jl. hebben wij van Dhr. [naam belastingadviseur] belasting adviseurs vernomen dat zij, met ingang van heden, jullie administratie gaan verzorgen.

Hij verzoekt ons in zijn e-mail om met jullie een betalingsregeling te treffen. Dat is al vaker geprobeerd, echter er is nog nooit een betaling van jullie ontvangen. Zelfs niet de halfjaarlijkse rente van € 125,-- waarvan jullie een schrijven hebben ontvangen d.d. 20-01-2006 en recentelijk de nieuwe rente d.d. 17-07-2006 betreffende de lening van € 5.000,00 welke wij uit coulance met jullie hebben getroffen.

Wij verzoeken jullie om per omgaande, doch voor 24 juli 2006 de rente, nu totaal € 250,00 te voldoen. Tevens eisen wij hierbij conform de overeenkomst van lening, het in artikel 4 vermelde, het bedrag van € 5.000,- op.

De nog openstaande facturen voor een bedrag van € 2.259,29 zullen tevens voor eind augustus moeten zijn voldaan. (...)

2.7. Op een nadere aanmaning van de inmiddels door [eis.conv./ged.reconv.] ingeschakelde deurwaarder heeft R.P.A. Schuman bij brief van 7 september 2006 namens [gedn.conv./eis.reconv.] geantwoord:

Hendriks Belastingadviseurs heeft inmiddels de jaarrekening 2004 bestudeerd voor zover dat althans mogelijk is, hetgeen lijdt tot de volgende op- en aanmerkingen:

1) Er is geen overzicht van de materiële vaste activa. Hoe is deze opgebouwd en hoe wordt er afgeschreven?

2) Er is geen voorraadlijst.

3) Er staat een bedrag van nog te ontvangen bedragen ad EUR 5.803,-- op de balans. De uitsplitsing in de toelichting is een bedrag van EUR 1.897,-- voor aflossingsverplichting en een bedrag van EUR 3.906,-- voor overige. Waar bestaat dit uit?

4) Er is geen uitsplitsing van de privé-mutaties.

5) Er is geen uitsplitsing van de leningen ad EUR 69.543,--.

6) Er is geen uitsplitsing van de crediteuren ad EUR 47.873,--.

7) Er is geen uitsplitsing van de nog te betalen belasting ad EUR 891,--.

8) Het kassaldo bedraagt EUR 26.848,--. Dit lijkt mij erg onwaarschijnlijk. Hoe is het zo hoog gekomen?

9) Er is geen opstelling in verband met de jaarafrekening omzetbelasting.

10) Er zijn in de V&W-rekening geen afschrijvingen opgenomen, terwijl deze in de balans wel staan. Hierdoor ontstaat in de jaarrekening een winst ad EUR 6.122,--, terwijl het als je de afschrijvingen eraf haalt een verlies ad. EUR 17.012,-- zou zijn.

11) De jaarcijfers 2004 sluiten niet aan met de aangifte inkomstenbelasting 2004. In de jaarrekening staat namelijk een winst, terwijl ze bij de aangifte praten over een verlies voor mevrouw S. [gedn.2+3conv./eis.2+[gedn. 1 en/of 2] van EUR 28.048,-- en mevrouw L. [gedn.2+3conv./eis.2+[gedn. 1 en/of 2] van EUR 29.673,--. Dit komt dan ook weer niet overeen met wat er in de jaarrekening staat over winstverdelingen waar wordt gesproken over een 50/50 situatie.(...)

Voor het compleet maken van het dossier worden nog benodigd:

1) De grootboekadministratie over alle jaren;

2) De correspondentie van de belastingdienst richting de dames [gedn.2+3conv./eis.2+[gedn. 1 en/of 2] in verband met de aangiften omzetbelasting;

3) De aangiften omzetbelasting zelf;

4) De correspondentie die door uw cliënte is gevoerd in verband met suppleties omzetbelasting en aangiften inkomstenbelasting.

Zoals het er nu naar uitziet vrees ik dat de jaarrekening 2004 opnieuw zal moeten worden opgesteld, hetgeen mogelijk kan worden voorkomen, indien alsnog beantwoording plaatsvindt en tekst en uitleg wordt gegeven op het gestelde onder de punten 1 t/m 11 en indien toezending plaatsvindt van alle ontbrekende bescheiden. (...)

Voorshands zijn mijn cliënten op dit moment niet bereid om enige betaling aan uw cliënte te verrichten en reserveren mijn cliënten al hun rechten ten aanzien van de reeds ontstane en eventueel verder nog te lijden schade. (...)

Indien uw cliënte op dit moment overgaat tot het aanspannen van een gerechtelijke procedure, zal dat zoals u kunt begrijpen leiden tot het voeren van verweer en het instellen van een reconventionele vordering nader op te maken bij staat. (...)

2.8. [eis.conv./ged.reconv.] heeft bij brief van 9 november 2006 gesteld dat na betaling de gevraagde gegevens worden verstrekt. Bij brief van 31 januari 2007 heeft [gedn.conv./eis.reconv.] aan [naam deurwaarder], de door [eis.conv./ged.reconv.] ingeschakelde deurwaarder, geschreven:

Al eerder is aangegeven dat wij bereid zijn een betalingsregeling te treffen om de openstaande rekeningen te voldoen wanneer er toelichting wordt verstrekt aan de nieuwe accountant op de jaarrekeningen en de wijze waarop deze zijn samengesteld en hieruit vervolgens blijkt dat deze een juiste weergave zijn van de financiële situatie en geschiedenis van ons bedrijf.

De jaarrekeningen 2002, 2003, 2004 en 2005, zoals ze nu zijn opgesteld,zijn incompleet en niet duidelijk en vormen zo een belemmering bij het nemen van besluiten over de toekomst van ons bedrijf.

De jaarrekeningen zullen nu opnieuw worden opgesteld door Ernst & Young Accountants. Bij afwijkende uitkomsten zullen wij de kosten voor het opnieuw maken van de jaarrekeningen, alsmede de schade die hier voor ons uit voortvloeit bij de firma [eis.conv./ged.reconv.] in rekening brengen.

2.9. Bij brief van 8 februari 2007 heeft [gedn.conv./eis.reconv.] aan [naam deurwaarder] geschreven:

Ten tijde van het accepteren van het omzetten van openstaande facturen in de geldleningsovereenkomst, zoals door u is bijgesloten bij uw brief van 7 februari jl., verkeerden wij nog in de veronderstelling dat de firma [eis.conv/ged.reconv.] de werkzaamheden naar behoren had verricht.

Inmiddels is echter gebleken dat de jaarcijfers van 2002, 2003, 2004 en 2005 hiaten en/of onjuistheden bevatten.

De eerste jaarrekeningen kregen wij pas medio 2005 onder ogen.

Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat door het handelen van [eis.conv./ged.reconv.] Accountancy, of beter gezegd het nalaten daarvan, er problemen zijn ontstaan met IBG resulterend in extra onnodige betalingen en jarenlang onnodig bezoek van deurwaarders.

Wij betwisten niet het feit dat er termijnfacturen in rekening zijn gebracht over de afgelopen jaren. Echter door het feit dat de firma [eis.conv./ged.reconv.] haar verplichtingen uit de overeenkomst tussen [jhandelsnaam] en [gedn.conv./eis.reconv.] niet naar behoren is nagekomen, heeft [gedn.conv./eis.reconv.] schade geleden.

De door [gedn.conv./eis.reconv.] geleden schade bestaat in ieder geval uit de kosten van het opnieuw vaststellen van de jaarcijfers en de extra kosten etc. die zijn gemaakt inzake de kwestie IBG.

De omvang van de schade omvat in ieder geval de door [jhandelsnaam] gevorderde hoofdsom à 5250,- euro.

Op grond van het bovenstaande is een betalingsregeling nu niet aan de orde.

Op het moment dat de nieuwe jaarrekeningen zijn opgesteld, zullen wij u op de hoogte brengen van de bevindingen en de te nemen stappen die daar uit volgen.

2.10. De advocaat van [gedn.conv./eis.reconv.] heeft [eis.conv./ged.reconv.] bij aangetekende brief van 26 oktober 2007 onder meer bericht:

Namens cliënten, de vennootschap onder firma [gedn.conv./eis.reconv.] v.o.f. en haar vennoten mevrouw S.M. [gedn.2+3conv./eis.2+[gedn. 1 en/of 2] en L.B. [gedn.2+3conv./eis.2+[gedn. 1 en/of 2], vernietig ik middels onderhavige buitengerechtelijke verklaring de met u gesloten geldleenovereenkomst dd. 17 oktober 2005 op grond van dwaling, dan wel bedrog c.q. misbruik van omstandigheden van uw zijde jegens cliënten. (…)

3. Het geschil in conventie en in reconventie

3.1. Na zijn eis bij akte te hebben gewijzigd, heeft [eis.conv./ged.reconv.] in conventie de hoofdelijke veroordeling van [gedn.conv./eis.reconv.] gevorderd tot betaling aan hem van primair € 6.320,67 en subsidiair € 6.677,38, steeds te vermeerderen met rente en kosten.

3.2. [gedn.conv./eis.reconv.] heeft in reconventie gevorderd dat de rechtbank:

- primair: voor recht verklaart dat de overeenkomst van geldlening op goede gronden buiten rechte is vernietigd;

subsidiair: de overeenkomst van geldlening vernietigt op grond van dwaling, bedrog dan wel misbruik van omstandigheden;

- voor recht verklaart dat [eis.conv./ged.reconv.] jegens haar wanprestatie heeft gepleegd;

- de overeenkomst (tot administratieve dienstverlening) ontbindt voor het gedeelte dat [eis.conv./ged.reconv.] zijn verplichtingen niet nakwam;

- [eis.conv./ged.reconv.] veroordeelt tot betaling aan haar van een schadevergoeding van € 14.147,51 dan wel een in redelijkheid vast te stellen bedrag, te vermeerderen met rente en kosten.

Bij akte genomen na comparitie heeft [gedn.conv./eis.reconv.] bovendien gevorderd dat de rechtbank [eis.conv./ged.reconv.] veroordeelt tot afgifte aan haar van alle (drie dan wel vier) ordners met verwerkingsverslagen van [gedn.conv./eis.reconv.] over 2001 tot en met 2005 op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag.

3.3. Partijen hebben over en weer verweer gevoerd.

4. De beoordeling in conventie

4.1. [eis.conv./ged.reconv.] heeft zijn primaire vordering gebaseerd op de overeenkomst van geldlening. [gedn.conv./eis.reconv.] heeft betoogd dat zij deze overeenkomst noodgedwongen heeft getekend onder invloed van valse voorwendselen en fiscale adviezen van [eis.conv./ged.reconv.]. Zij heeft daartoe gewezen op de email van [eis.conv./ged.reconv.] van 4 augustus 2005, deels geciteerd bij de feiten onder 2.4, en gesteld dat [eis.conv./ged.reconv.] er met geen woord over heeft gerept dat [gedn.conv./eis.reconv.] door het aangaan van de overeenkomst van geldlening mogelijk afstand zou doen van enig recht terzake de kwaliteit van de werkzaamheden van [eis.conv./ged.reconv.]. Volgens [gedn.conv./eis.reconv.] is er daarom sprake van dwaling, bedrog dan wel misbruik van omstandigheden.

4.2. [gedn.conv./eis.reconv.] heeft niet aannemelijk gemaakt dat hetgeen [eis.conv./ged.reconv.] in zijn email van 4 augustus 2005 heeft verklaard op zichzelf niet correct is. Van enige onjuiste mededeling van [eis.conv./ged.reconv.] is dan ook geen sprake. Uit de email van [eis.conv./ged.reconv.] blijkt dat de achtergrond van het voorstel tot het omzetten van de betalingsverplichting van [gedn.conv./eis.reconv.] in een geldlening was dat dat voor beide partijen handiger was: [eis.conv./ged.reconv.] hoefde dan geen stappen te ondernemen en voor [gedn.conv./eis.reconv.] zou bijkomend boekhoudkundig voordeel zijn dat haar kortlopende schulden zouden afnemen. Uit de stellingen van partijen vloeit voort dat [gedn.conv./eis.reconv.] zonder verder inhoudelijk commentaar met het voorstel van [eis.conv./ged.reconv.] akkoord is gegaan. Uit deze gang van zaken heeft [eis.conv./ged.reconv.] redelijkerwijs niet kunnen afleiden dat [gedn.conv./eis.reconv.] met het aangaan van de geldleningsovereenkomst tevens zou hebben beoogd afstand te doen van een haar mogelijk toekomend recht zich jegens hem te beroepen op gebreken in de nakoming van de dienstverleningsovereenkomst. Nu er geen sprake is van afstand van recht, is er ook geen sprake van dat [eis.conv./ged.reconv.] ten onrechte zou hebben verzwegen dat [gedn.conv./eis.reconv.] van enig recht afstand zou doen. Hieruit volgt dat de vernietiging van de geldleningsovereenkomst geen stand houdt, zodat het daarop gebaseerde verweer faalt.

4.3. [gedn.conv./eis.reconv.] heeft subsidiair aangevoerd dat het geleende bedrag niet opeisbaar is. Daartoe heeft zij erop gewezen dat in de overeenkomst van geldlening is opgenomen dat de rentetermijnen twee keer per jaar vervallen en dat de aflossingen geschieden in gezamenlijk overleg, waarvan in het geheel geen sprake is. Dit verweer faalt ook. Volgens artikel 2 van de overeenkomst had [gedn.conv./eis.reconv.] zich verplicht twee keer per jaar rente te betalen. Dat heeft zij niet gedaan. Daarom is [eis.conv./ged.reconv.] in beginsel volgens artikel 4 van de overeenkomst van geldlening gerechtigd de hoofdsom dan wel het restant met de rente op te eisen. Dat partijen anders hebben bedoeld dan kan worden afgeleid uit de tekst van de overeenkomst is gesteld noch gebleken.

4.4. [gedn.conv./eis.reconv.] heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat [eis.conv./ged.reconv.] in schuldeisersverzuim is gekomen doordat hij verdere nakoming weigert van zijn verplichting tot het correct verwerken van de financiële administratie van [gedn.conv./eis.reconv.] en het correct opstellen van de jaarstukken (artikel 6:58 BW). Dat verweer faalt omdat de weigering van [eis.conv./ged.reconv.] zijn werkzaamheden voort te zetten niet kan worden beschouwd als een verhindering van de nakoming door [gedn.conv./eis.reconv.].

4.5. [gedn.conv./eis.reconv.] heeft een beroep gedaan op opschorting wegens de wanprestatie van [eis.conv./ged.reconv.] (artikel 6:262 BW). Hierna zal blijken dat de reconventionele vordering zal worden afgewezen op een ondergeschikt punt na, te weten de vordering tot schadevergoeding van € 182,51 (ten aanzien waarvan [gedn.conv./eis.reconv.] tot verrekening bevoegd is). Daarop stuit het beroep van [gedn.conv./eis.reconv.] op artikel 6:262 BW af.

4.6. De conclusie is dat de primaire vordering toewijsbaar is, met dien verstande dat het beroep op verrekening met de hierna in reconventie toe te wijzen schadepost van € 182,51, te vermeerderen met rente zoals gevorderd, slaagt. Aan beoordeling van de subsidiaire vordering komt de rechtbank dus niet toe.

4.7. [eis.conv./ged.reconv.] heeft vergoeding van incassokosten gevorderd. Hij heeft daartoe onder overlegging van diverse brieven van deurwaarder Bos te Zwolle gesteld dat hij zijn vordering uit handen heeft gegeven waardoor hij kosten verschuldigd is geworden voor werkzaamheden die rechtstreeks verband houden met pogingen om de zaak in der minne tot een oplossing te brengen. Dat [gedn.conv./eis.reconv.] tegen de verschuldigdheid van deze kosten heeft geprotesteerd, zoals door haar aangevoerd, is niet van belang. De enkele ontkenning dat [eis.conv./ged.reconv.] incassokosten heeft gemaakt is, gezien de door [eis.conv./ged.reconv.] in het geding gebrachte brieven van deurwaarder Bos, onvoldoende gemotiveerd, zodat deze wordt gepasseerd. Nu omstandigheden zijn gesteld noch gebleken waaruit kan volgen dat [eis.conv./ged.reconv.] aanspraak kan maken op het bedrag van € 833,- (dat correspondeert met het gevorderde bedrag volgens de staffel van kantonrechters), zal het toe te wijzen bedrag worden gematigd tot twee punten van het toepasselijke liquidatietarief, zoals aanbevolen in rapport Voorwerk II, derhalve tot € 768,-. Een vergoeding voor BTW wordt geacht in dit bedrag begrepen te zijn.

4.8. Omdat [gedn.conv./eis.reconv.] grotendeels in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten.

5. De beoordeling in reconventie

5.1. Uit hetgeen in conventie is overwogen volgt dat de eerste vordering van [gedn.conv./eis.reconv.], zowel primair als subsidiair, zal worden afgewezen.

5.2. [gedn.conv./eis.reconv.] heeft haar vorderingen tot het verkrijgen van een verklaring voor recht dat [eis.conv./ged.reconv.] wanprestatie heeft gepleegd, tot ontbinding van de overeenkomst tot administratieve dienstverlening en tot schadevergoeding gebaseerd op de stelling dat [eis.conv./ged.reconv.] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van die overeenkomst.

5.3. Bij de gevorderde verklaring voor recht heeft [gedn.conv./eis.reconv.] naast haar vorderingen tot ontbinding en schadevergoeding geen belang.

5.4. Voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding pas, wanneer de schuldenaar in verzuim is (artikel 6:265 lid 2 BW). Het is gesteld noch gebleken dat nakoming door [eis.conv./ged.reconv.] van zijn uit de overeenkomst voortvloeiende verbintenissen blijvend of tijdelijk onmogelijk is (afgezien van een ondergeschikt deel daarvan, zoals hierna te overwegen). Integendeel, [gedn.conv./eis.reconv.] heeft gesteld dat door de onjuistheden in de administratieve verwerking van haar mutaties deze verwerking opnieuw zal dienen te geschieden en ook de jaarrekeningen opnieuw zullen moeten worden opgemaakt. Daaruit vloeit voort dat een correcte nakoming nog mogelijk is. Evenmin is gesteld of gebleken dat [gedn.conv./eis.reconv.] [eis.conv./ged.reconv.] in gebreke heeft gesteld of dat [eis.conv./ged.reconv.] anderszins in verzuim is geraakt. De door partijen in het geding gebrachte preprocessuele correspondentie bevat geen ingebrekestelling in de zin van artikel 6:82 BW waarbij aan [eis.conv./ged.reconv.] een redelijke termijn voor nakoming wordt gesteld. Voorzover uit die preprocessuele correspondentie al blijkt dat [eis.conv./ged.reconv.] eind 2006 niet zonder meer bereid was tot nadere uitleg aan [gedn.conv./eis.reconv.], kan dat niet worden beschouwd als een mededeling in de zin van artikel 6:83 onder c BW, nu [eis.conv./ged.reconv.] onder de omstandigheden – in de voorafgaande vier jaren had [gedn.conv./eis.reconv.] geen enkele betaling gedaan voor [eis.conv./ged.reconv.]s werkzaamheden, zonder overigens over de kwaliteit daarvan te klagen – als eerste tot opschorting van de nakoming van zijn verplichtingen bevoegd was. De vordering tot ontbinding van de overeenkomst stuit hierop af.

5.5. Voor wat betreft de vordering tot schadevergoeding geldt het volgende. [gedn.conv./eis.reconv.] heeft ten eerste vergoeding gevorderd van € 11.602,50, de kosten die zijn gemoeid met het opnieuw opstellen van de jaarstukken over de jaren 2002 tot en met 2005 (antwoord in conventie onder 14) dan wel 2006 (eis in reconventie onder 30). Ook deze vordering stuit erop af dat nakoming niet blijvend onmogelijk is, en dat gesteld is noch gebleken dat [eis.conv./ged.reconv.] door ingebrekestelling of anderszins in verzuim is geraakt (artikel 6:74 BW).

5.6. [gedn.conv./eis.reconv.] heeft ten tweede vergoeding gevorderd van € 2.362,50. Daartoe heeft zij het volgende gesteld. [eis.conv./ged.reconv.] had een beroep moeten doen op de mogelijkheid van ‘carry back’ via de belastingdienst. Doordat hij dat niet heeft gedaan, heeft [gedn.conv./eis.reconv.] liquiditeitsproblemen gekregen, waardoor zij genoodzaakt is geworden geld te lenen. Onder verwijzing naar een drietal bescheiden stelt zij drie keer geld van Wehkamp te hebben geleend tot een totaal van € 3.750,-, als gevolg waarvan zij schade heeft geleden tot het gevorderde bedrag. [eis.conv./ged.reconv.] heeft bij antwoord betwist dat [gedn.conv./eis.reconv.] de leningen is aangegaan. Daartoe heeft hij erop gewezen dat de overgelegde bescheiden niet zijn gedateerd en dat het totaal van de bedragen daarop niet € 3.750,- bedraagt. Voorts heeft hij aangevoerd dat [gedn.conv./eis.reconv.] niet duidelijk heeft gemaakt waarop het bedrag van € 2.362,50 is gebaseerd. Tenslotte heeft hij er op gewezen dat [gedn.conv./eis.reconv.] door de privé situatie van haar vennoten geld tekort kwam en niet door zijn handelen. Er veronderstellenderwijs van uitgaande dat [eis.conv./ged.reconv.] wanprestatie heeft gepleegd door niet (tijdig) voor “carry back” zorg te dragen en dat correcte nakoming in zoverre blijvend onmogelijk is, acht de rechtbank de vordering desalniettemin niet toewijsbaar. Daartoe wordt enerzijds overwogen dat [gedn.conv./eis.reconv.] op het verweer van [eis.conv./ged.reconv.] niet meer heeft gereageerd, hoewel zij daartoe ter comparitie de gelegenheid had en daardoor met name de hoogte van haar vordering onvoldoende heeft toegelicht. Bovendien blijkt uit de stellingen van [gedn.conv./eis.reconv.] en de in het dossier overgelegde emailcorrespondentie dat de financiële situatie van [gedn.conv./eis.reconv.] gedurende haar bestaan vrijwel steeds buitengewoon penibel is geweest, zodat zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet valt in te zien dat het tegen hoge rente lenen bij Wehkamp het gevolg zou zijn van de gestelde wanprestatie van [eis.conv./ged.reconv.] en niet van de sowieso zeer penibele financiële situatie van [gedn.conv./eis.reconv.].

5.7. [gedn.conv./eis.reconv.] heeft ten derde vergoeding gevorderd van € 182,51. Daartoe heeft zij gesteld dat zij tot dat bedrag extra kosten heeft moeten maken omdat [eis.conv./ged.reconv.] niet tijdig de juiste inkomensgegevens heeft overgelegd, waardoor de Informatie Beheer Groep (IBG) tot opvordering van een studieschuld is overgegaan met alle kosten van dien. [eis.conv./ged.reconv.] heeft daartegen ingebracht dat de werkzaamheden inzake de studieschuld niet tot de overeengekomen werkzaamheden behoorden. Dat verweer kan hem niet baten. Nu de werkzaamheden in de aanvaarde offerte ruim zijn omschreven en [eis.conv./ged.reconv.] de werkzaamheden inzake de studieschuld op zich heeft genomen, was hij gehouden deze naar behoren uit te voeren en is hij aansprakelijk voor de gevolgen van zijn tekortkomingen terzake. [eis.conv./ged.reconv.] heeft niet betwist dat hij de inkomensgegevens inzake de studieschuld niet tijdig aan de IBG heeft aangeleverd (antwoord in reconventie onder 12). Hij heeft evenwel aangevoerd dat dit te wijten is aan [gedn.conv./eis.reconv.], omdat zij zelf met het aanleveren van deze gegevens in gebreke bleef. Dat bevrijdende verweer wordt gepasseerd omdat het onvoldoende is toegelicht. [eis.conv./ged.reconv.] heeft immers niet gesteld welke gegevens hij nodig had (andere dan hij standaard kreeg aangeleverd), hoe en wanneer hij om die gegevens heeft gevraagd en hoe en wanneer hij op aanlevering heeft aangedrongen. Het vereiste van verzuim geldt in dit geval niet omdat de kosten van invordering onomkeerbaar zijn, zodat deugdelijke nakoming in zoverre blijvend onmogelijk is geworden. [eis.conv./ged.reconv.] is daarom gehouden de schade die [gedn.conv./eis.reconv.] hierdoor heeft geleden te vergoeden. Hij heeft niet betwist dat de hoogte daarvan € 182,51 bedraagt. [gedn.conv./eis.reconv.] is bevoegd tot verrekening van dat bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2007 (de dag waarop de eis in reconventie is ingesteld), met hetgeen in conventie zal worden toegewezen. Voor toewijzing van deze schadevergoeding in reconventie is daarom geen plaats.

5.8. [gedn.conv./eis.reconv.] heeft vergoeding van incassokosten gevorderd. Die vordering wordt reeds daarom afgewezen, dat [gedn.conv./eis.reconv.] per saldo geen vordering op [eis.conv./ged.reconv.] heeft, maar [eis.conv./ged.reconv.] een vordering op [gedn.conv./eis.reconv.].

5.9. Ter comparitie heeft [eis.conv./ged.reconv.] verklaard dat hij over verwerkingsverslagen beschikt, ter zake waarvan hij zich beroept op een retentierecht. Na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, heeft [gedn.conv./eis.reconv.] de afgifte van deze verwerkingsverslagen gevorderd en betwist dat [eis.conv./ged.reconv.] een beroep op een retentierecht toekomt.

[gedn.conv./eis.reconv.] heeft daartoe allereerst aangevoerd dat [eis.conv./ged.reconv.] zich te laat op het retentierecht heeft beroepen. Zij kan daarin niet worden gevolgd. Voor [eis.conv./ged.reconv.] was er in deze procedure niet eerder aanleiding om zich op een retentierecht te beroepen dan nadat [gedn.conv./eis.reconv.] afgifte van de verwerkingsverslagen had gevorderd, wat zij eerst heeft gedaan bij akte houdende vermeerdering van eis, genomen na de comparitie.

5.10. Tussen partijen is niet in geschil dat [eis.conv./ged.reconv.] in beginsel gehouden is tot afgifte van de verwerkingsverslagen. [eis.conv./ged.reconv.] is evenwel op grond van artikel 3:290 in verband met artikel 6:52 BW bevoegd tot opschorting daarvan. Hij heeft immers een opeisbare vordering op [gedn.conv./eis.reconv.], te weten die tot nakoming van de overeenkomst van geldlening, die vooralsnog niet is voldaan. Die vordering van [eis.conv./ged.reconv.] tot terugbetaling van het geleende bedrag hangt rechtstreeks samen met zijn verplichting tot afgifte van de verwerkingsverslagen. De overeenkomst van geldlening is immers tot stand gekomen omdat [gedn.conv./eis.reconv.] de facturen van [eis.conv./ged.reconv.] niet kon betalen, waarbij het geleende bedrag ziet op het totaal van de destijds onbetaald gebleven facturen. Dat [eis.conv./ged.reconv.] een beroep doet op zijn opschortingsrecht is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar. Ten eerste is [gedn.conv./eis.reconv.] volledig in gebreke gebleven met de nakoming van haar hoofdverbintenis uit de overeenkomst tot administratieve dienstverlening, te weten betaling van [eis.conv./ged.reconv.]. Ten tweede zijn de verwerkingsverslagen opgesteld door [eis.conv./ged.reconv.] zelf en beschikt [gedn.conv./eis.reconv.] over de originele bescheiden op basis waarvan zij zich een volledig inzicht in haar financiële positie kan verschaffen. De vordering tot afgifte van de verwerkingsverslagen zal daarom worden afgewezen.

5.11. De conclusie is dat de vorderingen in reconventie zullen worden afgewezen.

5.12. Omdat [gedn.conv./eis.reconv.] in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten.

6. De beslissing

De rechtbank

in conventie

veroordeelt [gedn.conv./eis.reconv.], S.M. [gedn.2+3conv./eis.2+[gedn. 1 en/of 2] en L.B. [gedn.2+3conv./eis.2+[gedn. 1 en/of 2] hoofdelijk, zo dat als een van hen betaalt ook de anderen zijn bevrijd, tot betaling aan [eis.conv./ged.reconv.] van € 6.255,67 te vermeerderen met de rente van 5% per jaar vanaf 14 augustus 2007 over een bedrag van € 5.000,-, verminderd met € 182,51 te vermeerderen met de rente daarover vanaf 31 oktober 2007;

veroordeelt [gedn.conv./eis.reconv.], S.M. [gedn.2+3conv./eis.2+[gedn. 1 en/of 2] en L.B. [gedn.2+3conv./eis.2+[gedn. 1 en/of 2] in de proceskosten, tot aan dit vonnis aan de zijde van [eis.conv./ged.reconv.] begroot op € 92,64 aan kosten van dagvaarding, € 300,- aan vast recht en € 768,- aan salaris voor de procureur,

verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [gedn.conv./eis.reconv.], S.M. [gedn.2+3conv./eis.2+[gedn. 1 en/of 2] en L.B. [gedn. 1 en/of 2] in de proceskosten, tot aan dit vonnis aan de zijde van [eis.conv./ged.reconv.] begroot op € 565,-.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E.B. ter Heide en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2008.

coll.: CLB